Elohim en de Zonen van God
door David Sielaff
Associates for Scriptural Knowledge

Onderstaand artikel is de transcriptie van een toespraak die David Sielaff hield op 9 juni 2007 in Albany, New York, U.S.A.
David Sielaff is de directeur van Associates for Scriptural Knowledge.
U kunt dit artikel het best lezen na lezing van een artikel van Dr. E.L. Martin, De profetische geboorte van onze beschaving. Dit artikel is daarop een vervolg.

Om maar gelijk in het diepe te springen: er zijn andere Zonen van God dan de Here Jezus en ze zijn niet menselijk en ze zijn geen engelen. Ze bestonden absoluut voor de grondlegging van de wereld, dat zullen we zo zien. Ik denk dat dit van groot belang is, omdat het een zicht geeft op Christus voor wat betreft Zijn natuur en Zijn situatie als "de Zoon van God" en "de eniggeboren Zoon van God"(Joh. 3:18). Let er op dat de term "eniggeboren" een nieuw belang krijgt wanneer u zich realiseert dat er andere Zonen van God in het geding zijn. Laten dus maar beginnen.

Hier zijn een paar zaken waar ik me mee bezig wil houden, en zoals u kunt zien heb ik een grote agenda. Ik wil de volgende belangrijke onderwerpen in detail aan de orde stellen:

  • Wat is God?
  • Wat is/zijn Elohim?
  • Wie zijn de Zonen van God?
  • Wie is Christus?
  • Jezus als Zoon van God
  • De natuur van "Eeuwigheid?"
  • Aanbidding van Christus
  • Christus' bestaan voor Zijn vleeswording
  • Christus als de eerste schepping van de Vader
  • Christus' rol in de volgende schepping

Dit zou me even bezig moeten houden. Er is, volgens de apostel Paulus, duidelijk maar één God:

"voor ons nochtans is er maar
één God, de Vader,
uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en
één Here, Jezus Christus,
door [Gr. dia] wie alle dingen zijn, en
wij door[Gr. dia] Hem. "

(1Kor. 8:6;NBG)

Indien wij door Hem zijn, dan zijn ook "alle dingen"[dwz. heel de schepping] op dezelfde wijze door Hem. Hetzelfde Griekse woord dia wordt gebruikt om beide gedachten uit te drukken. De band is onontkoombaar en met opzet zo door Paulus gemaakt. Elders stelt Paulus opnieuw:

"Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,"
(1Tim. 2:5;NBG)

"Onze" God.

Voor Israel houdt de frase "onze God" (zoals vandaag door de Joden uitgedrukt in wat de Shema wordt genoemd, Deuteronomium 6:4 citerend) ook andere Goden in. YHWH is hun God, maar andere Goden bestaan feitelijk ook.

"Hoor, Israel:
de Here is onze God; de Here is een!"

Dit wordt het beste verstaan wanneer de juiste goddelijk termen ingevoegd worden(iets wat ik doorheen heel deze lezing doe; D.S.):

"YHWH onze Elohim is één YHWH"
(Deut. 6:4)

Het Shema past alleen bij YHWH. En toch worden er andere Elohim verondersteld, omdat YHWH "onze Elohim" is. Waarom doet Mozes anders al die moeite het zo te benoemen? Het is voor de hand liggend dat er andere Elohim zijn, zoals we iets verderop zullen zien. Kijk naar het hele vers:

"Hoor, Israel:
YHWH onze Elohim is één YHWH
Gij zult YHWH, uw Elohim,
liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. "

(Deut. 6:4,5)

In Marcus 12:29-30 gebruikt Christus dit vers om kracht bij te zetten bij het beantwoorden van een vraag over wat nu wel het eerste gebod was.

Verderop in Deuteronomium worden opnieuw andere Elohim(goden) dan YHWH verondersteld.

"Want YHWH, uw Elohim[aangevend dat andere volken andere goden hebben],
is Elohi van Elohim en Adoni van Adonim,
een grote, een machtige en vreselijke El,
die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt;"

(Deut. 10:17)

Opnieuw worden andere Elohim(goden) verondersteld1). "Elohi" is een meervoudsvorm van Elohim, die wordt gebruikt met een enkelvoudig werkwoord. Hier wordt het gebruikt als een superlatief(God der Goden, en Heer der Heren). Er is een reden dat het enkelvoud of meervoud wordt gebruikt in een bepaalde context, speciaal wanneer de meervoudsvorm "Elohim" wordt gebruikt met enkelvoudige voorzetsels en enkelvoudige werkwoorden. Daar waar "Elohim" in overgrote meerderheid voorkomt, verwijst het naar een enkelvoudig wezen, de God van goden. God gebruikt "Elohim" het vaakst als een enkelvoud, maar het brengt nog steeds meervoudigheid over, zelfs wanneer het enkelvoudigheid uitdrukt. God gebruikt de meervoudsvorm "Elohim" zo'n tweeduizend maal als een enkelvoud. Hij doet dat vanwege helderheid en precisie, geloof het of niet.

"Ik ben YHWH, uw Elohim [enkelvoud] 2), ...
7 Gij zult geen andere Elohim [meervoud] voor [enkelvoud] mijn aangezicht hebben.
8 Gij zult u geen gesneden beeld [van Elohim] maken van enige gestalte [van Elohim]...
9 Gij zult u voor die [meervoud] niet buigen, noch hen [meervoud] dienen; want Ik, YHWH, uw Elohim [enkelvoud], ben een naijverig El[enkelvoud], ... "

Let er op dat zowel het enkelvoudig als het meervoudig gebruik van "Elohim" in dezelfde context staan. Andere Elohim bestaan, ze zijn echt, en kunnen gediend worden en men kan zich voor hen buigen. 3) Enkelvoud en meervoud worden met opzet gebruikt. Let op de categorieën:

  • YHWH - is enkelvoudig van vorm. Hij(God de Vader) is de El van de Elohim (Jozua 22:22)
  • El - is enkelvoudig van vorm.
  • Eloah - is enkelvoudig van vorm. Deze uitdrukking wordt alleen in poëzie gebruikt.
  • Elohim - is meervoudig van vorm, hoewel meestal enkelvoudig in gebruik.
  • Elohi - is meervoudig van vorm.
  • Elim - is meervoudig van vorm en het is een samentrekking van Elohim

Van "Elohim" is bekend dat het opzettelijk vrijwel altijd enkelvoudige werkwoorden neemt, met slechts een paar uitzonderingen. Dit is wat ik vandaag naar voren wil brengen: "Elohim" communiceert meervoudigheid, zelfs wanneer het enkelvoudig wordt gebruikt. Wij kunnen dit weten, omdat:

  • God had andere woorden die Hij had kunnen gebruiken (de twee enkelvoudige termen, El en Eloah)
  • Elohim, anders dan YHWH, zijn zonder twijfel meervoudig.
  • God kiest vaak de meervoudsvorm "Elohim", zelfs wanneer het gebruik enkelvoudig is.

