Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 8

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)

1 Na Zijn nederdalen* van de berg volgen* Hem vele menigten.
2 En zie*, een melaatse, naderend*, aanbad Hem, zeggende: "Heer, in het geval dat U zou willen, kunt U mij reinigen*." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

Onze Heer reinigde vele melaatsen en handelde mogelijk op gelijke wijze met hen allen. De “parallelverslagen” in Markus (1:40-44) en Lukas (5:12-14) verschillen niet in details, want ze doen verslag van verschillende voorvallen. Onze Heer’s eerste getuigenis moet tot de priesters zijn. Het is geen direct getuigenis, want de priesters hadden al het getuigenis van Johannes de Doper afgewezen, die door geboorte, niet door ambt, een van hen was.


3 En Zijn °hand uitstrekkend*, raakt* Hij hem aan, zeggende: "Ik wil het, wees gereinigd*!" En onmiddellijk is zijn °melaatsheid gereinigd*.
4 En °Jezus zegt tot hem: "Jij mag dit tot niemand zeggen*, maar ga weg en toon* jezelf aan de priester en breng* het geschenk dat Mozes gebiedt*, tot hun getuigenis." [Mar. 7:36] - [Lev. 14:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Zie 9:30; Markus 5:43; Lev. 14:1-32.

Ze willen Hem niet horen, dus zendt Hij deze melaatsen naar hen toe, als een teken dat Hij de Ene is Die de melaatsheid van de zondige natie kan reinigen. Zij hadden moeten weten dat de Ene Die dit kan doen de lang verwachte Messias is. Er is geen aanduiding dat zij gehoor gaven aan dit getuigenis, zodat wij hier, in een gelijkenis, dezelfde waarheid hebben waarmee Johannes zijn evangelie begint. Zijn eigen volk aanvaardt Hem niet (Joh. 1.11). Dit is inderdaad opvallend. Want de priesters hadden voortdurend de les voor zich van het lijdende offer. Indien geen andere klasse in de natie Zijn verwerping en verdriet en dood kon verstaan, dan zouden zij herkend moeten hebben dat dit de Ene is Die als een lam naar de slachtbank geleid moest worden. Maar in die diepere wijsheid van God waren zij ook degenen die aangesteld waren om de slachters van het grote Offer te zijn.


5 Bij Zijn binnen gaan* nu in Kapernaüm, benaderde* Hem een centurion, Hem smekend [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Vergelijk Lukas 7:1-10.

Dit wordt gevolgd door een aanduiding dat, hoewel afgewezen door het Zijne, Hij aanvaard zou worden door de natiën, zoals het geval is in het boek Handelingen. De priester was aan het ene einde van de religieuze schaal, en de buitenlandse centurion aan de andere. Toch was het de ver verwijderde heiden die geloofde en ontving, zonder een teken, zonder zelfs de aanwezigheid van de Heer, en niet de bevoorrechte priester, die voldoende gelegenheid had om de werkelijkheid van Zijn genezingen te onderzoeken en Zijn claims te testen door de goddelijke uitspraken waarvan de priesters de bewaarders waren.


6 en zeggende: "Heer, mijn °jongen is gevallen in het huis, verlamd, en wordt vreselijk gekweld."
7 En Hij zegt tot hem: "Ik, komende*, zal hem genezen."
8 En antwoordend* beweert de centurion: "Heer, ik ben niet waard dat U binnen zult binnen gaan* onder mijn °dak, maar zeg* alleen het woord en mijn °jongen zal genezen worden.
9 Want ook ik ben een mens onder gezag, zelf soldaten onder mij hebbend. En ik zeg tegen deze 'Ga* weg' en hij gaat, en tot de ander 'Kom' en hij komt en tot mijn °slaaf 'Doe* dit' en hij doet het."
10 Jezus nu, dit horende*, verwondert* Zich en zei*: "Amen, Ik zeg tot jullie, bij niemand vond* Ik in °Israel zoveel geloof! [Matt. 15:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Net als de dienaar van de centurion hadden de natiën, die geloofden toen het evangelie uitging na Zijn opstanding, zoals opgeschreven in Handelingen, geen persoonlijk contact met Hem, en kenden nooit Zijn aanwezigheid. Zij zijn gered op afstand, door een geloof dat in Israel zijn gelijke niet kende. Zo zullen daar in de toekomst velen zijn die een plaats vinden in het koninkrijk, terwijl velen, zelfs van de priesters, buiten zullen blijven.

De verlamde die genezen wordt, wordt treffend geschetst. Hij heeft geen kracht en heeft ook geen nodig. Hij doet niets. Heel zijn redding gaat buiten zijn eigen inspanningen om. Het was, uit noodzaak, niet uit werken. Het was allemaal uit God. Zo is de redding van de natiën. In tegenstelling hiermee riep de melaatse naar hem en vroeg om de zegen, Hij kwam naar Hem toe en aanbad Hem. Dat was het geval met de Joodse discipelen.


