| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En twee van de boodschappers gaan in de avond in de richting van . En zit in de poort van . En ziet ze en staat op om hen te begroeten. En hij buigt zich, met de neusgaten naar het land. [Hebr. 13:2]
2 En hij zegt: "Zie! Alstublieft! Mijne heren, trekt u alstublieft terug in het huis van uw dienstknecht, en leg u neer en wast uw voeten. En sta vroeg op en ga op weg." En zij zeggen: "Nee, want wij zullen ons op het plein neerleggen."
3 En hij dringt buitengewoon bij hen aan en zij trekken zich terug bij hem. En zij komen bij zijn huis en hij maakt voor hen een feest. En hij bakte ongezuurde broden. En zij eten.
4 En nog voor zij zich neerleggen, omringden stervelingen van de stad, stervelingen van , het huis; van jongeling tot oude man, al het volk, van de buitenste delen.
5 En zij roepen tot en zij zeggen tot hem: "Waar zijn de stervelingen die vannacht tot jou kwamen? Breng ze naar buiten en we zullen ze kennen."
6 En ging naar hen toe in de ingang en hij sloot de deur achter zich.
7 En hij zei: "Alstublieft, broeders, jullie moeten geen kwaad doen!
8 Zie! Alstublieft! Mijn twee dochters, die noch geen man kenden, zal ik naar buiten brengen. Alstublieft, neemt hen tot jullie en doet met hen wat goed is in jullie ogen, maar met deze stervelingen moeten jullie niets doen, want om die reden kwamen zij in de schaduw van mijn dak."
9 En zij zeggen: "Kom dichterbij!" En zij zeggen: "Die kwam om hier te wonen, oordeelt hij om te oordelen? Nu zullen wij meer kwaad doen aan jou dan aan hen." En zij dringen buitengewoon op de man, op , aan, en zij komen dichterbij om de deur af te breken.
10 En de stervelingen strekken hun handen uit en brengen bij hen in het huis, en zij sloten de deur.
11 En de stervelingen die bij de deur van het huis waren, sloegen zij met verblinding, van de kleinen tot de groten en zij vermoeien zichzelf om de deur te vinden.
12 En de stervelingen zeggen tot : "Zijn er nog steeds enkelen van jou hier? Jouw schoonzoon en jouw zonen en jouw dochters en allen die bij jou horen in de stad, breng ze weg uit de plaats.
13 Want wij gaan deze plaats verwoesten, want hun geschreeuw was groot voor het aangezicht van Jahweh, en Jahweh zendt ons om haar te verwoesten."
14 En gaat weg en hij spreekt tot zijn schoonzonen, die zijn dochters namen, en hij zegt: "Staat op, gaat weg van deze plaats, want Jahweh gaat de stad verwoesten." En hij was in de ogen van zijn schoonzonen als iemand die grappen maakte.
15 En toen de dageraad opsteeg, stormden de boodschappers op af, zeggend: "Sta op, neem jouw vrouw en je twee dochters, die gevonden zijn, opdat je niet meegeveegd wordt met de verdorvenheid van de stad."
16 En hij treuzelde. En de stervelingen nemen zijn hand vast en de hand van zijn vrouw en die van zijn twee dochters, bij het hem sparen door Jahweh. En zij brengen hem weg en verlaten hem buiten de stad. [2Petr. 2:7]
17 En het gebeurt als zij hen buiten gebracht hadden, dat hij zegt: "Ontsnap met jouw ziel! Je moet niet achter je kijken en je moet niet blijven staan in enig deel van de laagvlakte. Ontsnap in de richting van de bergen, opdat jij niet opgeveegd zult worden."
18 En zegt tot hen: "Dat moet toch niet zo zijn? Alstublieft, mijn Heer!
19 Zie! Alstublieft! Uw dienstknecht vond genade in Uw ogen en U vergroot Uw vriendelijkheid die U aan mij doet om mijn ziel levend te bewaren. En ik ben niet in staat in de richting van de bergen te ontsnappen, opdat het kwaad niet aan mij kleeft en ik zal sterven.
20 Zie! Alstublieft! Deze stad is dichtbij om in die richting te vluchten en zij is klein. Alstublieft! Ik zal daarheen ontvluchten - is zij niet klein? - en mijn ziel zal leven."
21 En Hij zegt tot hem: "Zie! Ik heb jouw aangezicht bovendien opgeheven over deze zaak, om niet de stad waarvan jij spreekt door Mij om te keren.
22 Haast je! Ontsnap daarheen, want Ik ben niet in staat iets te doen voordat jij daar gekomen bent." Daarom noemde Hij de naam van de stad Zoar.
23 De zon kwam op over het land en kwam te .
24 En Jahweh veroorzaakte regen over en , zwavel en vuur van Jahweh uit de hemelen.
25 En Hij keert deze steden om en heel de laagvlakte en al wat in de steden woonde en opschoot uit de grond. [Matt. 10:15]
26 En zijn vrouw kijkt van achter hem en zij wordt een monument van zout. [Luc. 17:32]
27 En staat vroeg in de morgen op, op de plaats daar waar hij stond voor het aangezicht van Jahweh.
28 En hij staart naar de oppervlakten van en en al de oppervlakten van het land van de laagvlakte, en hij ziet. En zie! Rook ging op van het land, rook als van de kalkoven. [Open. 9:2]
29 En het gebeurt als Elohim de steden van de laagvlakte verwoest, dat Elohim Zich herinnert. En Hij stuurt weg uit het midden van het omkeren, het omkeren van de steden waarin woonde.
30 En gaat op vanuit en hij verblijft in de berg, en zijn twee dochters met hem, want hij was bang om in te blijven. En hij verblijft in de grot, hij en twee van zijn dochters.
31 En de eerstgeborene zegt tot de jongere: "Onze vader is oud en er is geen man in het land om over ons te komen, op de wijze van heel het land.
32 Ga jij! Laten we onze vader wijn te drinken geven en wij zullen met hem liggen. Zo zullen wij zaad van onze vader levend houden."
33 En zij geven in die nacht hun vader wijn te drinken, en de eerstgeborene komt en ligt bij haar vader. En hij wist niets van haar bij hem liggen en van haar opstaan.
34 En het wordt morgen en de eerstgeborene zegt tot de jongere: "Zie! Ik lag vannacht bij mijn vader. We zullen hem vannacht nogmaals wijn te drinken geven. Dan kom jij. Lig bij hem en wij zullen zaad van onze vader levend houden!"
35 En zij geven ook die nacht wijn aan hun vader. En de jongere staat op en ligt bij hem. En hij wist niets van haar bij hem liggen en van haar opstaan.
36 En de twee dochters van worden zwanger van hun vader.
37 En de eerstgeborene baart een zoon en zij noemt zijn naam . Hij is de vader van tot heden.
38 En de jongere baart bovendien een zoon en zij noemt zijn naam . Hij is de vader van de zonen van , tot op heden.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 20
|
|