| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En een man uit het huis van gaat en neemt een dochter van .
2 En de vrouw wordt zwanger en zij baart een zoon. En zij ziet aan hem dat hij goed is en zij verbergt hem drie maanden. [Hand. 7:20]
3 En zij kon hem niet langer verbergen. En zij neemt voor hem een doos van papyrus en zij besmeert die met asfalt en met teer. En zij plaatst de jongen daarin en zij plaatst hem in het onkruid aan de oever van de .
4 En haar zus plaatst zichzelf op een afstand om te weten wat men met hem zal doen.
5 En de dochter van daalt af om zich te wassen in de . En haar dienaressen gaan langs de oever van de . En zij ziet de doos te midden van het onkruid en zij stuurt haar dienares en zij neemt hem.
6 En zij opent hem en zij ziet de jongen. En zie! De jongen is aan het klagen. En zij spaart hem en zij zegt: "Dit is een van de Hebreeuwse jongens!"
7 Dan zegt zijn zus tot de dochter van : "Zal ik gaan en voor u een voedster halen uit de Hebreeuwse vrouwen? Dan zal zij voor u de jongen verzorgen."
8 En de dochter van zegt tot haar: "Ga!" En het meisje gaat en zij roept de moeder van de jongen.
9 En de dochter van zegt tot haar: "Neem deze jongen mee en verzorg hem voor mij en ik zal jou jouw loon geven." En de vrouw neemt de jongen en zij verzorgt hem.
10 En de jongen groeit op. En zij brengt hem bij de dochter van en hij wordt voor haar als een zoon. En zij noemt zijn naam en zij zegt: "Want uit de wateren verwijderde ik hem." [Hand. 7:21]
11 En het gebeurt in die dagen dat opgroeit en hij uittrekt naar zijn broeders. En hij ziet naar hun lasten en hij ziet een Egyptische man een Hebreeuwse man doodslaan, een van zijn broeders. [Hebr. 11:24]
12 En hij kijkt zus en zo en hij ziet dat er niemand is. En hij slaat de Egyptenaar dood en hij begraaft hem in het zand.
13 En hij gaat er in de tweede dag op uit, en zie!, twee Hebreeuwse stervelingen twistten met elkaar. En hij zegt tot de boosaardige: "Waarom sla jij je naaste?"
14 En hij zei: "Wie plaatste jou als hoofdman en als iemand die over ons oordeelt? Zeg jij dit om mij te doden, net zoals jij de Egyptenaar doodde?" En wordt bang en hij zegt: "Hij is zeker bekend met de zaak!"
15 En hoort van deze zaak en hij probeert te doden. En rent weg van voor het aangezicht van en hij verblijft in het land van . En hij zit bij de bron. [Hebr. 11:27]
16 En de priester van had zeven dochters en zij kwamen om te putten. En zij vullen de troggen om de schaapskudden van hun vader te laten drinken.
17 En de herders komen en ze drijven ze weg. Maar staat op en hij redt ze en hij laat hun schaapskudde drinken.
18 En zij komen bij , hun vader, en hij zegt: "Wat is de reden dat jullie vandaag gehaast hebben met komen?"
19 En zij zeggen: "Een Egyptische man redde ons uit de hand van de herders en ook putte hij voor ons en liet hij de schaapskudde drinken."
20 En hij zegt tot zijn dochters: "En waar is hij? Waarom lieten jullie de man achter? Roepen jullie hem en hij zal brood eten."
21 En stemde in om bij de man te blijven. En hij geeft , zijn dochter, aan .
22 En zij baart een zoon en hij noemt zijn naam , want hij zei: "Bijwoner ben ik geworden in een vreemd land." [Exo. 18:3]
23 En het gebeurt in die vele dagen dat de koning van sterft. En de zonen van zuchten onder het dienstbetoon. En zij schreeuwen het uit en hun smeken over het dienstbetoon stijgt op naar de Elohim.
24 En Elohim hoort hun kreunen, en Elohim herinnert zich Zijn verbond met , met en met . [Gen. 15:13,14]
25 En Elohim ziet de zonen van en Elohim weet.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 3
|
|