Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 18

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)



1 In dat °uur nu benaderden* de discipelen °Jezus, zeggend: "Wie is dan groter in het koninkrijk van de hemelen?" [Luc. 22:24] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-8

Vergelijk met Markus 9:33-37,42; Lukas 9:46-48; 22:24-26.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het lijkt erg vreemd en triest dat de discipelen zo’n tijd zouden uitkiezen om te vragen naar hun eigen grootheid. Hij was aan het proberen hun harten te winnen met Zijn nederigheid. Ze hadden spijt toen Hij er over sprak, maar Zijn woorden vonden geen grond. Hoe konden de ze dromen dat het enige pad naar ware grootheid zou gaan doorheen juist dit lijden.


2 En een klein kind bij Zich roepend*, staat* Hij in hun midden,
3 en zei*: "Amen! Ik zeg jullie, indien jullie je niet bekeren* en zullen worden* als de kleine kinderen, zullen jullie niet binnengaan* in het koninkrijk van de hemelen. [Mar. 10:15]
4 Wie dan zichzelf nederig zal maken als dit °kleine kind, deze is de grootste in het koninkrijk van de hemelen. [Mar. 10:43,44]
5 En wie in Mijn °naam zulk een kind zal ontvangen*, ontvangt Mij. [Matt. 10:40]
6 Doch wie een van deze °kleinen, die in Mij geloven, zal valstrikken*, het is voor hem gepast dat hij een molensteen, die door een ezel gedraaid moet worden, om zijn °nek zal hangen* en hij zou verzinken* in de oceaan van de zee. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Vergelijk met Lukas 17:2


7 Wee de wereld vanwege de valstrikken! Want het is nodig dat de valstrikken komen*. Bovendien, wee aan de mens door wie de valstrik komt. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7

Vergelijk met Lukas 17:1; 1Korinthe 11:19.

De toepassing van deze gezegdes buiten hun context kan alleen maar tot verwarring leiden. De Heer spreekt van een plaats in het duizendjarig koninkrijk. Er zal veel hinder zijn om daar binnen te gaan en daarom legt Hij er bij hun de nadruk op alles terzijde te werpen dat tussenbeid zou kunnen komen. Indien er iets dat door de hand gedaan zou worden in de weg zou staan, zou het verlaten moeten worden. Indien hun voet hen op het verkeerde pad leidt, zou dat pad niet langer gevolgd moeten worden. Indien hun waarnemen het uitzicht op aionisch leven in de weg zou staan, zou het afgewezen moeten worden.


8 Indien nu jouw °hand of °voet jou valstrikt, hak* hem af en werp* hem van jou. Is het beter voor jou verminkt of lam in te gaan* in het leven, of twee handen of twee voeten hebbend geworpen* te worden in het aionische °vuur? [Matt. 5:29,30] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8-9

Vergelijk met Markus 9:43-48. Zie 5:29-30.


9 En indien jouw °oog jou valstrikt, ruk het uit en werp het van jou. Is het beter voor jou met een oog het leven in te gaan, of twee ogen hebbend geworpen te worden in het aionische °vuur? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

Gehenna, net onder de stad Jeruzalem, waar het afval van de stad werd verbrand, zal de lichamen ontvangen van de criminelen in het koninkrijk (Jes. 66:24).


10 Zie, jullie zouden niet een van deze kleinen verachten*, want Ik zeg jullie dat hun °boodschappers in de hemelen altijd kijken naar het gezicht van Mijn °Vader, Die in de hemelen is. [Hand. 12:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Op zo’n bediening van boodschappers wordt nooit gezinspeeld als zijnde buiten de uitverkoren natie. Israel, fysiek gezien, is de enige natie, als zodanig, die een engelachtige bediening mag verwachten.


11 (geen vers 11)
12 Wat denken jullie? Indien een man honderd schapen zou hebben* en een van hen zou afdwalen*, zou hij niet de negen en negentig op de bergen achterlaten en het afgedwaalde gaan* zoeken? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Zie Lukas 15:3-7.

Dit is een prachtig beeld van Israel in die tijd, en van het werk waaraan Hij nu bezig was. Laten we niet denken dat de negen en negentig veilig in de kudde lagen. Hij liet ze achter op de bergen, onderhevig aan stormen en aan de aanvallen van wilde beesten. Zo had Hij ook de natie achter gelaten terwijl Hij achter het schaap aan ging dat verdwaald was. Ook Hij moest in de donkere vallei van de dood gaan, waarheen Hij ging op Golgotha. Zo was het dat Hij het verdwaalde schaap vond. De rest van de zelf-rechtvaardige natie, die dachten veilig te zijn zonder Hem, brengen Hem geen blijdschap. Maar Zijn verbijsterde, ziek van zonde zijnde discipelen, met al hun eigenzinnigheid, zijn de blijdschap en vreugde van Zijn hart. Wanneer de natiën verschijnen in het oordeel, dat plaatsvindt bij het begin van het koninkrijk, worden zij bokken genoemd, in tegenstelling tot Israel. De natiën staan nergens bekend als schapen. Niets van deze illustratie komt overeen met God’s huidige werk van genade. Het evangelie van vandaag is voor iedereen. Niemand wordt op de bergen achter gelaten. De gelijkenis is alleen perfect in haar juiste plaats.


