| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En werd herder van de schaapskudde van , zijn schoonvader, priester van . En hij leidt de kudde tot achter de wildernis en hij komt bij de berg van de Elohim, bij .
2 En de boodschapper van Jahweh verschijnt aan hem in een vuurvlam, middenin de doornenstruik. En hij ziet en zie!, de doornenstruik brandt in het vuur, maar de doornenstruik wordt niet verteerd!
3 En zegt: "Alstublieft! Ik zal mij terugtrekken en ik zal dit grote gezicht bekijken, en zien waarom de doornenstruik niet verteerd wordt."
4 En Jahweh ziet dat hij zich terugtrekt om te zien. En Elohim roept tot hem vanuit de doornenstruik en Hij zegt: "! !" En hij zegt: "Zie mij!"
5 En Hij zei: "Je moet niet naar hier, niet dichterbij komen! Doe je sandalen van je voeten, want de plaats waarop je staat is grond van heiligheid."
6 En hij zegt: "Ik ben Elohim van jouw vader, Elohim van , Elohim van en Elohim van ." En verbergt zijn gezicht, want hij was bang om naar de Elohim te kijken. [Matt. 22:31,32]
7 En Jahweh zegt: "Ik zie om te zien naar de vernedering van Mijn volk dat in is en Ik hoor hun schreeuw van voor het aangezicht van hen die hen afpersen. Want Ik ken hun pijn.
8 En Ik daal neer om hen te redden uit de hand van de Egyptenaren en om hen op te brengen uit het land naar een land dat goed en wijd is, naar een land dat overvloeit van melk en honing, naar de plaats van de Kanaäniet en de Hittiet en de Amoriet en de Periziet en de Hiviet en de Jebusiet.
9 En nu, zie! De schreeuw van de zonen van kwam tot Mij en Ik zag bovendien de onderdrukking waarmee de Egyptenaren hen onderdrukken.
10 En nu, ga! Want Ik zend jou naar en jij brengt Mijn volk, de zonen van uit ." [Hand. 7:30-34]
11 En zegt tot de Elohim: "Wie ben ik dat ik naar zal gaan en dat ik de zonen van uit zal brengen?"
12 En Hij zegt: "Ik zal bij jou zijn. En dit zal voor jou het teken zijn: Wanneer Ik jou zend om het volk uit te brengen, zal jij de Elohim dienen op deze berg."
13 En zegt tot de Elohim: "Zie! Ik kom bij de zonen van en ik zeg tot hen: 'Elohim van jullie vaderen stuurt mij naar jullie,' en zij zeggen tot mij: 'Wat is Zijn Naam?', wat zal ik tot hen zeggen?" [Exo. 6:2,3]
14 En Elohim zegt tot : "Ik zal worden Die Ik zal worden."*1) En Hij zegt: "Zo zul jij tot de zonen van zeggen: 'Ik zal worden' zendt mij tot jullie." [Jes. 46:9,10] [Openb. 1:4,8]
15 En Elohim zegt verder tot : "Zo zul jij tot de zonen van spreken: 'Jahweh, Elohim van jullie vaderen, Elohim van , Elohim van en Elohim van , Hij zendt mij tot jullie. Dit is Mijn Naam voor de aion en dit Mijn herinnering voor generatie na generatie.'
16 Ga en breng de oudsten van bijeen en zeg tot hen: 'Jahweh, Elohim van jullie vaderen, verscheen aan mij, de Elohim van , en , zeggend: 'Oplettend lette Ik op jullie en wat jullie wordt aangedaan in .
17 En Ik zeg dat Ik jullie zal opbrengen uit de vernedering van naar het land van de Kanaäniet en de Hittiet en de Amoriet en de Periziet en de Hiviet en de Jebusiet, naar een land dat overvloeit van melk en honing.'
18 En zij zullen naar jouw stem luisteren en jij zal ingaan, jij en de oudsten van , tot de koning van en jullie zullen tot hem zeggen: 'Jahweh, Elohim van de Hebreeërs, ontmoette ons. En nu, alstublieft, zullen wij gaan, een weg van drie dagen, in de wildernis en wij zullen offeren aan Jahweh, onze Elohim.'
19 En Ik, Ik weet dat hij, de koning van , jullie niet zal toestaan te gaan, ook niet door een vaste hand.
20 En Ik zal Mijn hand uitzenden en slaan met al Mijn wonderen die Ik in hun midden zal doen. En daarna zal hij jullie wegzenden.
21 En Ik zal dit volk gunst geven in de ogen van de Egyptenaren. En het gebeurt wanneer jullie gaan, dat jullie niet met lege handen zullen gaan.
22 En iedere vrouw vraagt van haar buurvrouw, en van die bijwoner is in haar huis, artikelen van zilver en artikelen van goud en kledingstukken. En jullie plaatsen die op jullie zonen en op jullie dochters en jullie plunderen de Egyptenaren. [Exo. 12:35,36]
*1) "Ik zal worden die Ik zal worden." Jahweh zal bereiken waar Hij op uit is. Hij zal van een eenzaam wezen worden tot Vader van een gigantische menigte van wezens, een heel grote familie. Zijn Naamsverklaring drukt die overgang en het eindresultaat uit.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 4
|
|