Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 20

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)


1 "Want het koninkrijk van de hemelen is als een man, een huiseigenaar, die tegelijk met het aanbreken van de morgen uitging* om werkers te huren* in zijn °wijngaard. [Matt. 21:28,33] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Veel van de verklaringen van deze gelijkenis gaan voorbij aan het feit dat deze het koninkrijk der hemelen illustreert, en in het geheel niet bedoeld is om toegepast te worden op ons dienstbetoon voor God. Indien zo toegepast kan het niet anders aanmoedigen dat de ijdelheid van de hoop dat een weinig werken aan het eind van het leven een gelijke, zo niet grotere beloning zal opbrengen dan een lange loopbaan van lijdend dienen. De wijngaard is Israel. Zij die instemmen met een denarius per dag waren onder de wet en kregen wat het hunne was. De anderen waren ontvangers van verschillende graden van genade. De derde, uur, werkers waren onder de belofte. Hoewel zij geen contract hadden, ontvingen zij meer dan ze mochten verwachten, want zij hadden hun werk vermengt met een beetje vertrouwen in de eigenaar. In het zesde en in het negende uur hebben we dezelfde omstandigheden, maar geen verdiensten. De werkers van het elfde uur schijnen zelfs geen belofte gehad te hebben waarop zij hun verwachtingen konden baseren. Zij vertrouwden de eigenaar volkomen en hadden maar weinig van hun eigen werken om aan hem aan te bieden.

Op dit moment moeten we een andere klasse invoegen, die niet in de gelijkenis voorkomt, om de zeer goede reden dat zij in het geheel niets doen en niet verbonden zijn met het koninkrijk. Voor zover het redding betreft, hebben onze werken er geen deel aan. Wij zijn de “werkers” van het twaalfde uur, die niets gedaan hebben(Rom. 4:5), en toch veel meer ontvangen dan zij die onder de wet zwoegen. Dit is omdat wij niet afhankelijk zijn van onze welke inspanningen van onze zijde dan ook. Maar van de gunst van de grote Eigenaar.

Wij staan lager dan de laagste in de gelijkenis, en zijn hoger gekomen dan de eerste. Dat is de aard van genade. Mogen wij nooit proberen te onderhandelen met God. Laten we werken zonder een contract of welke zekerheden dan ook, maar geheel rusten op de aangeboren goedgunstigheid die Hij graag laat zien wanneer Zijn schepselen Hem daar de gelegenheid voor geven.

Zelfs in het koninkrijk is het niet de hoeveelheid werk die de beloning bepaalt, maar de hoeveelheid geloof die ermee verbonden is (Hebr. 4:2). Aangezien zij die de volle dag gewerkt hebben ontevreden zijn met Zijn goedheid, en een boos oog hebben, en de laatsten zijn. Mogen we zeker geloven dat zij geen deel zullen hebben in het koninkrijk. Zij zijn niet van het geloof, maar van de werken der wet. Zij struikelen over het Struikelblok (Rom. 9:32,33)

"zie, Ik plaats een steen van het struikelen in Sion
en een val-rots, en wie gelovend is in Hem
zal niet beschaamd worden"

2 Overeenstemmend* nu met de werkers voor een denarius voor de dag, zendt* hij hen in zijn °wijngaard.
3 En uitgaand* rond het derde uur nam* hij anderen waar, staande op de markt, niets doende.
4 En tot hen zei* hij: 'Gaan ook jullie in de wijngaard en wat rechtvaardig is zal ik jullie geven.'
5 Zij nu gingen* weg. En opnieuw uitgaande* rond het zesde en het negende uur, doet* hij hetzelfde.
6 Rond het elfde uur nu, vond* hij, uitgaande*, anderen staande en hij zegt tot hen: 'Waarom hebben jullie de hele dag hier gestaan, niets doende?'
7 Zij zeggen tot hem: 'Niemand huurt* ons!' Hij zegt tot hen: 'Gaan ook jullie in de wijngaard.'
8 Toen het nu avond werd*, zei de heer van de wijngaard to zijn °beheerder: 'Roep* de werkers en betaal* hen het loon, beginnend* bij de laatste tot de eerste.' [Lev. 19:13] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Zie Leviticus 19:13


