Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 21

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 En als zij naderen* bij Jeruzalem en kwamen* in Bethfage, op de Olijfberg, toen zond* Jezus twee discipelen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-9

Vergelijk met markus 11:1-10; Lukas 19:28-44

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De dieren die onze Heer bij Zijn presentatie aan Israel ondersteunden waren representatief voor de vrijgekochten. De eerstelingen moesten vrijgekocht worden met een lam (Exo. 13.13). Zo was het hele toneel een typerend plaatje van geestelijke waarheid. De vrijgekochten waren gebonden geweest, maar Hij had hen losgemaakt en hen overgebracht in Zijn soevereiniteit. Allen bij deze gelegenheid oefent Hij Zijn voorrecht uit als Koning en eist Hij een rijdier voor Zijn Koninklijke intrede. Eens zal Hij komen op een wit paard (Openb. 19:11), met macht en majesteit, en Zijn eisen kracht bij zetten met een bloederig zwaard. Maar niet nu. De minste van de lastdieren dragen Hem. Alleen de Zijnen ondersteunen Hem. Zij bieden Hem de nederige eren en de onaanzienlijke loyaliteit van hun positie. Hun kledingstukken plaveien Zijn pad. Hun bladerrijke offers stofferen de Koninklijke straat. Hun uitroepen proclameren Hem als koning. Maar wat zijn ze met weinig! De burgers van Zijn hoofdstad herkennen hem zelfs niet als hun Soeverein! Zij vragen: “Wie is deze?” En het beste antwoord dat ze kunnen geven is: “Deze is de profeet.” Ze hadden moeten zeggen: “Deze is Christus, de Koning, de Zoon van God!”

Dit is de dag die Daniël voorzegde. Negen en zestig heptaden gingen voorbij en de Schriftgeleerden, die zeker, zouden hebben moeten weten Prins Messias Zich op die dag zou presenteren aan het volk(Dan. 9:25). Maar zij verwachtten hem niet en bereidden zich niet op Hem voor, dus laat Hij ze achter totdat pijnlijke benauwdheid de natie zal leren te zeggen: “Gezegend is Hij Die komt in de naam van de Heer.” Dit is het geheim van Israel’s huidige toestand. Door tuchtiging worden ze voorbreid op hun Messias. Hun meest pijnlijke beproevingen moeten nog komen.


2 tot hen zeggend: "Ga in het dorp dat tegenover jullie ligt en jullie zullen onmiddellijk een ezelin vinden, vastgebonden, met haar veulen. Maakt* ze los en brengt* ze bij Mij.
3 En indien iemand iets tot jullie zou zeggen*, zul jij verklaren: 'De Heer heeft ze nodig.' En hij zal ze direct zenden.
4 Dit nu is gebeurd opdat het door de profeet verklaarde* vervuld* zal worden, zeggend: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4-5

Vergelijk met Johannes 12.12-19


5 'Zegt* tot de dochter van Sion: Zie*, jouw koning komt naar jou, zachtmoedig, en zittend op een ezelin en op een veulen, de zoon van een ezel.'" [Jes. 62:11] - [Zach. 9:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Zie Zacharia 9:9


6 De discipelen nu, gegaand* zijnde en doende* zoals °Jezus voor hen geregeld* had,
7 leidden* de ezelin en het veulen en zij plaatsen* op hen de klederen. En Hij zit* op hen.
8 De meesten nu van de menigte spreiden* hun kleding op de weg. En anderen sloegen takken van de bomen en spreidden die op de weg. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Zie Leviticus 23:40


9 De menigten nu gingen Hem voor, en die volgden riepen: "Hosanna*1) aan de Zoon van David! Weest gezegend Die komt in de Naam van de Heer! Hosanna te midden van de hoogsten!" [Psalm 118:26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Vergelijk met Psalm 118:25,26.