Daarom is het gebruik van de meervoudsvorm opzettelijk, om meervoudigheid aan te geven.

Elohim als een verzamelnaam?

De term Elohim is een "verzamelnaam" of collectief zelfstandignaamwoord. Hier is de definitie uit mijn American Heritage Dictionary:

"Verzamelnaam" n. Grammatica. Een zelfstandignaamwoord dat een verzameling van personen of zaken aanduidt als een eenheid.

Onder de bekende verzamelnamen zijn: geestelijkheid, bedrijf, vijand, groep, familie, kudde, publiek, en team. Groep kan als een verzamelnaam door een enkelvoudig of meervoudig werkwoord gevolgd worden. Groep neemt een enkelvoudig werkwoord wanneer de personen of zaken die de groep vormen, als een collectief worden beschouwd. De dansgroep is klaar voor de repetitie. Groep neemt een meervoudig werkwoord wanneer de personen of zaken die de groep vormen als individuen worden beschouwd: De groep werden verdeeld over hun sympathieën. (Het is duidelijk dat de schrijver hier een niet-Nederlandse grammatica volgt; er zit ook verschil tussen het Engelse Engels en het Amerikaanse Engels;WJ).

Ik kan daar de woorden leger, marine, ecclesia, en Elohim aan toevoegen. In feite is de term "Elohim" het archetype voorbeeld is van een verzamelnaam. 4)

Wie zijn dan "Elohim"?

  1. YHWH is een Elohim. Dit wordt duidelijk uit Psalm 95:3.
  2. Heidense goden zijn elohim, zoals in Deut. 6:14 "Gij zult geen andere elohim achternalopen, van de elohim der volken rondom u"
  3. Engelen zijn elohim, vergelijk Psalm 8:4-5 met Hebr. 2:9 (een direct citaat uit Psalm 8:4-5)
  4. Cherubim zijn elohim, volgens Eze. 28:14
  5. Zonen van God zijn elohim; Gen. 6:2, 4; Job 1:6, 2:1, 38:7; en Psalm 29:1, alsook Psalm 82:1,6, en 89:5–8.
  6. Jezus Christus als de Zoon van God is absoluut een Elohim

Menselijke wezens (in hun huidige pré-opstandingsstaat) worden nooit als Elohim geïdentificeerd in het Oude Testament. Ik weet dat zo'n uitspraak dwars ingaat tegen alle Joodse commentaren en tegen de meeste Bijbelcommentaren in het algemeen.5) Maar indien mensen elohim zijn, dan verliest het gebruik van de term al haar betekenis. Het is waar, zoals ik zal laten zien, dat mensen het gezag van een elohim wordt gegeven, denk aan Mozes (Exodus 7:1, 21:6, 22:8–9; Psalm 45:6). Menselijke wezens worden vergeleken met Elohim, maar ze zijn (nog) geen elohim. Woorden van vergelijking, zoals "als", worden in deze verzen gebruikt om aan te geven dat sommige menselijke wezens de kracht van gevolmachtigde werd gegeven, het gezag van een Elohim.

YHWH is een "Elohim".

"3 Want YHWH is een groot El, een groot Koning, boven al de Elohim
... 7 Want Hij is onze Elohim..."
6
"Onze Elohim", de bezittende vorm, toont aan dat er andere Elohim zijn. YHWH en EL zijn in deze passage enkelvoudig. YHWH is een El van de Elohim. Hij is één El van de groep die Elohim wordt genoemd. De uitdrukking "alle Elohim" in vers 3 is meervoudig vanwege het woord "alle" en wordt door de Septuagintweergave van het Oude Testament bevestigd. De frase dat YHWH "onze Elohim" is, wordt in het enkelvoud gebruikt. Nogmaals: dit is allemaal opzettelijk en het gaat heen en weer, omdat dit de manier is zoal God het verstaan wil hebben.

Heidense Goden zijn "elohim".

"13 YHWH, uw Elohim, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen en bij zijn naam zweren.
14 Gij zult geen andere elohim achternalopen, van de elohim der volken rondom u,
15 want YHWH, uw Elohim, is een naijverig EL in uw midden; opdat de toorn van YHWH, uw Elohim, niet tegen u ontbrande en Hij u van de aardbodem verdelge."

(Deut. 6:13-15)

In de verzen 13 en 15 zijn YHWH en El enkelvoudig. YHWH, een El, is van de elohim(vers 15). In de frase "elohim der volken" is elohim meervoudig(vers 14). De frase "uw Elohim" is weer enkelvoudig(13 en 15).

Engelen zijn "elohim".

"Alle beeldendienaars zullen beschaamd worden, zij die zich op afgoden beroemen; buigt u voor Hem neder, alle gij elohim." [Elohim in het Hebreeuws. De Septuagint heeft hier "engelen"]
(Psalm 97:7)
"En wanneer Hij wederom de eerstgeborene in de wereld brengt, spreekt Hij: En Hem moeten alle engelen Gods huldigen."
(Hebr. 1:6;NBG)

Hebreeën 1:6 citeert Psalm 97:7. Alle engelen zijn elohim, maar niet alle elohim zijn engelen. YHWH is geen engel.

"4 Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet?
5 Toch hebt Gij hem bijna Elohim [Hebreeuws] gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond."

(Psalm 8:4-5. Het Grieks heeft hier "engelen")
"maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was ... met heerlijkheid en eer gekroond."
(Hebr. 2:9;NBG)

Opnieuw heeft het Griekse Oude Testament hier "engelen". Deze weergave wordt in Hebreeën 2:9 bevestigd, dat "Elohim" in "engelen" verandert, omdat de auteur van Hebreeën het gezag had dit te veranderen. Of..., misschien verhelderde hij de Hebreeuwse tekst en legaliseerde hij de tekst van het Griekse Oude Testament. Er zijn gelegenheden waar de auteur van Hebreeën het Hebreeuws totaal tegenspreekt, daarmee de betekenis radicaal veranderend. Daarvan zijn in de brief aan de Hebreeën andere voorbeelden te vinden.

