| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En de Filistijnen vechten tegen , en de stervelingen van vluchten voor het aangezicht van de Filistijnen en zij vallen, gewond, op de berg .
2 En de Filistijnen achtervolgen en zijn zonen en de Filistijnen slaan en en , zonen van .
3 En het gevecht tegen is hevig en de stervelingen die schieten met de boog vinden hem en hij lijdt buitengewoon door de schutters.
4 En zegt tot zijn uitrustingsdrager: "Trek mijn zwaard en steek mij er mee, anders komen deze onbesnedenen en zij steken mij en zij mishandelen mij." Maar zijn uitrustingsdrager wilde het niet, want hij was zeer vreesachtig. En neemt het zwaard en hij valt er in.
5 En de drager van zijn uitrusting ziet dat dood was en ook hij valt in zijn zwaard en hij sterft met hem.
6 En sterft, en drie van zijn zonen, en zijn uitrustingsdrager, zelfs al zijn stervelingen, samen, in die dag. [2Sam. 1:6-10]
7 En de stervelingen van , die aan de overzijde van de vallei zijn en die aan de overzijde van de Jordaan zijn, zien dat de stervelingen van gevlucht waren en dat en zijn zonen dood waren. En zij verlaten de steden en zij vluchten. En de Filistijnen komen en zij verblijven er in.
8 En het gebeurt in de volgende dag, dat de Filistijnen komen om de gewonden te beroven en zij vinden en drie van zijn zonen, die gevallen zijn op de berg .
9 En zij hakken zijn hoofd af en beroven hem van zijn uitrusting, en zij zenden het rond in het land van de Filistijnen, om bericht te zenden naar het huis van hun afgodsbeelden en het volk.
10 En zij plaatsen zijn uitrusting in het huis van en zij bevestigden zijn lichaam aan de muur van .
11 En die in wonen horen over hem, wat de Filistijnen met deden.
12 En iedere krachtige man staat op en zij gaan heel de nacht. En zij nemen het lichaam van en de lichamen van zijn zonen van de muur van . En zij komen in de buurt van en zij verbranden hen daar.
13 En zij nemen hun botten en zij begraven ze onder de tamarisk in . En zij vasten zeven dagen. [2Sam. 2:4]
Terug naar de indexpagina
Naar 2Samuël 1
|
|