| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 En antwoordend* spreekt* °Jezus opnieuw tot hen in gelijkenissen, zeggend:
[Commentaar]
[Commentaar]
2 "Het koninkrijk van de hemelen werd vergeleken* met een man, een koning, die huwelijksvoorbereidingen treft* voor zijn °zoon.
3 En hij zendt* zijn °slaven om de genodigden te roepen* voor de huwelijksfestiviteiten, en zij wilden niet komen*.
4 Opnieuw zendt* hij slaven, andere, zeggend: 'Zegt* tot de genodigden: 'Zie*! Mijn °lunch heb ik klaargemaakt, mijn °stieren en graan-gevoede dieren werden geofferd en alles is klaar! Komt voor de huwelijksfestiviteiten!'
5 Doch de onverschilligen gingen* weg, die naar het eigen veld, en die naar zijn °handel.
6 En de anderen, zijn °slaven vasthoudend, beledigen en doden hen.
[Matt. 21:35]
7 De koning nu is verontwaardigd* en, zijn °troepen zendend*, vernietigt* die °moordenaars en steekt* hun °stad in brand.
8 Dan zegt hij tot zijn °slaven: 'Het huwelijk is wel klaar, maar de genodigden waren niet waardig.
9 Gaat dan op de uitgangen van de wegen en zovelen als jullie zullen vinden*, roept* hen naar het huwelijk.'
10 En die °slaven gaan* uit op de wegen, allen verzamelend* die zij vonden, bozen zowel als goeden. En het huwelijk wordt gevuld* met aanliggende gasten.
11 De koning nu, binnenkomend* om naar de aanliggenden te kijken*, nam daar een man waar die niet een bruiloftskleed had aangedaan.
12 En hij zegt tot hem: 'Kameraad! Hoe ben jij hier binnen gekomen*, geen bruiloftskleed hebbend?' Doch deze was verstomd*.
13 Toen zei* de koning tot de dienaren: 'Bindt* hem met voeten en handen. Werpt* hem in de buitenste duisternis. Daar zal het weeklagen en het knarsen van °tanden zijn.
[Matt. 8:12] -
[Matt. 13:42]
14 Want velen zijn geroepenen, doch weinigen uitverkorenen.'"
[Commentaar]
15 Toen, gegaan* zijnde, hielden* de Farizeeën overleg, hoe ze Hem zouden vangen* op een woord.
[Commentaar]
[Commentaar]
16 En zij zenden Hem hun °discipelen, met de Herodianen, zeggend: "Leraar! Wij hebben waargenomen dat U waar bent en U leert in waarheid de weg van °God en U maakt u geen zorgen om wie dan ook, want U kijkt niet naar het gezicht van mensen.
[Mar. 3:6]
17 Zeg* ons dan, wat U denkt. Is het toegestaan belasting te betalen aan Caesar of niet?"
18 °Jezus nu, hun boosaardigheid kennend*, zei*: "Waarom beproeven jullie Mij, hypocrieten?
19 Toont* Mij het muntstuk van de belasting." Dezen nu brengen* Hem een denarius.
20 En Hij zegt tot hen: "Van wie is dit °beeld en de inscriptie?"
21 Zij zeggen tot Hem: "Van Caesar!" Hij dan zegt tot hen: "Betaalt dan aan °Caesar wat van °Caesar is en aan °God wat van °God is."
[Rom. 13:7]
22 En het horend*, verbazen* zij zich, en Hem verlatend* gaan* zij weg.
23 In die °dag benaderden* Hem Sadduceeën, die zeggen 'Er is geen opstanding.' En zij vragen* Hem,
[Hand. 23:8]
[Commentaar]
[Commentaar]
24 zeggend: "Leraar! Mozes zei* dat indien iemand zal sterven* zonder kinderen te hebben, zijn °broer zijn °vrouw zal trouwen en hij zal zaad opwekken voor zijn °broer.
[Deut. 25:5,6]
25 Zij waren nu bij ons met zeven broers en de eerste die trouwt, sterft*, en geen zaad hebbend, laat* zijn °vrouw achter aan zijn °broer.
26 Zo ook de tweede en de derde, tot de zevende.
27 Uiteindelijk stierf*, na allen, de vrouw.
28 In de opstanding dan, van wie van de zeven zal de vrouw zijn, want allen hebben haar gehad*?"
29 Antwoordend* nu, zei* °Jezus tot hen: "Jullie zijn misleid, niet de Schriften waargenomen hebbend en ook niet de kracht van °God.
30 Want in de opstanding trouwen zij niet, noch worden zij ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als boodschappers in de hemel.
31 Over de opstanding van de doden nu, lazen* jullie niet het door °God tot jullie verklaarde*, zeggend:
32 'Ik ben de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jacob.' Hij is niet de God van doden, maar van levenden."
[Ex. 3:15,16]
[Commentaar]
33 En de menigten, dit horend*, zij waren verbaasd over Zijn °leer.
[Mar. 11:18]
34 De Farizeeën nu, horend* dat Hij de Sadduceeën de mond snoert*, verzamelden* op dezelfde plaats.
[Commentaar]
[Commentaar]
35 En een van hen, een wetskundige, Hem beproevend, vraagt*:
[Commentaar]
36 "Leraar! Wat is het grote gebod in de wet?"
37 Hij nu verzekerde hen: "Jij zal de Heer, jouw °God, liefhebben met heel jouw °hart en met heel jouw °ziel en met heel jouw °denkvermogen.
[Deut. 6:5]
[Commentaar]
38 Dit is het grote en eerste gebod.
39 Doch het tweede is als haar: Jij zal jouw °naaste liefhebben als jouzelf.
[Rom. 13:9]
[Commentaar]
40 Aan deze twee °geboden hangt heel de wet en de profeten."
[Rom. 13:10]
41 Nu de Farizeeën verzameld waren, vraagt* °Jezus van hen,
[Commentaar]
42 zeggend: "Wat denken jullie over de Christus? Wiens Zoon is Hij?" Zij zeggen tot Hem: "Van °David!"
[Joh. 7:42]
[Commentaar]
43 Hij zegt tot hen: "Hoe dan noemt David, in geest, Hem dan Heer, zeggend:
[2Sam. 23:2]
44 'De Heer zei* tot mijn °Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Jouw °vijanden zal plaatsen* onder Jouw °voeten.'
[Psalm 110:1]
[Commentaar]
45 Indien dan David Hem Heer noemt, hoe is Hij Zijn Zoon?"
46 En niemand was in staat Hem een woord te antwoorden*; noch durft* iemand vanaf die dag nog langer Hem iets te vragen*.
[Mar. 12:34]
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 23
|
|