Cherubim zijn "elohim".

Dit is een nogal unieke vertaling in Young's Literal Translation, maar het is een echte mogelijkheid tot vertaling. Zeg zelf, als engelen elohim zijn, waarom zou het dan verrassend zijn om te denken dat ook Cherubim Elohim zijn?

"Jij bent een gezalfde cherub die bedekt. En Ik heb jou op de heilige berg gezet. Jij was elohim. te midden van de stenen van vuur heb jij op en neer gewandeld."
(Eze. 28:14; eigen vertaling WJ)

Deze vertaling is zinniger dan de gebruikelijke vertalingen. Zie de King James Version voor de meerderheidsvertaling en begrip over Ezechiël 28:14.

De Zonen van God zijn "elohim".

Wie zijn toch die mysterieuze Zonen van God in Genesis, hoofdstuk 6?

"Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden,
2 zagen de zonen Gods [beni ha-Elohim], dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen."

(Gen. 6:1,2:NBG)

De Zonen van God namen zich vrouwen, en trouwden die.7) Dit is een andere situatie en een ander seksueel gebeuren dan die waarover in de brieven van Petrus en Judas wordt gesproken. Petrus en Judas spraken over hoererij. In Genesis 6 is geen sprake van hoererij.8) Zij trouwden met deze vrouwen en zij plantten zich met hen succesvol voort. Jammer genoeg waren de reuzen(die uit hen voortkwamen) boosaardig, en hun nakomelingen brachten verscheidene generaties voort.

"De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam."
(Gen. 6:4;NBG)

Wie zijn deze Zonen van God? Er zijn twee algemene theorieën.9) Beide zijn fout:

1. Het zijn mensen. Onjuist.

  • Zonen van God hadden regelmatige toegang tot de hemel (en zijn om die reden geen mensen)
  • Mannen die met vrouwen geslachtsgemeenschap hebben, verwekken geen reuzen
  • De Zonen van God bestonden al voor de grondlegging van de wereld

Het zijn engelen. Ook onjuist.

  • Engelen kunnen niet Zonen van God zijn (Hebr. 1:5)

De Zonen van God zijn elohim, een andere "klasse" van elohim dan engelen. Het is een goed-bevolkte schepping die God door Jezus Christus maakte.

"Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor YHWH te stellen, en onder hen kwam ook de satan."
(Job 1:6; ook 2:1)

Satan is geen Zoon van God, want hij ziet er uit als een reptiel. Hij is niet naar het beeld of gelijkenis van God. Hij is een draak-type. Dit is de beschrijving die u heeft in het boek Openbaring(12:9). Er staat dat hij "onder hen" kwam. Er staat niet dat hij een van hen was.

De Zonen van God hadden toegang tot de hemel, volgens Job, die enige tijd vóór de Exodus schreef. Daarom is er geen uitleg in Genesis 6 over wie de Zonen van God waren. Er was geen uitleg nodig. Het Israelitische gehoor, aan wie Mozes schreef, wist en begreep wie de Zonen van God waren, omdat zij toegang hadden tot het boek van Job. De Zonen van God hadden toegang tot de hemel ten tijde van Job en vóór de tijd van Job, zelfs vóór de schepping van de Aarde.

Sommigen hier (Sielaff duidt op zijn toehoorders tijdens de conferentie;WJ) geloven dat de Zoon van God, Jezus Christus, niet bestond of niet kon bestaan vóór Zijn vleeswording. Maar er waren in feite andere zonen van God in de schepping, al bestaand vóór de fysieke schepping. Toch wordt er van ons verwacht te geloven dat Jezus Christus, "DE Zoon van God, niet vóór Zijn vleeswording of vóór Zijn geboorte uit Maria, bestond. Het is uit de Schrift duidelijk dat Zonen van God niet menselijke wezens of engelen zijn.

"4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt! ...
7 terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden? "

(Job 38:4,7;NBG)

Engelen kunnen niet Zonen van God zijn.

Deze Zonen van God waren aanwezig voordat de grondvesten van de Aarde werden gelegd. Zo lees ik die passage. Deze Zonen van God waren aanwezig, maar "DE Zoon van God" zou niet aanwezig zijn geweest? 10)

"Immers tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Mijn Zoon zijt gij; Ik heb U heden verwekt? En wederom:
Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn."

(Hebr. 1:5;NBG)

Ik geloof, net als Dr. Martin, dat Paulus Hebreeën heeft geschreven en dat Paulus met weinig woorden dezelfde retorische vraag stelde, die een negatief antwoord heeft: "tot wie van de engelen zei Hij?" en nogmaals: "Ik zal hem tot Vader...?"

De conclusie uit Hebreeën 1:5 is: Engelen kunnen nooit "zoon" genoemd worden, nooit, geen enkele engel, nergens, zelfs niet de engel van de Heer. Zo is ook "de Zoon van God" geen engel. Geen van Gods engelen is Zijn Zoon. Dat wil niet zeggen dat de Zonen van God niet boodschappen kunnen overdragen, maar zij hebben niet de officiële titel van "boodschapper"(malaka in het Hebreeuws en aggelos in het Grieks) gekregen. Precies zo kunnen engelen God nooit hun "Vader" noemen. Tenslotte zijn engelen nooit "geboren".

De Zonen van God, echter, waren de goden van de natiën:

"8 Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkander scheidde, heeft Hij de grenzen der volken vastgesteld naar het aantal der zonen van Israel.
9 Want des Heren deel is zijn volk, Jakob het Hem toegemeten erfdeel."

Deut. 32:8,9:NBG)

Dit erfdeel "naar het aantal der zonen van Israel" levert niet veel zinnigs op. Wat betekent het? Betekent het dat er slechts 12 natiën in de wereld zijn? In Genesis 10 staan 70 natiën vermeld. Betekent het de 70 mensen die met Jacob naar Egypte gingen? Wordt daar naar verwezen? Er is in de Schrift, in verband met de natiën, geen overeenkomst te vinden die wijst naar "het aantal der zonen van Israel." Nul. Israel is zeker niet (nog) niet gekwalificeerd om de natiën te regeren en hen als een erfdeel te hebben, nu niet en in het verleden niet en zeker niet in de tijd van de Exodus, en al helemaal niet toen Deuteronomium door Mozes werd geschreven.

