| |
(Ga met de muis op een onderstreepte naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurt bij het terugkeren van het jaar, naar het seizoen van het uitgaan van de boodschappers, dat zendt, en zijn dienaren met hem, en heel , en zij vernietigen de zonen van Ammon en zij belegeren . En zit in . [2Sam. 12:26]
2 En het gebeurt, als het avond wordt, dat opstaat van zijn bed en wandelt op het dak van het huis van de koning. En hij ziet vanaf het dak een vrouw zich wassen en de vrouw is buitengewoon goed van verschijning.
3 En zendt en hij vraagt naar de vrouw en hij zegt: "Is dit niet , dochter van , vrouw van , de Hittiet?"
4 En zendt boodschappers en hij neemt haar en zij komt tot hem en hij ligt met haar neer. En zij reinigt zich van haar onreinheid en zij keert terug naar haar huis.
5 En de vrouw wordt zwanger. En zij zendt en zij vertelt het aan en zij zegt: "Ik ben zwanger".
6 En zendt naar : "Zendt mij , de Hittiet!" En zendt naar .
7 En komt bij hem en vraagt naar het welzijn van en naar het welzijn van het volk en naar wat de oorlog heeft bereikt.
8 En zegt tot : "Ga naar jouw huis en was jouw voeten!" En gaat weg van het huis van de koning en een zegen van de koning gaat hem achterna.
9 En ligt neer in de opening van het huis van de koning, met al de dienaren van zijn heer, en hij ging niet af naar zijn huis.
10 En men vertelt het aan , zeggend: " ging niet af naar zijn huis." En zegt tot : "Kom jij niet van de weg? Waarom ging jij niet af naar jouw huis?"
11 En zegt tot : "De kist en en verblijven in tenten, en mijn heer en de dienaren van mijn heer kamperen in het veld, en ik, zal ik binnen gaan in mijn huis om te eten en om te drinken en om neer te liggen met mijn vrouw? Uw leven en het leven van uw ziel, indien ik dit ding doe!"
12 En zegt tot : "Zit hier ook vandaag. En morgen zal ik jou weg zenden." En zit in in die dag en tot de morgen.
13 En nodigt hem uit en hij eet voor zijn aangezicht en hij drinkt. En hij maakt hem dronken en hij gaat uit in de avond om neer te liggen in zijn bed met de dienaren van zijn heer. En hij ging niet af naar zijn huis.
14 En het gebeurt in de morgen dat een rol schrijft aan en hij verstuurt hem door de hand van .
15 En hij schrijft in de brief, zeggend: "Staat toe te gaan naar het front van het aangezicht van die vechten, bij de onverzettelijken, en keert terug van achter hem. Dan wordt hij geslagen en hij sterft."
16 En het gebeurt bij het bewaken van de stad door , dat hij stelt op de plaats waarvan hij wist dat er krachtige stervelingen waren.
17 En de stervelingen van de stad komen uit en zij vechten met en er vallen van het volk, van de dienaren van . En ook , de Hittiet, sterft.
18 En zendt en men vertelt aan alle woorden van de strijd.
19 En hij draagt de boodschapper op, zeggend: "Bij het voltooien van alle woorden van de strijd die je tot de koning spreekt,
20 dan het gebeurt dat de boosheid van de koning oplaait en hij tot jou zegt: Waarom kwamen jullie dichtbij de stad? Om te vechten? Weten jullie niet dat zij schieten vanaf de muur?
21 Wie sloeg , zoon van ? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen van de muur en sterft hij in ? Waarom kwamen jullie dichtbij de muur? En jij zegt: Ook uw dienaar , de Hittiet, stierf." [Richt. 9:53]
22 En de boodschapper gaat en hij komt en hij vertelt al waarvoor hem zond.
23 En de boodschapper zegt tot : "Want de stervelingen hadden de heerschappij over ons en zij komen naar ons uit in het veld, maar wij komen over hen tot zo ver als de ingang van de poort.
24 En de schutters schieten op uw dienaren vanaf de muur en er sterven van de dienaren van de koning. En ook uw dienaar , de Hittiet, stierf."
25 En zegt tot de boodschapper: "Zo zal jij zeggen tot : Het moet niet zo zijn dat deze zaak kwaad is in jouw ogen, want zoals deze en deze verteert het zwaard. Versterk je gevecht tegen de stad en vernietig haar. En bemoedig hem!"
26 En de vrouw van hoort dat , haar man, stierf. En zij weeklaagt over haar bezitter.
27 En het rouwen gaat voorbij en zendt en brengt haar naar zijn huis, en zij wordt voor hem tot vrouw. En zij baart voor hem een zoon. En het ding wat deed was kwaad in de ogen van Jahweh.
Terug naar de indexpagina
Naar 2Samuël 12
|
|