| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt toen oud was, dat hij zijn zonen plaatst als richters over Israel.
2 En de naam van zijn eerstgeboren zoon is en de naam van zijn tweede is , richters in .
3 En zijn zonen gingen niet naar zijn wegen, en zij strekten zich uit naar winst en zij nemen steekpenningen aan en zij keren het oordeel terzijde.
4 En alle ouden van Israel komen samen en zij komen tot , naar .
5 En zij zeggen tot hem: "Zie!, u, u bent oud en uw zonen gaan niet in uw wegen. Plaats nu voor ons een koning om ons te richten, zoals alle natiën." [Deut. 17:14]
6 En de zaak is kwaad in de ogen van , toen zij zeiden: "Geef ons een koning om ons te richten." En bidt tot Jahweh.
7 En Jahweh zegt tot : "Geef gehoor aan de stem van het volk, aan al wat ze tot jou zeggen, want jou verwierpen ze niet, maar Mij verwierpen zij om over hen Koning te zijn.
8 Naar alle daden die zij deden vanaf de dag dat Ik ze opbracht uit Egypte tot aan deze dag, en zij Mij verlaten en zij andere elohims dienen, zo doen zij ook aan jou.
9 En nu, luister naar hun stem; ja, want jij zal zeker tegen hen getuigen. En jij vertelt aan hen de gebruiken van de koning die over hen zal heersen."
10 En spreekt al de woorden van Jahweh tot het volk, dat van hem een koning vraagt.
11 En hij zegt: "Dit zal het gebruik van de koning zijn die over jullie zal heersen. Jullie zonen zal hij nemen en hij plaatst ze voor zichzelf, tussen zijn strijdwagen en tussen zijn ruiters, en zij rennen voor zijn strijdwagen,
12 en ook voor zich leiders van duizend en leiders van vijftig te plaatsen, om zijn ploegen te doen en om zijn oogst te oogsten en om gereedschappen voor zijn oorlog te maken en instrumenten voor zijn strijdwagen.
13 En jullie dochters zal hij nemen als mengers, als slagers en als bakkers.
14 En jullie velden en jullie wijngaarden en jullie olijfgaarden, de goede, zal hij nemen en hij geeft aan zijn dienaren.
15 En van jullie zaad en van jullie wijngaarden zal hij tienden nemen en hij geeft aan zijn eunuchs en aan zijn dienaren.
16 En jullie dienaren en jullie dienaressen en de keur van jullie jongemannen, de goede, en van jullie ezels zal hij nemen, en hij gebruikt ze voor zijn werk.
17 Van jullie grootvee zal hij tienden nemen en jullie zullen voor hem tot dienaren worden.
18 En jullie schreeuwen het uit in die dag, vanwege het aangezicht van jullie koning die jullie voor jezelf kiezen. En Jahweh zal jullie in die dag niet antwoorden."
19 En het volk weigert te luisteren naar de stem van en zij zeggen: "Nee, er zal liever een koning over ons komen, [1Sam. 12:12]
20 dan worden, ook wij, als alle natiën en onze koning richt ons en hij gaat voor ons aangezicht uit en hij vecht onze veldslagen."
21 En hoort alle woorden van het volk en hij spreekt ze in de oren van Jahweh.
22 En Jahweh zegt tot : "Luister naar hun stem! En jij doet voor hen een koning over hen heersen." En zegt tot de stervelingen van Israel: "Gaat!, een ieder naar zijn stad."
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 9
|
|