13 En indien het zou gebeuren* dat hij het vindt*, Amen!, Ik zeg tot jullie dat hij er zich over verheugt, meer dan over de negen en negentig die niet afgedwaald waren.
14 Zo is het niet de wil voor het aangezicht van jullie °Vader, Die in de hemelen is, dat een van deze °kleinen verloren* zal gaan.
15 Indien nu jullie °broer zou zondigen*, ga en stel* hem alleen tussen jou en hem aan de kaak. Indien hij jou zal horen*, win* jij jouw °broer. [Lev. 19:17] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

15

Vergelijk met Lukas 17:3. Zie Leviticus 19:17.

Onze instructies, in zo’n geval, zijn te vinden in de latere delen van Paulus’ brieven (Gal. 6:1). Het is niet nodig om naar de geschriften te gaan die voor de Besnijdenis bestemd zijn onder omstandigheden die ons geheel vreemd zijn. Het kan alleen leiden tot verwarring. De loop van deze procedure is duidelijk beperkt tot één natie, want de bestraffing heeft geen zin wanneer wij als “een van de natiën” of als een heiden behandeld zouden worden, want dat zijn wij. Noch is het onpatriottisch of crimineel om geklasseerd te worden met belastingontvangers. De ecclesia waarvan hier wordt gesproken was samengesteld uit Zijn koninkrijksdiscipelen, die uitgeroepen waren uit de natie Israel. Zij waren net zo bevooroordeeld tegen de heidenen als de andere Joden. En zij waren zelfs nog meer tegengesteld aan de bijdrage-ontvangers, ook al was Mattheüs er zelf een geweest.


16 Doch indien hij niet zou horen*, neem* met jou nog een of twee mee, opdat door °mond van twee getuigen, of drie, alle verklaring zal staan*. [Deut. 19:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16

Zie Deuteronomium 19:15; Johannes 8:17; 2Korinthe 3.1.


17 Indien hij nu hen ongehoorzaam zou zijn*, zeg* het tot de ecclesia. Indien hij nu ook de ecclesia ongehoorzaam zou zijn*, laat hem voor jullie zijn als de natiën en de tollenaar.
18 Amen, Ik zeg tot jullie, al wat jullie zullen binden op de Aarde, zal gebonden zijn in de hemel en al wat jullie losmaken op de Aarde, zal losgemaakt zijn in de hemel. [Joh. 20:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Zie 16:19.


19 Nogmaals. Amen, Ik zeg tot jullie, indien twee van jullie overeen zullen stemmen* op de Aarde over iedere zaak, wat zij ook zouden verlangen*, het zal hen gebeuren van Mijn °Vader, Die in de hemelen is. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

De Heer gaat op dezelfde wijze verder. Indien wij zouden pogen deze voorrechten en beloften nu toe te passen, zouden we alleen schande brengen over Zijn Naam en over Zijn woord. Onze daden worden in de hemel niet geratificeerd. Twee of drie mogen plechtig overeenstemmen met hun verzoek, maar nu, in deze geheime bediening van God’s genade, waarover onze Heer geen letter sprak en waarvoor Hij geen instructies gaf, doen we onze eigen verzoeken en overeenstemmingen zinken in een diepgaande waardering van de wil van God en bekendheid met de wegen van God.


20 Want waar twee of drie verzameld zijn in Mijn °Naam, daar ben Ik in hun midden."
21 Dan, naderend*, zei* °Petrus tot Hem: "Heer, hoeveel malen zal mijn °broer tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven? Tot zeven maal?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21-22

Vergelijk met Lukas 17:4. Zie 6:14,15.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

Er wordt geen nog harmonieuzer noot aangeslagen dan in het antwoord van onze Heer aan Petrus. Pardon, of vergeving, wordt uitgebreid tot vrijwel de beginselen van genade. Het werkwoord vergeven komt zelfs niet voor in Paulus’ brieven, behalve als een citaat uit de Hebreeuwse geschriften (Rom. 4:7). Er wordt een uitdrukking gebruikt die verder gaat dan de zeventig maal zeven van deze passage. Wij behoren genadevol met elkaar om te gaan, net zoals God, in Christus, genadevol met ons handelt (Efe. 4.32; Kol. 3.13). Aan zulk een genade zijn geen grenzen.


