| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Jahweh spreekt tot Mozes, zeggend:
2 "Heilig voor Mij iedere eerstgeborene, openend iedere baarmoeder te midden van de zonen van Israel, van de mens en van het beest. Hij is voor Mij." [Num. 3:13]
3 En Mozes zegt tot het volk: "Herinner deze dag, waarop jullie uittrokken uit Egypte, uit het diensthuis, want met standvastigheid van hand bracht Jahweh jullie uit van hier. En men zal geen gist eten.
4 Vandaag gaan jullie uit, in de maand Abib *1).
5 En het gebeurt dat Jahweh jou zal brengen in het land van de Kanaäniet en de Hittiet en de Amoriet en de Hiviet en de Jebusiet, dat Hij aan jouw vaderen zweerde aan jou te geven, een land overvloeiend van melk en honing. En jij dient dit dienstbetoon in deze maand.
6 Zeven dagen zul jij ongezuurde broden eten en op de zevende dag zal er een feest voor Jahweh zijn. [1Kor. 5:8]
7 Ongezuurde broden zal men eten, zeven dagen, en er zal bij jou geen gist gezien worden. En er zal bij jou geen gist gezien worden in heel jouw grensland.
8 En jij zal jouw zoon op die dag vertellen, zeggend: 'Jahweh deed dit ten behoeve van mij, toen Hij mij uitbracht uit Egypte.
9 En het wordt voor jou tot teken op jouw hand en als herinnering tussen jouw ogen, zodat het een wet van Jahweh zal zijn in jouw mond, want met standvastige hand bracht Jahweh jou uit Egypte. [Deut. 6:8]
10 En jij zal deze verordening waarnemen op de bestemde tijd, van dagen tot dagen.
11 En het gebeurt dat Jahweh jou zal brengen naar het land van de Kanaäniet, zoals Hij dat zweerde aan jou en aan jouw vaderen. En Hij geeft het aan jou.
12 Dan zul jij voor Jahweh apart zetten al wat opent uit de baarmoeder en al wat opent uit de toename van het beest dat jij zal hebben. De mannelijken zijn voor Jahweh.
13 Maar al wat opent uit de ezel zul jij vrijkopen met een lammetje en indien jij hem niet vrijkoopt, breek hem dan zijn nek. Maar iedere eerstgeboren mens van jouw zonen zul jij vrijkopen. [Exo. 34:19,20]
14 En gebeurt het dat jouw zoon jou morgen vraagt, zeggend: 'Wat is dit?', zeg jij dan tot hem: 'Met standvastigheid van hand bracht Jahweh ons uit Egypte, uit het diensthuis.
15 Want het gebeurt dat Farao koppig was om ons weg te zenden en Jahweh doodt iedere eerstgeborene in het land van Egypte, van de eerstgeborene van de mens tot de eerstgeborene van het beest. Daarom offer ik aan Jahweh al de mannelijken die de baarmoeder openen, en iedere eerstgeborene van mijn zonen koop ik vrij.
16 En het zal worden tot een teken op jouw hand en als wenkbrauwbanden tussen jouw ogen, want met standvastigheid van hand bracht Jahweh ons uit Egypte.'"
17 En het gebeurt, toen Farao het volk wegzond, dat Elohim hen niet leidde op de weg naar het land van de Filistijnen, dat dichtbij was. Want Elohim zei: "Anders zal het volk spijt krijgen als zij hen oorlog zien voeren, en terugkeren naar Egypte."
18 En Elohim doet het volk omkeren, naar de wildernis, naar de Zee van het zeegras. En de zonen van Israel trokken in vijf delen op uit het land van Egypte.
19 En Mozes neemt de beenderen van Jozef met zich mee, want hij had de zonen van Israel laten zweren, zeggend: "Elohim zal op jullie zeker bezoeken, en jullie zullen mijn beenderen met jullie van hier opbrengen." [Gen. 50:25]
20 En zij reizen van Succoth en zij kamperen in Etham, aan de rand van de wildernis.
1) - Abib of Aviv. Later ook bekend als Nissan.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 14
|
|