10 En bij Zijn binnengaan* van Jeruzalem, werd heel de stad bewogen*, zeggend: "Wie is dit?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Vergelijk met Markus 11:11


11 En de menigten zeiden: "Dit is de profeet Jezus, van Nazareth in Galilea."
12 En Jezus ging* het heiligdom binnen en Hij werpt* alle verkopenden en kopenden in het heiligdom er uit en de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers gooit* Hij omver. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12-17

Vergelijk met Markus 11:15-19; Lukas 19:45-48. Zie Johannes 2: 13-17

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Zijn eerste daad als Koning was het reinigen van de tempel van afgoderij, want het extreem verlangen naar meer bezit is niets anders dan dat (Kol. 3:5). De tempelbelasting, of dubbele drachem (17:24), moest zelfs door de armsten van het volk betaald worden. Belastinginzamelaars waren er in iedere stad en in het heiligdom. Zij begonnen een paar weken voor het Pascha. De wisselaars wisselden met een winst voor zichzelf. Zij waren in de hof van de natiën, of heidenen, die door Herodes was toegevoegd buiten het eigenlijke heiligdom. Hier konden proselieten van andere natiën naderen met giften en aanbidden en bidden. Het was nooit bedoeld als een koopmanswinkel(Joh. 2.16)., of als wisselkantoor. Het was een plaats om aan God te geven, niet om iemand te beroven.

De twee reinigingen van het heiligdom zijn typerend voor de twee verschijningen van Christus. De eerste (Joh. 2:13-22) was priesterlijk van aard, en is verbonden met Zijj dood en opstanding (Joh. 2:19). Ze is alleen in Johannes’ verslag te vinden. De tweede volgt op Zijn presentatie als Messias.

De knorrige, maar stille onderschikking van deze rovers is een stilzwijgend bewijs van de morele majesteit en macht waarmee Hij Zijn daad uitvoerde. Geweldadige passie van Zijn kant zou met lichamelijke kracht zijn tegengewerkt, en zou Zijn ondergang hebben betekend. Het was de terechte toorn van de Shekinah-heerlijkheid die deze afgodendienaars overweldigde en hen deed vluchten van de sublieme Aanwezigheid.


13 En Hij zegt tot hen: "Er is geschreven: 'Mijn °huis zal een huis van gebed genoemd worden', maar jullie maken het tot een rovershol." [Jes. 56:7] - [Jer. 7:11] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

13

Zie Jesaja 56:7; Jeremia 7:11.


14 En blinden en lammer benaderen* Hem in het heiligdom en Hij geneest* hen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Nadat Hij de heilige gebieden had gereinigd, brengt Hij ze tot hun juiste gebruik door blinde ogen het licht terug te geven en lamme benen te genezen, zodat zij de heiligheid van God kunnen zien en in Zijn wegen wandelen.


15 De hogepriesters nu en de Schriftgeleerden, de wonderen waarnemend* die Hij doet* en de jongens, schreeuwend in het heiligdom en zeggend: "Hosanna aan de Zoon van David," nemen* dit hoog op [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

De hogepriesters en de Schriftgeleerden, echter, worden niet genezen. Zij zijn te blind om Hem te zien en te lam om niet te struikelen. De kleine kinderen stelden hen tot schande.


16 en zeggen* tot Hem: "Hoor jij wat dezen zeggen?" Doch °Jezus zegt tot hen: "Jawel. Lazen* jullie nooit dat 'Uit de mond van minderjarigen en van zuigelingen bereidt* U lof?" [Psalm 8:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Vergelijk met Psalm 8:2 – Septuagint. Zie Johannes 12:17-19.


17 En hen verlatend* ging* Hij de stad uit, in Bethanië en Hij logeerde* daar.
18 In de morgen nu, hen terug leidend in de stad, kreeg* Hij honger. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Vergelijk met Markus 11:12-14


19 En een vijgenboom waarnemend* langs de weg, kwam* Hij bij haar en vond* niets in haar dan alleen bladeren. En Hij zegt tot haar: "Er zal niet langer vrucht van jou komen* in de aion." En de vijgenboom verdorde* onmiddellijk. [Luc. 13:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

De vijg, de olijf en de wijnrank presenteren verschillende uitzichten op het koninkrijk. Misschien zouden we ook de braamstruik moeten toevoegen, zoals Jotam deed in zijn gelijkenis (Richt. 9:8-15). De braamstruik heeft die valse flair van gezag dat uitgeoefend wordt door het grote Babylon, dat een koninkrijk heeft over de koningen van de Aarde (Openb. 17:18). De wijnrank spreekt van dat wat het hart van God en de mens blij maakt. Dan zal er blijdschap zijn. De olijf spreekt van licht. De vijg brengt ons haar goedheid en zoetheid voor ogen. Het is nationaal van bereik, en staat in tegenstelling tot Rome, weergegeven door de wilde vijgenboom (Luk. 17:6).

