| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het woord van komt tot heel Israel. En Israel gaat uit om de Filistijnen te ontmoeten voor de strijd en zij slaan het kamp op bij en de Filistijnen sloegen het kamp op bij .
2 En de Filistijnen stellen zich op om Israel te ontmoeten. En de strijd ontplooit zich en Israel wordt geslagen voor het aangezicht van de Filistijnen. En zij slaan in slagorde in het veld ongeveer vierduizend mannen.
3 En het volk komt in het kamp en de ouden van Israel zeggen: "Waarom sloeg Jahweh ons vandaag voor het aangezicht van de Filistijnen? Wij zullen voor ons uit de kist van het verbond van Jahweh nemen en die zal in ons midden komen en Hij zal ons redden uit de handpalm van onze vijanden!"
4 En het volk stuurt naar en zij dragen van daar de kist van het verbond van Jahweh van menigten, de verblijfplaats van de Cherubim. En daar zijn twee zonen van , met de kist van het verbond van de Elohim, en . [Exo. 25:22]
5 En het gebeurt wanneer de kist van het verbond van Jahweh naar het kamp komt, dat heel Israel roept, een grote roep; en het land dreunde.
6 En de Filistijnen horen het geluid van het roepen en zij zeggen: "Wat is het geluid van dit grote roepen in het kamp van de Hebreeërs?" En zij worden geïnformeerd dat de kist van Jahweh naar het kamp kwam.
7 En de Filistijnen zijn bang, want zij zeiden: "Elohim kwam naar het kamp!" En zij zeggen: "Wee ons, want zoals dit gebeurde niet drie dagen voor gisteren.
8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze nobele elohims? Deze zijn de elohims die de Egyptenaren met iedere slag sloegen in de wildernis.
9 Toon jezelf standvastig en weest stervelingen, Filistijnen, anders zullen jullie de Hebreeën dien, zoals zij jullie dienden. Dan worden jullie tot stervelingen en vechten jullie."
10 En de Filistijnen vechten en Israel wordt geslagen en de mannen vluchten naar hun tenten; en het slaan is zeer groot, buitengewoon. En er vallen van Israel dertigduizend voetmannen.
11 En de kist van Elohim werd genomen en de twee zonen van , en , stierven.
12 En een man van rent uit de slagorde en hij komt in , in die dag. En zijn jassen zijn gescheurd en er is grond op zijn hoofd.
13 En hij komt en zie!, zit op de bedekte zetel aan de kant van de weg, kijkend, want zijn hart beefde vanwege de kist van de Elohim. En de man kwam in de stad om te vertellen en heel de stad schreeuwt het uit.
14 En hoort het geluid van de schreeuw en hij zegt: "Wat is de reden van het geluid van dit tumult?" En de man haast zich en hij komt en hij vertelt het aan .
15 En is een zoon van achtennegentig jaren, en zijn ogen waren open, maar hij was niet in staat om te zien.
16 En de man zegt tot : "Ik ben het die komt van de slagorde, en ik, ik vluchtte vandaag uit de slagorde." En hij zegt: "Wat is het woord, mijn zoon?"
17 En hij die de berichten brengt antwoordt: "Israel vluchtte voor het aangezicht van de Filistijnen en er was ook een grote slag onder het volk; en ook stierven uw twee zonen, en . En de kist van de Elohim werd genomen."
18 En het gebeurde bij het noemen van de kist van de Elohim, dat hij van de bedekte zetel viel, achterover, aan de zijkant van de poort, en hij brak zijn ruggengraat. En hij sterft, want hij was een oude man en zwaar. En hij richtte Israel veertig jaren.
19 En zijn schoondochter, de vrouw van , is zwanger om te baren; en zij hoort het bericht van het nemen van de kist van de Elohim, en dat haar schoonvader en haar man stierven. En zij buigt en zij baart, want haar weeën keerden zich tegen haar.
20 En op het moment van haar sterven, toen de vrouwen die bij haar stonden spraken: "Het moet niet zo zijn dat je bang bent, want jij hebt een zoon gebaard," antwoordde zij niet en zij zette haar hart er niet op.
21 En zij noemt de jongen , zeggend: "De heerlijkheid van Israel is verwijderd", omdat de kist van de Elohim werd genomen en om haar schoonvader en haar man.
22 En zij zegt: "De heerlijkheid van Israel is verwijderd, omdat de kist van de Elohim werd genomen."
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 5
|
|