| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En de Filistijnen brengen al hun kampen bijeen in de buurt van , en slaat een kamp op bij de fontein die in is.
2 En de leiders van de Filistijnen gaan door met honderden en met duizenden, en en zijn stervelingen aan het einde, met .
3 En de leiders van de Filistijnen zeggen: "Wat moeten deze Hebreeën?" En zegt tot de leiders van de Filistijnen: "Is dit niet , dienaar van , koning van , die met mij was deze dagen of deze jaren. En ik vond in hem niets verkeerd vanaf de dag van zijn wegvallen tot deze dag."
4 En de leiders van de Filistijnen zijn boos op hem. En de leiders van de Filistijnen zeggen tot hem: "Doe de man terugkeren! En hij zal terugkeren naar zijn plaats die u hem daar toevertrouwd heeft en hij zal niet met ons afgaan in de strijd en hij zal niet voor ons tot tegenstander worden in de strijd, want waarmee zal deze zich bij zijn heer bewijzen? Is het niet met de hoofden van deze stervelingen?
5 Is dit niet op wie zij reageren met huppelen, zeggend: sloeg onder zijn duizenden, maar onder zijn tienduizenden?" [1Sam. 18:7]
6 En roept om en hij zegt tot hem: "Jahweh leeft! U bent oprecht en goed in mijn ogen is uw gaan en uw komen, met mij in het kamp, want ik vond in u geen kwaad vanaf de dag van uw komst bij mij, tot deze dag, maar in de ogen van de leiders bent u niet goed.
7 En nu, keer terug en ga in vrede, dan zal u geen kwaad doen in de ogen van de leiders van de Filistijnen."
8 En zegt tot : "Wat deed ik dan? En wat vond u in uw dienaar vanaf de dag dat ik voor uw aangezicht kwam tot deze dag? Dat ik niet zal komen en vecht tegen de vijanden van mijn heer, de koning?"
9 En antwoordt en hij zegt tot : "Ik weet dat u goed bent in mijn ogen als boodschapper van Elohim; alleen, de leiders van de Filistijnen zeiden: Hij zal niet met ons opgaan in de strijd.
10 En nu, sta vroeg in de morgen op, met de dienaren van uw heer die met u kwamen. En jullie staan vroeg in de morgen op, dan is er licht voor jullie, dan gaan jullie."
11 En staat vroeg op, hij en zijn stervelingen, om in de morgen weg te gaan, om terug te keren naar het land van de Filistijnen. En de Filistijnen, zij gingen op naar .
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 30
|
|