Israel’s doem ligt vast. Ze is als een vijgenboom met bladeren, maar zonder vrucht. De vijgenboom vormt een deel van haar vrucht voordat de bladeren komen, tenzij ze onvruchtbaar is. Deze vijgenboom verwachtte duidelijk het seizoen, en bracht al vroeg bladeren voort. Zo waren ook Israel’s pretenties. De eerste van komst van de Heer was voortijdig. Zijn maakten een mooie show van nationale rechtvaardigheid, maar er was geen ware echtheid voor hun claims. De doem van de vijgenboom is de doem van de natie. Ze was verdord. Maar vandaag is haar tak zacht en probeert ze bladeren voort te brengen. In het koninkrijk zal ze een overvloed aan sappige vruchten dragen.


20 En dit waarnemend*, verwonderen* de discipelen zich, zeggend: "Hoe onmiddellijk is de vijgenboom verdord*!" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20-21

Vergelijk met Matkus 11:20-26


21 Antwoordend* nu zei* °Jezus tot hen: "Amen! Ik zeg tot jullie, indien jullie geloof hebben en niet zullen twijfelen*, zullen jullie niet alleen dat van de vijgenboom doen, maar indien jullie tot deze berg zouden zeggen*: 'Wordt opgenomen* en wordt in de zee geworpen*!', het zal gebeuren. [Luc. 17:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Zie 17:20; Lukas 16:6; Jacobus 1:6; 1Korinthe 13:2.

Geloof is niet: vertrouwen op de vervulling van onze gebeden, maar van God’s woord. Hij had beloofd dat de berg van heidense suprematie weggenomen zou worden uit het midden van Israel. Hadden ze Hem geloofd, dan zou het zijn gebeurd. Geloof kan geen bergen verzetten die God niet heeft beloofd te verzetten. Het is Zijn genoegen veel grotere zaken te bereiken met het geloof van Zijn heiligen.


22 En alles wat jullie ook zullen vragen* in het gelovig gebed, zullen jullie krijgen." [Joh. 14:13.14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Zie 7.7; Jacobus 5.16; 1Johannes 3:22; 5.14.


23 En bij Zijn komen* in het heiligdom, benaderden* Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de oudsten van het volk, zeggend: "In welk gezag doet U deze dingen en wie geeft* U dit °gezag?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23-27

Vergelijk met Markus 11:27-33; Lukas 20:1-8

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

De hogepriesters en oudsten dachten dat zij het hoogste geestelijk gezag waren in Israel. Ze hadden dat ook moeten zijn. Toen zij Hem uitdaagden om Zijn geloofsbrieven te geven, onthulde Hij hen door hen een eenvoudige vraag te stellen. Was hun gezag van boven geweest dan zouden zij Johannes de Doper hebben geloofd. Dat het van beneden was wordt duidelijk uit hun vleierij aan de voeten van de bevolking. De hogepriester zou de oudste moeten zijn uit de lijn van Aäron, zo zijn priesterlijke voorrechten terugleidend naar de wet. In plaats daarvan was hij benoemd door politieke partijen en Romeinse procurators.


24 Antwoordend* nu zei* °Jezus tot hen: "Ook Ik zal jullie een woord vragen. Indien jullie Mij dat dat kunnen zeggen*, zal Ik ook jullie verklaren in welk gezag Ik deze dingen doe.
25 De doop, die van Johannes, vanwaar was die? Uit de hemel of uit de mensen?" Dezen nu overlegden met elkaar, zeggend: "Indien wij zullen zeggen* 'Uit de hemel', zal Hij ons verklaren: 'Waarom geloven* jullie hem dan niet?' [Joh. 1:33]
26 Doch indien wij zullen zeggen* 'Uit de mensen', moeten wij de menigte vrezen, want allen houden Johannes voor een profeet." [Matt. 14:5] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Zie 14:5; Markus 6:20.


