Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Leviticus
Hoofdstuk 6

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 En Yahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
2 "Wanneer een ziel zondigt en hij overtreedt een overtreding tegen Yahweh en hij huichelt tegen zijn metgezel over iets wat hem werd toevertrouwd of in verband met een belofte van hand of roof of hij perst zijn metgezel iets af, [Num. 5:5-8]
3 of hij vindt iets wat verloren was en hij huichelt er over, of hij zweert vals over iets van alles wat de mens doet, daarin zondigend,
4 en het gebeurt dat hij zondigt, dan is hij schuldig. En hij herstelt de roof die hij roofde of de afpersing die hij afperste of het toevertrouwde dat hem was toevertrouwd of het verlorene dat hij vond,
5 of van iets dat hij vals tegen hem zweert: hij zal hem zijn som terug betalen en hij zal een vijfde er van toevoegen. Aan hem van wie het is zal hij het geven in de dag van zijn schuldoffer.
6 En hij zal zijn schuldoffer brengen aan Yahweh: een ram, smetteloos, van de schaapskudde, naar jouw schatting, als schuldoffer, aan de priester.
7 En de priester maakt over hem een verzoenende bedekking voor het aangezicht van Yahweh, en het wordt hem vergeven voor iets van al wat hij doet waaraan hij schuld heeft."
8 En Yahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
9 "Draag aan Aäron en aan zijn zonen op, zeggend: 'Dit is de wet van het opstijgoffer. Het is het opstijgoffer op de gloed op het altaar, heel de nacht, tot de morgen. En het vuur van het altaar zal er gloeiend in worden gehouden.
10 En de priester doet zijn linnen jas aan en zijn linnen onderbroek. Hij zal het over zijn vlees aandoen. En hij neemt de vettige as op waarmee het vuur het opstijgoffer verteert op het altaar en hij plaatst het naast het altaar.
11 En hij trekt zijn kleding uit en hij doet zijn andere kleding aan en hij brengt de vettige as naar buiten het kamp, naar een schone plaats.
12 En het vuur op het altaar zal hij er gloeiend in houden, het zal niet gedoofd worden. En de priester doet er hout op verteren, elke morgen. En hij schikt er het opstijgoffer op en hij doet er de vette stukken van het vredeoffer op roken.
13 Het vuur op het altaar zal voortdurend gloeiend gehouden worden, het zal niet gedoofd worden.
14 Dit is de wet van het vredeoffer. De zonen van Aäron brengen het naderbij voor het aangezicht van Yahweh, voor het altaar.
15 En men neemt van hem een volle vuist van het meel van de geschenkaanbieding en van de olie er van en van alle wierook die op de geschenkaanbieding is, en men doet het altaar er mee roken, een rustgevende geur, een herinneringsdeel, aan Yahweh.
16 En van het overige zullen Aäron en zijn zonen eten. Ongezuurd zal het gegeten worden in een heilige plaats. In de hof van de tent van de afspraak zullen zij het eten.
17 Het zal niet met zuurdesem gebakken worden. Het is hun deel. Ik geef het van Mijn vuuroffers, heiligheid van heiligheden, zoals het zondeoffer en zoals het schuldoffer.
18 Iedere mannelijke onder de zonen van Aäron zal het eten. Het is een aionische verordening voor jullie generaties, van de vuuroffers van Yahweh. Wie onder hen het aanraakt is heilig.'"
19 En Yahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
20 "Dit is het naderingsgeschenk van Aäron en zijn zonen, dat zij naderbij zullen brengen aan Yahweh in de dag van zijn zalving: een tiende van een efa meel als geschenkaanbieding, voortdurend. De helft er van in de morgen en de helft er van in de avond.
21 In een pan in de olie zal het gemaakt worden. Gebakken zal jij het brengen. Gebakken brokken van de geschenkaanbieding zal jij naderbij brengen, een rustgevende geur voor Yahweh.
22 En de priester, de gezalfde, zal het in zijn plaats doen, namens zijn zonen. Het is een aionische verordening. Aan Yahweh zal het geheel in rook opgaan.
23 En ieder geschenkaanbieding van een priester zal in het geheel verrookt worden. Het zal niet gegeten worden."
24 En Yahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
25 "Spreek tot Aäron en tot zijn zonen, zeggend: 'Dit is de wet van het zondeoffer. In de plaats waar het opstijgoffer wordt gedood zal het zondeoffer gedood worden, voor het aangezicht van Yahweh. Het is heiligheid van heiligheden.
26 De priester die het zondeoffer doet zal het eten. In een heilige plaats zal het gegeten worden, in de hof van de tent van de afspraak.
27 Al wat het vlees er van aanraakt zal heilig zijn. En wanneer van het bloed er van gespetterd wordt op het kledingstuk, dan zal jij het waarop er van gespetterd is wassen in een heilige plaats.
28 En het aarden vat waarin het gekookt is, zal gebroken worden. En indien het vat van koper is, wordt het gekookt en geschuurd en en gewassen met water.
29 Iedere mannelijke*1) onder de priesters zal het eten. Het is heiligheid van heiligheden.
30 En geen zondeoffer waarvan het bloed wordt gebracht naar de tent van de afspraak om een verzoenende bedekking te maken in de heilige plaats, zal gegeten worden; het zal verbrand worden in het vuur.'"

*1) "Mannelijke". We moeten hier niet denken dat er, omdat er over "mannelijke onder de priesters" wordt gesproken, dus ook vrouwelijke priesters waren. Het gaat hier om het zondeoffer. In Numeri 8:11 wordt gesproken over beweegoffers. Daarvan mocht heel het gezin van de priester eten, mannen, vrouwen, zonen en dochters (mits men rein was). Hier in Leviticus 6:25-30 gaat het over het zondeoffer. Daarvan mochten alleen de mannelijken (en dan mogelijk alleen de priesters zelf) eten. De vrouwen en dochters mochten niet van het zondeoffer eten.

Terug naar de indexpagina
Naar Leviticus 7
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.