| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En van daar reist naar de . En hij verblijft tussen en tussen en hij woont als bijwoner in .
2 En zegt over , zijn vrouw: "Zij is mijn zus." En , de koning van , zendt iemand en hij neemt mee. [Gen. 12:13]
3 En Elohim komt tot in de nacht in een droom en Hij zegt tot hem: "Zie! Stervend ben jij vanwege de vrouw die jij nam, want zij is bezit van een bezitter."
4 En kwam nog niet dicht bij haar en hij zegt: "Mijn Heer, gaat U dan bovendien een rechtvaardig volk doden?
5 Zei hij niet tot mij: 'Zij is mijn zus?' En zij zei bovendien: 'Hij is mijn broer.' Ik deed dit uit de oprechtheid van mijn hart en in de onschuld van mijn handpalmen."
6 En de Elohim zegt bovendien in de droom tot hem: "Ik weet dat jij dit deed uit de oprechtheid van jouw hart, en Ik weerhoud jou er bovendien van tegen Mij te zondigen. Daarom stond Ik jou niet toe haar aan te raken.
7 En herstel nu de vrouw van de man, want hij is een profeet en hij zal over jou bidden en jij zal leven! En indien jij haar niet herstelt, weet dat jij stervend zal sterven, jij en allen die met jou zijn." [1Kron. 16:19-22]
8 En staat vroeg in de morgen op en hij roept al zijn dienstknechten en hij spreekt al deze woorden in hun oren. En zij vrezen de stervelingen buitengewoon.
9 En roept om en hij zegt: "Waarom deed je ons dit aan? En wat heb ik tegen jou gezondigd, dat je over mij en over mijn koninkrijk grote zonden bracht? Daden die niet gedaan zullen worden, deed jij met mij!"
10 En zegt tot : "Wat zag jij, dat jij dit ding gedaan hebt?"
11 En zegt: "Omdat ik zei: 'Maar er is geen vrees voor Elohim in deze plaats. En zij doden mij omwille van mijn vrouw'.
12 En bovendien is zij echt mijn zus. Zij is de dochter van mijn vader, maar niet van mijn moeder. En zij is mij tot vrouw geworden.
13 En het is gebeurd toen Elohim mij deed afdwalen van het huis van mijn vader, dat ik tot haar zeg: 'Dit is de vriendelijkheid die jij voor mij zal doen. In iedere plaats waar wij komen, daar zeg jij: Hij is mijn broer'."
14 En neemt een schaapskudde en een kudde grootvee en dienaren en dienaressen en hij geeft die aan , en hij herstelt aan hem , zijn vrouw.
15 En zegt: "Zie! Mijn land is voor jouw aangezicht. Verblijf waar het goed is in jouw ogen."
16 En tot zei hij: "Zie! Ik gaf duizend stukken van zilver aan jouw broer. Zie! Het is voor jou een bedekking van de ogen, voor allen die met jou zijn. En hiermee is alles en iedereen gecorrigeerd."
17 En bidt tot de Elohim en Elohim geneest en zijn vrouw en zijn dienaressen. En zij baren.
18 Want Jahweh weerhield om te weerhouden alle baarmoeders van de huishouding van , vanwege de zaak van , de vrouw van Abraham.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 21
|
|