De correcte weergave is als volgt(en dit staat in de Dode Zee rollen, in de Griekse Septuagint en op andere plaatsen). Het is een taaltechnische zaak en eerlijk gezegd heeft de Hebreeuwse tekst het hier fout.11) Vrijwel alle technische geleerden stemmen overeen dat dit de correcte weergave is van de tekst:

"Toen de Allerhoogste aan de natiën hun erfdeel toedeelde,
toen Hij de zonen van Adam scheidde,
stelde Hij de grenzen van het volk naar het aantal van de zonen van God
[beni ha-Elohim].
Want YHWH's deel is Zijn volk; Jacob is het lotdeel van Zijn erfenis."
(Deut. 32:8,9)

Met andere woorden, dit is waar de mythen van de heidense goden van de natiën vandaan komen. Zij waren de Zonen van God uit Genesis 6, Job 1, 2 en 38;7, Psalm 29:1, Psalm 82 en 89, samen met de melding in Deuteronomium 32:8. Zij werden de oude goden, genoemd door vele natiën. In de Griekse mythologie werden zijn de Titanen genoemd. De Zonen van God waren de "goden"(Elohim) van de natiën. De Joodse historicus Josephus identificeert de Zonen van God met de Titanen.

Oorspronkelijk verdeelde YHWH de natiën en gaf aan een Zoon van God het opzienerschap over één natie. Natuurlijk vermengden zij zich en vochten ze. De heidense mythen zijn zo verdraaid en ingewikkeld, dat het niet meer mogelijk is uit te vinden wie wat deed tegen wie en wanneer. In de heidense mythen zien we dat de goden geslachtsgemeenschap hebben met vrouwen, net zoals in Genesis 6. Dit is echt leven, echte geschiedenis. Sommige ongelukkige mensen moesten door die tijden heen leven en moesten leven met de nakomelingen, die ongelofelijk boosaardige reuzen waren, de Nephilim. De laatsten van hen werden kennelijk in de tijd van koning David in Palestina gedood.

De Zonen van God waren de Elohim van de natiën. De natiën werd toegestaan de beni ha-Elohim te aanbidden. En de Zonen van God antwoordden op het aanbidden. Dat mochten ze. Maar, ze verknoeiden die verantwoordelijkheid en God strafte hen. Let op de vijf punten die in Psalm 89 worden gemaakt en verwijzen naar deze Zonen van God:

"6 want wie in de hemel kan YHWH evenaren, wie onder de Zonen van de Machtige [Zonen van Elim] is YHWH gelijk?
7 El is zeer ontzagwekkend in de raad der heiligen, geducht boven allen die rondom Hem zijn.
8 YHWH, Elohim der heerscharen, wie is als Gij grootmachtig, o YAH, en uw trouw is rondom U."

(Psalm 89:6-8)

Deze passage noemt verscheidene verschillende groepen die rond de troon van YHWH zijn. Samen vormen zij "de raad van de heiligen". Let er op dat er vergelijkingen worden gemaakt met YHWH. Er wordt gesproken over "de Zonen van de Machtige", Zonen van Elim, die dezelfde zijn als de beni ha-Elohim, met gebruik van "Elim" in plaats van Elohim. Technische taalgeleerden noemen dit óf de Goddelijke Vergadering, óf de Goddelijke Raad. 12)

In feite zijn er voor sommige Bijbelpassages parallellen in Ugaritische geschriften, in het bijzonder voor Psalm 82, die vrijwel woord voor woord gelijk zijn. Sommige technische taalgeleerden zeggen dat Psalm 82 de woorden nam van de Ugaritische gedichten. Het is echter precies andersom. De Bijbelse tekst informeerde de Ugaritische. 13)

"Elohim der heerscharen, wie is een sterke YAH[een afkorting van YHWH] als U? En uw trouw is rondom U."
(Psalm 89:8)

De Zonen van God waren onder hen die de goddelijke raad bijwoonden. Jezus Christus, als DE Zoon van God, is een Elohim. Psalm 82 is een fascinerende kleine Psalm. Ze is maar 8 verzen lang en ze heeft de vorm van wat in het Hebreeuws een ribproces wordt genoemd. Het volk van Israel maakte een verbond met God. Dat verbond was op dezelfde wijze (niet identiek, maar op dezelfde wijze) geconstrueerd als verbonden of verdragen die natiën zouden maken met andere natiën. Sommige verdragen verbonden een soevereine met een ondergeschikte. Andere verdragen waren tussen gelijken, en weer andere waren tussen een ondergeschikte en een superieur.

Israels verbond met God was uit zwakte. God was de Superieur, de Soevereine. Hij was de Koning. Daarover bestaat geen twijfel en het is terug te vinden in de vorm van het verbond. Israels verbond met God kan worden vergeleken met andere verbonden die de Assyriërs maakten met hun vazalstaten of met andere natiën. De vorm is zeer opvallend. Wanneer één partij het verbond overtreedt, is er een voorziening waarmee herstel verkregen kan worden. God dreigt voortdurend Israel, doorheen heel het Oude Testament, zelfs tot en met de vernietiging van het noordelijke koninkrijk en later met de vernietiging van het zuidelijke koninkrijk. Hij is in Deuteronomium voortdurend bezig hen te waarschuwen dat Hij de straffen zal oproepen, indien zij zich niet hervatten. Hij doet dit met de procesformule in de hand.

Psalm 82

Psalm 82 heeft ook zo'n ribproces systeem tegen de Zonen van God. Zoals de verzen 2 en 8 aangeven, is oordeel het onderwerp van Psalm 82. De Psalm begint met het opnoemen van de betrokken partijen. Dan wordt de formule gevolgd:

  • Er wordt een aanklacht ingediend.
  • De opdracht of het vertrouwen is overtreden.
  • Het gevolg van het falen voor het volk.
  • Het gevolg van het falen voor de Aarde.
  • Het oordeel uitgesproken.
  • Herbevestiging van het verbond.

Psalm 82 past niet precies bij andere verbondsprocessen, vergeleken met Bijbelse gebeurtenissen en seculiere oude archiefdocumenten; deze Psalm wordt erkend als een formele juridische procedure. Het woord komt in het Hebreeuws ongeveer 62 maal voor en geeft een tegenstelling aan die een regeling nodig heeft middels een oordeel.14)

De tekst van Psalm 82:1-8

Betrokken partijen:

"Elohim staan in de vergadering van El.
Hij houdt gericht onder de Elohim."

De aanklacht:

(vers 2)"Hoelang zult gij
onrechtvaardig richten, en de
goddelozen gunst bewijzen?"

