| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Jahweh zegt tot : "Tot wanneer treur je om ? Want Ik, Ik verwierp hem om koning te zijn over Israel. Vul je hoorn met olie en ga! Ik zend je naar , de Beth-Lehemiet, want Ik zag onder zijn zonen voor Mij een koning."
2 En zegt: "Hoe zal ik gaan? Want hoort het en hij doodt mij." En Jahweh zegt: "Jij zal een kalf van het grootvee in jouw hand nemen en jij zegt: Ik kwam om te offeren aan Jahweh.
3 En jij nodigt uit voor het offer en Ik zal jou bekendmaken wat jij zal doen. En jij zalft voor Mij wie Ik jou zal zeggen."
4 En doet wat Jahweh sprak en hij komt in . En de ouden van de stad beven om hem te ontmoeten. En men zegt: "Komt u met vrede?"
5 En hij zegt: "Vrede! Ik kwam om te offeren aan Jahweh. Heiligt jezelf en komt met mij naar het offer." En hij heiligt en zijn zonen en hij nodigt hen uit voor het offer.
6 En het gebeurt bij hun ingaan dat ziet en hij zegt: "Zeker, voor Jahweh is Zijn gezalfde."
7 En Jahweh zegt tot : "Het moet niet zo zijn dat jij kijkt naar zijn uiterlijk en naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik verwierp hem. Want het is niet wat de mens ziet, want de mens ziet met de ogen, maar Jahweh ziet naar het hart."
8 En roept naar en hij doet hem voorbij gaan voor het aangezicht van . En hij zegt: "Ook deze koos Jahweh niet."
9 En doet voorbij gaan. En hij zegt: "Ook deze koos Jahweh niet."
10 En doet zeven van zijn zonen voorbij gaan voor het aangezicht van , en zegt tot : "Dezen koos Jahweh niet."
11 En zegt tot : "Is dit de laatste van de jongens?" En hij zegt: "De jongste blijft nog over, maar zie!, hij weidt de schaapskudde." En zegt tot : "Zendt en breng hem! Want wij zullen niet vergaderen tot hij hier komt."
12 En hij zendt en men brengt hem. En hij is roodachtig met liefelijke ogen en een goed voorkomen. En Jahweh zegt: "Sta op, zalf hem, wat dit is hem." [Psalm 89:21]
13 En neemt de hoorn met olie en hij zalft hem te midden van zijn broers. En geest van Jahweh begunstigt van die dag en verder. En staat op en hij gaat in de richting van Ramah.
14 En geest van Jahweh trok zich terug van en kwade geest van Jahweh maakt hem angstig.
15 En dienaren van zeggen tot hem: "Zie!, alstublieft, kwade geest van Elohim maakt u angstig!
16 Onze heer zal alstublieft tot uw dienaren voor u zeggen dat zij een kundig man zullen zoeken, spelend op de harp. En het gebeurt wanneer kwade geest van Elohim op u komt, dat hij speelt met zijn hand en het goed met u is."
17 En zegt tot zijn dienaren: "Ziet voor mij uit naar een man die goed speelt en brengt hem bij mij."
18 En één van de jongemannen antwoordt en hij zegt: "Zie!, ik zag een zoon van , de Beth-Lehemiet, kundig spelend en een machtig man van dapperheid en een man van oorlog en die het woord begrijpt, een knappe man, en Jahweh is met hem."
19 En zendt boodschappers naar en hij zegt: "Zendt mij , jouw zoon, die bij de schaapskudde is."
20 En neemt een ezel, brood en een zak wijn en een geitenbokje en hij zendt het door middel van , zijn zoon, naar .
21 En komt bij en hij staat voor zijn aangezicht en hij heeft hem buitengewoon lief. En hij wordt voor hem drager van de uitrusting.
22 En zendt naar , zeggend: " zal, alstublieft, voor mijn aangezicht blijven, want hij heeft gunst gevonden in mijn ogen."
23 En het gebeurt bij de komst van geest van Elohim op , dat de harp nam en speelde met zijn hand. En het gaf moed en het ging hem beter. En kwade geest trok zich van hem terug.
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 17
|
|