22 °Jezus zegt tot hem: "Ik zeg niet tot jou 'Tot zeven maal', maar tot zeven en zeventig maal. [Luc. 17:3,4]
23 Daarom wordt het koninkrijk van de hemelen vergeleken* met een mens, een koning, die afrekening wilde houden* met zijn °slaven.
24 En bij zijn aanvang* van het afrekenen werd hem een schuldenaar van tienduizend talenten gebracht*.
25 En niets hebbend om te betalen*, beveelt de heer hem en de vrouw en de kinderen en alles wat hij had te verkopen*, en zo betaald* te worden.
26 Vallend*, dan, aanbidt de slaaf hem, zeggend: "Heb* geduld met mij en ik zal u alles betalen!"
27 Nu medelijden hebbend, laat de heer van die °slaaf hem gaan* en scheldt* hem de lening kwijt. [Luc. 7:42]
28 Weggaand* nu vond* die °slaaf een van zijn °medeslaven, die hem honderd denari schuldig was en hem vasthoudend*, keelde hij hem, zeggend: "Betaal* wat jij mij schuldig bent!"
29 Vallend* dan, smeekte zijn °medeslaaf hem, zeggend: "Heb* geduld met mij en ik zal jou betalen!"
30 Doch hij wilde het niet, maar, weggaand*, werpt* hij hem in de gevangenis, totdat hij het verschuldigde betalen* zal.
31 Zijn °medeslaven dan, het gebeurde* waarnemend*, waren* vreselijk verdrietig en komend*, maken* zij hun heer al het gebeurde* duidelijk.
32 Dan, hem tot zich roepend, zegt zijn °heer tot hem: 'Boze slaaf! Heel de schuld heb ik jou vrijgescholden omdat jij mij smeekte.
33 Moest jij ook niet jouw medeslaaf genadig* zijn, zoals ik ook jou genadig* ben?' [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33

De gelijkenis van de tienduizend talenten schuldige is een zeer tekenende illustratie van de ware betekenis van vergeving. Hoewel zo’n grote schuld werd kwijtgescholden, werd de vergeving daarna herroepen. De blijvendheid van vergeving hangt af van het gedrag van degene die ze ontvangt. Ze kan teruggetrokken worden. Onze “vergeving” van zonden is in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.

Wij zijn gerechtvaardigd of van blaam gezuiverd of vrijgesproken, bij onze berechting, want er is geen aanklacht meer tegen ons. God heeft ons, als Rechter, gevrijwaard van schuld door het bloed van Christus (Rom. 3.24). Een rechter kan niet vergeven. Dat is het voorrecht van een heerser of koning. Alleen wanneer een koninkrijk in beeld is kan de vergeving van zonden verkondigd worden. Rechtvaardiging stelt ons buiten het bereik van veroordeling. Het is geheel gebaseerd op het bloed van Christus, wordt ontvangen door geloof, buiten werken om, opdat het in overeenstemming zal zijn met genade (Rom. 8:1; 4:5,16). Vergeving leidt tot voorwaardelijkheid. Niet passend gedrag doet het teruggetrokken worden. God herriep het in elk geval waar het niet uitgebreid werd naar anderen.

Zij die vergeving ontvingen in de Pinkstertijd zijn de tienduizend talenten schuldenaren. Zij hadden Christus gekruisigd, de Heer van heerlijkheid, en waren onder niet te berekenen verplichtingen aan God. Desalniettemin, uit het mededogen van Zijn hart, vergaf Hij hun zonden, zoals Petrus op de Pinksterdag verkondigde (Hand. 2:38). De natiën die niets van het licht en het voorrecht hadden dat Israel’s speciale deel was, waren nauwelijks zoveel schuldig. Zij zijn de schuldenaar die slechts honderd denari schuldig waren, Maar de vergeven schuldenaren in Israel hadden geen idee van het delen van het mededogen dat zij ontvangen hadden met de verachte vreemdelingen. Er was heel wat overredingskracht voor nodig voordat Petrus naar Cornelius zou gaan, een bekeerling die al proseliet van het Judaïsme was (Hand. 10). En toen hij het deed, vond hij zijn broeders zeer tegengesteld aan de gedachte (Hand. 11:3). Maar zij waren nog veel meer tegen Paulus’ bediening onder de natiën. Bij zijn laatste bezoek aan Jeruzalem probeerden deze vergeven gelovigen hem te stenigen vanwege alleen het noemen van de naam van de heidenen. Paulus ging, in zijn toespraak, zo ver dat hij het woord “natiën” noemde(Hand. 22:21) en zij weigerden nog verder naar hem te luisteren. Als gevolg daarvan wordt hun vergeving ingetrokken. Het is van belang op te merken dat dit toepasbaar is op het ongelovig deel van de natie, want zij waren niet vergeven. Het was alleen waar voor hen die “geloofd” hadden. Vergeving is op voorwaarden, want het is gebaseerd op gedrag. Rechtvaardiging is onherroepelijk, omdat het gebaseerd is op het bloed van Christus, dat buitengewoon kostbaar en krachtig is.


34 En verontwaardigd* zijnde overhandigt* zijn °heer hem aan de kwellers, totdat hij al het verschuldigde zou betalen*. [Luc. 12:58,59]
35 Zo zal ook Mijn °hemelse °Vader met jullie doen, indien ieder van jullie zijn °broer niet zal vergeven* vanuit jullie °harten." [Matt. 6:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Zie 6:12.15; Jacobus 2:13.








Terug naar de index.
Naar Mattheüs 19
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.