De Grootheid van Gods Doel
deel 5: Stefanus en Paulus

door John H. Essex


Deel 1: Inleidende scènes
Deel 2: Scènes van verwoesting
Deel 3: Scène Zes
Deel 4: Ere zij God
Deel 5: Stefanus en Paulus
Deel 6: Toekomst scènes


Stefanus en Paulus.

Scène Tien.

Ons volgende beeld is een miniatuur, in die zin dat het draait om twee individuen, maar het is een belangrijk miniatuur, want het verbeeldt een gebeurtenis die verstrekkende gevolgen had. Een van de twee waar het voornamelijk om gaat, staat voor een vijandige menigte van landgenoten. Zijn naam is Stefanus en hij heeft zojuist een roerende toespraak gehouden, waarin hij de geschiedenis van zijn volk doorheen de eeuwen heeft uitgelegd, beginnend met de beloften gedaan aan de vaderen, waarop al hun verwachtingen als volk waren gebaseerd.
Maar deze toespraak was geen vleiende. Hij had niet geaarzeld aan te tonen hoe opeenvolgende generaties weggelopen waren van God, bv. toen ze Mozes afwezen als leider, door hun offeren aan een met de hand gemaakt kalf en in hun aanbidding van de goden van de heidenvolken. En hij had net afgesloten met zijn toehoorders te vertellen dat zij niet beter waren dan hun voorouders, want zij hadden pas nog de grote Profeet, die door Mozes was beloofd, vermoord.

Deze beschuldiging, waar als zij was, maakte de luisteraars erg kwaad, maar terwijl ze nog nadachten wat te doen, gebeurde er een opmerkelijk iets. want we lezen in Handelingen 7, verzen 55 en 56, dat Stefanus was

"vol van de heilige Geest".
(NBG)
en
" sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods,
56 En hij zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods"

(NBG)
Wat Stefanus zag was het teken, door Jezus beloofd, om Zijn tweede komst aan te tonen om Zijn koninkrijk te vestigen:
"En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen in de hemel "
(Matt. 24:30; Conc. NT)
Als we dit teken gezien wordt door " alle stammen der aarde" staat de Heer op het punt te komen. Wat Stefanus zag, was een voorschouw van dit teken, met de Heer staande, als of stond te komen. Maar de vertegenwoordigers van de natie waren niet van plan Hem te ontvangen. In tegendeel, ze deden hun handen over hun oren, zodat ze niets meer konden horen. En om hun aandeel in de moord op Jezus schoten ze te hulp om te helpen bij de moord op Zijn boodschapper.

Aan het kruis had Jezus gebeden voor hen die Hem aan het doden waren:

"Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen."
(Luc 24:34;NBG)
Het gebed van de Heer werd beantwoord, want het werd, als gevolg van het gebed, opnieuw aangeboden door de twaalf apostelen, beginnend bij de verklaring van Petrus op de Pinksterdag (Hand. 2:38,39). Met de moord op Stefanus toonden de leiders van de Joden hun afkeer over dit aanbod. De hoop op het koninkrijk vervaagde geleidelijk en er werd een deur van redding voor de volken geopend (Hand. 28:23-28).

Het gebed van Stefanus was anders dan dat van de Heer. Waar Jezus had gevraagd dat Zijn moordenaren zouden worden vergeven, vroeg Stefanus dat zelfs hun zonde niet tegen hen zou worden gebruikt. Deze beide gebeden waren in overeenstemming met de doelstelling van God, op het moment dat ze werden uitgesproken.

Van Stefanus wordt geschreven dat hij was vervuld met vijf dingen, namelijk: heilige geest, wijsheid, geloof, genade en kracht (Hand. 6:3,5,8). In Handelingen 7:55 wordt er nogmaals de nadruk op gelegd dat hij had: "de volheid van geloof en van heilige geest"(Hand. 7:55;Conc.NT), toen hij het gezicht kreeg van de Heer, staande aan de rechterhand Gods. Een man die zo werd geïnspireerd door Gods geest, moet gedachten hebben gehad die in overeenstemming waren met Gods doelstelling op dat moment en, hoewel Stefanus zich dat misschien niet realiseerde, opende zijn gebed het tijdperk van absolute genade. Saul van Tarus, de tweede man in ons beeld, stond toe te kijken, de moord op Stefanus vergoelijkend. Hij was de belangrijkste en meest volhardende van de vervolgers van de discipelen van Jezus; hij was waarlijk de eerste onder de zondaren. Maar hij was ook de eerste die overvloeiende genade kreeg, want hij werd nooit beschuldigd van zijn overtredingen. Integendeel zelfs, zoals we in de volgende scène zullen zien.

