| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt in deze dagen dat de Filistijnen hun kampen bijeen brengen voor de werving, om te vechten tegen . En zegt tot : "U weet zeker dat jij met mij uit zal gaan in het kamp, u en uw kamp."
2 En zegt tot : "Daarom - weet wat uw dienaar zal doen." En zegt tot : "Daarom - ik zal u plaatsen tot waker over mijn hoofd, alle dagen."
3 En stierf en heel rouwt over hem. En zij begraven hem in , in zijn stad. En deed de mediums en tovenaars uit het land wegtrekken. [1Sam. 25:1] [Lev. 19:31]
4 En de Filistijnen komen samen. En zij komen en zij slaan hun kamp op in . En brengt heel samen en zij slaan een kamp op in .
5 En ziet het kamp van de Filistijnen en hij is bang, en zijn hart trilt buitengewoon.
6 En vraagt aan Jahweh, en Jahweh antwoordde hem niet, noch in dromen, noch in , noch door profeten. [Num. 27:21]
7 En zegt tot zijn dienaren: "Zoekt voor mij een vrouw die een medium is. Dan zal ik naar haar gaan en ik zal via haar vragen." En zijn dienaren zeggen: "Zie!, er is een vrouw in die een medium is."
8 En vermomt zich en hij doet andere kleding aan en hij gaat, hij en twee van de stervelingen die bij hem zijn. En zij komen 's nachts bij de vrouw. En hij zegt: "Voorspel mij, alstublieft, via het medium en breng voor mij op wie ik u zal zeggen."
9 En de vrouw zegt tot hem: "Zie!, u weet wat deed, dat hij de mediums en de tovenaars afsneed van het land. Waarom dan stelt u een valstrik op voor mijn ziel? Om mij ter dood te brengen?"
10 En zweert bij Jahweh, zeggend: "Jahweh leeft, indien verval u toevalt over deze zaak!"
11 En de vrouw zegt: "Wie zal ik voor u opbrengen?" En hij zegt: "Breng voor mij op!"
12 En de vrouw ziet en zij schreeuwt het uit met een luide stem. En de vrouw spreekt tot , zeggend: "Waarom misleidde u mij? U bent !"
13 En de koning zegt tot haar: "Het moet niet zo zijn dat u bang bent, want wat ziet u?" En de vrouw zegt tot : "Ik zie een elohim, opkomend uit het land."
14 En hij zegt tot haar: "Was is zijn vorm?" En zij zegt: "Een oude man komt op en hij is omwikkeld met een mantel." En weet dat het is. En hij buigt zijn hoofd, met de neusvleugels naar het land en hij buigt zich neer.
15 En zegt tot : "Waarom verstoorde jij mij door mij op te brengen?" En zegt: "Ik heb grote spanning, want de Filistijnen vechten tegen mij. En Elohim trok zich van mij terug en Hij antwoordt mij verder niet, noch door de hand van de profeten, noch in dromen. En ik roep tot u om mij te laten weten wat ik zal doen."
16 En zegt: "En waarom vraag je mij? En Jahweh trok Zich van jou terug en is Hij jouw vijand?
17 En Jahweh doet voor Zich zoals Hij sprak door mijn hand. En Jahweh scheurt het koninkrijk uit jouw hand en Hij geeft het aan jouw naaste, aan , [1Sam. 15:28]
18 omdat jij niet luisterde naar de stem van Jahweh en jij niet de hitte van Zijn boosheid deed tegen . Daarom doet Jahweh deze dag dit ding tegen jou. [1Sam. 15:3]
19 Jahweh zal bovendien in de hand van de Filistijnen geven, en morgen zijn jij en jouw zonen bij mij. Ook het kamp van zal Jahweh in de hand van de Filistijnen geven."
20 En haast zich en hij valt, zijn volle gestalte, op het land en hij vreest buitengewoon door de woorden van . Ook was er geen kracht in hem, want hij at heel de dag en heel de nacht geen brood.
21 En de vrouw komt bij en zij ziet dat hij totaal in de war is. En zij zegt tot hem: "Zie!, uw dienares luisterde naar uw stem en ik plaatste mijn ziel in mijn handpalm en ik luisterde naar de woorden die u tot mij sprak.
22 En nu, luister alstublieft, ook u, naar de stem van uw dienares. Dan zal ik voor uw aangezicht een brok brood plaatsen en eet! Dan zal kracht in u komen, want u gaat op weg."
23 En hij weigert en hij zegt: "Ik zal niet eten!" Maar zijn dienaren dringen er bij hem op aan en ook de vrouw. En hij luistert naar hun stem. En hij staat op van het land en hij zit op de bank.
24 En de vrouw haalt een kalf uit de stal in het huis en zij haast zich en zij slacht het. En zij neemt meel en zij kneedt het en zij bakt voor hem ongezuurde broden.
25 En zij brengt het dicht bij het aangezicht van en voor het aangezicht van zijn dienaren, en zij eten. En zij staan op en zij gaan weg in die nacht.
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 29
|
|