| |
(Ga met de muis op een onderstreept woord of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En komt in de buurt van Nob, bij , de priester. En beeft om te ontmoeten en hij zegt tot hem: "Wat is de reden dat u alleen bent en er niemand met u is?" [Matt. 12;3,4]
2 En zegt tot , de priester: "De koning droeg mij een zaak op en hij zei tot mij: Niemand moet iets weten van de zaak waarvoor ik jou zend en die ik jou opdroeg. Maar de jongemannen heb ik die en die plaats bekend gemaakt.
3 En nu, wat is er onder uw hand? Geef vijf broden in mijn hand, of wat er te vinden is."
4 En de priester antwoordt en hij zegt: "Er is geen gewoon brood onder mijn hand, maar er is wel heilig brood; indien de jongemannen slechts van vrouwen weggehouden werden."
5 En antwoordt de priester en hij zegt tot hem: "Maar de vrouwen werden van ons weggehouden zoals gisteren drie dagen, bij mijn uitgaan. En de jongemannen zijn vaten van heiligheid en het is een gewone weg; en ja, vandaag wordt het geheiligd in het vat."
6 En de priester geeft aan hem de heiligheid, want er was daar geen brood, anders dan de toonbroden die weggenomen worden van voor het aangezicht van Jahweh, om plaats te maken voor warm brood, in de dag dat het weggenomen wordt. [Lev. 24:5-9]
7 En er was een dienaar van in die dag, die tegengehouden werd voor het aangezicht van Jahweh. En zijn naam is , de Edomiet, een stoere herder die bij hoorde.
8 En zegt tot : "En is er hier onder uw hand geen speer of zwaard, want noch mijn zwaard, noch mijn uitrusting nam ik in mijn hand, want de zaak van de koning was dringend."
9 En de priester zegt: "Het zwaard van , de Filistijn, die u sloeg in de vallei van , zie!, het is gewikkeld in een kleed achter de efod. Indien u het neemt voor uzelf, neem het! Want er is geen ander hier dan dit." En zegt: "Er is er geen zoals dit! Geef het aan mij." [1Sam. 17:51]
10 En staat op en hij rent in die dag weg van het aangezicht van . En hij komt bij , koning van .
11 En de dienaren van zeggen tot hem: "Is dit niet , koning van het land? Is deze niet degene waarop men reageert met dansen, zeggend: sloeg zijn duizenden en zijn tienduizenden?" [1Sam. 18:7]
12 En plaatst deze woorden in zijn hart en hij vreest buitengewoon voor het aangezicht van , koning van . [Psalm 56:1]
13 En hij verandert zijn beleid voor hun ogen en hij gedraagt zich dwaas in hun hand. En hij plaatst een markering op de deuren van de poort en hij laat zijn speeksel in zijn baard lopen. [Psalm 34:1]
14 En zegt tot zijn dienaren: "Zie!, jullie zien een man die zich gek gedraagt. Waarom brengen jullie hem bij mij?
15 Heb ik een tekort aan gekken, dat jullie deze, die zich als een gek gedraagt, bij mij brengen? Zal deze in mijn huis binnen gaan?"
Terug naar de indexpagina
Naar 1Samuël 22
|
|