27 En °Jezus antwoordend* zeiden* zij: "Wij hebben het niet waargenomen." En Hij verzekerde hen: "Dan zeg Ik ook niet in welk gezag Ik deze dingen doe.
28 Wat denken jullie nu? Een mens had twee kinderen. En de eerste benaderend*, zei* hij: 'Kind, ga, werk vandaag in de wijngaard.' [Matt. 20:1] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Deze gelijkenis was voor de priesters en de oudsten. Zij maakten de grootste betuigingen van het gehoorzamen van de wil van God, maar ze deden het niet. De zondaren die geen belijdenis deden, die zij verachtten, gehoorzaamden in feit God’s voorschrift. Door Zijn gelijkenis deed Hij de leiders hun eigen veroordeling maken.


29 Doch hij, antwoordend*, zei*: 'Ik wil niet.' Maar daarna spijt hebbend*, ging* hij.
30 Nu de andere benaderend*, zei* hij hetzelfde en deze nu, antwoordend*, zei*: 'Ik ga heer!' En hij ging* niet.
31 Wie van de twee doet* de wil van de vader?" Zij zeggen: "De eerste." °Jezus zegt tot hen: "Amen! Ik zeg tot jullie dat de tollenaars en de prostituees jullie zullen voorgaan in het koninkrijk van °God. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Zie Lukas 7:29,30


32 Want Johannes kwam* tot jullie in de weg van rechtvaardigheid en jullie geloven* hem niet. Doch de tollenaars en de prostituees geloven* hem. Jullie nu, het waarnemend*, hebben daarna nog geen spijt gekregen*, om hem te geloven*. [Luc. 3:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32

Zie 3:1; Lukas 3.12.

De Heer gaat nu verder hen Zijn gezag te laten zien en hun misbruik van de aan hen verleende voorrechten aan te tonen. Zij waren slechts huurders van God’s wijngaard. Hij was de Zoon van de Eigenaar. Hun voorgangers hadden zoveel gezag opgeëist als zij maar zichzelf konden toe-eigenen. Daarom werden de profeten vervolgd. Deze mannen, en vrijwel alle heersers in Israel, of het nu koningen of priesters, leiders of Schriftgeleerden waren, probeerden de natie te gebruiken voro hun eigen gewin en niet voor de heerlijkheid van God. Waren zijn trouw geweest, dan zouden er geen profeten naar hen zijn gezonden. Zij zouden aan de Eigenaar van de wijngaard de vreugde en blijdschap hebben overgeleverd die Hem rechtens toekwamen. Omdat zij dit niet deden, omdat het priesterschap afvallig was en de heersers rebellerend, stelde Hij mannen van God aan om hen te herinneren aan hun verplichtingen tegenover Hem. Israel roemde over Elia en alle profeten, die het waarmerk van hun schande waren. Bovendien bevestigde hun behandeling van de profeten hun afvallige toestand, want geen van hen ontsnapte aan de vervolging door hun handen.

Maar het verreweg meest memorabele deel van de gelijkenis is de voorzegging van de verwerping van Zijn gezag en Zijn daarop volgende moord door hun handen. Dat het voor hen mogelijk voort te gaan met hun programma van Hem ter dood te brengen nadat Hij hen deze vooruitblik van hun afschuwelijke misdaad had gegeven, bewijst de totale verdorvenheid van het priesterschap, de hopeloze immoraliteit van de religie toen het licht er van duisternis was geworden en het leven er van de dood bracht.


33 Hoort* een andere gelijkenis! Een mens was huiseigenaar, die een wijngaard plant* en plaatst* rondom een omheining en graaft* er een trog in en bouwt* een toren en verhuurde* ze aan boeren en reist* af. [Jes. 5:1,2] - [Efe. 2:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33-41

Vergelijk met Markus 12:1-9: Lukas 20:9-16. Zie Psalm 80:8-16; Hooglied 8:11,12; Jesaja 5:1-7.


34 Toen nu het seizoen van de vruchten naderde*, zendt* hij zijn °slaven naar de boeren om zijn °vruchten te krijgen*.
35 En de boeren, zijn °slaven nemend*, ja, zij geselen* één, en zij doden* één en zij stenigen* één. [Matt. 22:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Zie 5.12: 23:37; 2Kronieken 24:18-21; 36:15-17; Nehemia 9:26; Handelingen 7:52; 1Thessalonicenzen 2:15.


