| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt aan het eind van twee jaren, dat droomt. En zie! hij staat bij de rivier.
2 En zie! Uit de rivier komen zeven jonge koeien op, mooi van uiterlijk en dik van vlees, en zij grazen in het moerasgras.
3 En zie! Zeven andere jonge koeien komen na hen op uit de rivier, kwaad van uiterlijk en dun van vlees. En zij staan naast de jonge koeien aan de oever van de rivier.
4 De jonge koeien, kwaad van uiterlijk en dun van vlees, eten de zeven jonge koeien, mooi van uiterlijk en dik van vlees. En wordt wakker.
5 En hij slaapt en hij droomt een tweede maal. En zie! Zeven aren komen op in één stengel, dik en goed.
6 En zie! Zeven aren, dun en uitgedroogd door de oostenwind, schieten na hen op.
7 En de dunne aren verslinden de zeven dikke en volle aren. En wordt wakker, en zie!, het was een droom.
8 En het gebeurt in de morgen dat zijn geest ontroerd is. En hij zendt en hij roept alle heilige schriftgeleerden van en al haar wijze mannen, en vertelt hen zijn droom. En er is niemand die voor een uitleg heeft.
9 En het hoofd van de bekerdragers spreekt met , zeggend: "Ik word vandaag herinnerd aan mijn zonde.
10 was toornig op zijn dienaren en hij geeft mij in bewaring in het huis van het hoofd van de beulen, mij en het hoofd van de bakkers.
11 En wij dromen in dezelfde nacht een droom. Ieder man verlangde naar de uitleg van zijn droom.
12 En daar was bij ons een Hebreeuwse jongen, de dienaar van het hoofd van de beulen. En wij vertellen ze aan hem en hij legt onze dromen voor ons uit. Voor elke man legde hij zijn droom uit.
13 En het gebeurt zoals hij ons uitlegde, zo gebeurde het. Mij herstelde hij op mijn post en hem hing hij op."
14 En zendt en hij roept . En zij rennen hem van het waterreservoir en hij scheert zich en hij verandert zijn kleding en hij komt bij .
15 En zegt tot : "Ik droomde een droom, en er is niemand die hem kan uitleggen. En ik hoorde over jou zeggen dat als jij een droom hoort, jij hem kunt uitleggen."
16 En antwoordt , zeggend: "Dat is buiten mij om! Elohim zal het welzijn van beantwoorden."
17 En spreekt tot , zeggend: "In mijn droom, zie mij staan aan de oever van de rivier.
18 En zie! Uit de waterloop komen zeven jonge koeien op, dik van vlees en mooi van vorm, en zij grazen in het moerasgras.
19 En zie! Zeven andere jonge koeien komen na hen op, armzaligen en kwaad van vorm en buitengewoon mager van vlees. Ik zag geen zoals zij in heel het land , zo kwaad.
20 En de jonge koeien, de mageren van vlees, de kwaden, eten de eerste jonge koeien, de dikken.
21 En zij komen in hun binnenste en het was niet te zien dat ze in hen kwamen, want hun uiterlijk bleef kwaad, zoals in het begin. En ik wordt wakker."
22 En ik slaap en in mijn droom zie ik zeven aren opkomen in één stengel, vol en goed.
23 En zie! Zeven aren, zwak en dun, die door de oostenwind uitgedroogd zijn, schieten na hen op.
24 En de dunne aren verzwelgen de zeven goede aren. En ik vertel het aan de heilige schriftgeleerden en er is niemand die het mij kan vertellen."
25 En zegt tot : "De droom van is één: wat de Elohim aan het doen is vertelt Hij aan .
26 De zeven jonge koeien, de goede, zij zijn zeven jaren; en de zeven aren, de goede, zij zijn zeven jaren. De droom is één.
27 En de zeven jonge koeien, de vermagerde en boze, die na hen opkomen, zij zijn zeven jaren; en de zeven aren, de vermagerde, die door de oostenwind uitgedroogd zijn, zij worden zeven jaren van hongersnood.
