Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 En Zijn twaalf discipelen tot Zich roepend*, geeft* Hij hen gezag over onreine geesten, om deze uit te werpen en iedere ziekte en iedere zwakte te genezen. [Mar. 6:7] - [Mar. 1:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Vergelijk met Markus 3:13-19; Lukas 6:12-16. Zie Lukas 9:1


2 De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: eerst Simon, die Petrus wordt genoemd, en Andreas, zijn °broer, en Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn °broer. [Joh. 1:41] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Er is enige variatie in de volgorde van de namen, en ook in de namen zelf, in de lijsten van de twaalf apostelen, maar ze zijn altijd te vinden in drie groepen, aangevoerd door Petrus, Filippus en Jacobus, als volgt:

Mattheüs 10:2

Simon Petrus
Andreas
Jacobus Zebedeus
Johannes

Filippus
Bartholomeüs
Thomas
Mattheüs

Jacobus Alfeüs
Thaddeüs
Simon de Kananiet
Judas Iscariot
Markus 3:16

Simon Petrus
Jacobus Zebedeüs
Johannes
Andreas

Filippus
Bartholomeüs
Mattheüs
Thomas

Jacobus Alfeüs
Thaddeüs
Simon de Kananiet
Judas Iscariot
Lukas 6:14

Simon Petrus
Andreas
Jacobus
Johannes

Filippus
Bartholomeüs
Mattheüs
Thomas

Jacobus Alfeüs
Simon de Zeloot
Judas Jacobus
Judas Iscariot
Handelingen 1:13

Petrus
Johannes
Jacobus
Andreas

Filippus
Thomas
Bartholomeüs
Mattheüs

Jacobus Alfeüs
Simon de Zeloot
Judas Jacobus
Matthias (Hand. 1:26)

Bartolomeüs wordt gewoonlijk geidentificeerd met Nathaneël (Joh. 1:44-46; 21:2). Judas Jacobus werd, om hem te onderscheiden van Judas Iskariot, Thaddeüs genoemd, en Simon (niet Petrus) werd de Zeloot genoemd, of te Hebreeuwse tegenhanger van de Kananiet (niet Canaäniet) . Natuurlijk nam Matthias de plaats in van Judas Iskariot.


3 Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Thaddeüs; [Joh. 1:44]
4 Simon, de Kanaäniet en Judas °Iscariot, die Hem ook over geeft*. [Mar. 14:44]
5 Deze °twaalf zendt* Jezus uit, hen opdracht gevend*, zeggend: "Op de weg van de natiën zullen jullie niet voortgaan* en in een stad van Samaritanen zullen jullie niet binnen gaan*, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Vergelijk met Markus 6:7-15; Lukas 9:1-11.

De Heer had alleen het koninkrijk verkondigd en Hij had de verkondiging bevestigd door tekenen die de nabijheid er van aanduiden. Nu verbindt Hij twaalf van Zijn volgelingen met Zich en zendt hen uit met gezag over ziekte en dood en de demonen, zodat zij de nabijheid er van konden bewijzen door zowel hun woorden als hun werken. Dit is de eerste koninkrijksverkondiging. De tweede wordt pas gegeven na Zijn opstanding (28:16-20). Ze verschillen op vrijwel ieder punt. Deze moest alleen in het land uitgevoerd worden. Zelfs Samaria mocht het niet horen. Het was puur en alleen voor de verloren schapen van Israel’s kudde en omsloot geen anderen. De tweede koninkrijksverkondiging is voor alle natiën, uitgezonderd Israel!

Deze eerste verkondiging van het koninkrijk werd uitgevoerd tot aan de crisis in de bediening van onze Heer, toen het duidelijk werd dat zij niemand zouden vertellen dat Hij, Jezus, de Messias was (16:20). Ook al wordt aan Petrus en Johannes een voorsmaak gegeven van het koninkrijk op de berg van de transformatie, droeg Hij hen niet op te vertellen over het visioen totdat de Zoon van de Mensen zou zijn opgestaan uit de doden (17:9). Van deze tijd tot aan de Pinksterdag was deze verkondiging ononderbroken.

In afwachting van de vernieuwing van de verkondiging er van tijdens Zijn afwezigheid, gaf onze Heer de sleutels aan Petrus, toen hij, in tegenstelling met de afvallige natie, Hem erkende als zijnde de Messias, de Zoon van de levende God(16:19). De deur naar het koninkrijk is gesloten wanneer de proclamatie er van is verboden. Op de Pinksterdag gebruikt Petrus de sleutels en verkondigt opnieuw de nabijheid van het koninkrijk, op voorwaarde van de bekering van de natie. In het begin aanvaardt een klein deel van het volk de boodschap, maar het duurt niet lang totdat de natie, als zodanig, door de moord op Stefanus en de pogingen op Petrus en Paulus, hun verwerping tekent. Aan het einde van Handelingen wordt de natie formeel opzij gezet door Paulus’ publieke verkondiging van hun afvalligheid.

