| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 En de Farizeeën en de Sadduceeën, naderend*, Hem testend, vragen* Hem aan hen een teken uit de hemel te tonen*.
[Matt. 19:3] -
[Joh. 6:30]
[Commentaar]
[Commentaar]
2 Hij nu, antwoordend*, zei* tot hen:
3 (geen vers 3)
4 "Een boos en overspelig geslacht is zoekend, en een teken zal haar niet gegeven worden, anders dan het teken van Jona." En hen verlatend* ging* Hij weg.
[Matt. 12:39]
5 En de discipelen, komend* aan de andere zijde, vergaten* broden te halen*.
[Commentaar]
6 °Jezus nu zei* tot hen: "Zie. En hoedt jullie van de zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën."
[Luc. 12:1]
[Commentaar]
7 Zij nu redeneerden met elkaar, zeggend: "Het is omdat wij geen broden hebben meegenomen."
8 Dit nu wetend*, zei* °Jezus: "Waarom redeneren jullie met elkaar, kleingelovigen? Omdat jullie geen broden hebben?
9 Begrijpen jullie het nog niet? Herinneren jullie je niet de vijf broden van de vijfduizend? En hoeveel korven kregen* jullie?
[Matt. 13:20]
[Commentaar]
10 Noch de zeven broden van de vierduizend? En hoeveel manden kregen* jullie?
[Matt. 15:37]
11 Waarom begrijpen jullie niet dat Ik niet over broden tot jullie zei: "Hoedt jullie," doch over het zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën?"
12 Toen begrepen* zij dat Hij niet zei* te hoeden voor het zuurdesem van de broden, maar voor de leer van de Farizeeën en Sadduceeën.
13 °Jezus nu, komend* in de delen van Caesarea Filippi, vroeg Zijn °discipelen, zeggend: "Wie zeggen de mensen dat de Zoon van de mens is?"
[Commentaar]
14 Dezen nu zeggen*: "Dezen Johannes de Doper, doch anderen Elia en weer anderen Jeremia of een van de profeten."
[Mar. 6:14,15]
[Commentaar]
15 Hij zegt tot hen: "Maar wie zeggen jullie dat Ik ben?"
16 En antwoordend* zei* Simon Petrus: "U bent de Christus, de Zoon van de levende °God!"
[Mar. 14:61]
[Commentaar]
17 Antwoordend* nu, zei* °Jezus tot hem: "Blij ben jij, Simon-bar-Jona, omdat vlees en bloed dit niet aan jou onthult*, maar Mijn °Vader, Die in de hemelen is.
[Commentaar]
18 Ik nu zeg tot jou dat jij Petrus bent en op deze °rots zal Ik Mijn °ecclesia bouwen en de poorten van het ongeziene zullen haar niet overheersen.
[Joh. 1:43] -
[Efe. 2:20] -
[Job 38:17]
19 Ik zal jou de sleutels van het koninkrijk van de hemelen geven en wie jij zal binden* op de Aarde, zal gebonden zijn in de hemelen en wie ook jij zal losmaken* op de Aarde, zal losgemaakt zijn in de hemelen."
[Joh. 20:23]
20 Toen maande* Hij de discipelen tot voorzichtigheid, dat zij tot niemand zouden zeggen* dat Hij de Christus is.
[Commentaar]
21 Vanaf dan begint* °Jezus aan Zijn °discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan* om veel te lijden* van de oudsten en Hogepriesters en Schriftgeleerden en gedood* te worden en op de derde dag opgewekt* te worden.
[Matt. 17:22,23]
[Commentaar]
22 En °Petrus, Hem bij zich nemend*, begint* Hem te berispen, zeggend: "God zal U genadig zijn, Heer! Dit zal aan U niet gebeuren!"
[Commentaar]
23 Hij nu, omgedraaid* zijnde, zei* tot °Petrus: "Ga achter Mijn weg, Satan! Jij bent Mij een valstrik, omdat jij niet de gezindheid hebt die van °God is, maar die van de mensen."
[Matt. 4:10]
24 Toen zei* °Jezus tot Zijn °discipelen: "Indien iemand achter Mij wil komen*, laat hem zichzelf verloochenen* en laat hem zijn °kruis opnemen* en laat hem Mij volgen!
[Luc. 14:27]
25 Want wie ook zijn °ziel zal willen redden, zal haar vernietigen; maar wie ook zijn °ziel omwille van Mij zal willen vernietigen*, zal haar vinden.
[Matt. 10:37]
26 Want wat zal het een mens voordeel zijn, indien hij de hele wereld zal winnen*, doch zijn °ziel zal verspelen*? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn °ziel?
27 Want de Zoon van de mens staat op punt te komen in de heerlijkheid van Zijn °Vader, met Zijn °boodschappers, en dan zal Hij ieder betalen naar zijn °doen.
[Matt. 25:31] -
[Psalm 28:4]
28 Amen! Ik zeg tot jullie dat er sommigen zijn van de hier staanden, die niet de dood zullen smaken*, totdat zij de Zoon van de mens zullen waarnemen*, komend in Zijn °koninkrijk."
[Matt. 20:21 ]
[Commentaar]
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 17
|
|