36 En hij zendt* andere slaven, meer dan de eersten. En zij doen* met hen hetzelfde.
37 En daarna zendt* hij zijn °zoon tot hen, zeggende: 'Zij zullen mijn °zoon respecteren.'
38 Doch de boeren, de zoon waarnemend*, zeiden* onder elkaar: 'Dit is de lotdeelgenieter! Komt! Wij zullen hem doden en wij zullen zijn lotdeel hebben*!'
39 En hem nemend*, werpen* zij hem uit de wijngaard en zij doden* hem. [Hebr. 13:12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

39

Zie 26:50; Handelingen 2:23.


40 Wanneer dan de heer van de wijngaard zal komen*, wat zal hij die boeren doen?"
41 Zij zeggen tot Hem: "Kwade mensen! Kwadelijk zal hij hen vernietigen en de wijngaard zal hij aan andere boeren verhuren, die hem de vruchten in hun seizoenen zullen geven." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

41

Zie Lukas 21.24.

Als tevoren spreken ze hun eigen doem uit. In het koninkrijk zal hun heerschappij ingenomen worden door de macht van de twaalf apostelen onder de Priester-Koning, Wiens gezag zij durfden te betwijfelen. Dan zal de Heer van de vrucht van Zijn wijngaard genieten.


42 °Jezus zegt tot hen: "Hebben jullie nooit in de Schriften gelezen*: 'De steen die de bouwers verwerpen*, deze was geworden* tot hoofd van de hoek.' Dit kwam* van de Heer en het is wonderlijk in onze ogen? [Psalm 118:22]` [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

42-46

Vergelijk met Markus 12:10-12; Lukas 20:17-19. Zie Psalm 118:22-23; Handelingen 4.11; 1Petrus 2:6.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

42

Niet lang hierna vragen dezelfde hogepriester en die met hem zijn naar het gezag van Petrus. Hij bevestigt het hier door de Heer gesproken woord: “Indien wij vandaag onderzocht worden over de weldaad aan de zieke man, waardoor hij gered werd, laat het bekend zijn aan jullie allen en aan heel het volk van Israel, dat in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, die jullie kruisigen, Die God opwekt uit de doden, in Deze Naam, deze man gezond voor jullie staat. Dit is de Steen, de door jullie, de bouwers, verachte, de tot hoofd van de hoek gewordene.” (Hand. 4:9-11-HBN). Toch slaagt zelfs dit dubbele getuigenis er niet in hun harde harten tot bekering te bewegen.


43 Daarom zeg Ik tot jullie dat het koninkrijk van °God van jullie zal worden weggenomen en zal gegeven worden aan een natie, voortbrengende haar °vruchten.
44 En die valt* over deze °steen zal verbrijzeld worden, en op wie hij zal vallen*, die zal gezift worden." [Dan. 2:34,35,44,45] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

Zie Jesaja 8:14,15; Romeinen 9:33; 1Petrus 2:8; Daniël 2:34,35; 44,45.


45 En de overpriesters en de Farizeeën, Zijn gelijkenissen horend*, wisten* dat Hij over hen sprak. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

Zolang de hogepriesters God niet vreesden, vreesde de menigte hen niet en hadden ze weinig respect voor hun gezag. Wie God niet vreest, vreest de mens. De priesters bevonden zich in een onmogelijke situatie. Tussen Pilatus en het volk verdween hun gepochte gezag vrijwel geheel. Al wat zij konden doen was een beroep doen op Pilatus en het volk overtuigen.


46 En pogend Hem vast te nemen*, waren* zij bang voor de menigten, aangezien zij Hem voor een profeet hielden. [Matt. 14:5]

Noot:
*1) Hosanna. In het Hebreeuws zijn het twee woorden: Hosha Na. Het eerste betekent "redding, verlossing" (verwant aan Moshiach ofwel Messias) en het tweede "alstublieft." Wordt ook wel vertaald met "Help nu!" of "Help toch!"


Terug naar de index.
Naar Mattheüs 22
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.