| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En Jahweh spreekt tot Mozes en tot Aäron in het land van Egypte, zeggend:
2 "Deze maand is voor jullie het begin van de maanden. Hij is voor jullie de eerste van de maanden van het jaar.
3 Spreekt tot heel de vergadering van Israel, zeggend: 'Op de tiende van deze maand zullen zij, een ieder voor zich, een lam nemen, naar het huis van de vaderen, een lam per huishouden.
4 En indien het huishouden te klein om een lam te verkrijgen, dan nemen hij en zijn buurman, de meest nabije, er een naar de schatting van zielen. Naar mate men kan eten zullen jullie het lam schatten.
5 Een foutloos lam, mannelijk, zoon van een jaar, zal van jullie worden. Van de mannelijke lammeren en van de geiten zullen jullie nemen.
6 En het zal voor jullie tot bewaring zijn tot de veertiende dag van deze maand. En dan zullen zij het slachten, heel de vergadering van Israel, tussen de avonden. [1Kor. 5:7]
7 En zij nemen van het bloed en zij smeren het op twee van de deurposten en op de bovendorpel van het huis waarin zij het eten.
8 En zij eten het vlees in die nacht, gebraden op vuur, met ongezuurde broden*1) en bittere kruiden zullen zij het eten.
9 Jullie moeten er niet van eten als het halfgaar is of gekookt in water, maar gebraden op vuur, zijn hoofd en zijn poten en zijn binnenste.
10 En jullie zullen niets van hem bewaren tot de morgen, en wat van hem over is tot de morgen, zullen jullie in het vuur verbranden.
11 En jullie zullen hem zo opeten: jullie middel omgord, jullie sandalen aan jullie voeten en jullie staf in jullie hand. En jullie eten hem in nerveuze haast. Het is het pascha*2) voor Jahweh. [Lev. 23:5]
12 En Ik zal doorgaan in Egypte deze nacht en Ik sla iedere eerstgeborene in het land van Egypte, van mens tot beest, en over al de elohim van Egypte zal Ik oordelen brengen. Ik ben Jahweh!
13 En het bloed zal voor jullie tot teken worden op de huizen waar jullie zijn. En Ik zie het bloed en Ik ga aan jullie voorbij. En er zal aan jullie geen slag gebeuren om te verwoesten, wanneer Ik in het land van Egypte sla.
14 En deze dag wordt voor jullie tot herinnering. En jullie zullen hem vieren, een feest voor Jahweh. Jullie zullen hem vieren als aionische verordening voor jullie generaties.
15 Zeven dagen zullen jullie ongezuurde broden eten. Ja, op de eerste dag zullen jullie gist uit jullie huizen wegdoen, want van een ieder die gist eet, van de eerste dag tot de zevende dag, zal de ziel worden afgesneden uit Israel.
16 Op de eerste dag is er een bijeenkomst van heiligheid en op de zevende dag een bijeenkomst van heiligheid. Niemand van jullie zal in hen enig werk doen. Ja, dat wat wordt gegeten door iedere ziel, alleen wat voor hem is zal door jullie gedaan worden.
17 En jullie onderhouden de ongezuurde broden, want precies op deze dag breng Ik jullie menigten uit het land van Egypte. En jullie onderhouden deze dag doorheen jullie generaties, als een aionische verordening. [Lev. 23:15,34]
18 In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, in de avond, zullen jullie ongezuurde broden eten, tot de eenentwintigste dag van de maand, in de avond.
19 Zeven dagen zal er in jullie huizen geen gist gevonden worden, want van wie gist eet zal de ziel uitgesneden worden uit de vergadering van Israel, of het nu een bijwoner of een ingeborene van het land is.
20 Jullie zullen geen enkel gist eten in al jullie verblijven. Jullie zullen ongezuurde broden eten."
21 En Mozes roept om alle oudsten van Israel en hij zegt tot hen: "Trekt uit en neemt voor jullie uit de schaapskudde voor jullie families en slacht het pascha.
22 En neemt een bundel hysop en doopt die in het bloed dat in het bekken is en raakt de bovendorpel en de twee deurposten aan met het bloed dat in het bekken is. En jullie zullen niet uit gaan, iedere man uit de deur van zijn huis, tot de morgen.
23 Wanneer Jahweh voorbij gaat om de Egyptenaren te slaan en Hij ziet het bloed op de bovendorpel en op de twee deurposten, dan gaat Jahweh voorbij aan de deur en Hij zal de verwoester niet toestaan jullie huizen binnen te gaan om te slaan. [Hebr. 11:28]
24 En jullie onderhouden dit woord als verordening voor jullie en voor jullie zonen, tot de aion.
25 En het zal gebeuren wanneer binnen gaan in het land dat Jahweh aan jullie zal geven, zoals Hij sprak, dat jullie deze dienst zullen waarnemen.
