| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 Dan zijn er Farizeeën en Schriftgeleerden, naar °Jezus komend van Jeruzalem, zeggend:
[Commentaar]
[Commentaar]
2 "Waarom overtreden uw °discipelen de traditie van de ouden? Want zij wassen hun °handen niet wanneer zij brood zullen eten."
[Luc.11:38]
3 Hij nu, antwoordend*, zei* tot hen: "Waarom overtreden jullie ook het gebod van °God door jullie °traditie?
4 Want °God zei*: 'Eer °vader en °moeder, en wie kwaad zegt over vader of moeder, laat hem sterven tot de dood.'
[Ex. 20:12] -
[Ex. 21:17]
[Commentaar]
5 Doch jullie zeggen: 'Wie tot de vader of tot de moeder zal zeggen*: Een naderingsgeschenk is wat jullie als voordeel van mij zullen hebben*,'
6 zal zijn °vader zeker niet eren. En jullie maken* het woord van °God krachteloos vanwege jullie °traditie.
7 Hypocrieten! Jesaja profeteert* correct over jullie, zeggende:
[Commentaar]
8 'Dit °volk eert Mij met de lippen, doch hun °hart is op een afstand weg van Mij.
[Commentaar]
9 Doch tevergeefs vereren zij Mij, leringen onderwijzend die aanwijzingen zijn van mensen.'"
[Jes. 29:13]
10 En de menigte roepend*, zei* Hij tot hen: "Hoort en begrijpt!
[Commentaar]
11 Niet het de mond binnen gaande besmet de mens, maar het uit de mond gaande, dit besmet de mens."
12 Dan, naderend*, zeggen de discipelen tot Hem: "Heeft U waargenomen dat de Farizeeën, horende*, gevalstrikt zijn?"
13 Hij nu, antwoordend*, zei*: "Iedere plant die Mijn °Vader, de hemelse, niet plant*, zal ontworteld worden.
14 Verlaat* ze! Zij zijn blinde gidsen van blinden! Indien nu een blinde een blinde zal leiden, zullen beiden in de put vallen."
[Rom. 2:19]
[Commentaar]
15 Antwoordend* nu zei* °Petrus: "Ontcijfer* voor ons deze °gelijkenis."
[Luc. 8:9]
16 Doch Hij zei*: "Zijn jullie ook op dit punt onwetend?
17 Verstaan jullie niet dat al het in de mond gaande de inhoud wordt van de buik en in een latrine wordt uitgeworpen?
18 Doch het uitgaande uit de mond komt uit het hart en die dingen besmetten de mens.
[Matt. 12:34,35]
19 Want uit het hart komen boze redeneringen voort, moorden, overspelen, prostituties, diefstallen, valse getuigenissen, lasteringen.
[1Kor. 5:9-11]
20 Deze dingen besmetten de mens, doch de ongewassen handen om te eten besmetten de mens niet."
21 En van daar gaand*, trekt* °Jezus Zich terug in delen van °Tyrus en °Sidon.
[Commentaar]
22 En zie*, een Kanaänitische vrouw, komend* van die °grenzen, schreeuwt, zeggend: "Heb* medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn °dochter is zwaar gedemoniseerd!"
[Luc. 18:38,39]
23 Doch Hij antwoordde* haar met geen woord. En Zijn discipelen, naderend, vroegen Hem, zeggend: "Zend* haar weg, want zij schreeuwt ons na."
24 Hij nu, antwoordend*, zei*: "Ik ben niet gezonden* dan tot de verloren °schapen van het huis van Israel!"
[Matt. 10:6]
25 Doch zij, komende*, aanbidt Hem, zeggend: "Heer! Help mij!"
26 Doch Hij, antwoordend*, zegt*: "Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen*, en het naar de jonge hondjes te werpen*."
27 Doch zij zei*: "Ja, Heer! Want de jonge hondjes eten van de brokken die van de tafel van hun °heren vallen."
28 Dan, antwoordend*, zegt* °Jezus tot haar: "O, vrouw! Groot is jouw °geloof! Laat jou gebeuren* zoals jij wilt!" En haar °dochter was genezen* van dat °uur.
[Matt. 8:10] -
[Matt. 8:13]
29 En van daar voortgaand*, kwam* °Jezus bij de zee van Galilea en de berg beklimmend* zat Hij daar.
[Mar. 7:31] -
[Matt. 5:1]
[Commentaar]
30 En Hem benaderden* grote menigten, met zich brengend lammen, blinden, stommen, mismaakten en vele anderen, en zij werpen* hen voor Zijn voeten en Hij geneest* hen,
31 zodat de menigte zich verbaast*, ziende stommen sprekend, mismaakten gezond en lammen wandelend en blinden ziende, en zij verheerlijken* de God van Israel.
[Mar. 7:37]
32 °Jezus nu, Zijn °discipelen tot Zich roepend*, zei*: "Ik ben bewogen over de menigte, dat zij al drie dagen bij Mij blijven en zij hebben niets dat zij zullen eten*, en Ik wil ze niet vastend wegzenden*, zodat zij op een moment op de weg zullen flauwvallen*."
[Mar. 6:34]
[Commentaar]
[Commentaar]
33 En de discipelen zeggen tot Hem: "Waar in de wildernis is zoveel brood voor ons om zo'n grote menigte te bevredigen*?"
34 En °Jezus zegt tot hen: "Hoeveel broden hebben jullie?" En zij zeggen*: "Zeven en een paar kleine vissen."
35 En de menigte bevelend* te gaan liggen* op het land,
36 nam* Hij de zeven broden en de vissen, en dankend* breekt* Hij ze en gaf ze aan de discipelen, doch de discipelen aan de menigten.
37 En zij allen aten* en worden verzadigd*, en zij verzamelen* het overschot van de brokken, zeven manden vol.
38 De etenden nu waren vierduizend mannen, buiten de vrouwen en de kleine kinderen.
39 En de menigten wegzendend*, stapte* Hij in het schip en kwam* in de grensstreek van Magadan.
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 16
|
|