| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En zegt tot : "Jahweh zond mij om u tot koning te zalven over Zijn volk, over . En nu, luister naar de stem van de woorden van Jahweh. [1Sam. 10:1]
2 Zo zegt Jahweh van de menigten: Ik merkte op wat deed met , wat hij tegen hen plaatste op de weg, toen hij uit Egypte opkwam. [Deut. 25:17-19]
3 Nu, ga en sla en verdoem al wat van hem is; en jij zal hem niet sparen en breng ter dood van man tot vrouw, van het kleine kind tot aan de zuigeling, van de stier tot aan het schaapje, van de kameel tot aan de ezel."
4 En roept het volk op en hij monstert hen in , tweehonderdduizend voetvolk, en tienduizend mannen van .
5 En komt tot zo ver als de stad van en hij strijd in de waterloop.
6 En zegt tot de Keniet: "Gaat, keert weg, trekt af uit het midden van de ieten, anders zal ik jullie met hem beëindigen. Want jij, jij deed vriendelijkheid met alle zonen van bij hun opkomen uit ." En de Keniet trekt zich terug uit het midden van .
7 En slaat vanaf tot wanneer je bij komt, dat voor is.
8 En hij grijpt , koning van , levend, en heel het volk verdoemde hij met de rand van het zwaard.
9 En en het volk sparen en het beste van de schaapskudde en het grootvee en het dubbele en de lammetjes en al het goede. En zij wilden hen niet verdoemen. Maar al het verachte en het gegoten werk, dat verdoemden zij.
10 En het woord van Jahweh komt tot , zeggend:
11 "Ik heb berouw dat Ik als koning doe heersen, want hij keerde weg van achter Mij en Mijn woorden heeft hij niet uitgevoerd." En het is heet voor . En hij schreeuwt het uit naar Jahweh, heel de nacht.
12 En staat vroeg op om in de morgen te ontmoeten. En het wordt aan verteld, zeggend: " kwam naar de en zie!, hij richt voor zichzelf een monument op, een teken, en hij keert om, passeert en daalt af naar ."
13 En komt bij en zegt tot hem: "Gezegend bent u door Jahweh. Ik heb het woord van Jahweh uitgevoerd."
14 En zegt: "En wat is dit geluid van de schaapskudde in mijn oren en het geluid van het grootvee dat ik hoor?"
15 En zegt: "Van de iet brachten zij hen, omdat het volk het beste van de schaapskudde en van het grootvee spaarde, om het te offeren aan Jahweh, uw Elohim. En de rest verdoemden wij."
16 En zegt tot : "Houdt u terug, dan zal ik u vertellen wat Jahweh vannacht tot mij sprak." En hij zegt tot hem: "Spreek!"
17 En zegt: "Is het niet, indien u klein bent in uw ogen, dat u hoofd van de stammen van bent, en Jahweh u tot koning over zalft,
18 en Jahweh u op de weg zendt en Hij zegt: Ga en verdoem de zondaren, , en u vecht tegen hen tot hun einde?
19 En waarom luisterde u niet naar de stem van Jahweh en valt u aan op de buit en doet u het kwade in de ogen van Jahweh?"
20 En zegt tot : "Wel, ik luisterde naar de stem van Jahweh en ik ga op de weg die Jahweh mij zendt en ik breng , koning van , en verdoemde ik.
21 Maar het volk neemt van de buit, de schaapskudde en het grootvee, het eerste van het verdoemde, om het te offeren aan Jahweh, uw Elohim, in ."
22 En zegt: "Heeft Jahweh een genoegen aan opstijgoffers en offers zoals aan het luisteren naar de stem van Jahweh? Zie!, luisteren is beter dan offeren, aandacht schenken is beter dan het vet van rammen; [Matt. 12:7]
23 want de zonde van waarzegging is rebellie, en wetteloosheid en huisgoden zijn weerspannigheid. U verwierp het woord van Jahweh en Hij verwerpt u van het koning zijn."
24 En zegt tot : "Ik zondigde, want ik overtrad het gebod van Jahweh en uw woorden. Want ik vreesde het volk en ik luister naar hun stem.
25 En nu, draag alstublieft mijn zonde en keer met mij terug, dan zal ik me neerbuigen voor Jahweh."
26 En zegt tot : "Ik zal niet met u terugkeren, want u verwierp het woord van Jahweh en Jahweh verwerpt u van het koning zijn over ." [Hos. 13:11]
27 En keert om, om weg te gaan, maar hij houdt hem vast aan zijn mantel en die wordt gescheurd!
28 En zegt tot hem: "Jahweh scheurde het koninkrijk van vandaag van u af en Hij gaf het aan uw naaste, die beter is dan u. [1Sam. 28:17]
29 En ook: de Blijvende van handelt niet valselijk en Hij heeft geen berouw, want Hij is geen mens dat hij berouwt." [Num. 23:19]
30 En hij zegt: "Ik zondigde. Nu, verheerlijk mij, alstublieft, voor de ouden van mijn volk en voor en keer met mij terug, dan buig ik mij neer voor Jahweh, uw Elohim."
31 En keert terug achter en buigt zich neer voor Jahweh.
32 En zegt: "Breng Agag, koning van , dicht bij mij." En komt weelderig bij hem, en zegt: "De bitterheid van de dood trok zeker terug?"
33 En zegt: "Zoals uw zwaard vrouwen beroofde, zo zal uw moeder als vrouw beroofd worden." En hakt neer voor het aangezicht van Jahweh, in .
34 En gaat in de richting van en ging op naar zijn huis, naar van .
35 En voegde niet toe aan het zien van , tot de dag van zijn dood, want treurde voor . En Jahweh had spijt dat Hij tot koning over maakte.
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 16
|
|