| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het leven van wordt honderdzevenentwintig jaren, de jaren van het leven van .
2 En sterft in (dat is in het land ). En komt om over te weeklagen en om over haar te huilen.
3 En staat op van het aangezicht van zijn dode. En hij spreekt tot de zonen van , zeggend:
4 "Bijwoner en gast ben ik bij jullie. Geeft mij het bezit van een tombe bij jullie en ik zal mijn dode begraven van voor mijn aangezicht." [1Kron. 29:15] [Hand. 7:16]
5 En de zonen van antwoorden , tot hem zeggend:
6 "Hoor ons, mijn heer! U bent een prins van Elohim in ons midden. Begraaf uw dode in een keuze uit onze tombes. Geen man van ons zal zijn tombe voor u verbieden om uw dode te begraven."
7 En staat op, en hij buigt zich neer voor het volk van het land, voor de zonen van .
8 En hij spreekt met hen, zeggend: "Indien het in jullie ziel is om mijn dode van voor mijn aangezicht te begraven, luistert naar mij en bemiddelt voor mij bij , zoon van .
9 En hij zal mij de grot van geven, die van hem is, die is aan het eind van zijn veld. Voor vol zilver zal hij haar aan mij geven, tot bezit van de tombe in jullie midden."
10 En zit te midden van de zonen van . En , de Hittiet, antwoordt via de oren van de zonen van , voor allen die de poort van zijn stad binnen gaan, zeggend:
11 "Nee, mijn heer! Het veld geef ik u. En de tombe, die er in is, geef ik aan u. Voor de ogen van de zonen van mijn volk geef ik haar aan u. Begraaf uw dode!"
12 En buigt zich neer voor het aangezicht van het volk van het land.
13 En hij spreekt tot via de oren van het volk van het land, zeggend: "Ja, indien dat zo is, luister naar mij! Ik geef zilver voor het veld. Neem het van mij aan en ik zal daar mijn dode begraven."
14 En antwoordt , tot hem zeggend:
15 "Mijn heer, luister naar mij. Het land is vierhonderd shekels zilver. Wat is er tussen mij en tussen u? Begraaf uw dode!"
16 En luistert naar , en weegt voor het zilver dat hij sprak via de oren van de zonen van : vierhonderd shekels zilver, doorgevend via de koopman.
17 En het veld van werd overgedragen, dat is in , dat op ziet, het veld en de grot die daarin is, en iedere boom die in het veld is, met alle afzettingen rondom,
18 aan , voor de ogen van de zonen van , voor allen die de poort van zijn stad binnen gingen.
19 En daarna begroef , zijn vrouw, in de grot van het veld van , dat uitziet op (dat is in het land ).
20 En het veld, en de grot die daar in is, werd overgedragen aan , als bezit voor een tombe, door de zonen van Heth. [Gen. 25:10]
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 24
|
|