| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt daarna dat voor zichzelf een strijdwagen en paarden klaar maakt. En vijftig mannen rennen voor zijn aangezicht.
2 En stond vroeg op en hij stond aan de kant van de weg van de poort. En het gebeurt dat iedere man die een twist had tot de koning kwam voor een oordeel. En roept tot hem en hij zegt: "Uit welke stad ben jij?" En hij zegt: "Uw dienaar is uit een van de stammen van ."
3 En zegt tot hem: "Zie, jouw zaak is goed en juist, maar er is voor jou niemand van de koning die luistert."
4 En zegt: "Wie zal mij plaatsen als rechter in het land? Want bij mij zal iedere man komen die een twist en een oordeel heeft. En ik zal hem recht brengen."
5 En het gebeurt bij het naderen van een man, die zich voor hem in het stof buigt, dat hij zijn hand uitstrekte en hem vasthield. En hij kuste hem.
6 En doet naar dit ding voor allen van die naar de koning komen voor een oordeel. En steelt het hart van de stervelingen van .
7 En het gebeurt aan het einde van veertig jaren dat tot de koning zegt: "Alstublieft, ik zal gaan en ik zal mijn belofte voldoen die ik beloofde aan Jahweh in .
8 Want uw dienaar beloofde een belofte tijdens mijn verblijf in , in , zeggend: Indien Jahweh mij zeker zal herstellen in , dan dien ik Jahweh."
9 En de koning zegt tot hem: "Ga in vrede!" En hij staat op en hij gaat naar .
10 En zendt spionnen naar alle stammen van , zeggend: "Wanneer jullie het geluid van de trompet horen, dan zeggen jullie: is koning in ."
11 En met gingen tweehonderd mannen van , uitgenodigden, en die gaan gaande in hun oprechtheid, want zij wisten niets van de zaak.
12 En zendt , de Giloniet, een raadgever van , uit zijn stad, uit , bij zijn offeren van offers. En het gebeurt dat de samenzwering resoluut is, en het volk gaat en er zijn velen bij .
13 En die het vertelt komt bij , zeggend: "Het hart van de man van volgt ."
14 En zegt tot al zijn dienaren die bij hem zijn in : "Staat op, dan zullen wij wegrennen, want er zal voor ons geen verlossing zijn voor het aangezicht van . Haast jullie om te gaan, anders zal hij haasten en haalt hij ons in en slingert hij het kwaad over ons en slaat hij de stad met de rand van het zwaard."
15 En de dienaren van de koning zeggen tot de koning: "Naar al wat mijn heer, de koning, kiest, zie!, uw dienaren doen het."
16 En de koning gaat uit met heel zijn huishouding aan zijn voeten. En de koning laat tien vrouwen, concubines, achter om het huis te bewaren.
17 En de koning gaat uit met heel het volk aan zijn voeten en zij verblijven in een huis dat ver weg is.
18 En al zijn dienaren gaan voort aan zijn zijde. En allen van de Keretiet en allen van de Peretiet en allen van de Gittiet, zeshonderd mannen die kwamen aan zijn voet van , gaan voort voor het aangezicht van de koning.
19 En de koning zegt tot , de Gittiet: "Waarom ga jij, ook jij, met ons mee? Keer terug en zit bij de koning, want jij bent een vreemdeling en bovendien ben jij een verbannene uit jouw plaats.
20 Gisteren kwam jij en vandaag zal ik jou met ons doen zwerven om te gaan? Want ik ga waarheen ik ga. Keer terug en neem jouw broeders met jou mee terug. Vriendelijkheid en trouw!"
21 En antwoordt de koning en hij zegt: "Bij het leven van Jahweh en bij het leven van mijn heer, de koning: Ik ben liever in de plaats daar waar mijn heer, de koning, zal komen, hetzij voor de dood, hetzij voor het leven, want daar zal uw dienaar zijn."
22 En zegt tot : "Ga en gaat voort!" En , de Gittiet, gaat voort, met al zijn stervelingen en met iedere kleuter die bij hem is.
23 En heel het land weeklaagt met een luide stem en heel het volk gaat voort. En de koning steekt de waterloop van de over en heel het volk gaat voort op het oppervlak van de weg van de wildernis.
24 En zie!, ook is er en alle Levieten met hem, die de kist van het verbond van de Elohim dragen. En zij zetten de kist van de Elohim neer. En komt op tot aan het eind van het volk, om voort te gaan uit de stad. [1Kon. 2:26]
25 En de koning zegt tot : "Breng de kist van de Elohim terug naar de stad. Indien ik genade vind in de ogen van Jahweh, dan brengt Hij mij terug en laat Hij mij hem zien en Zijn woonplaats.
26 Maar indien Hij zo zegt: Ik heb geen genoegen in jou, zie!, hier ben ik. Hij zal met mij doen zoals goed is in Zijn ogen."
27 En de koning zegt tot , de priester: "Bent u een ziener? Keer terug naar de stad, in vrede, en , jouw zoon, en , zoon van , twee van jullie zonen met jullie.
28 Ziet, ik talm in de doorwaadbare plaatsen van de wildernis, totdat het woord van jou komt om het mij te vertellen."
29 En en brengen de kist van de Elohim terug naar en zij verblijven daar.
30 En gaat op in de beklimming van de olijven, klimmend en huilend, en zijn hoofd is bedekt en hij gaat blootsvoets. En van heel het volk dat met hem is bedekte een ieder zijn hoofd. En zij gingen op, opgaand en huilend.
31 En vertelde, zeggend: " is onder de samenzweerders met ". En zegt: "Jahweh, maak alstublieft de raad van dwaas."
32 En het gebeurt dat komt bij de top, waar hij zich in het stof buigt voor Elohim. En zie!, , de Archiet, is er om hem te ontmoeten, zijn mantel gescheurd en met grond op zijn hoofd.
33 En zegt tot hem: "Indien jij met mij voortgaat, dan wordt jij voor mij tot een last."
34 Maar indien jij terugkeert naar de stad en jij tot zegt: Koning, ik ben uw dienaar. Ik was de dienaar van uw vader tot op heden, maar nu ben ik uw dienaar; dan doe je voor mij de raad van te niet.
35 En zijn daar niet en , de priesters, met jou? En het gebeurt dat ieder woord dat jij hoort in het huis van de koning, jij zal vertellen aan en aan , de priesters.
36 Zie!, daar zijn met hen twee van hun zonen, van en van , en jullie zenden via hen aan mij ieder woord dat jullie horen."
37 En , de naaste van , komt in de stad en gaat binnen.
Terug naar de indexpagina
Naar 2Samuėl 16
|
|