| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Jahweh zegt tot Mozes: "Houw voor jezelf twee stenen tabletten, zoals de eerste, dan schrijf Ik op de tabletten de woorden die op de eerste tabletten kwamen, die jij brak. [Deut. 10:1-5]
2 En wees tegen de morgen klaar en klim in de morgen de berg van Sinaï op en plaats jezelf daar voor Mij, op de top van de berg.
3 Geen man zal met jou opklimmen, en ook moet er geen man gezien worden op enig deel van de berg. Ook de schaapskudde en het grootvee moeten niet grazen aan de voorkant van die berg."
4 En hij houwt twee tabletten van steen, zoals de eerste. En Mozes staat vroeg in de morgen op en hij klimt de berg Sinaï op, zoals Jahweh hem opdroeg. En hij neemt in zijn hand twee tabletten van steen.
5 En Jahweh daalt neer in de wolk en plaatst Zich daar bij hem. En hij roept in de naam van Jahweh.
6 En Jahweh gaat voorbij aan zijn gezicht en Hij roept: "Jahweh, Jahweh, El Die medelijdend is en genadevol, langzaam in boosheden en overvloedig in vriendelijkheid en waarheid, [Jona 4:2]
7 Die de vriendelijkheid bewaart aan duizenden, Die verdorvenheid en overtreding en zonde verdraagt. Hij zal niet onschuldig houden om onschuldig te houden, de verdorvenheid van de vaders bezoekend op de zonen en op de zonen van zonen, op de derde generaties en op de vierde generaties." [Exo. 20:5,6]
8 En Mozes haast zich. En hij buigt zijn hoofd naar het land en hij buigt zich neer.
9 En hij zegt: "Indien ik, alstublieft, genade vond in Uw ogen, mijn Heer, zal mijn Heer, alstublieft, in ons midden gaan, want het volk is stijf van nek. Vergeef ons onze verdorvenheid en onze zonde, en U zal ons als lotdeel aannemen."
10 En Hij zegt: "Zie! Ik snij een verbond voor de ogen van heel jouw volk. Ik zal wonderen doen die niet geschapen zijn in heel het land, noch in enige van de natiën. En heel het volk, in het midden waarvan jij bent, ziet het handwerk van Jahweh, want wat Ik met jou doe is te vrezen.
11 Neem voor jezelf waar wat Ik jou vandaag opdraag. Zie mij voor jouw aangezicht de Amoriet en de Kanaäniet en de Hittiet en de Periziet en Hiviet en de Jebusiet verdrijven.
12 Pas op dat jij geen verbond snijdt met die in het land wonen waarin jij binnen gaat, opdat het niet een val wordt in jouw midden.[Richt. 2:2]
13 Want hun altaren zullen jullie afbreken en hun monumenten zullen jullie breken, en hun Astartepalen zullen jullie omhakken. [Deut. 16:21,22]
14 Want jullie zullen je niet buigen voor een andere el, want Jahweh is Zijn Naam, Hij is een jaloerse El,
15 opdat jij niet een verbond snijdt met de bewoner van het land en zij prostitueren achter hun elohim aan en jij aan hun elohim offert en hij naar jou roept en jij van zijn offer eet,
16 en jij van zijn dochters neemt voor jouw zonen en zijn dochters achter hun elohim aan prostitueren en zij jouw zonen achter hun elohim aan doen prostitueren. [1Kon. 11:1-8]
17 Jij zal voor jou geen gesmolten elohim maken. [Exo. 20:4]
18 Het feest van de ongezuurde broden zal jij zeven dagen waarnemen. Jij zal ongezuurde broden eten zoals Ik jou opdroeg, op de bepaalde tijd, in de maand Abib, want in de maand Abib kwam jij uit Egypte. [Lev. 23:6-8]
19 Iedere opening van de baarmoeder is voor Mij, en elk van jouw mannelijk vee, openend van de koe en van het schaapje. [Exo. 13:2]
20 En de opening van een ezel zal jij vrijkopen met een schaapje, en indien jij niet vrijkoopt zal jij hem de nek breken. Iedere eerstgeborene van jouw zonen zal jij vrijkopen. En zij zullen niet met lege handen voor Mijn aangezicht komen. [Exo. 13.13]
21 Zes dagen zal jij dienen en in de zevende dag zal jij ofouden; in het ploegseizoen en in de oogst zal jij ofouden. [Exo. 20:9,10]
22 En een feest van weken zal jij voor Mij houden, de eerstelingen van de tarweoogst en een feest van de inzameling bij de omwenteling van het jaar. [Deut. 16:9-12] [Lev. 23:39-43]
23 Drie maal in het jaar zal iedere mannelijke van jou verschijnen voor de Heer Jahweh, Elohim van Israel.
24 Want Ik zal natiën uitzetten van voor jouw aangezicht en Ik zal jouw grens wijd maken, en geen mens zal jouw land begeren wanneer jij opgaat om te verschijnen voor het aangezicht van Jahweh, jouw Elohim, drie maal per jaar.
25 Jij zal het bloed van Mijn offer niet doden op gist en het offer van het paasfeest zal niet overblijven tot de morgen. [Exo. 12:10]
26 Het eerste van de eerstelingen van jouw grond zal jij naar het huis brengen van Jahweh, jouw Elohim. Jij zal het bokje niet koken in de melk van zijn moeder." [Exo. 23.19]
27 En Jahweh zegt tot Mozes: "Schrijf voor jezelf deze woorden, want op bevel van deze woorden, snij Ik met jou en met Israel een verbond."
28 En hij was daar met Jahweh, veertig dagen en veertig nachten. Brood at hij niet en water dronk hij niet. En Hij schrijft de woorden van het verbond op de tabletten, de tien woorden. [Deut. 10:10]
29 En het gebeurt bij het afdalen van Mozes van de berg Sinaï, met de twee tabletten van het getuigenis in de hand van Mozes, bij zijn afdalen van de berg, dat Mozes niet wist dat de huid van zijn gezicht straalde vanwege Zijn spreken met hem.
30 En Aäron en alle zonen van Israel zien Mozes, en zie!, de huid van zijn gezicht straalde, en zij zijn bang om dicht bij hem te komen.
31 En Mozes roept naar hen en Aäron en alle prinsen van de vergadering keren naar hem terug. En Mozes spreekt tot hen.
32 En daarna kwamen alle zonen van Israel dichtbij en hij draagt hen alles op wat Jahweh met hem had besproken op de berg Sinaï.
33 En Mozes houdt op met hen te spreken en hij doet een sluier*1) over zijn gezicht. 34 En bij het binnen gaan van Mozes voor het aangezicht van Jahweh om met Hem te spreken, neemt hij de sluier weg, tot hij weg ging. Als hij buiten kwam, sprak hij tot de zonen van Israel wat hem was opgedragen.
35 En de zonen van Israel zagen het gezicht van Mozes, dat de huid van het gezicht van Mozes straalde. En Mozes deed de sluier weer terug voor zijn gezicht, tot hij binnen ging om met Hem te spreken. [2Kor. 3:7,8]
*1) Sluier. Letterlijk staat er "beddesprei".
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 35
|
|