28 Dit is het woord dat ik sprak tot . Wat de Elohim aan het doen is toont hij aan .
29 Zie! Zeven jaren van grote overvloed komen in heel het land van .
30 Dan zullen de zeven jaren van hongersnood na hen komen. En alle overvloed in het land van zal vergeten zijn en de hongersnood zal het land beëindigen.
31 En de overvloed zal in het land niet gekend zijn vanwege de hongersnood daarna, want die zal buitengewoon zwaar zijn.
32 En dat de droom van twee maal herhaald werd, wil zeggen dat de zaak door de Elohim vastgelegd is. En de Elohim heeft haast bij wat Hij doet.
33 En nu zal uitzien naar een man met verstand en wijsheid, en hij zal hem over het land van aanstellen.
34 zal het doen, en hij zal opzichters de leiding over het land geven en hij neemt een vijfde van al het land van tijdens de zeven jaren van de overvloed.
35 En zij zullen al het voedsel van deze goede jaren, die komen, bijeen brengen. En zij zullen graan ofopen onder de hand van , tot voedsel in de steden, en het bewaren.
36 En het voedsel zal bewaard worden voor het land voor de zeven jaren van de hongersnood die zal komen in het land van , opdat het land niet zal worden afgesneden door de hongersnood."
37 En de zaak is goed in de ogen van en in de ogen van al zijn dienaren.
38 En zegt tot zijn dienaren: "Is iemand als deze man te vinden, in wie de geest van Elohim is?"
39 En zegt tot : "Nadat Elohim aan jou dit alles heeft bekend gemaakt, is er niemand met verstand en wijsheid als jij.
40 Jij, jij zult over mijn huishouding zijn en jouw gebod zal heel mijn volk gehoorzamen, maar op de troon zal ik groter zijn dan jij." [Hand. 7:10]
41 En zegt tot : "Zie! Ik stel jou aan over heel het land van ."
42 En neemt zijn ring van zijn hand en geeft hem aan de hand van . En hij kleedt hem in gebleekt linnen en hij plaatst een gevlochten halsketting van goud om zijn nek.
43 En hij doet hem rijden in de tweede triomfwagen die van hem was, en zij roepen voor zijn aangezicht: "Kniel!" En hij stelt hem aan over het land van .
44 En zegt tot : "Ik ben en zonder jou zal geen mens in heel het land van zijn hand of zijn voet opheffen."
45 En noemt de naam van : , en hij geeft hem , dochter van , priester van , tot vrouw. En ging uit over het land van .
46 En is een zoon van dertig jaren als hij voor het aangezicht van staat. En vertrekt van voor het aangezicht van en hij trekt door heel het land van .
47 En het land levert in de zeven jaren van de overvloed op, handenvol.
48 En al het voedsel van de zeven jaren dat in het land van kwam, werd verzameld. En hij geeft voedsel in de steden. Het voedsel van het veld van de stad dat rond haar lag, gaf hij in haar midden.
49 En hoopt graan op als zand van de zee, zodat het buitengewoon veel was, tot hij ofield het te tellen, want het was niet te tellen.
50 En aan werden twee zonen geboren die , dochter van , priester van , voor hem baarde, voordat het jaar van de hongersnood komt.
51 En noemt de naam van de eerstgeborene , "want Elohim deed mij vergeten al mijn gezwoeg en heel de huishouding van mijn vader".
52 En de naam van de tweede noemde hij , "want Elohim maakte mij vruchtbaar in het land van mijn vernedering."
53 En de zeven jaren van de overvloed die in het land van kwamen, eindigen.
54 En de zeven jaren van de hongersnood beginnen, komend zoals zei. En er komt hongersnood in alle landen. En in heel het land van was er brood.[Hand. 7:11]
55 En heel het land van hongert en het volk schreeuwt tot om brood. En zegt tot heel : "Gaat naar ! Die zal jullie zeggen wat jullie moeten doen."
56 En de hongersnood kwam over heel het oppervlak van het land. En opent al wat er in was en verkoopt aan de naren. En de hongersnood houdt aan in .
57 En al het land kwam naar , naar , om te kopen. Want de hongersnood hield aan op heel het land.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 42
|
|