| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En dit zijn de namen van de zonen van die naar kwamen met . Ieder man kwam met zijn huishouding. [Gen. 46:8-27]
2 , , en ,
3 , en ,
4 en , en .
5 En alle ziel die voortkomt uit de dij van zijn zeventig zielen. En was in .
6 En sterft en al zijn broers en heel die generatie.
7 En de zonen van waren vruchtbaar en zij zwerven rond en zij nemen toe. En zij zijn zeer, zeer krachtig. En het land wordt met hen gevuld. [Hand. 7:17]
8 En een nieuwe koning, die van niet wist, staat op over . [Hand. 7:18]
9 En hij zegt tot zijn volk: "Zie! De zonen van zijn met velen en ze zijn krachtiger dan wij.
10 Let op! Wij zullen ons wijs tonen in verband met hen, anders nemen zij toe en gebeurt het dat zij de oorlog verklaren en zij zelfs toegevoegd worden aan onze vijanden die ons haten en zij tegen ons vechten en de overmacht krijgen over het land." [Hand. 7:19]
11 En zij plaatsen over hen hoofden van de belasting, om hen te vernederen met hun lasten, en men bouwt schatsteden voor : en . [Gen. 15:13]
12 En hoe meer ze hen vernederen, hoe meer het volk toeneemt. En zij raken geėrgerd door de gezichten van de zonen van .
13 En de Egyptenaren laten met hardheid de zonen van dienen.
14 En zij maken hun leven bitter door hard dienstbetoon in de klei en in de bakstenen en door al hun dienstbetoon in het veld; al hun dienstbetoon waarmee zij hen dienden was met hardheid.
15 En de koning van spreekt tot de vroedvrouwen van de (van wie de naam van de ene is en de naam van de tweede is ),
16 en hij zegt: "Als jullie bij het vroedvrouw zijn voor de Hebreeuwse vrouwen op de opfrisstenen zien dat het een zoon is, zullen jullie hem ter dood brengen, maar als het een dochter is zal zij leven."
17 Maar de vroedvrouwen vrezen de Elohim, en zij deden niet zoals hij, de koning van , tot hen sprak. En zij hielden de jongens in leven.
18 Dan roept de koning van de vroedvrouwen en hij zegt tot hen: "Om wat voor reden doen jullie dit en houden jullie de jongens in leven?"
19 En de vroedvrouwen zeggen tot : "Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet gelijk zijn aan de Egyptische vrouwen, want ze zijn levendig. Voordat de vroedvrouw bij hen komt hebben ze al gebaard."
20 En Elohim doet goed aan de vroedvrouwen en het volk neemt toe en zij zijn zeer krachtig.
21 En het gebeurt dat de vroedvrouwen de Elohim vrezen. En Hij maakt voor hen huishoudens.
22 En gebiedt heel zijn volk, zeggend: "Iedere zoon die geboren wordt zul jullie in de waterweg werpen en iedere dochter zul jij in leven houden." [Hand. 7:19]
Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 2
|
|