11 Doch Ik zeg tot jullie dat velen van het oosten en westen zullen arriveren en zullen neerzitten met Abraham en Izaäk en Jacob in het koninkrijk van de hemelen,
12 maar de zonen van het koninkrijk zullen geworpen worden in de buitenste °duisternis. Daar zal het weeklagen en het knarsen van °tanden zijn." [Luc. 13:28]
13 En °Jezus zei* tot de centurion: "Ga! Zoals jij gelooft*, laat het zo met jou gebeuren*!" En zijn °jongen werd in dat °uur genezen*.
14 En °Jezus, komende* in het huis van Petrus, nam* diens °schoonmoeder waar, liggend en koorts hebbend. [1Kor. 9:5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14-17

Vergelijk met Markus 1:20-34; Lukas 4:38-41.

Er is een aanzienlijk stuk moerasachtig land in de buurt van Tell Hum, de mogelijke plaats van Kapernaüm. Dit kan de oorzaak zijn van de koorts.


15 En Hij raakt* haar °hand aan en de koorts verlaat* haar en zij werd overeind geholpen* en diende Hem.
16 Toen het nu avond geworden* was, brachten* zij Hem vele gedemoniseerden, en Hij werpt* de geesten uit met een woord en allen die het slecht hadden geneest* Hij,
17 opdat vervuld* zou worden het door Jesaja, de profeet, verklaarde*, zeggende: "Hij nam* onze zwakheden en Hij draagt* de ziekten." [Jes. 53:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Vergelijk met Jesaja 53:4; Zie 1Petrus 2:24.


18 °Jezus nu, de menigte rondom Hem waarnemend*, beveelt* door te gaan* naar de overzijde. [Mar. 4:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Vergelijk Markus 4:35; Lukas 8:22.


19 En naderend* zei* een Schriftgeleerde tot Hem: "Leraar! Ik zal U volgen waarheen U ook zult gaan!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19-22

Vergelijk Lukas 9:57-62.


20 En °Jezus zegt tot hem: "De jakhalzen hebben holen, en de vogels van de hemel gaan op stok, maar de Zoon van de mens heeft niets waarop Hij het hoofd zal leggen." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Dit, de eerste maal dat Hij de titel “Zoon van de Mens” gebruikt, is vol van diepe hoogdravende taal. Nadat Hij vermoeid is geworden van Zijn genezingswerk, weet een Schriftgeleerde niet beter te doen dan Hem zijn “Leraar” te noemen. Hoe weinig had hij begrepen van Zijn kracht en heerlijkheid! Zijn woorden hebben aangetoond dat Hij in staat is om te gaan met al wat Adam’s zonde teweeg heeft gebracht in de wereld. Hij is zijn grootste Zoon. Hij heeft de soevereiniteit terug gewonnen die door de eerste mens was verloren. Zijn gebied reikt over heel de mensheid en over de beesten van het veld en de vogels van de hemel. Zij zijn onder de minsten van Zijn onderdanen. De jakhalzen hebben hun holen en kunnen zich terugtrekken om te rusten; de gevleugelde bewoners van de hemel hebben hun takken waarop zij de nacht doorbrengen, maar Zijn vermoeide hoofd, Wiens heerschappij alle aardse schepselen omvat, werd zelfs het bezit van een rustplaats ontzegd! Wat een tegenstelling is dit met de laatste maal dat we deze titel zien in de heilige verslagen! Dan zien we Zijn heilige hoofd gekranst met de krans van een overwinnaar (Openb. 14:14). De overwinningskrans versiert het voorhoofd dat zij met doornen kroonden. En dan, zoals Daniël had voorzegd, zal Hem gezag worden gegeven en achting en een koninkrijk, opdat alle volken, rassen en talen Hem zouden dienen, want Zijn gezag is een aionisch gezag, dat niet voorbij zal gaan (Dan. 7:14).

De titel “Zoon van de Mens” is in ieder opzicht belangrijk, ook al kunnen onze duffe hoofden het missen. Het doet altijd denken aan de waardigheden die aan Adam toevielen als de soeverein van alle aardse schepselen en hoofd van het menselijk ras. Hij erft deze heerlijkheden en herstelt ze in de komende aion tot veel meer dan hun oorspronkelijke perfectie.


