| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En roept en hij zegent hem. En hij draagt hem op, tot hem zeggend: "Jij zal niet een vrouw nemen uit de dochters van .
2 Sta op! Ga naar , naar het huis van , de vader van jouw moeder, en neem van daar een vrouw voor jou uit de dochters van , de broer van jouw moeder.
3 En El, Die Afdoende is, zal jou zegenen en Hij zal jou vruchtbaar maken en Hij zal jou doen toenemen en jij wordt tot een verzameling van volken.
4 En Hij zal aan jou de zegen van geven en aan jouw zaad dat met jou is, om het land te bezitten waarin je nu bijwoner bent, dat Elohim gaf aan . [Gen. 17:4-8]
5 En zendt weg en hij gaat naar , naar , de zoon van , de Arameeër, de broer van , de moeder van en .
6 En ziet dat zegende en hij hem naar zond om voor hem van daar een vrouw te nemen. En bij zijn zegenen, draagt hij hem ook op, zeggend: "Jij zal geen vrouw nemen uit de dochters van ."
7 En luistert naar zijn vader en naar zijn moeder. En hij gaat naar .
8 En ziet dat de dochters van kwaden waren in de ogen van , zijn vader.
9 En gaat naar en hij neemt , de dochter van , de zoon van , de zus van , tot zich als vrouw van zijn vrouwen. [Gen. 36:3]
10 En gaat weg van en hij gaat in de richting van .
11 En hij komt in de plaats en hij logeert daar, want de zon ging onder. En hij neemt van de stenen van de plaats en hij plaatst die als zijn kussen. En hij gaat in die plaats liggen.
12 En hij droomt, en zie!, een trap wordt opgesteld naar het land en de top er van raakt de hemelen. En zie!, er zijn boodschappers van Elohim op, opstijgend en neerdalend. [Joh. 1:51]
13 En zie! Jahweh staat er op en Hij zegt: "Ik ben Jahweh, Elohim van , jouw vader, en Elohim van . Het land waarop jij ligt, Ik zal het aan jou en aan jouw zaad geven. [Lev. 26:42]
14 En jouw zaad zal worden als de grond van het land. En jij breekt uit naar de zee en naar het oosten en naar het noorden en naar de . En alle families van de grond worden in jou gezegend en in jouw zaad. [Gen. 22:18]
15 En zie! Ik ben met jou en Ik bewaar jou, overal waarheen jij gaat. En Ik breng jou terug naar deze grond, want Ik zal jou niet verlaten, tot wanneer Ik doe wat Ik tot jou heb gesproken."
16 En ontwaakt uit zijn slaap en hij zegt: "Zeker! Jahweh is in deze plaats en ik wist het niet!"
17 En hij is bang en hij zegt: "Hoe te vrezen is deze plaats! Dit is niet anders dan een huis van Elohim en dit is een poort van de hemelen!"
18 En staat vroeg in de morgen op en hij neemt de steen die hij plaatste als zijn kussen. En hij plaatst deze als een monument en hij giet olie over haar bovenkant.
19 En noemt de naam van die plaats , hoewel eerst de naam van de stad was. [Gen. 35:15]
20 En belooft een gelofte, zeggend: "Indien Elohim met mij is en mij bewaart op deze weg die ik ga, en mij brood te eten geeft en kleding om aan te trekken,
21 en ik in vrede terugkeer naar het huis van mijn vader, dan wordt Jahweh mij tot Elohim!
22 En deze steen, die ik plaatste als monument, zal huis van Elohim worden, en van al wat U geeft, tienden, ja tienden er van zal Ik U geven!"
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 29
|
|