De opdracht overtreden:

(vers 3)"Richt de geringe en de wees,
(vers 4)doet recht de ellendige en de behoeftige,
bevrijdt de geringe en de arme,
redt hem uit der goddelozen hand."
15)

Gevolg van het falen voor het volk:

(Vers 5)"Zij weten niets en
begrijpen niets,
in duisternis wandelen zij rond;"

Gevolg van het falen voor de Aarde:

"alle grondvesten der Aarde wankelen"

Het oordeel uitgesproken:

(Vers 6)"Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen des Allerhoogsten"
(Vers 7)"nochtans zult gij sterven als mensen, als een der vorsten zult gij vallen."

Doorgave van het verbond aan een ander:

(Vers 8)"Sta op, o Elohim, richt de Aarde, want Gij zult alle natiën beërven."

De "zonen van de Allerhoogste" hadden beperkte soevereiniteit en gezag aan zich toegewezen gekregen om de natiën onder hun leiding rechtvaardig te oordelen. Psalm 82 is een Davidische Psalm. Over dat gezag werd in Davids tijd uitgesproken dat het zou worden weggenomen. Later, tijdens de tijd van Jeremia, werd het oordeel van Psalm 82 ten uitvoer gebracht. Raadt eens over wie vers 8 ("Gij zult alle natiën beërven") spreekt? De soevereiniteit wordt van de Zonen van God weggenomen en overgedragen aan "DE Zoon van God", dat is Christus.

Conclusies uit Psalm 82

Vers 6: Elohim worden gelijk gesteld met "de Zonen van de Allerhoogste"(Hebr. Eliyon) en zij worden geoordeeld.16)
Vers 6: de Elohim, die "Zonen van de Allerhoogste" kunnen sterven!17)
"De Zonen van de Allerhoogste" zijn geen mensen (of zogeheten 'rechters').18)
"De Zonen van de Allerhoogste" zijn, kijkend naar Hebreeën 1:5(een sleutelvers), geen engelen.

Het Griekse Oude Testament past de term "engelen" ten onrechte toe waar het niet zou moeten, waar het gaat over de Zonen van God. Ze worden met elkaar verward. Ze worden ook verward in het boek Henoch, ze worden verward in het boek van de Jubeljaren, ze worden verward in Josephus, en in de geschriften van Philo. De zaken raakten zo verward, dat de auteur van het boek Hebreeën, naar mijn mening Paulus, het op zich nam de tekst te corrigeren en in te gaan tegen dat wat, in sommige gevallen, het Griekse Oude Testament zegt.

Johannes 10 citeert Psalm 82.

In de Tempel in Jeruzalem werd Jezus tijdens het Loofhuttenfeest iets gevraagd:

"De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus [Messias] zijt, zeg het ons ronduit."
Johannes 10:24:NBG)

Jezus antwoordt en verwijst hen naar Zijn schapen en Zijn werken als getuigenis dat Hij de Messias was.

"29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.
30 Ik en de Vader zijn een.
31 De Joden droegen weder stenen aan om Hem te stenigen.
32 Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken laten zien vanwege mijn Vader
[wat ze gezien hadden en bevestigden]; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen?
33 De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk willen wij U stenigen
[toegevend dat Hij goede werken deed], maar om godslastering en omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt.
34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden?
[Psalm 82:6 citerend]
35 Als Hij hen goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden,
36 zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben DE Zoon van God?"

Joh. 10:29-36)

Zij begrepen dat er andere Zonen van God waren. Zij wisten precies dat Hij Psalm 82:6 aan het citeren was.

"37 Indien Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij niet,
38 doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken, opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader.
39 Zij trachtten Hem dan weder te grijpen, maar Hij ontkwam uit hun handen. "

(Johannes 10:37-39;NBG)

Opmerkingen

Jezus' uitspraak dat Hij "DE Zoon van God" was, werd verdedigd door Zijn citeren van Psalm 82. Hij verwees naar heel de Psalm.19) Jezus' verwijzing naar de "goden" betekende "de Zonen van de Allerhoogste" in Psalm 82:6. De Joden begrepen dit. Jezus identificeert Zichzelf met de Elohim in Psalm 82:8! Jezus zei hier dat Hem alle gezag van de andere Zonen was gegeven door God, Zijn Vader. Dat was ook de reden dat ze Hem wilden stenigen. Vergelijk deze verzen:

"Sta op, o Elohim, richt de aarde, want Gij zult alle natiën beërven."[goyim, de natiën]
(Psalm 82:8)
"Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit."
(Psalm 2:8, een Messiaanse Psalm)
"En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in de aionen van de aionen."
(Openbaring 11:15)

In het boek Hebreeën:

"Nadat God ... in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,
2 die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen
[cf. Psalm 82:8], door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
3 Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge,
4 zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft."
20)
(Hebr. 1:1-4)

Hier is de volgorde van de gebeurtenissen: God nam het erfdeel weg van de Zonen van God in Psalm 82:8. Hij droeg het niet onmiddellijk over aan Jezus Christus. Het werd Hem pas later gegeven, zo zegt Hebreeën.
Wie "runde" in de tussentijd de zaken? De prins van Perzië, de prins van Griekenland, andere engelen, de koning van Tyrus(een cherub). U ziet de neerslag hiervan in de heidense geschriften. De lagere goden reageerden niet zoals de oude goden deden, die rond 600 v.Chr. verdwenen. In die tijd is er een radicale verandering te vinden in de geschiedenis en religie, allemaal tijdens de tijd van Jeremia.21)

"merk op, Ik stel u heden over de volken en de koninkrijken om uit te rukken en af te breken, om te verdelgen en te verwoesten, om te bouwen en te planten."
(Jeremia 1:10:NBG)

Dit had betrekking op alles en op alle natiën in de wereld. Op dat moment werd de Zonen van God hun soevereiniteit ontnomen en wat in Psalm 82:8 werd aangekondigd ten tijde van David, werd van kracht. God gaf hen een behoorlijk lange wachtperiode, voordat Hij de bestraffing uitvoerde. Wanneer God het oordeel uitstelt, denken de meesten dat er niets zal gebeuren. Israel deed het, Juda deed het, en misschien dachten de Zonen van God er ook zo over. Er zijn verslagen, waar ik hier niet op zal in gaan, waarin er onderscheid is tussen de afgoden die in beslag genomen werden en de goden, de Elohim, die gevangen genomen werden. Betekent dit dat wanneer zij gaan sterven zoals mensen, zij ook beperkt zijn tot het fysieke? Misschien. Misschien waren ze vast komen te zitten in het fysieke gebied en konden ze er niet meer uit. God sprak hun dood uit in Psalm 82:6. Ze moeten op de een of andere manier sterven. Het betekent niet dat God ze simpelweg zal wegblazen. Wat betekent het voor een Elohim om te sterven?

"zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft.
5 Immers, tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd:
Mijn Zoon zijt gij; Ik heb U heden verwekt? En wederom:
Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn."
22)
(Hebr. 1:4-5;NBG)

Jezus als de Zoon van God

Jezus was een Zoon van God, maar belangrijker is dat Hij DE Zoon van God was (met het bepalend lidwoord).

"maar van de Zoon:
Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid
[de aion van de aion] en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap.
9 Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten."

(Psalm 45:6,7 citerend)

De auteur van Hebreeën spreekt van de Zoon van God, Jezus Christus, en in vers 8 noemt hij de Zoon "God"(de gebruikelijke Griekse term ervoor benuttend: theos). Laten we eens kijken naar Psalm 45:6,7(geciteerd in Hebr. 1:8-9):

"Uw troon, o Elohim, is in alle eeuwigheid [olam en verder] en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van Uw koningschap.

Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o Elohim, uw Elohim met vreugde-olie gezalfd boven uw deelgenoten."

(Psalm 45:6-7)

Waarnemingen

  • De Zoon is een Elohim, Hebr. 1:8 vergelijkend met Psalm 45:6. Deze conclusie is onontkoombaar.
  • Indien de Zoon niet zou hebben bestaan (geen bewustzijn zou hebben) tot Zijn vleeswording, WANNEER is de Zoon dan Elohim geworden?
  • Indien de Zoon niet zou hebben bestaan (geen bewustzijn zou hebben) tot Zijn vleeswording, wie waren dan zijn "deelgenoten" in Psalm 45:7 en Hebr. 1:10?
  • Wat is dan de relatie tussen de Zoon van God, de Zonen van God en deze "deelgenoten"?
  • WANNEER waren zij "Zijn deelgenoten"? Want de Zonen van God bestonden en stierven (de meesten van hen) voordat de Zoon van God tot vlees werd. Ten tijde van Psalm 82 werden de meesten ter dood veroordeeld en ik stel dat dit uitgevoerd werd ten tijde van Jeremia. Er is geen probleem indien Christus, de Zoon van God, het middel was waarmee God de Vader de andere Zonen van God schiep.23)
  • Hebreeën 1:9 met Psalm 45:7 vergelijkend, kunnen de "deelgenoten" alleen de Zonen van God zijn geweest, waarin in Genesis 6, Deuteronomium 32, Job, Psalm 29:1, Psalm 82 en 89 over wordt gesproken.

Henotheïsme

Wat dan is de ware typering van de Godheid? Martin P. Nillson, in zijn artikel "The High God en the Mediator"24) spreekt van Henotheïsme, als hij een passage citeert van een heidense Griekse filosoof, Maximus van Tyrus, die in de 2e eeuw n.Chr. schreef, enkele tientallen jaren na de Nieuw Testamentische tijden:

"Ondanks alle verdeeldheid (over andere zaken), vindt men in de hele wereld een unanieme mening en leer dat
er één God is, de koning en vader van alles
en vele goden, die co-regenten van God zijn.
Dat zegt de Griek, dat zegt de barbaar."

(Dissertatie, 11.5) 25)

Dit concept is ook te vinden in de geschriften van de Joodse filosoof Philo, en je vindt dit ook enigszins bij Josephus. Dit is geen unieke gedachte in oude tijden. Dus wie of wat dan zijn Elohim? We gaan nogmaals door de lijst:

  1. YHWH is een Elohim. Dit wordt duidelijk uit Psalm 95:3.
  2. Heidense goden zijn Elohim, zoals in Deut. 6:14
  3. Engelen zijn Elohim, vergelijk Psalm 8:4-5 met Hebr. 2:9 (een direct citaat uit Psalm 8:4-5)
  4. Cherubim zijn Elohim, volgens Eze. 28:14
  5. Zonen van God zijn Elohim; Gen. 6:2, 4; Job 1:6, 2:1, 38:7; en Psalm 29:1, alsook Psalm 82:1, 6, en 89:5–8.
  6. Jezus Christus als de Zoon van God is absoluut een Elohim (Hebr. 1:8–10, Psalm 45:6–7)

Menselijke wezens worden in het Oude Testament nooit geïdentificeerd als Elohim, maar hen wordt wel het gezag van een Elohim gegeven(denk aan Mozes - Ex. 7:1), en er zijn vergelijkingen met "als" of "gelijk" Elohim.

Laten we dan de termen definiëren van de verschillende concepten over God:

  1. Monotheïsme - de leer of geloof dat er maar één God is.
  2. Polytheïsme - de aanbidding van, of het geloof in, meer dan één god
  3. Henotheïsme - het geloof in, of de aanbidding van, één god, zonder het bestaan van andere goden te ontkennen.

Henotheïsme is precies wat Israel werd opgedragen te doen: het aanbidden van alleen YHWH, terwijl men erkende dat andere goden bestonden. Zie het voorbeeld van Salomo. Salomo had geen problemen, totdat hij begon met het aanbidden van vreemde goden en met het bouwen van tempels voor hen(zie 1Kon. 11:1-40). Hij had tot die tijd geen enkel probleem. Hij kon de andere goden erkennen, zoals de Phoeniciërs dat deden. Israel erkende altijd YHWH, zelfs toen zij het gouden kalf maakten om de "goden" te erkennen die hen uit Egypte hadden gebracht(Ex. 32). Ook dit laat zien dat Israel wist dat er meer goden waren dan alleen YHWH. Het was Israel toegestaan te erkennen dat andere goden bestonden, maar ze mochten alleen YHWH aanbidden en niet die andere goden. Dat was wat hen door God via Mozes opgedragen.

Henotheïsme beschrijft naar mijn mening het best de Bijbels realiteit, maar al dit soort termen hebben een beperkte toepassing, inclusief het binitarianisme, omdat zij alle niet-Bijbels zijn. Natuurlijk is YHWH niet een drie-eenheid, noch is God de Vader deel van een drie-eenheid!

