Geworteld en gegrondvest in liefde
studies in Efeziërs

deel 2
Paulus aan de Efeziërs deel 2
door A.E.Knoch.

"en allen opheldering te geven over wat de bediening van het geheim inhoudt"
(Efe. 3:9;SW)

Nog enige tijd na de inwijding van de geheime bediening, gingen Jacobus en Petrus en Johannes, zoals hun brieven getuigen, door met het verkondigen van het komende Koninkrijk, geheel naar de profeten. Petrus was zich niet bewust dat Paulus iets totaal anders predikte, iets dat hij zelf niet begreep (2Petrus 3:15,16). In zijn brief uit Babylon aan de Israelieten in de verstrooiing lijkt hij deze dingen in gedachten te hebben, omdat hij hen vertelt van de redding waarnaar de profeten ijverig zochten: "Over wie de profeten redding opsporen en uitvorsen, die profeteren over de in jullie zijnde genade, zoekend in wat of welke era de geest van Christus in hen duidelijk maakt, tevoren getuigend van het lijden van Christus en de heerlijkheden daarna. Aan wie het werd onthuld dat niet aan henzelf, doch aan jullie zij deze dingen bedienden, wat nu aan jullie werd medegedeeld door hen die het evangelie aan jullie brengen, in heilige geest uitgezonden zijnde vanuit de hemel, waarin boodschappers reikhalzend verlangen een kijkje te nemen"(1Pet. 1:10-12;SW). Hij schrijft hen in het kort met als doel hen te "bemoedigen, en verklaar ik dat dit echte genade is van God"(1 Pet. 5:12;SW).

Dat Petrus niet spreekt van het "geheim" is duidelijk, want het was nooit het onderwerp van profetie. Maar dat was de genade die hij uitdeelde wel. Het is daarom onmogelijk dat ze hetzelfde zouden zijn. Maar helaas, hoe velen proberen niet de twee te vermengen! Het resultaat is een opeenhoping die aan geen van beide recht doet. Indien we pogen in Petrus' brieven licht te krijgen op hedendaagse waarheid, of in welk van de Besnijdenisgeschriften dan ook, zullen we eerder bedrogen uitkomen dan verlicht worden. Deze zijn alle in volkomen overeenstemming met de profeten. Er komt geen genade naar hen toe die nog niet voorzegd was. In geen van hen wordt aan de natiën de plaats gegeven die aan hen is toegewezen in de huidige geheime bedeling.

Maar we hoeven dit feit niet af te leiden door een proces van redeneren, want we hebben de krachtigst mogelijke uitspraak, die het rechtstreeks verklaart. Na het definiëren voegt Paulus toe dat hij dit schreef om"allen opheldering te geven over wat de bediening van het geheim inhoudt, het verborgen zijnde in de aionen in God"(Efe. 3:9). Het is waar dat een van de oude manuscripten (Alexandrinus) niet het woord "allen" bevat, maar het is ook waar dat een andere, nog oudere, tekst (Sinaiticus) eerst werd geschreven zonder en dat de fout werd gecorrigeerd. Trouwens, de betekenis wordt door de context doorgegeven. Het "allen" geeft het alleen maar meer nadruk. Zoveel is helder: voor licht op dit onderwerp mogen we naar Paulus gaan, en naar Paulus alleen.

Paulus was een paar jaren voordat hij dit schreef in Efeze geweest. Terwijl hij daar was schrok hij niet terug hen het gehele raadsbesluit van God te verklaren (Hand. 20:27). Hij zelf was mogelijk op dat moment al met dit geheim vertrouwd, maar het was nog geen deel geworden van Gods plan of Raadsbesluit. Deze term kan niet toegepast worden op enig geheim doel dat God zou hebben, maar alleen op de plannen die Hij publiek had gemaakt, waarmee Zijn volk in Zijn woord bekend werd gemaakt.

Van de brieven aan de zeven ecclesias aan wie Paulus schreef, zijn er slechts drie, Efeziërs, Kolossenzen en Filippenzen, verlicht met dit geheim. Zijn eerdere brieven zijn voorbereidingen voor de onthulling er van. Nu dit onthuld is, zijn we in staat in hen vele aanwijzingen te zien van het genadevolle, hemelse karakter, maar het geheim zelf is er niet in te vinden.

