| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 "Want het koninkrijk van de hemelen is als een man, een huiseigenaar, die tegelijk met het aanbreken van de morgen uitging* om werkers te huren* in zijn °wijngaard.
[Matt. 21:28,33]
[Commentaar]
2 Overeenstemmend* nu met de werkers voor een denarius voor de dag, zendt* hij hen in zijn °wijngaard.
3 En uitgaand* rond het derde uur nam* hij anderen waar, staande op de markt, niets doende.
4 En tot hen zei* hij: 'Gaan ook jullie in de wijngaard en wat rechtvaardig is zal ik jullie geven.'
5 Zij nu gingen* weg. En opnieuw uitgaande* rond het zesde en het negende uur, doet* hij hetzelfde.
6 Rond het elfde uur nu, vond* hij, uitgaande*, anderen staande en hij zegt tot hen: 'Waarom hebben jullie de hele dag hier gestaan, niets doende?'
7 Zij zeggen tot hem: 'Niemand huurt* ons!' Hij zegt tot hen: 'Gaan ook jullie in de wijngaard.'
8 Toen het nu avond werd*, zei de heer van de wijngaard to zijn °beheerder: 'Roep* de werkers en betaal* hen het loon, beginnend* bij de laatste tot de eerste.'
[Lev. 19:13]
[Commentaar]
9 En komend* kregen* die van het elfde uur een denarius.
10 En de eersten, komend*, denken* dat zij meer zullen krijgen, en ook zij kregen* elk een denarius.
11 Deze nu krijgend*, mopperden zij tegen de huiseigenaar,
12 zeggend: 'Dezen, de laatsten, werkten* een uur, en u maakt* hen gelijk aan ons, die de last van de dag dragen* en de brandende hitte.'
13 Doch hij, een van hen antwoordend*, zei*: 'Kameraad! Ik doe jou niet tekort! Stemde* jij niet met mij in voor een denarius?
14 Neem* het jouwe en ga. Ik nu wil deze laatste geven* zoals aan jou.
15 Of is het mij niet toegestaan met het mijne te doen* wat ik wil? Of is jouw oog boos omdat ik goed ben?'
[Mar. 7:22]
16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten."
[Mar. 10:31]
[Commentaar]
17 °Jezus nu, opgaand naar Jeruzalem, nam* de twaalf discipelen terzijde, apart. En op de weg zei* Hij tot hen:
[Commentaar]
[Commentaar]
18 "Zie*, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon van de mens zal overgegeven worden aan de overpriesters en Schriftgeleerden, en zij zullen Hem tot de dood veroordelen.
[Luc. 9:22]
19 En zij zullen Hem overdragen aan de natiën om te bespotten* en te geselen* en te kruisigen*. En op de derde dag zal Hij worden opgewekt."
[1Kor. 15:4]
20 Toen benaderde* Hem de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar °zonen, aanbiddend en iets van Hem vragend.
[Commentaar]
[Commentaar]
21 Hij nu zei* tot haar: "Wat wil je?" Zij zegt tot Hem: "Zeg* dat deze, mijn twee zonen, in Uw koninkrijk zullen zitten*, een aan de rechterhand en een aan de linkerhand van U."
[Commentaar]
22 Doch °Jezus zei*, antwoordend*: "Jullie weten niet wat jullie vragen! Zijn jullie in staat de beker te drinken* die Ik op het punt sta te drinken?" Zij zeggen tot Hem: "Wij kunnen het!"
[Joh. 18:11]
23 Hij zegt tot hen: "Mijn °beker zullen jullie zeker drinken, maar om te zitten* aan Mijn °rechterhand of aan Mijn linkerhand, dit is niet aan Mij om te geven, maar aan wie het bereid is door Mijn °Vader."
24 En het horend*, nemen* de tien het de twee broers kwalijk.
[Commentaar]
25 °Jezus nu, hen tot Zich roepend*, zei*: "Jullie hebben waargenomen dat de oversten van de natiën over hen heersen en de groten hen dwingen.
[Luc. 22:25,26]
[Commentaar]
26 Zo zal het onder jullie niet zijn. Maar wie onder jullie groot zal willen worden*, hij zal jullie dienaar zijn,
[Commentaar]
27 en wie onder jullie de belangrijkste zal willen zijn, hij zal jullie slaaf zijn,
[Mar. 9:35]
[Commentaar]
28 net zoals de Zoon van de mens niet kwam* om gediend* te worden, maar om te dienen* en Zijn °ziel te geven* als losprijs voor velen."
[Filip. 2:7] -
[1Tim. 2:6]
[Commentaar]
29 En bij hun vertrek uit Jericho, volgt* Hem een grote menigte.
[Commentaar]
30 En zie*, twee blinden, zittend naast de weg, horen* dat Jezus voorbij komt. Zij schreeuwen*, zeggend: "Heer, Zoon van David, heb* mededogen met ons!"
[Matt. 9:27] -
[Mat. 15:22]
31 Doch de menigte berispt* hen, dat ze stil zullen zijn*. Maar zij schreeuwen* luider, zeggend: "Heer, Zoon van David, heb* mededogen met ons!"
32 En °Jezus, staande, sommeert* hen en zei*: "Wat willen jullie? Wat zal Ik voor jullie doen*?"
[Commentaar]
33 Zij zeggen tot Hem: "Heer, dat onze ogen geopend* zullen worden!"
34 Nu medelijden hebbend*, raakt* °Jezus hun °ogen aan en onmiddellijk hervinden* zij het zicht en zij volgen* Hem.
[Matt. 9:29,30]
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 21
|
|