Dixon Cartwright,26) probeerde, toen ik hem een tijd geleden sprak, mij in een hoekje te proppen, en hij zei: ben jij dit of ben jij dat? Ik zei: wel, ik geloof dat YHWH één God is, de Vader, en dat er één Heer is, Jezus Christus. Dat zou mij een monotheïst maken. Maar ik begrijp dat er andere Elohim zijn dat zij echte goden (kleine g) zijn, maar zij zijn wel Elohim. En dat zou mij een polytheïst maken. Ik zal alleen één God aanbidden, maar tegelijkertijd zal ik het bestaan van andere goden erkennen, en dat zou van mij een henotheïst maken. Noem me wat je wil, een monotheïist, een polytheïst, een henotheïst, een binitariër, maar roep me niet te laat voor de lunch. Dat zou ik je kwalijk nemen.

David Sielaff, oktober 2007.



1. Let op een ander voorbeeld, Jozua 22;22, waar de frase "El van Elohim" wordt gebruikt. De "El" is enkelvoud van het meervoudige Elohim. Wanneer eenmaal dit concept is begrepen, begint veel van de Oud-Testamentische leer over God op te klaren en buitengewoon duidelijk te worden.

2. Hier wordt Elohim gebruikt in het enkelvoud, maar toch hebben volkeren en natiën buiten Israel verschillende Elohim.

3. Indien andere Elohim niet ontologische bestaan, als zij niet echte wezens zijn, waarom zou YHWH dan boos worden wanneer Israel fantasieën zou gaan aanbidden? Waarom zou God Zich druk maken over niet-bestaande wezens? Hij zou aan Israel kunnen uitleggen dat dit geen goden waren en dat ze niet bestonden. Maar, indien andere Elohim wel bestaan (en ze bestaan!), dan is er een echte reden dat God Israel, en zelfs de ecclesia, waarschuwt tegen afgoderij. 1Korinthe 10:14 en 1Johannes 5:21 zijn twee Nieuw-Testamentische voorbeelden.

4. De term "Verenigde Staten" is een verzamelnaam (zoals Elohim). De Britse auteur Christopher Hitchens noteerde het volgende over het gebruik van "Verenigde Staten" als een verzamelnaam en geeft de volgende uitleg:

"President Madison's woorden over dit onderwerp kunnen nauwelijks verbeterd worden: 'Het is een vaste politiek van Amerika, dat als vrede beter is dan oorlog, oorlog beter is dan het opleggen van belasting, De Verenigde Staten, hoewel zij geen oorlog wensen met welk land dan ook, zullen van niemand de vrede kopen.' Hitchens geeft dan als commentaar: 'De uitdrukking 'de Verenigde Staten is' [als een enkelvoud] kwam pas in zwang na Gettysburg'"
Christopher Hitchens,
"Jefferson Versus the Muslim Pirates," City Journal, Spring 2007
"In tegenstelling tot de grote staten van Europa en Azië en velen in Amerika, verkwisten deze Verenigde Saten niet hun kracht, noch in een verre oorlog, nog in strijd op het thuisfront."
President Franklin Pierce, 1855 Inaugural Address
"Deze Verenigde Staten worden geconfronteerd met een economische beproeving van grote omvang"
President Ronald Reagan, 1981 Inaugural Address

5. Ik verschil van mening met het beeld van de meerderheid: "Tegengesteld aan het Grieks en vele westerse talen, zijn verzamelnamen niet karakteristiek voor het Hebreeuws. Het Hebreeuwse meervoud wordt gevormd door toevoeging van "-im" aan mannelijk zelfstandige naamwoorden (serafim, cherubim), het modificeren van de vrouwelijke uitgang gaat met "-oth" Zie Walter Elwell, ed., Baker Encyclopedia of the Bible (Grand rapids, MI; Baker Book Houde, 1988), S., p. 334.
Elders geeft deze encyclopedie aan dat Elohim, hoewel meervoudig in vorm, enkelvoudig is. Dit is bepaald karakteristiek voor een verzamelnaam in overeenstemming met het gebruik.

Het is frustrerend dat de meeste Engelse vertalingen [geldt ook voor de Nederlandse vertalingen;WJ] de belangrijke en basistitels van God weergeven door termen die hun volle betekenis verhullen voor de lezer. Dit wordt gedaan door verschillende soorten drukletters of het gebruik van hoofdletters om zo enigszins de titels van God te onderscheiden. Denk aan het gebruik van LORD(YHWH) en Lord(Adonai) in Psalm 110:1 als een voorbeeld in de King James Version. Indien de vertalers eenvoudig de getranslitereerde termen YHWH (of Yahweh), El, Elohim, Elohi, Eloah, en Elim zouden gebruiken, dan zou het gebruik en de bekendheid van dit soort termen hun betekenis in de context versterken. Dit is alleen toepasbaar in het Oude Testament.

7. De Zonen van God "zagen" en "namen"(Gen.6:2) de vrouwen, net zoals Eva, de eerste vrouw, de boom "zag" en er een vrucht van "nam" in Gen. 3:6).

8. Noch is er waar dan ook in de Schrift enige aanwijzing voor dit incident als zijnde een zaak van hoererij. 2Petrus 2:4 en Judas 6 spreken over engelen, niet over Zonen van God. Deze voorvallen zijn geheel verschillend.

9. Zie Michael S. Heiser, "Deuteronomy 32 and the Sons of God" in Bibliotheca Sacra 158:629 (January 01), pp. 52–74. Dit artiikel on online beschikbaar op https://faculty.gordon.edu/hu/bi/Ted_Hildebrandt/OTeSources/05-Deuteronomy/Text/Articles/Heiser-Deut32-BS.htm en op Dr.Heiser's website https://www.thedivinecouncil.com

10. Terwijl zowel engelen als Zonen van God Elohim zijn, onderscheidt de Schrift de een van de ander.

11. Voor een grondige analyse van de tekstuele zaken van deze passage en haar gevolgen, zie de werken van Dr. Michael S. Heiser over de Goddelijke Raad van YHWH op https://www.thedivinecouncil.com. Zie in het bijzonder de uitleg in zijn artikel "Deuteronomy 32:8 and the Sons of God", zoals al aangegeven in noot 9.

12. Begin met E. Theodore Mullen Jr. - The Divine Council in Canaanite and Early Hebrew Literature (Atlanta: Scholars Press, 1986). Andere aspecten van de Goddelijke Raad kunnen worden gevonden in Michael Heiser’s "Divine Council 101: Lesson 2: The elohim of Psalm 82 – gods or men?" op https://www.thedivinecouncil.com. Ga daar heen voor een komplete lijst van de belangrijke technische bronnen.

