Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
1Samuël
Hoofdstuk 26

   
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 En de ZifZif = glans of kanteelieten komen bij SaulSaul = afgebeden (van God), in GibeahGibeah = hoogte, heuvel, zeggend: "Verbergt DavidDavid = lieveling zich niet in de heuvel van HachilahHachilah = duister, vóór de verlatenheid? [Psalm 54:1,2]
2 En SaulSaul = afgebeden (van God) staat op en hij gaat af naar de wildernis van ZifZif = glans of kanteel, en met hem drieduizend mannen, gekozenen uit IsraelIsrael = strijder van God, om te zoeken naar DavidDavid = lieveling in de wildernis van ZifZif = glans of kanteel.
3 En SaulSaul = afgebeden (van God) slaat het kamp op op de heuvel van HachilahHachilah = duister, die is vóór de verlatenheid, aan de weg. En DavidDavid = lieveling verblijft in de wildernis, en hij ontwaart dat SaulSaul = afgebeden (van God) achter hem aan komt, naar de wildernis.
4 En DavidDavid = lieveling zendt spionnen en hij weet dat SaulSaul = afgebeden (van God) kwam, voorbereid.
5 En DavidDavid = lieveling staat op en hij komt op de plaats waar SaulSaul = afgebeden (van God) het kamp opsloeg. En DavidDavid = lieveling komt op de plaats waar SaulSaul = afgebeden (van God) ligt en AbnerAbner = vader (is) licht, zoon van NerNer = licht, de leider van zijn menigte. En SaulSaul = afgebeden (van God) ligt in het ronde kamp en het volk kampeert rondom hem.
6 En DavidDavid = lieveling reageert en hij zegt tot AhimelechAhimelech = mijn broeder is koning, de Hittiet, en tot AbishaiAbishai = mijn vader is (bron van) rijkdom, zoon van ZeruiahZeruiah = geurend naar mastix, broeder van JoabJoab = Jah is vader, zeggend: "Wie zal met mij afgaan naar SaulSaul = afgebeden (van God), naar het kamp?" En AbishaiAbishai = mijn vader is (bron van) rijkdom zegt: "Ik, ik zal met u afgaan."
7 En DavidDavid = lieveling en AbishaiAbishai = mijn vader is (bron van) rijkdom komen 's nachts bij het volk en zie!, SaulSaul = afgebeden (van God) ligt te slapen in het ronde kamp, en zijn speer is in het land gestoken, bij zijn kussens. En AbnerAbner = vader (is) licht en het volk liggen rondom hem.
8 En AbishaiAbishai = mijn vader is (bron van) rijkdom zegt tot DavidDavid = lieveling: "Elohim gaf vandaag uw vijand over in uw hand. En nu, alstublieft, ik zal hem slaan met een speer, tot in het land, in één keer, en ik zal het bij hem niet herhalen."
9 En DavidDavid = lieveling zegt tot AbishaiAbishai = mijn vader is (bron van) rijkdom: "Het moet niet zo zijn dat u hem vernietigt, want wie strekt zijn hand uit tegen de gezalfde van Jahweh en is onschuldig?"
10 En DavidDavid = lieveling zegt: "Bij het leven van Jahweh, veeleer zal Jahweh hem slaan, of zijn dag komt en hij sterft, of hij gaat neer in de slag en hij wordt weggevaagd.
11 Het is verre van mij, door Jahweh, om mijn hand uit te strekken tegen de gezalfde van Jahweh. En nu, neem alstublieft de speer die bij zijn kussens is en zijn waterschaal, dan zullen wij naar onze plek gaan."
12 En DavidDavid = lieveling neemt de speer en de waterschaal weg bij de kussens van SaulSaul = afgebeden (van God) en zij gaan er mee weg. En er is niemand die het ziet en er is niemand die het weet en er is niemand die wakker wordt, want er viel over allen die sliepen een bedwelming van Jahweh.

Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 27
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.