| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt na deze dingen dat de Elohim testte. En Hij zegt tot hem: "!" En hij zegt: "Zie mij!" [Hebr. 11:17-19]
2 En Hij zegt: "Neem alstublieft jouw zoon, jouw enige, , die jij liefhebt, en ga!, ga naar het land van de , en offer hem daar als opstijgoffer op een van de bergen die Ik jou zal zeggen."
3 En staat vroeg in de morgen op en hij zadelt zijn ezel. En hij neemt twee van zijn jongens met zich, en , zijn zoon. En hij klooft hout voor het opstijgoffer. En hij staat op en gaat naar de plaats waarvan de Elohim tot hem gesproken had.
4 Op de derde dag slaat zijn ogen op en hij ziet de plaats van verre.
5 En zegt tot zijn jongens: "Zit hier, alleen, met de ezel, en ik en de jongen zullen verder gaan. En zo zullen wij aanbidden en we zullen tot jullie terugkeren."
6 En neemt het hout voor het opstijgoffer en hij plaatst het op , zijn zoon. En hij neemt het vuur en het mes in zijn hand, en beiden gaan samen verder.
7 En spreekt tot , zijn vader, en hij zegt: "Mijn vader!" En hij zegt: "Zie mij, mijn zoon." En hij zegt: "Zie het vuur en het hout, maar waar is het lammetje voor het opstijgoffer?"
8 En zegt: "Elohim, Hij zal voor Zich in het lammetje voorzien als opstijgoffer, mijn zoon." En beiden gaan samen.
9 En zij komen bij de plaats waarvan de Elohim tot hem had gesproken. En bouwt daar het altaar en hij schikt het hout. En hij bindt , zijn zoon en hij plaatst hem op het altaar, bovenop het hout. [Jac. 2:21]
10 En strekt zijn hand uit en hij neemt het mes om zijn zoon te doden.
11 En een boodschapper van Jahweh roept vanuit de hemelen en hij zegt: "! !" En hij zegt: "Zie mij!"
12 En hij zegt: "Jij moet je hand niet uitstrekken naar de jongen en jij moet hem niets doen! Want nu weet Ik dat jij Elohim vreest. Want jij hield jouw zoon, jouw enige, niet van Mij weg."
13 En slaat zijn ogen op en hij ziet. En zie! Achter hem is een ram, vastgehouden in het struikgewas door zijn horens. En gaat en hij neemt de ram. En hij offert hem als opstijgoffer, in plaats van zijn zoon.
14 En noemt de naam van die plaats . Daarom wordt vandaag gezegd: "Op de berg van Jahweh zal Hij omzien."
15 En een boodschapper van Jahweh roept voor de tweede maal vanuit de hemelen tot .
16 En hij zegt: "Ik zweer een verzekering van Jahweh dat, om dit ding dat jij deed en dat jij niet jouw zoon terughield, jouw enige,
17 dat Ik jou zal zegenen, ja zegenen, en Ik zal jouw zaad doen toenemen, ja toenemen, als de sterren van de hemelen en als het zand dat is aan de kust van de zee. En jouw zaad zal de poort bezitten van zijn vijanden. [Hebr. 6:13,14] [Hebr. 11:2]
18 En alle natiën van het land zegenen zich in jouw zaad, omdat jij naar Mijn stem luisterde." [Hand. 3:25]
19 En keert terug naar zijn jongens. En zij staan op en zij gaan samen naar . En verblijft in .
20 En het gebeurt na deze dingen, dat tot wordt gesproken, zeggend: "Zie! heeft ook zonen gebaard aan , jouw broer!
21 , zijn eerstgeborene, en , zijn broer, en , vader van ,
22 en en en en en .
23 En verwekte . Deze acht baarde voor , de broer van .
24 En zijn bijvrouw, haar naam is , baart bovendien: en en en ."
.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 23
|
|