| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En deze zijn de documenten van de zonen van : , en . En aan hen worden na de vloed zonen geboren.
2 De zonen van zijn: en en en en en en .
3 En de zonen van zijn: en en .
4 En de zonen van Javan zijn: en , en .
5 Naar dezen zijn de kustlanden van de natiën verdeeld in hun landen, elk man naar zijn taal, naar hun families, in hun natiën.
6 En de zonen van zijn: en en en .
7 En de zonen van zijn: en en en en Sabteka. En de zonen van Raama zijn: Sheba en Dedan.
8 En verwekte . Hij begon machtig te worden in het land.
9 Hij werd een machtig jager voor het aangezicht van Jahweh. Daarom wordt van hem gezegd: "Als Nimrod, de machtige jager voor het aangezicht van Jahweh."
10 Zijn koninkrijk was het begin van en en en , in het land van .
11 Uit dat land kwam voort. En hij bouwt en -stad en ,
12 en , de grote stad tussen en tussen .
13 En Mizraim verwekte Ludim en Anamim en Lehabim en Naftuhim
14 en Patrushim en Calushim, uit wie de Filistijnen en Caftorim zijn voortgekomen.
15 En Kanaän verwekt Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth
16 en de Jebusiet en de Amoriet en de Girgasiet
17 en de Hiviet en de Arkiet en de Siniet
18 en de Avardiet en de Zemariet en de Hamatiet. En daarna werden de families van de Kanaäniet verspreid.
19 En de grens van de Kanaäniet komt te lopen van Sidon, komend van Gerar tot zo ver als Gaza, tot jou komend vanaf Sodom en Gomorra en Adma en Zeboïm, zo ver als Lasha.
20 Dit zijn de zonen van naar hun families, naar hun talen, in hun landen, in hun natiën.
21 En aan werd bovendien geboren. Hij was de voorvader van alle zonen van Eber, broer van , de grote.
22 De zonen van zijn: Elam en Assur en Arfachsad en Lud en Aram.
23 En de zonen van Aram zijn: Uz en Hul en Gether en Maz.
24 En Arfachsad verwekte Selach en Selach verwekte Eber.
25 En aan Eber werden twee zonen geboren. De naam van de ene was Peleg, want in zijn dagen werd het land verdeeld, en de naam van zijn broer was Joktan.
26 En Joktan verwekte Almodad en Shelef en Hazarmaveth en Jerah
27 en Hadoram en Uzal en Diklah
28 en Obal en Abimael en Sheba
29 en Ofir en Havilah en Jobab. Al deze zijn zonen van Joktan.
30 En hij komt te wonen in Mesha, komend van de Sefar, een berg van het oosten.
31 Dezen zijn zonen van naar hun families, naar hun talen, in hun landen, naar hun natiën.
32 Dezen zijn de families van de zonen van naar hun documenten, in hun natiën. En naar dezen werden de natiën in het land verdeeld na de vloed.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 11
|
|