Wanneer God nogmaals Zich richt tot Israel, in de toekomst, zal het opnieuw verkondigd worden en, te midden van grote benauwing, zal de natie, vertegenwoordigd door de honderd vier en veertig duizend ongehuwden (Openb. 7:3-8) en de grote menigte (Openb. 7:9-17), de verkondiging aanvaarden en het koninkrijk binnen gaan. Dan zullen Petrus’ brieven de deur ontsluiten. Dan zal heel Israel gered worden (Rom. 11:26) en de aanwezigheid van het koninkrijk zal de verdere verkondiging er van overbodig maken.

Dit evangelie van het koninkrijk houdt zich niet bezig met zonde of individuele redding. De vergeving van zonden, gebaseerd op het lijden van Christus, staat in de opdracht voor de mensheid in het verslag van Lukas (Luk. 24:46-49). Het was niet beperkt tot Israel. Christus had nog niet geleden toen het evangelie van het koninkrijk voor het eerst werd verkondigd. Het kan naar niets anders verwijzen dan het koninkrijk dat in de Hebreeuwse geschriften aan Israel werd beloofd.


6 doch ga veeleer naar de verloren schapen van het huis van Israel. [Jer. 50:6]
7 En gaande, verkondigt, zeggende dat het koninkrijk van de hemelen dichtbij is gekomen. [Luc. 10:9-11]
8 Geneest de zwakken, wekt doden op, reinigt melaatsen, werpt demonen uit. Jullie kregen om niet, geeft om niet!
9 Jullie zouden geen goud, noch zilver, noch koper in jullie °gordels moeten verzamelen*,
10 geen tas voor onderweg, noch twee tunieken, noch sandalen, noch een staf, want de werker is zijn °voedsel waard. [Luc. 10:4] - [Num. 18:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Vergelijk met Lukas 10:1-16.


11 Wanneer jullie nu in iedere stad of dorp binnen gaan*, vraagt* wie in haar waardig is, en blijft* daar totdat jullie eens weg gaan*. [Luc. 10:5,6]
12 En binnengaand in het huis, groet* het!
13 En indien het huis inderdaad waardig zal zijn, laat jullie °vrede op haar komen*. Doch indien het niet waardig zal zijn, laat jullie °vrede naar jullie terugkeren*.
14 En wie jullie niet zou ontvangen*, noch jullie °woorden zou horen*, gaat weg, buiten het huis of die °stad, en schudt* het stof van jullie voeten. [Hand. 13:51] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Zie Nehemia 5:13; Handelingen 13:51; 18;6


15 Amen! Ik zeg tot jullie, het zal voor het land van Sodom en van Gomorra beter te verdragen zijn in de dag van het oordeel dan voor die °stad. [2Petr. 2:6]
16 Zie*, Ik zend jullie als schapen te midden van wolven. Weest dan voorzichtig als de slangen en naïef als de duiven. [Luc. 10:3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-22

Vergelijk met Markus 13:9-13; Lukas 21:12-18.


17 Hoedt je nu voor de mensen, want zij zullen jullie verraden in Sanhedrins en in hun °synagogen zullen zij jullie geselen.
18 En jullie zullen ook voor gouverneurs en voor koningen geleid worden omwille van Mij, tot een getuigenis voor hen en voor de natiën. [Matt. 24:14]
19 Doch wanneer zij jullie zullen verraden*, zouden jullie geen angst moeten hebben hoe of wat jullie zouden moeten spreken*, want in dat °uur zal aan jullie gegeven worden wat jullie moeten spreken*, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Vergelijk met Lukas 12:11,12. Zie Exodus 4:12; Jeremia 1:7


20 want het zijn jullie niet die spreken, maar de geest van jullie °Vader, de in jullie Sprekende. [Matt. 12:11,12]
21 En een broer zal een broer verraden tot de dood en een vader zijn kind. Kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en zij zullen hen doden. [Micha 7:6]
22 En jullie zullen door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam, doch degene die volhardt* tot de voleinding, deze zal gered worden. [Matt. 24:9] - [Matt. 24:13]
23 Wanneer nu zij jullie zullen vervolgen in deze °stad, vlucht naar de andere! Amen! Want Ik zeg jullie dat jullie de steden van Israel niet zullen beëindigen* totdat de Zoon van de mens zal komen*. [Mar. 13:26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