13. Dit is te wijten aan een verkeerde datering van de Ugaritische historische- en archiefdocumenten. Let op de nauwe overeenkomsten van termen en concepten:

Psalm 82:2

Ugaritic CTA 16. VI. 45–54 spoken to Kirta

"2 How long will you judge unjustly, and accept the persons of the wicked? Selah.


3 Defend the poor and fatherless: do justice to the afflicted and needy.


4 Deliver the poor and needy: rid them out of the hand of the wicked

5 They know not, neither will they understand; they walk on in
darkness: all the foundations of the earth are out of course.



8 Arise, O God, judge the earth: for you shall inherit all nations.
You do not judge the case of the widow,
Nor do you judge the case of the wretched.

You do not drive out the oppressor of the poor!
You do not feed the orphan before you, Nor the

widow behind you.


You have become a companion of the sick-bed,
You have become a friend of the bed of sickness!
Descend from the kingship that I might reign,

From your dominion that I might sit enthroned over it!"

Vertaling in Mullen, Divine Council, p. 235. In de Ugaritische Kirta is de zoon van Ilu, gelijk aan El, de hoofdgod. "De nakomeling van de Genadevolle en Heilige. Sterven goden? [ja]? En leven de nakomelingen van de Genadevolle dan niet? [Ja]" in William W. Hallo, K. Lawson Younger, et al., The Context of Scripture. Leiden; New York: Brill, 1997, S. 339.

"Het concept van de goddelijke raad, of de verzameling van de goden, was een algemeen religieus motief in de culturen van Egypte, Kanaän, Phoenicië en Israel"
(Mullen, Divine Council, p. 113)

14. Voor meer achtergrond over Gods verbondsprocessen tegen Israel (er waren meerdere), zie J. Carl Laney, "The Role of the Prophets in God’s Case against Israel" in Bibliotheca Sacra Volume 138. Dallas Theological Seminary, 1981; 2002, S. 138:313–324. "De meest levendige beschrijving van een uitspraak binnen een vergadering zelf, is te vinden in Psalm 82"(Mullen, Divine Council, p. 228). Bij verbonden hoorden straffen die op een formele wijzen werden toegewezen. Psalm 82 is een rechtbankscene, over een oordeel tegen overtreders van een verbond tussen YHWH en enige (mogelijk de meeste-) van Zijn Zonen. Zie voor meer informatie en bronnen mijn artikel "Idolatry and God’s Punishment"

15. Dit is wat alle rechters horen te doen, maar in Oud Testamentische tijden was er een systeem en een formule voor herstel. God spreekt als Koning tegen deze overtreders, deze onrechtvaardige rechters. De overtreders hadden recht moeten doen aan hen die ondergeschikt waren en onder hun beheer.

16. De frase "Allerhoogste" en "adam" worden van elkaar onderscheiden in Deuteronomium 32:8, dat samen met Psalm 82:6 toont dat de "zonen" geen mensen zijn.

17. Dit lijkt op het eerste gezicht schokkend, maar Jezus Christus was een Elohim vóór Zijn vleeswording. Hij kon sterven en Hij deed dat ook. Alleen Hij werd opgwekt.

18. Israel leefde duidelijk in een doodscultuur samenleving. De dood was overal. Om God bij Israels culte vredig te stemmen, moesten zij alsmaar dieren doden en offeren, als vervanging voor hun eigen dood. Zij wisten dat iedereen stierf. Er is geen enkele manier waarop een menselijke rechter in Israel kon denken dat hij niet zou kunnen sterven en dat God mee moest komen om een doodstraf aan te kondigen over een menselijk wezen.

19. Begrijp goed dat wanneer in het boek Hebreeën, en in veel van het Nieuwe Testament, een vers wordt geciteerd, het verwijst naar de grotere context waarin dat vers staat. Er is een oude grap over moppentappers die bij elkaar zitten en alleen de clou van moppen vertellen. Toehorende mensen snapten niet waarom ze zo moesten lachen. De ene moppentapper vertelt de clou van een grap en alle andere moeten lachen, want zij kennen de mop die bij die clou hoort.
Zo was het ook met de Schriftgeleerden, de Farizeeën, en zelfs het gewone volk in de Tempel wist precies waar Jezus naar verwees. Hij citeerde een bepaald deel, maar Hij verwees naar heel Psalm 82. Door te zeggen "Jullie zijn goden", identificeerde Jezus Zich met de Zonen van de Allerhoogste. Hij kon dit doen als de "eniggeboren Zoon van God". Hij was anders. Hij was totaal uniek. Hij was geboren. De andere Zonen waren dat niet.

20. Die God opdroeg en aan Hem gaf in Psalm 82:8.

21. Zie Dr. Martin’s artikel "Prophetic Birth of Our Civilization" op https://www.askelm.com/prophecy/p020701.htm

22. Welk lotdeel? Het beërfde lotdeel van Psalm 82:8! Welke naam werd Hem gegeven? Wat was die "hogere naam" die Hij heeft dan de engelen?

23. Dit is het probleem: wezens die Zonen van God worden genoemd bestonden vóór Gods schepping. Dit is niet te ontkennen vanwege Job 38:7. Vele voorstanders van het Één God concept houden vast aan de gedachte dat Jezus niet bestond vóór Zijn vleeswording. Indien de Zonen van God geschapen werden, leefden, gestraft werden, en verdwenen en stierven, zo'n 500 jaren voordat Jezus vlees werd, wie zijn dan die "deelgenoten" waar in Psalm 45:7 en Hebreeën 1:10 naar wordt verwezen? Het kunnen geen engelen zijn geweest, want engelen zijn volgens Hebreeën 1:5 geen Zonen van God. Zij zijn niet van Zijn niveau. Hij is ver, ver boven hen verheven. Het doel van Hebreeën hoofdstuk 1 en 2 is om Zonen te onderscheiden van engelen.

24. Harvard Theological Review 56/2 (1963), p. 106.

25. Zo af en toe begrepen de heidense filosofen de ware natuur van de Godheid, hoewel we niet naar hen zouden moeten gaan voor informatie. Of zij nu door het Oude Testament waren geïnformeerd (zoals de Christen-historicus Eusebius geloofde), of door waarnemingen in de natuur, waarover de apostel Paulus spreekt in Romeinen 1, kan niet worden vastgesteld.

26. Editor and publisher of The Journal, News of the Churches of God (www.thejournal.org).


Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©ASK
Associates for Scriptural Knowledge
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.


www.hetbestenieuws.nl