| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt als klaar is met spreken, dat de ziel van gebonden werd aan de ziel van . En houdt van hem als van zijn eigen ziel.
2 En neemt hem in die dag en hij stond hem niet toe terug te keren naar het huis van zijn vader.
3 En snijdt met een verbond, omdat hij hem liefheeft als zijn eigen ziel. [1Sam. 23:18]
4 En ontdoet zich van zijn kleed dat op hem is en hij geeft het aan , en zijn mantels en zelfs zijn zwaard en zelfs zijn boog en zelfs zijn gordel.
5 En gaat uit, overal waarheen hem zendt, en hij handelt verstandig. En plaatst hem over de stervelingen van de oorlog en het is goed in de ogen van heel het volk en ook in de ogen van de dienaren van .
6 En het gebeurt, bij hun inkomst, bij de terugkeer van van het slaan van de Filistijn, dat de vrouwen uit alle steden van uitgaan om te zingen, met de fluiten, om te ontmoeten, de koning, met tamboerijnen, met vreugde en met driesnarige instrumenten.
7 En de huppelende vrouwen antwoorden en zij zeggen: " sloeg zijn duizenden en zijn tienduizenden!" [1Sam. 21:11]
8 En wordt buitengewoon heet en in zijn ogen is deze zaak kwaad. En hij zegt: "Zij gaven aan tienduizenden en aan mij gaven zij duizenden. En verder, voor hem het koninkrijk?"
9 En houdt vanaf die dag, en daarna, in het oog.
10 En het gebeurt op de morgen, dat kwade geest van Elohim op voorspoedig is en hij profeteert in het midden van het huis. En speelt met zijn hand, zoals iedere dag, en de speer is in de hand van .
11 En werpt de speer en hij zegt: "Ik zal door slaan en in de zijmuur." En keert zich twee maal van zijn aangezicht af.
12 En vreest voor het aangezicht van , want Jahweh was met hem en Hij trok Zich terug van .
13 En deed hem van zich weg en hij maakt hem tot leider over duizend. En hij gaat uit en hij komt voor het aangezicht van het volk.
14 En handelde op al zijn wegen verstandig en Jahweh is met hem.
15 En ziet dat hij zeer verstandig handelt en hij krimpt ineen voor zijn aangezicht.
16 En allen van en houden van , want hij gaat uit en hij komt voor hun aangezicht.
17 En zegt tot : "Zie!, mijn oudste dochter, , haar zal ik jou tot vrouw geven; maar wordt voor mij tot een dappere zoon en vecht de veldslagen van Jahweh." En zegt: "Het moet niet zo zijn dat mijn hand tegen hem is, maar in zijn hand zullen de Filistijnen komen."
18 En zegt tot : "Wie ben ik en wat is mijn leven - de familie van mijn vader in - dat ik schoonzoon zal worden van de koning?"
19 En het gebeurt in de tijd van het geven van , dochter van , aan , dat zij tot vrouw gegeven was aan , de Meholatiet.
20 En , een dochter van , houdt van en men vertelt dat aan . En de zaak is oprecht in zijn ogen.
21 En zegt: "Ik zal haar aan hem geven en zij zal voor hem tot een valstrik worden en de hand van de Filistijnen zal tegen hem zijn." En zegt tot : "Met de tweede zal jij vandaag mijn schoonzoon worden."
22 En geeft zijn dienaar opdracht: "Spreek tot in het verborgene, zeggend: Zie!, de koning heeft een genoegen in jou en al zijn dienaren houden van jou. En nu, wordt schoonzoon van de koning!"
23 En de dienaren van spreken deze woorden in de oren van . En zegt: "Is het niet hoog geacht in jullie ogen om schoonzoon van de koning te worden? Want ik ben een arm man en weinig geacht."
24 En de dienaren van vertellen het hem, zeggend: "Met deze woorden sprak ."
25 En zegt: "Zo zullen jullie tot zeggen: Voor de koning is er geen genoegen in een bruidschat, maar in honderd voorhuiden van Filistijnen, om wraak te nemen tegen de vijanden van de koning!" En bedacht om in de handen van de Filistijnen te laten vallen.
26 En zijn dienaren vertellen deze woorden aan . En de zaak is rechtvaardig in de ogen van , om schoonzoon van de koning te worden, maar de dagen waren nog niet vervuld.
27 En staat op, hij en zijn stervelingen, en hij slaat onder de Filistijnen tweehonderd mannen. En brengt hun voorhuiden en men geeft ze volledig aan de koning, om schoonzoon van de koning te worden. En geeft , zijn dochter, aan hem tot vrouw.
28 En ziet en weet dat Jahweh met is. En , dochter van , hield van hem.
29 En voegt toe aan zijn vrees voor het aangezicht van , en wordt een vijand van , alle dagen.
30 En de leiders van de Filistijnen gaan uit. En het gebeurt zo vaak als zij uit gingen, dat verstandiger was dan alle dienaren van , en zijn naam wordt zeer hoog geacht.
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 19
|
|