Filippenzen en Kolossenzen, begeleidende brieven bij Efeziërs, kunnen bij gelegenheid hulp bieden, maar zij zijn niet zozeer betrokken bij de onthulling van dit geheim, als wel bij de correctie van de fouten die te wijten zijn aan het afwijken van de leerstellingen en inzettingen. Zij kunnen pas ter harte genomen worden als we eerst zijn ingewijd in het mysterie door de ontvouwingen in Efeziërs. Dit beperkt ons zicht tot slechts een enkele brief.

Wij keren ons dan tot Efeziërs. In deze brief vinden we vier mysteriën of geheimen:

  • Het geheim van Christus (1:9; 3,4).
  • De geheime bediening (3:3,6-9)
  • Het geheim van het huwelijk (5:32)
  • Het geheim van het evangelie (6:19).

Het geheim van Christus wordt maar kort aangestipt. Het geheim van het huwelijk en van het evangelie zijn slechts verwijzingen, de een naar Genesis, de ander naar Romeinen. De geheime bediening wordt stellig uiteen gezet in de samenvatting in het zesde vers van het derde hoofdstuk. Het is dat de heidense gelovigen (de natiën) in geest zijn:

  1. gezamenlijke deelgenoten in een lotdeel
  2. een gezamenlijk lichaam, en
  3. gezamenlijke deelnemers.

Een analyse van de Efezebrief zal tonen dat dit niet alleen een samenvatting van het geheim is, maar ook van de hele brief, die een grondige en uitgebreide uiteenzetting is.

Structuur van Efeziërs

³ Paulus' opdracht 1:1 Begroeting 1:2O
³
D³ ³ Het lotdeel-in de hemel-zegen 1:3-14
O³ ³ Paulus' gebed voor hen 1:15-19
C³ J³ ³ Het lichaam / in Christus 1:20-2:10
T³ O³ ³ J De leden
R³ I³ J³ O³ Deelname-gelovigen 2:11-22
I³ N³ O³ I³ De nieuwe mensheid
N³ T³ I³ N³ ³ Samenvatting van nu getoonde genade
E³   ³ N³ T³ S³ aan de natiën 3:1-13
³   E³ T³ ³ U³
D³ N³ ³ P³ M³ ³ Verzoek aan de Vader 3:14-21
E³ J³ M³ A³ M³ ³
P³ O³ E³ R³ A³ ³ Smeekbede aan de heiligen 4:1-6
O³ Y³ M³ T³ R³
R³ E³ B³ N³ Y³ Samenvatting van de genade
T³ R³ E³ E³ ³ getoond aan de natiën 4:7-16
M³ S³ R³ R³ Geen deelname-ongelovigen 4:17-5:20
E³ ³ S³ S³ De nieuwe mensheid
N³ ³ ³ ³ Het lichaam - in de Heer 5:21-6:9
T³ ³ ³ ³ Het Hoofd
³ ³ ³ Het lotdeel - in de hemel - oorlog 6:lO-l7
³ ³ ³ Hun gebed voor Paulus 6:18-20
³ Tychicus' opdracht 6:21-22, Groeten 6:23-34

De literaire structuur.

Zo wordt het gezamenlijk lotdeel van de natiën in de eerste negentien verzen van het eerste hoofdstuk uiteen gezet. Het gezamenlijk lichaam beslaat het volgende deel. Gezamenlijke deelname wordt in het laatste deel van het tweede hoofdstuk ontwikkeld, vanaf vers elf. Het laatste deel van de brief neemt ook deze drie onderwerpen ter hand, zei het in omgekeerde volgorde. De begeleidende structuur, genomen uit het "Condordant Commentary on the New Testament", zal dit in een oogopslag laten zien.

We zullen zien dat het overgrote deel van de brief gaat over een ordelijke uiteenzetting van de drie aspecten van het geheim. Eerst hebben we haar relatie met God in het hemelse lotdeel, dan haar band met Christus, als gezamenlijke leden van Zijn lichaam, dan haar houding ten opzichte van andere heiligen. Er zijn twee samenvattingen over hetzelfde onderwerp, en twee passende verzoeken, naast de introductie en de afsluiting. Zo wordt vrijwel de hele brief opgedragen aan de taak van het verlichten van allen, waar het deze geheime bedeling betreft.