21 Een andere nu van Zijn °discipelen zei° tot Hem: "Heer! Sta° mij toe eerst te gaan° en mijn °vader te begraven°!" [1Kon. 19:20]
22 Doch °Jezus zei tot hem: "Volg Mij en laat* de doden hun °doden begraven*!" [Matt. 9:9]
23 En in het schip stappend*, volgen* Zijn °discipelen Hem.
24 En zie*, een grote aardbeving gebeurde* in de zee, zodat het schip bedolven zou worden door de golven. Doch Hij dommelde. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Deze gebeurtenis gebeurde waarschijnlijk op een eerder moment dan de gelijke gebeurtenissen in Markus en Lukas. De aanleiding hier was een aardbeving, die immense vloedgolven deed ontstaan. In de andere gevallen was het een windvlaag. (Mark. 4:35-41; Lukas 8:23-25).


25 En naderend* wekken* zij Hem, zeggende: "Heer! Redt ons. Wij vergaan!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Van tijd tot tijd, terwijl Hij Zijn eigen heerlijkheid onthult en het geloof van Zijn volgelingen uitoefent, presenteert onze Heer een vooruitblik, op een kleine schaal en in fysieke symbolen, van die vreselijke tijd van beroering, die zal dreigen Zijn discipelen aan het einde van de aion te overspoelen, kort voor Zijn komst. De winden zijn de geestelijke krachten van boosaardigheid, uitgebeeld door de grote draak (Openb. 12:3); de zee staat voor de natiën van de mensheid, geleid door het wilde beest (Openb. 13:1). Samen zullen zij vrijwel alle hoop op het koninkrijk vernietigen. Dan is het dat Christus zal komen en de natiën en de geestmachten berispen en de kalmte van het koninkrijk inleiden, waar geen oorlog meer zal zijn, de natiën onderschikt en Satan gebonden. Tot dan zal er geen mogelijke garantie zijn voor vrede onder de natiën van de Aarde, ondanks alle pogen de oorlog te stoppen.


26 En Hij zegt tot hen: "Waarom zijn jullie zo vreesachtig? Kleingelovigen!" Dan, opgestaan* zijnde, bestraft* Hij de winden en de zee en er kwam* een grote kalmte. [Matt. 14:31] - [Psalm 89:10]
27 De mensen nu verwonderen* zich, zeggende: "Van waar is deze, dat de winden en de zee Hem gehoorzamen?"
28 En bij Zijn komst* aan de overzijde, in het land van de Gardarenen, ontmoeten* Hem twee demonen, die uit de graven kwamen, zeer wreed, waardoor niemand sterk genoeg was over die weg voorbij te gaan*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28-34

Vergelijk met Markus 5:1-20; Lukas 8:26-39.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

De Vaticanus leest hier “Gardarenen”, de Sinaïticus leest “Gazarenen”, maar de bewerker (S2) veranderde dit naar “Gorgesenos”, zoals wij het hebben. Gardara was een wel bekende stad, maar is zo ver van de kusten van Galilea, dat het vrijwel onmogelijk was dat het verhaal zich hier afspeelde. De varkens zouden van een berg afgerend moeten hebben, over de rivier de Jermuk (op zich al genoeg om in te verdrinken), de oever op, dan meerdere mijlen over een vlakte en dan in het water. Op een plaats aan de oostelijke oever van het meer, bij een ruïne van een stad die door de Arabieren Chersa wordt genoemd, is de topografie perfect passend bij het verhaal. Achter de stad waren tombes uitgehakt uit de rots. Een steile berg rijst vrijwel onmiddellijk op uit het water, zodat de varkens, naar beneden rennend, niet op het smalle strand konden stoppen, maar regelrecht in het meer plonsden. Het schijnt duidelijk dat dit de ware locatie is en de naam Gergesone schijnt zeer waarschijnlijk het origineel te zijn van het traditionele Chersa, zoals het nu bekend staat. Gadarene lijkt misleidend, en daarom gebruiken we het niet.


29 En zie*, zij schreeuwen*, zeggende: "Wat is er met ons en met U, Zoon van °God? Kwam* U hier om ons vóór de tijd te kwellen*?" [Luc. 4:34]
30 Nu was er ver van hen, een kudde van vele varkens, grazend.
31 De demonen smeekten Hem, zeggende: "Indien U ons uitwerpt, gebiedt* ons in de kudde varkens." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Aangezien varkensvlees onrein was, was het houden van varkens illegaal, en hun eigenaren werd geen kwaad gedaan door ze naar hun vernietiging te zenden in het water van het meer.


32 En Hij zei* tot hen: "Ga!" Zij nu, uitgaande*, gingen* in de varkens en zie*, heel de kudde rent* van de helling in de zee en zij stierven* in de wateren.
33 De herders nu vluchtten* en in de stad gaande*, rapporteren* zij alles, en van de gedemoniseerden.
34 En zie*, de hele stad ging* naar buiten om °Jezus te ontmoeten. En Hem waarnemend smeken zij zodat Hij weg zal gaan van hun °grenzen.




Terug naar de index.
Naar Mattheüs 9
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.