9 En komend* kregen* die van het elfde uur een denarius.
10 En de eersten, komend*, denken* dat zij meer zullen krijgen, en ook zij kregen* elk een denarius.
11 Deze nu krijgend*, mopperden zij tegen de huiseigenaar,
12 zeggend: 'Dezen, de laatsten, werkten* een uur, en u maakt* hen gelijk aan ons, die de last van de dag dragen* en de brandende hitte.'
13 Doch hij, een van hen antwoordend*, zei*: 'Kameraad! Ik doe jou niet tekort! Stemde* jij niet met mij in voor een denarius?
14 Neem* het jouwe en ga. Ik nu wil deze laatste geven* zoals aan jou.
15 Of is het mij niet toegestaan met het mijne te doen* wat ik wil? Of is jouw oog boos omdat ik goed ben?' [Mar. 7:22]
16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten." [Mar. 10:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Zie 19:30


17 °Jezus nu, opgaand naar Jeruzalem, nam* de twaalf discipelen terzijde, apart. En op de weg zei* Hij tot hen: [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17-19

Vergelijk met Markus 10:32-34; Lukas 18:31-34.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

Hoewel de Heer de ogen van het volk verblindt met gelijkenissen, probeert Hij het verstand van Zijn discipelen te openen en hun harten te bepalen bij Zijn grote offer. Het schijnt vreemd dat zij, die heel hun leven gewend waren aan de gedachte van bloedverzoening, Zijn onderwijs over het grote Antitype van al hun offeren in overweging konden nemen. Hij deed hen niet perplex staan met gelijkenissen, maar sprak heel duidelijk en volhardend tot hen, en toch schenen zij niet Zijn bedoeling gegrepen te hebben totdat alles wat Hij voorzegd had was gebeurd, en Hij opgewekt was uit de doden.


18 "Zie*, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon van de mens zal overgegeven worden aan de overpriesters en Schriftgeleerden, en zij zullen Hem tot de dood veroordelen. [Luc. 9:22]
19 En zij zullen Hem overdragen aan de natiën om te bespotten* en te geselen* en te kruisigen*. En op de derde dag zal Hij worden opgewekt." [1Kor. 15:4]
20 Toen benaderde* Hem de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar °zonen, aanbiddend en iets van Hem vragend. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20-28

Vergelijk met Markus 10:35-45.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

Zie 4:21

Jacobus en Johannes waren de zonen van Zebedeüs (Mar. 10:35). Onze Heer noemde hen “zonen van de donder”(Mar. 3.17), om hun onstuimige en geweldadige houding aan te geven. De zachtmoedigheid en liefde van Johannes geschriften zijn niet de weerspiegeling van zijn karakter, maar van de weerhouding van de inspirerende Geest. Zij waren zeker de meest ambitieuze en zelfzuchtige van alle apostelen. Het verzoek van hun moeder toont aan hoe weinig gemeenschap zij hadden met Zijn naar beneden leidende pad van de schande en de vernedering van het kruis. Zij konden niet begrijpen dat dit het enige pad naar de heerlijkheid was. Alleen zij die Zijn beker drinken kunnen delen in Zijn eer. Zo staat Hij hen de gunst toe van een teugje van Zijn verdriet. Jacobus was de eerste die de Heer volgde. Herodes bracht hem met het zwaard ter dood (Hand. 12:1). Maar Johannes schijnt langer geleefd te hebben.


21 Hij nu zei* tot haar: "Wat wil je?" Zij zegt tot Hem: "Zeg* dat deze, mijn twee zonen, in Uw koninkrijk zullen zitten*, een aan de rechterhand en een aan de linkerhand van U." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21-23

Zie 19:28; 26:39-42; Lukas 12.50;Handelingen 12:2.