Dit vereenvoudigt onze taak zeer. Het is niet nodig onze eigen indelingen te maken of materiaal bijeen te brengen uit verschillende delen van de Schrift. De structuur is de best mogelijke analyse van het onderwerp en we kunnen niet beter doen dan de indeling van de goddelijke Auteur te volgen.

Ten eerste lijkt het noodzakelijk de grond te reinigen van verwarring, die bestaat over wat het "geheim" werkelijk is, en op wie het van toepassing is. Indien we deze brief benaderen met verkeerde inzichten op dit punt, zal het onze vooruitgang hinderen en ons open laten voor vele vage en wankelende inzichten. Dit is speciaal van belang bij het vastleggen van haar relaties met Paulus' eerdere bedieningen en met de brieven die geschreven waren voordat het onthuld werd. Er kan geen helderheid in hedendaagse waarheid zijn, buiten een helder begrip van de essentiële elementen van dit mysterie.

Een van de grootste hindernissen om de allesoverstijgende waarheid te bestuderen, is de heersende methode van vertalen. Geen mens of gezelschap van mensen schijnt sinds de vroegste dagen deze brief voldoende begrepen te hebben om ze in het Engels om te zetten. Edgar J. Goodspeed, een van de grote moderne vertalers, bevestigde mij dit met zoveel woorden. Zij moeten een weergave van hun eigen begrip geven van wat er wordt bedoeld, en daarom zullen hun lezers niet in staat zijn verder te gaan dan hun gedachten. Letterlijke weergaven zoals die van Rotherham zijn veel veiliger. De King James vertaling heeft hopeloos de kern van de zaak gemist in haar versie van het mysterie. Ze is beter geschikt om het voor ons te verbergen dan het aan ons te onthullen.

Daarom zullen we volledig afhankelijk zijn van betrouwbare weergaven, zoals die te vinden zijn in het CONCORDANT LITERAL NEW TESTAMENT. Omdat onze lezers een exemplaar van deze vertaling hebben, of zouden moeten hebben, is het niet nodig hier de tekst te herhalen. Belangrijke veranderingen in de vertaling zullen uitgebreid besproken worden en het bewijs voor de juistheid er van zal gegeven worden. Dit, zo geloven wij, is de enige praktische manier van het bevestigen van de letterlijke inspiratie van de Schrift, want zulke weergaven hangen niet af van het begrip van de waarheid bij de vertaler, maar op een veelheid van bewijs uit andere delen van het geïnspireerd verslag, wat geheel onafhankelijk is van ons verstaan van deze brief.

"En indien ik een profetie zou hebben, en alle geheimen waar zou nemen en alle kennis, en indien ik al het geloof zou hebben, zodat ik bergen verplaatste, maar ik de liefde niet zou hebben, ik ben niets. En indien ik alles uit zou delen wat ik bezittende ben, en indien ik mijn lichaam zou opgeven, opdat ik zou roemen, maar ik heb de liefde niet, ik wordt niet bevoordeeld."
(1Kor. 13:2,3;SW).

Dit is de geest waarin we hopen dat onze harten zich bewegen terwijl we dit sublieme onderwerp ter hand nemen. Kennis zou ons moeten leiden tot een waardering van God. De bewustwording van deze verborgen genade is bovendien de sleutel naar Gods aanhankelijkheden. Indien we een koel en berekenend begrip van deze dingen zouden hebben, een oppervlakkig verstaan, dan zullen ze minder dan nutteloos zijn, omdat het tekort zou schieten aan hun echte doel. Ik bid dat, terwijl we graven in de diepten en de schaal van deze schitterende ontvouwingen, het onze harten mag vergroten en ze zo vullen met lofprijzing en aanbidding, en dat God een rijk antwoord van overvloeiende aanhankelijkheid mag ontvangen.




Naar deel 3



Terug naar de indexpagina van Studies in Efeziëers

Dit artikel werd hier geplaatst met toestemming van
©Concordant Publishing Concern
en mag niet zonder toestemming van deze worden overgenomen
in druk of op het internet.

©Concordant Publishing Concern