| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 In dat °uur nu benaderden* de discipelen °Jezus, zeggend: "Wie is dan groter in het koninkrijk van de hemelen?"
[Luc. 22:24]
[Commentaar]
[Commentaar]
2 En een klein kind bij Zich roepend*, staat* Hij in hun midden,
3 en zei*: "Amen! Ik zeg jullie, indien jullie je niet bekeren* en zullen worden* als de kleine kinderen, zullen jullie niet binnengaan* in het koninkrijk van de hemelen.
[Mar. 10:15]
4 Wie dan zichzelf nederig zal maken als dit °kleine kind, deze is de grootste in het koninkrijk van de hemelen.
[Mar. 10:43,44]
5 En wie in Mijn °naam zulk een kind zal ontvangen*, ontvangt Mij.
[Matt. 10:40]
6 Doch wie een van deze °kleinen, die in Mij geloven, zal valstrikken*, het is voor hem gepast dat hij een molensteen, die door een ezel gedraaid moet worden, om zijn °nek zal hangen* en hij zou verzinken* in de oceaan van de zee.
[Commentaar]
7 Wee de wereld vanwege de valstrikken! Want het is nodig dat de valstrikken komen*. Bovendien, wee aan de mens door wie de valstrik komt.
[Commentaar]
8 Indien nu jouw °hand of °voet jou valstrikt, hak* hem af en werp* hem van jou. Is het beter voor jou verminkt of lam in te gaan* in het leven, of twee handen of twee voeten hebbend geworpen* te worden in het aionische °vuur?
[Matt. 5:29,30]
[Commentaar]
9 En indien jouw °oog jou valstrikt, ruk het uit en werp het van jou. Is het beter voor jou met een oog het leven in te gaan, of twee ogen hebbend geworpen te worden in het aionische °vuur?
[Commentaar]
10 Zie, jullie zouden niet een van deze kleinen verachten*, want Ik zeg jullie dat hun °boodschappers in de hemelen altijd kijken naar het gezicht van Mijn °Vader, Die in de hemelen is.
[Hand. 12:15]
[Commentaar]
11 (geen vers 11)
12 Wat denken jullie? Indien een man honderd schapen zou hebben* en een van hen zou afdwalen*, zou hij niet de negen en negentig op de bergen achterlaten en het afgedwaalde gaan* zoeken?
[Commentaar]
13 En indien het zou gebeuren* dat hij het vindt*, Amen!, Ik zeg tot jullie dat hij er zich over verheugt, meer dan over de negen en negentig die niet afgedwaald waren.
14 Zo is het niet de wil voor het aangezicht van jullie °Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze °kleinen verloren* zal gaan.
15 Indien nu jullie °broer zou zondigen*, ga en stel* hem alleen tussen jou en hem aan de kaak. Indien hij jou zal horen*, win* jij jouw °broer.
[Lev. 19:17]
[Commentaar]
16 Doch indien hij niet zou horen*, neem* met jou nog een of twee mee, opdat door °mond van twee getuigen, of drie, alle verklaring zal staan*.
[Deut. 19:15]
[Commentaar]
17 Indien hij nu hen ongehoorzaam zou zijn*, zeg* het tot de ecclesia. Indien hij nu ook de ecclesia ongehoorzaam zou zijn*, laat hem voor jullie zijn als de natiën en de tollenaar.
18 Amen, Ik zeg tot jullie, al wat jullie zullen binden op de Aarde, zal gebonden zijn in de hemel en al wat jullie losmaken op de Aarde, zal losgemaakt zijn in de hemel.
[Joh. 20:23]
[Commentaar]
19 Nogmaals. Amen, Ik zeg tot jullie, indien twee van jullie overeen zullen stemmen* op de Aarde over iedere zaak, wat zij ook zouden verlangen*, het zal hen gebeuren van Mijn °Vader, Die in de hemelen is.
[Commentaar]
20 Want waar twee of drie verzameld zijn in Mijn °Naam, daar ben Ik in hun midden."
21 Dan, naderend*, zei* °Petrus tot Hem: "Heer, hoeveel malen zal mijn °broer tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? Tot zeven maal?"
[Commentaar]
[Commentaar]
22 °Jezus zegt tot hem: "Ik zeg niet tot jou 'Tot zeven maal', maar tot zeven en zeventig maal.
[Luc. 17:3,4]
23 Daarom wordt het koninkrijk van de hemelen vergeleken* met een mens, een koning, die afrekening wilde houden* met zijn °slaven.
24 En bij zijn aanvang* van het afrekenen werd hem een schuldenaar van tienduizend talenten gebracht*.
25 En niets hebbend om te betalen*, beveelt de heer hem en de vrouw en de kinderen en alles wat hij had te verkopen*, en zo betaald* te worden.
26 Vallend*, dan, aanbidt de slaaf hem, zeggend: "Heb* geduld met mij en ik zal u alles betalen!"
27 Nu medelijden hebbend, laat de heer van die °slaaf hem gaan* en scheldt* hem de lening kwijt.
[Luc. 7:42]
28 Weggaand* nu vond* die °slaaf een van zijn °medeslaven, die hem honderd denari schuldig was en hem vasthoudend*, keelde hij hem, zeggend: "Betaal* wat jij mij schuldig bent!"
29 Vallend* dan, smeekte zijn °medeslaaf hem, zeggend: "Heb* geduld met mij en ik zal jou betalen!"
30 Doch hij wilde het niet, maar, weggaand*, werpt* hij hem in de gevangenis, totdat hij het verschuldigde betalen* zal.
31 Zijn °medeslaven dan, het gebeurde* waarnemend*, waren* vreselijk verdrietig en komend*, maken* zij hun heer al het gebeurde* duidelijk.
32 Dan, hem tot zich roepend, zegt zijn °heer tot hem: 'Boze slaaf! Heel de schuld heb ik jou vrijgescholden omdat jij mij smeekte.
33 Moest jij ook niet jouw medeslaaf genadig* zijn, zoals ik ook jou genadig* ben?'
[Commentaar]
34 En verontwaardigd* zijnde overhandigt* zijn °heer hem aan de kwellers, totdat hij al het verschuldigde zou betalen*.
[Luc. 12:58,59]
35 Zo zal ook Mijn °hemelse °Vader met jullie doen, indien ieder van jullie zijn °broer niet zal vergeven* vanuit jullie °harten."
[Matt. 6:15]
[Commentaar]
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 19
|
|