De wijs van het werkwoord is hier zeer belangrijk. De Heer zegt niet wat er zou zijn, maar wat er zou gebeuren. Zijn apostelen waren breekbare stervelingen, gemakkelijk ontmoedigd, en daarom geeft Hij niet meer dan een hint over een mogelijk falen van hun missie. De gebruikelijke versie, door het voorbijgaan aan de aanvoegende wijs van de werkwoorden, heeft aanleiding gegeven aan veel verwardheid en speculatie. De verkondiging bracht het koninkrijk zeer nabij, zodat de komst van de Heer in heerlijkheid en kracht niet veel langer meer uitgesteld hoefde te worden. Dat Hij in die tijd niet kwam is geen bewijs dat Hij Zich vergiste, maar veeleer van Zijn voorkennis, want Hij was voorzichtig met het uitdrukken van het vooruitzicht om zo te voorzien in deze gebeurtenis.


24 De discipel is niet boven de leraar, noch is de slaaf boven zijn °heer. [Joh. 13:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Zie Lukas 6:40; Johannes 15:20.


25 Het zij voldoende voor de discipel dat hij zal mogen worden* als zijn °leraar en de slaaf als zijn heer. Indien zij de huiseigenaar de bijnaam Beëlzebul geven*, hoeveel meer die van zijn huishouding. [Matt. 12:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Onze Heer noemt Beëzebul een huiseigenaar, wat waarschijnlijk de betekenis is van de naam (zie noot bij 12:24). De discipelen zouden geen betere behandeling moeten verwachten dat hun Heer had ontvangen, maar toch spoort Hij hen aan niet bang te zijn, want zelfs de ongezien krachten zullen openbaar worden.


26 Weest* dan niet bang voor hen. Want niets is bedekt geworden dat niet onthuld zal worden, en verborgen dat niet bekend zal zijn. [Luc. 8:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Zie Markus 4.22; Lukas 8:17, 12:2,3.


27 Wat Ik tot jullie zeg in de duisternis, zeggen* jullie het in het licht, en wat jullie in het oor horen, verkondigen* jullie dat op de daken!
28 Weest* niet bang voor hen die het lichaam doden, doch niet in staat zijn de ziel te doden*! Vreest veeleer Die in staat is én ziel én lichaam te vernietigen* in Gehenna. [Jak. 4:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

De ziel is de zetel van het gevoel, maar wordt algemeen verwisseld met de geest. Een ziels mens is iemand die door zijn gevoel wordt heen en weer gezwaaid. Hij kan zelfs sensueel zijn, want dat is de gebruikelijke weergave van Jac. 3.15. Zij van de apostelen die later gedood werden zullen in het koninkrijk niets verliezen. Hun zielen zullen in die dag overladen worden met blijdschap. Hun dood zal alleen maar toevoegen aan de vreugde van hun ziel in de opstanding. Zij echter die onder God’s oordeel komen in het koninkrijk, zullen niet alleen hun lichamen vernietigd zien in de vallei van Hinnom, net onder Jeruzalem, waar het afval van de stad werd verbrand, maar zij zullen alle blijdschap missen waar hun zielen naar verlangen in het millennium. De martelaren die ten behoeve van het koninkrijk sterven, hebben niets te vrezen. Voor zover het hun zielen betreft geeft de dood hen een onmiddellijke intrede in de geneugten van dat aardse paradijs, ook al was dat bij hun martelaarschap duizenden jaren in de toekomst.


29 Worden niet twee mussen verkocht voor een penning? En niet een van hen zal op de Aarde vallen zonder jullie °Vader. [1Sam. 14:45] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

De grootheid van God is net zo duidelijk in de kleinste details van Zijn schepping als in de enorme uitgebreidheden van de stellaire ruimte. Zijn microscopische zorg voorziet in de behoeften van Zijn schepselen, en bereikt hun harten. Niet is te triviaal Voor Hem Wiens aanwezigheid het universum doordringt. Het kleine elektron is net zo goed Zijn voorzienigheid als de kosmos in het geheel.


30 En zelfs de haren van jullie °hoofd zijn genummerd.
31 Vreest dan niet! Jullie zijn van meer belang dan vele mussen! [Luc. 12:24]
32 Iedereen dan die Mij zal belijden voor de mensen, Hem zal Ik ook belijden voor Mijn °Vader, Die in de hemelen is. [Openb. 3:5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

Zie Lukas 12:8,9; Openbaring 3:5.