22 Doch °Jezus zei*, antwoordend*: "Jullie weten niet wat jullie vragen! Zijn jullie in staat de beker te drinken* die Ik op het punt sta te drinken?" Zij zeggen tot Hem: "Wij kunnen het!" [Joh. 18:11]
23 Hij zegt tot hen: "Mijn °beker zullen jullie zeker drinken, maar om te zitten* aan Mijn °rechterhand of aan Mijn linkerhand, dit is niet aan Mij om te geven, maar aan wie het bereid is door Mijn °Vader."
24 En het horend*, nemen* de tien het de twee broers kwalijk. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Het wordt duidelijk uit de boosheid van de rest dat ook zij de hoogste plaats begeerden, ook al konden zij Hem niet volgen naar de laagste. Daarom geeft Hij hen een zeer noodzakelijk lesje over het ware pad naar grootheid. Het bestaat uit dienstbetoon, dienstbaarheid en lijden, het complete tegendeel van de koers die zij gewend waren te verbinden met menselijke eer. Zijn eigen voorbeeld was hun sleutel. Alleen zij die lijden zijn gekwalificeerd om te heersen. De grootheid van Zijn heerlijkheden vindt haar bron in Zijn dienstbetoon als een slaaf, en het verdriet van Zijn ziel, waarvan Hij tevergeefs met hen sprak.


25 °Jezus nu, hen tot Zich roepend*, zei*: "Jullie hebben waargenomen dat de oversten van de natiën over hen heersen en de groten hen dwingen. [Luc. 22:25,26] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Zie Lukas 22:24-27


26 Zo zal het onder jullie niet zijn. Maar wie onder jullie groot zal willen worden*, hij zal jullie dienaar zijn, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

26

Zie 23:11; Markus 9:35; 1Petrus 5:3


27 en wie onder jullie de belangrijkste zal willen zijn, hij zal jullie slaaf zijn, [Mar. 9:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Zie 18:4


28 net zoals de Zoon van de mens niet kwam* om gediend* te worden, maar om te dienen* en Zijn °ziel te geven* als losprijs voor velen." [Filip. 2:7] - [1Tim. 2:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

28

Zie Johannes 13.4; 11:51,52; 14:5; Filippenzen 2:5-7; Jesaja 53:10-12.


29 En bij hun vertrek uit Jericho, volgt* Hem een grote menigte. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

29

Het herstel van twee blinde mannen was op zich een schitterende manifestatie van Zijn Messiasschap, maar we moeten niet de diepere stroming van denken missen die er onder ligt. Hij ging Jericho uit, de stad met de vloek. Spreekt dit niet van Zijn opstanding, de uitgang van de vloek van het kruis? Twee is het nummer van getuigenis. Hij zond de twee en zeventig in paren. Hij werd op Zijn reis vergezeld door Zijn apostelen, die moesten getuigen over Hem, maar zij waren blind! Zij konden niet het grote centrale zicht van alle getuigenis zien: het kruis van Christus. Daarom konden zij Hem niet in geest volgen, hoewel zij Hem vergezelden in het vlees. Wanneer zal hun blindheid verwijderd worden? Wanneer Hij verschijnt van de vloek. En zo ging het. Pas nadat Hij hun verstand opende om de Schrift te verstaan (Luk. 24:45).


30 En zie*, twee blinden, zittend naast de weg, horen* dat Jezus voorbij komt. Zij schreeuwen*, zeggend: "Heer, Zoon van David, heb* mededogen met ons!" [Matt. 9:27] - [Mat. 15:22]
31 Doch de menigte berispt* hen, dat ze stil zullen zijn*. Maar zij schreeuwen* luider, zeggend: "Heer, Zoon van David, heb* mededogen met ons!"
32 En °Jezus, staande, sommeert* hen en zei*: "Wat willen jullie? Wat zal Ik voor jullie doen*?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

32-34

Vergelijk met Markus 10:49-52; Lukas 18:40-43


33 Zij zeggen tot Hem: "Heer, dat onze ogen geopend* zullen worden!"
34 Nu medelijden hebbend*, raakt* °Jezus hun °ogen aan en onmiddellijk hervinden* zij het zicht en zij volgen* Hem. [Matt. 9:29,30]



Terug naar de index.
Naar Mattheüs 21
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.