| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 En in het schip stappend* vaart* Hij over en kwam* in Zijn eigen °stad.
[Matt. 4:13]
[Commentaar]
2 En zie*, zij brachten Hem een verlamde, liggend op een rustbed. En °Jezus, zijn °geloof waarnemend*, zei* tot de verlamde: "Houdt moed, kind, jouw °zonden worden vergeven."
[Luc. 7:48]
3 En zie*, enige van de Schriftgeleerden zeiden* onder elkaar: "Deze lastert God!"
4 En °Jezus, hun °gevoelens waarnemend*, zei*: "Waarom broeden jullie slechte dingen in jullie °harten?
[Psalm 139:2]
5 Want wat is makkelijker te zeggen*: "Jullie °zonden worden vergeven," of te zeggen*: "Sta op en loop!"
[Commentaar]
6 Opdat jullie nu mogen zien dat de Zoon van de mens gezag heeft op °Aarde om zonden te vergeven (toen zei Hij tot de verlamde) 'Opgestaan zijnde*, til je °rustbed op en ga je °huis binnen!'"
7 En opgestaan zijnde* ging* hij zijn °huis binnen.
8 De menigten nu, dit waarnemende*, waren* bang en zij verheerlijkten* de God Die zulk gezag geeft* aan de mensen.
9 En °Jezus, van daar doorgaande, nam* een man waar, zittende op het tolhuis, Mattheüs genaamd, en Hij zegt tot hem: "Volg Mij". En opstaande* volgt* hij Hem.
[Joh. 1:43]
[Commentaar]
[Commentaar]
10 En het gebeurde* dat Hij lag aan de tafel in het huis, en zie*, vele tollenaars en zondaren kwamen* en lagen samen met °Jezus en Zijn discipelen aan.
11 En dit waarnemende* zeiden de Farizeeën tot Zijn °discipelen: "Waarom eet jullie °leraar met de tollenaars en zondaren?"
[Luc. 7:34]
[Commentaar]
12 Dit nu horende*, zei* Hij: "De sterken hebben de heelmeester niet nodig, maar zij die het slecht hebben.
[Commentaar]
13 Doch gegaan zijnde*, leert* wat dit is: 'Genade wil Ik, en geen offer'. Want Ik kwam niet om rechtvaardigen te roepen*, maar zondaren."
[Hos. 6:6]
[Commentaar]
14 Dan, tot Hem komend, zeggen de discipelen van Johannes: "Waarom vasten wij en de Farizeeën veel, doch Uw °discipelen vasten niet?"
[Luc. 7:33,34]
[Commentaar]
15 En °Jezus zei* tot hen: "De zonen van de bruidskamer1) kunnen niet rouwen zolang de bruidegom bij hen is. Doch er zullen dagen komen wanneer de bruidegom van hen weggenomen* zal worden en dan zullen zij vasten.
[Joh. 3:29]
16 Doch niemand zet een stuk ongekrompen stof op een oude mantel, want het opvullende stuk trekt iets van de mantel en de scheur wordt erger.
[Commentaar]
[Commentaar]
17 Noch gieten zij jonge wijn in oude wijnzakken, anders zal de wijnzak zeker barsten en de wijn wordt uitgegoten en de wijnzakken worden vernietigd. Maar zij gieten jonge wijn in nieuwe wijnzakken en beiden worden bewaard."
18 Terwijl Hij met hen over deze dingen spreekt, zie*, een overste komt*. Hij aanbidt Hem, zeggende dat: "Mijn dochter is op dit moment stervende*, maar kom*, plaats* Uw °hand op haar en zij zal leven!"
[Luc. 4:40]
[Commentaar]
19 En opgestaan zijnde* volgen* °Jezus en Zijn °discipelen hem.
20 En zie*, een vrouw, twaalf jaren bloedvloeiend, benadert* Hem van achter. Zij raakt* de zoom van Zijn °mantel aan,
[Lev. 15:25] -
[Mar. 6:56]
[Commentaar]
21 want zij zei in zichzelf: "Indien ik alleen Zijn °mantel zou aanraken* zal ik gered worden."
22 °Jezus nu, omgedraaid zijnde* en haar waarnemende*, zei*: "Houd moed, dochter! Jouw °geloof heeft jou gered." En de vrouw was gered* vanaf dat uur.
[Hand. 3:16]
23 En °Jezus, komend* in het huis van de overste en de fluitisten en de tumult makende menigte waarnemend*,
24 zei: "Trekt jullie terug, want het meisje stierf* niet, maar dommelt." En zij lachten Hem uit!
[Joh. 11:11]
25 En toen de menigte buiten was gezet*, houdt Hij, binnen gaande*, haar °hand vast. En het meisje ontwaakte*.
[Mar. 1:31]
26 En de roem hiervan ging* uit in heel dat °land.
27 En °Jezus ging van daar verder. Twee blinden volgen* Hem, schreeuwend en zeggend: "Heb mededogen* met ons, Zoon van David!"
[Mar. 20:30,31]
[Commentaar]
28 En in het huis komend*, benaderen* de blinden Hem. En °Jezus zegt tot hen: "Geloven jullie dat Ik in staat ben dit te doen*?" Zij zeggen tot Hem: "Ja, Heer!"
29 Dan raakt Hij hun °ogen aan, zeggende: "Laat het gebeuren* naar jullie °geloof!"
[Mar. 20:34] -
[Matt. 15:28]
30 En hun °ogen werden geopend*. En °Jezus gelast* hen nadrukkelijk: "Zie! Laat niemand dit weten!"
[Mar. 7:36]
31 Maar zij, naar buiten gaande*, maakten Hem bekend* in heel dat °land.
32 Doch toen zij naar buiten gingen, zie*, zij brengen* bij Hem een doofstomme mens, gedemoniseerd.
[Commentaar]
33 En als de demon uitgeworpen* is, spreekt* de doofstomme. En de menigten verbazen* zich, zeggende: "Nooit gebeurde* zoiets in °Israel."
[Luc. 11:14] -
[Mar. 2:12]
34 Doch de Farizeeën zeiden: "Door de overste van de demonen werpt hij de demonen uit."
[Mar. 3:22]
[Commentaar]
35 En °Jezus leidde hen rond, in alle °steden en °dorpen onderwijzende in hun °synagogen, en verkondigend het evangelie van het koninkrijk en iedere ziekte en iedere zwakte genezend.
[Mar. 1:38,39 -
[Mar. 1:34]
[Commentaar]
36 Doch de menigten waarnemende, heeft Hij medelijden met hen, dat zij moeiten hadden en verstrooid waren, als schapen die geen herder hebben.
[Mar. 6:34] -
[Num. 27:17]
37 Dan zegt Hij tot Zijn °discipelen: "De oogst is inderdaad groot, maar er zijn weinig werkers.
[Joh. 4:35]
38 Smeekt dan de Heer van de oogst, dat Hij werkers zou uitsturen in Zijn oogst."
[Luc. 10:2]
1) Bruidskamer - Gr. Numphoon - de kamer of de ruimte waar de bruiloft wordt gevierd.
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 10
|
|