| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Mozes verzamelt de hele vergadering van de zonen van Israel en hij zegt tot hen: "Dit zijn de woorden die Jahweh opdraagt te doen.
2 Zes dagen zal men werk doen en in de zevende dag zal voor jullie heiligheid zijn, een sabbat van ofouden voor Jahweh. Iedereen die er werk in doet zal ter dood gebracht worden. [Exo. 20:8-11]
3 Jij zal geen vuur gebruiken in welk van jullie woningen dan ook in de dag van de sabbat."
4 En Mozes spreekt tot heel de vergadering van de zonen van Israel, zeggend: "Dit is het woord dat Jahweh opdraagt, zeggend:
5 'Neemt van wat van jullie is een hefoffer voor Jahweh. Een ieder die gewillig is in zijn hart, zal het brengen, een hefoffer van Jahweh: goud en zilver en koper, [Exo 25:1-9]
6 en blauw en purper en dubbel gedoopte karmozijn, en batist en geitenhaar,
7 en roodgeverfde ramsvellen en dassenvellen en acaciahout,
8 en olie voor de lamp en geurstoffen voor de zalfolie en de specerijen voor de wierook,
9 en onyxstenen en stenen voor de vullingen van het ambtsgewaad en voor de borstplaat.
10 En allen onder jullie die wijs van hart zijn, zullen komen en zij zullen alles maken wat Jahweh opdroeg:
11 de tabernakel, zijn tent en zijn bedekking, zijn verbindingen en zijn holle steunen, zijn dwarsstokken, zijn kolommen en zijn voetsteunen,
12 de kist, en zijn draagstokken, het verzoendeksel en het gordijn van de ingang,
13 de tafel en zijn draagstokken, en al zijn toebehoren en het toonbrood,
14 en de kandelaar van de lamp en zijn toebehoren, en zijn lampen en en de olie voor de lamp,
15 en het altaar voor de wierook en zijn draag stokken, en de olie voor de zalving, en de specerijen voor de wierook, en het openingsgordijn voor de deur van de tabernakel,
16 het altaar voor het opstijgoffer en het koperen net dat er voor is, zijn draagstokken en al zijn toebehoren, het wasvat en zijn poten,
17 en de vastgesjorde lappen van de hof, zijn kolommen en zijn voetstukken, en het gordijn van de poort van de hof,
18 de pennen van de tabernakel en de pennen van de hof, en hun koorden,
19 en de geweven kledingstukken om te dienen in het heiligdom, de kledingstukken van heiligheid voor Aäron, de priester, en de kledingstukken van zijn zonen, om priester te zijn.'" [Exo. 39:32]
20 En heel de vergadering van de zonen van Israel vertrekt van voor het aangezicht van Mozes.
21 En iedere man van wie zijn hart hem aanzette en iedereen van wie zijn geest hem gewillig maakte, komt. Zij brachten een hefoffer van Jahweh voor het werk van de tent van de afspraak en voor al het dienstbetoon er in en voor de kledingstukken van heiligheid.
22 En de stervelingen komen met de vrouwen, allen die gewillig van hart zijn. Zij brachten gesp en hanger en ring en gevlochten versierselen, ieder artikel van goud. En iedere man die iets had, bewoog een beweegoffer van goud voor Jahweh.
23 En iedere man die bij zich blauw en purper en dubbel gedoopt karmozijn en batist en geitenhaar en roodgeverfde ramsvellen en dassenvellen vond, bracht ze.
24 Allen die een hefoffer ofeffen van zilver en koper, brachten een hefoffer van Jahweh. En allen die bij zich acaciahout vonden voor al het werk van de dienst, brachten het.
25 En iedere vrouw met een wijs hart spon met haar handen. En zij brengen het gesponnene, het blauw en het purper en het dubbelgedoopte karmozijn en de batist.
26 En alle vrouwen van wie het hart hen ingaf met wijsheid, sponnen de geitenharen.
27 En de prinsen brachten de onyxstenen en de stenen voor de vulling voor het ambtsgewaad en voor de borstplaat,
28 en de geurstoffen en de olie voor de verlichting en de olie voor de zalving en de specerijen voor de wierook.
29 Van wat iedere man en vrouw van wie het hart hen gewillig maakte om aan te brengen voor al het werk dat Jahweh opdroeg om te doen door de hand van Mozes, brachten de zonen van Israel als een vrijwillig offer aan Jahweh.
30 En Mozes zegt tot de zonen van Israel: "Ziet! Jahweh noemde bij naam Bezalel, zoon van Uri, zoon van Hur, uit de stam van Juda,
31 en Hij vult hem met geest van Elohim, met wijsheid, met begrip en met kennis en met alle vakmanschap,
32 en om ontwerpen te ontwerpen, in goud te maken en in zilver en in koper,
33 en in het bewerken van steen om te vullen en in het bewerken van hout om al het werk van de ontwerpen te maken.
34 En Hij gaf in zijn hart om aanwijzingen te geven, hij en Aholiab, zoon van Ahisamach, uit de stam van Dan.
35 Hij vulde hen met wijsheid van hart om al het werk te doen van de steenbewerker en het ontwerpen en het borduren in het blauw en in het purper en het dubbelgedoopte karmozijn en in de batist en het weven, al het werk doende en alle ontwerpen ontwerpend.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 36
|
|