Scène Elf.
Een weg strekt zich voor ons uit door het land der belofte en in de verte, achter de grens, rijzen de daken en torens van een vreemde stad op: Damascus, de oude hoofdstad van Syrië.

Langs deze weg naar Damascus loopt een achtervolgende bende en hun harten zijn vol van moordgedachten terwijl ze door het landschap gaan totdat voor hen de stad oprijst met haar mooie torens. Maar hun leider voelt ook daar geen mededogen voor de discipelen van de Heer.

De weg naar Damascus is hier een symbool van Gods genade, want daar ontmoette het hoofd van de zondaren zijn Redder van aangezicht tot aangezicht. Gods verontwaardiging volkomen verdienend, werd hij van bovenaf geslagen, maar er zat geen veroordeling in die verblindende straal van liefde!

Saul van Tarsus, die later Paulus zou worden, de slaaf en apostel van Christus Jezus, was werkelijk een gekozen instrument van God, om Zijn doelstelling voort te zetten op een manier waar nog nooit zelfs van was gedroomd! In zijn eerste brief aan Timotheüs noemt Paulus deze bediening en onthult dat hij, die eerst een

"godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar"
(1Tim. 1:13;NBG)
was, dat in hem
"Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven"
(1Tim 1:16;NBG)
Paulus, de eerste apostel van de verrezen Heer, anders dan de apostelen van de Heer op aarde, Petrus, Johannes en de rest van de twaalf, werd een voorbeeld voor toekomstige gelovigen, omdat hij geheel werd gered in genade. Met zijn eigen ervaring achter zich, begon hij het evangelie te verkondigen, dat, anders dan alles wat daarvoor was gepredikt, geheel en alleen vertrouwde op Gods kracht voor redding en had genade als basis en geloof als gereedschap. Zoals hij later in zijn carrière schreef:
"Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;
9 niet uit werken, opdat niemand roeme.
10 Want zijn maaksel zijn wij......"

(Ef. 2:8-10;NBG)
Paulus was degene die was bestemd om Gods dienaar te worden om:
"onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen"
(Kol. 1:25;NBG)
God had geen geheimen meer te onthullen over Zijn doelstelling dan die Hij had gegeven aan Zijn geliefde apostel voor de volken. Alles wat het universum moet weten over de fundamentele waarheden en wat het moet weten om te groeien in het besef van wie God is, zijn vastgelegd in Zijn gecompleteerde Woord.

Scène Twaalf.

" want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;
17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen."

(1Thess. 4:16,17;NBG)
Met deze woorden aan de Thessalonisenzen beschrijft Paulus de volgende grote gebeurtenis in Gods doelstelling: de ontmoeting van de Heer met Zijn ecclesia, die Zijn lichaam is, Zijn complement, Zijn aanvulling. Zij die de Heer gaan ontmoeten in de lucht tijdens dit prachtige moment, zullen in een ogenblik worden veranderd, tijdens het knipperen van een oog, daarbij hun sterfelijkheid afwerpend en een lichaam van onsterfelijkheid en onvergankelijkheid aandoende. Zij zullen een lichaam krijgen dat gelijkvormig is aan Zijn verheerlijkte lichaam, zoals dat ook hoort bij hen die Hem completeren. Wat prachtig! Wat een overstijgende voortreffelijkheid!

Deze opdrachtsroep, die de Heer zal geven, doet veel meer dan ons te laten opstijgen in deze voortreffelijkheid. Het is het signaal dat de verdere operaties in gang brengt van Gods doelstelling, zowel voor de hemelen als de aarde. Want door Zijn lichaam, de ecclesia, zet Christus dat grote werk, begonnen aan het kruis, van verzoening van allen in het universum met God.

De verwijdering van de ecclesia van de aarde staat toe dat er drie belangrijke onthullingen plaats vinden.
Ten eerste is daar de onthulling van de Mens der Wetteloosheid (2Thess. 2:1-12; let speciaal op de verzen 7 en 8). Diens periode van manifestatie zal berucht en in toenemende mate geweldadig zijn, maar genadig kort, want ze zal worden opgevolgd door de tweede onthulling, die van de Heer Jezus Christus, in detail beschreven in het Boek der Onthulling (Openbaring). De Heer Jezus Christus zal de Mens der Wetteloosheid verslaan:

" hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt"
(2Thess. 2:8;NBG)
De derde onthulling is die van de ecclesia, de gemeente, de zonen van God, waarop in de hele schepping wordt gewacht (Rom. 8:18-22).

John H. Essex

Ga naar deel 6




© Grace and Truth Magazine