33 Doch wie Mij zou ontkennen* voor de mensen, hem zal Ik ook ontkennen voor Mijn °Vader, Die in de hemelen is. [2Tim. 2:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33

Zie Markus 8:38; 2Tim. 2:12.


34 Jullie zouden niet moeten beweren* dat Ik kwam om vrede te werpen* op de Aarde. Ik kwam niet om vrede te werpen*, maar het zwaard! [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34-36

Vergelijk met Lukas 12:39-53: Zie Micah 7:6.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34

De natuurlijke gevolgtrekking die oprijst uit de verkondiging van het koninkrijk zou zijn dat, indien Israel geloofde, de era van het millennium onmiddellijk zou beginnen. Maar het is nooit verstandig te redeneren over God’s kennelijke procedure. Hij kan diepere plannen hebben die niet aan de oppervlakte verschijnen. De verkondiging van het koninkrijk werd in alle vertrouwen gedaan, maar toch weten we nu, zoals God altijd al had geweten, dat het niet de bedoeling was om het koninkrijk in die tijd te introduceren. Bovendien had Hij ook onthuld dat, voordat het zou komen, er een tijd zou zijn van grote spanning, waarin Zijn trouwe volgelingen een verdrukking zouden ondergaan zoals er nooit tevoren op Aarde gekend was. Aangezien het koninkrijk gevestigd moet worden door kracht, werpt Hij Zijn zwaard er in, opdat vrede zal volgen.


35 Want Ik kwam* om een man op te zetten* tegen zijn °vader en een dochter tegen haar °moeder en een bruid tegen haar °schoonmoeder.
36 En de vijanden van de man zijn die van zijn °huishouding. [Micha 7:6]
37 Wie zijn vader of moeder boven Mij liefheeft is Mij niet waardig en wie zijn zoon of dochter boven Mij liefheeft is Mij niet waardig. [Deut. 33:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

Zie Lukas 14,26,27.


38 En wie niet zijn °kruis opneemt en na Mij volgt, is Mij niet waardig. [Mar. 8:34] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

38

Zie 16:24; Markus 8:34,35; Lukas 9:23,24.


39 Wie zijn °ziel vindt*, zal haar vernietigen en Wie zijn °ziel zal vernietigen* omwille van Mij, zal haar vinden. [Luc. 9:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39

Dit heeft een speciale verwijzing in zich naar de tijd van Jacob’s benauwdheid, in de eindtijd, wanneer velen zullen lijden en sterven, door niet het beeld van het wilde beest te aanbidden(Openb. 13:15). Zij die lijden willen vermijden of hun ziel redden, lopen het risico van God’s verontwaardiging en het verlies van de geneugten van het koninkrijk. Zij die de benauwdheid verdragen voor het koninkrijk zullen de gelukzaligheid genieten van het koninkrijk. Zij vernietigen hun zielen om ze te vinden. Zij die lijden willen ontlopen door toe te geven aan de druk van de tegenstander, zullen geen deel hebben in het koninkrijk. Zij vinden hun zielen voor een korte periode, alleen maar om ze te verliezen voor de duizend jaren.


40 Wie jullie ontvangt, die ontvangt Mij en wie Mij ontvangt, ontvangt Degene Die Mij zendt*. [Matt. 18:5] - [Joh. 12:44] - [Joh. 13:20] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

40

Wanneer de Zoon van de Mensen komt in Zijn heerlijkheid om te zitten op Zijn troon, zal oordeel uitgaan, niet op de basis van persoonlijke zondigheid, maar op de behandeling van Zijn discipelen gedurende de tijd van hun nood. Dit principe past nauw aan bij Zijn instructies voor het verkondigen van het koninkrijk. Het laat zien dat zij niet de opdracht kregen om het evangelie van God te preken, dat voor ons is, vandaag.


41 Wie een profeet ontvangt in de naam van een profeet, zal het loon van een profeet krijgen, en wie een rechtvaardige ontvangt in de naam van een rechtvaardige, zal het loon van een rechtvaardige krijgen. [1Kon. 17:13,14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Zie 1Kon. 17:10; 18:4; 2Kon. 4:8; Hebr. 13:2.


42 En wie een van deze °kleinen slechts deze koele drinkbeker te drinken zal geven* in de naam van een discipel, Amen, Ik zeg jullie, hij zal zijn °loon niet verliezen*. [Mar. 9:41 ]




Terug naar de index.
Naar Mattheüs 11
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.