26 En het gebeurt dat jullie zonen tot jullie zeggen: 'Wat is deze dienst voor jullie?'
27 Dan zeggen jullie: 'Het is een offer van pascha voor Jahweh, toen Hij voorbij ging aan de huizen van de zonen van Israel in Egypte, om de Egyptenaren te slaan. En onze huishoudingen redde Hij.'" En het volk buigt het hoofd en zij buigen zich neer.
28 En de zonen van Israel gaan en doen zoals Jahweh Mozes en Aäron had opgedragen. Zo deden zij.
29 En het gebeurt midden in de nacht dat Jahweh iedere eerstgeborene van Egypte sloeg, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zal zitten, tot de eerstgeborene van de gevangene die in het huis van het waterreservoir is, en elk eerstgeboren beest. [Exo. 4:22,23]
30 En Farao staat op in de nacht, hij en al zijn dienaren en alle Egyptenaren, en er komt een grote schreeuw in Egypte, want er is geen huis waarin er niet een dode is.
31 En hij roept in de nacht om Mozes en Aäron en hij zegt: "Staat op, gaat weg uit het midden van mijn volk, jullie en ook de zonen van Israel, en gaat, dient Jahweh, zoals jullie spraken.
32 Neemt jullie schaapskudde en ook jullie grootvee, zoals jullie spraken, en gaat! Ook zullen jullie mij zegenen."
33 En Egypte is standvastig tot het volk zich te haasten om hen weg te zenden uit het land, want zij zeiden: "Wij zijn allen stervenden."
34 En het volk draagt hun deeg voordat het gaat gisten, hun zuurdeeg in hun kleding gebundeld op hun rug.
35 En de zonen van Israel deden naar het woord van Mozes en zij vragen van de Egyptenaren artikelen van zilver en artikelen van goud en kledingstukken.
36 En Jahweh gaf gunst aan het volk in de ogen van de Egyptenaren wanneer zij hen vroegen. En zij plunderen de Egyptenaren. [Exo. 3:21,22]
37 En de zonen van Israel reizen van Rameses naar Succoth, zeshonderdduizend mannen te voet, de heersers, de kleuter niet tellend.
38 En ook een grote mengeling trok met hen op, en de schaapskudde en het grootvee, buitengewoon veel vee.
39 En zij bakken het deeg dat zij uit Egypte brachten, ongezuurde broden, want het was niet gezuurd, want zij waren uit Egypte gedreven en zij waren niet in staat te talmen en zij maakten ook geen onderhoud voor zichzelf.
40 En het verblijf van de zonen van Israel dat zij verbleven in Egypte was vierhonderdendertig jaren. [Gal. 3:17]
41 En het gebeurt bij het einde van vierhonderdendertig jaren, en het gebeurt op precies deze dag, dat al de menigten van Jahweh uittrokken uit het land van Egypte.
42 Het is een nacht van waarneming voor Jahweh om hen uit te brengen uit het land van Egypte. Dit is de nacht voor Jahweh, ter waarneming voor alle zonen van Israel doorheen al hun generaties.
43 En Jahweh zegt tot Mozes en Aäron: "Dit is de verordening van het pascha: geen enkele zoon van een vreemdeling zal er van eten.
44 Maar iedere dienaar van een man, verkregen met zilver, als jullie hem besneden hebben, dan zal hij er van eten.
45 En gast of een gehuurde, hij zal er niet van eten.
46 In een huis zal het gegeten worden. Jullie zullen niets van het vlees uit het huis naar buiten brengen en jullie zullen geen bot daarin breken.
47 Heel de vergadering van Israel zal het zo doen.
48 En indien een bijwoner bij jullie bijwoont en hij maakt pascha voor Jahweh, zal al wat mannelijk van hem is besneden worden en dan zal hij naderen om dat te doen. En hij wordt als een ingeborene van het land. En een ieder die niet besneden is zal er niet van eten.
49 Een wet zal het zijn voor de ingeborene en voor de bijwoner die bijwoont in jullie midden."
50 En alle zonen van Israel deden zoals Jahweh Mozes en Aäron opdroeg. Zo deden zij.
51 En het gebeurt precies op deze dag dat Jahweh de zonen van Israel uit het land van Egypte bracht, met hun menigten.
1) - Het Hebreeuws heeft hier: matzes.
2) - Pascha. Hebreeuws: Pesach, voorbijgaan.
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 13
|
|