Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 8
|
| |
( Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Na Zijn nederdalen* van de berg volgen* Hem vele menigten.
2 En zie*, een melaatse, naderend*, aanbad Hem, zeggende: "Heer, in het geval dat U zou willen, kunt U mij reinigen*."
[Commentaar]
3 En Zijn °hand uitstrekkend*, raakt* Hij hem aan, zeggende: "Ik wil het, wees gereinigd*!" En onmiddellijk is zijn °melaatsheid gereinigd*.
4 En °Jezus zegt tot hem: "Jij mag dit tot niemand zeggen*, maar ga weg en toon* jezelf aan de priester en breng* het geschenk dat Mozes gebiedt*, tot hun getuigenis."
[Mar. 7:36] -
[Lev. 14:2]
[Commentaar]
5 Bij Zijn binnen gaan* nu in Kapernaüm, benaderde* Hem een centurion, Hem smekend
[Commentaar]
6 en zeggende: "Heer, mijn °jongen is gevallen in het huis, verlamd, en wordt vreselijk gekweld."
7 En Hij zegt tot hem: "Ik, komende*, zal hem genezen."
8 En antwoordend* beweert de centurion: "Heer, ik ben niet waard dat U binnen zult binnen gaan* onder mijn °dak, maar zeg* alleen het woord en mijn °jongen zal genezen worden.
9 Want ook ik ben een mens onder gezag, zelf soldaten onder mij hebbend. En ik zeg tegen deze 'Ga* weg' en hij gaat, en tot de ander 'Kom' en hij komt en tot mijn °slaaf 'Doe* dit' en hij doet het."
10 Jezus nu, dit horende*, verwondert* Zich en zei*: "Amen, Ik zeg tot jullie, bij niemand vond* Ik in °Israel zoveel geloof!
[Matt. 15:28]
[Commentaar]
11 Doch Ik zeg tot jullie dat velen van het oosten en westen zullen arriveren en zullen neerzitten met Abraham en Izaäk en Jacob in het koninkrijk van de hemelen,
12 maar de zonen van het koninkrijk zullen geworpen worden in de buitenste °duisternis. Daar zal het weeklagen en het knarsen van °tanden zijn."
[Luc. 13:28]
13 En °Jezus zei* tot de centurion: "Ga! Zoals jij gelooft*, laat het zo met jou gebeuren*!" En zijn °jongen werd in dat °uur genezen*.
14 En °Jezus, komende* in het huis van Petrus, nam* diens °schoonmoeder waar, liggend en koorts hebbend.
[1Kor. 9:5]
[Commentaar]
15 En Hij raakt* haar °hand aan en de koorts verlaat* haar en zij werd overeind geholpen* en diende Hem.
16 Toen het nu avond geworden* was, brachten* zij Hem vele gedemoniseerden, en Hij werpt* de geesten uit met een woord en allen die het slecht hadden geneest* Hij,
17 opdat vervuld* zou worden het door Jesaja, de profeet, verklaarde*, zeggende: "Hij nam* onze zwakheden en Hij draagt* de ziekten."
[Jes. 53:4]
[Commentaar]
18 °Jezus nu, de menigte rondom Hem waarnemend*, beveelt* door te gaan* naar de overzijde.
[Mar. 4:35]
[Commentaar]
19 En naderend* zei* een Schriftgeleerde tot Hem: "Leraar! Ik zal U volgen waarheen U ook zult gaan!"
[Commentaar]
20 En °Jezus zegt tot hem: "De jakhalzen hebben holen, en de vogels van de hemel gaan op stok, maar de Zoon van de mens heeft niets waarop Hij het hoofd zal leggen."
[Commentaar]
21 Een andere nu van Zijn °discipelen zei° tot Hem: "Heer! Sta° mij toe eerst te gaan° en mijn °vader te begraven°!"
[1Kon. 19:20]
22 Doch °Jezus zei tot hem: "Volg Mij en laat* de doden hun °doden begraven*!"
[Matt. 9:9]
23 En in het schip stappend*, volgen* Zijn °discipelen Hem.
24 En zie*, een grote aardbeving gebeurde* in de zee, zodat het schip bedolven zou worden door de golven. Doch Hij dommelde.
[Commentaar]
25 En naderend* wekken* zij Hem, zeggende: "Heer! Redt ons. Wij vergaan!"
[Commentaar]
26 En Hij zegt tot hen: "Waarom zijn jullie zo vreesachtig? Kleingelovigen!" Dan, opgestaan* zijnde, bestraft* Hij de winden en de zee en er kwam* een grote kalmte.
[Matt. 14:31] -
[Psalm 89:10]
27 De mensen nu verwonderen* zich, zeggende: "Van waar is deze, dat de winden en de zee Hem gehoorzamen?"
28 En bij Zijn komst* aan de overzijde, in het land van de Gardarenen, ontmoeten* Hem twee demonen, die uit de graven kwamen, zeer wreed, waardoor niemand sterk genoeg was over die weg voorbij te gaan*.
[Commentaar]
[Commentaar]
29 En zie*, zij schreeuwen*, zeggende: "Wat is er met ons en met U, Zoon van °God? Kwam* U hier om ons vóór de tijd te kwellen*?"
[Luc. 4:34]
30 Nu was er ver van hen, een kudde van vele varkens, grazend.
31 De demonen smeekten Hem, zeggende: "Indien U ons uitwerpt, gebiedt* ons in de kudde varkens."
[Commentaar]
32 En Hij zei* tot hen: "Ga!" Zij nu, uitgaande*, gingen* in de varkens en zie*, heel de kudde rent* van de helling in de zee en zij stierven* in de wateren.
33 De herders nu vluchtten* en in de stad gaande*, rapporteren* zij alles, en van de gedemoniseerden.
34 En zie*, de hele stad ging* naar buiten om °Jezus te ontmoeten. En Hem waarnemend smeken zij zodat Hij weg zal gaan van hun °grenzen.
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 9
|
|
© www.hetbestenieuws.nl U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.
|