| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 In die tijd hoort* Herodes, de viervorst, de berichten over Jezus,
[Commentaar]
[Commentaar]
2 en zei* tot zijn °jongens: "Dit is Johannes de Doper, hij werd opgewekt* uit de doden en daarom werken deze krachten in hem."
3 Want °Herodes, Johannes vasthoudend*, bindt* hem en plaatst* hem in °gevangenis, vanwege Herodias, de vrouw van Filippus, zijn °broer,
[Commentaar]
4 want Johannes zei tot hem: "Het is jou niet toegestaan haar te hebben." [Luc. 3:19,20]
5 En willende hem te doden*, was hij bevreesd* voor de menigte, want zij hielden hem voor een profeet.
[Luc. 1:76]
6 Doch toen de geboortedagfeesten van °Herodes gehouden* werden, danst* de dochter van °Herodias in het midden en behaagt* °Herodes.
[Commentaar]
7 Daarom belooft* hij met een eed, haar te geven* wat zij maar zou vragen*.
8 Deze nu, opgehitst* zijnde door haar °moeder, beweert: "Geef* mij hier op een schaal het hoofd van Johannes de Doper."
9 En de koning, spijt hebbend* vanwege de eden en de met hem aanliggenden, geeft* opdracht het te geven*.
10 En zendend* onthoofdt* hij °Johannes in de gevangenis.
11 En zijn °hoofd werd gebracht* op een schaal en het werd aan het meisje gegeven* en zij draagt* het naar haar °moeder.
12 En naderend* nemen* zijn °discipelen het lijk weg en begraven* het. En komend* berichten* zij aan °Jezus.
13 °Jezus nu, dit horende*, vertrekt* vandaar in een schip naar een woeste plaats, alleen. En de menigten, dit horende*, volgen* Hem te voet vanuit de steden.
[Commentaar]
[Commentaar]
14 En uitgaande* nam* Hij een grote menigte waar en Hij is met hen bewogen* en Hij geneest* hun °zieken.
[Matt. 9:36]
15 Doch toen het avond werd*, benaderden* de discipelen Hem, zeggende: "Deze plaats is een wildernis, en het uur is al voorbij gegaan*. Laat* de menigten gaan, opdat, weggaande*, zij in de dorpen voedsel voor zichzelf zouden kopen*."
16 Doch °Jezus zei* tot hen: "Het is niet nodig dat zij weggaan*. Geven* jullie hen te eten*!"
[Commentaar]
[Commentaar]
17 Doch zij zeggen tot Hem: "Wij hebben hier niet anders dan vijf broden en twee vissen!"
18 Hij nu zei*: "Breng ze hier bij Mij!"
19 En de menigten opdragend* te zitten* op het gras, de vijf broden en de twee vissen nemend*, zegent Hij, opziend* naar de hemel, en brekend* geeft* Hij de broden aan de discipelen en de discipelen aan de menigten.
20 En zij aten* allen en zijn verzadigd*. En zij pakken* het overschot van de brokken op, twaalf korven vol.
[2Kon. 4:43,44]
21 De etenden nu waren ongeveer vijfduizend mannen, buiten de vrouwen en kinderen om.
22 En onmiddellijk dwingt* Hij de discipelen in het schip te stappen* en Hem voor te gaan naar de andere zijde, totdat Hij de menigten zou wegsturen*.
[Commentaar]
23 En de menigten wegzendend*, klom* Hij de berg op om alleen te bidden*. Toen het nu avond werd* was Hij daar alleen.
[Luc. 6:12]
[Commentaar]
24 Het schip nu, al vele stadia van het land verwijderd, werd gekweld door de golven, want de wind was tegen.
[Commentaar]
25 Tijdens de vierde wacht nu, kwam* Hij naar hen toe, wandelend op de zee.
[Commentaar]
26 De discipelen nu, Hem waarnemend*, wandelend op de zee, werden verontrust*, zeggende dat het een spook is. En zij schreeuwen* uit vrees.
[Luc. 24:37
[Commentaar]
27 Doch direct spreekt* *Jezus tot hen, zeggende: "Houdt moed! Ik ben het! Vreest niet!"
28 En °Petrus, antwoordend*, zei* tot Hem: "Heer! Als U het bent, beveel* mij tot U te komen* op de wateren."
29 Hij nu zei*: "Kom*!" En uit het schip stappend*, wandelt* °Petrus op de wateren en kwam* naar °Jezus.
[Joh. 21:7]
30 Doch lettend op de sterke wind werd* hij bang en, beginnend* te zinken, schreeuwt* hij, zeggend: "Heer, red* mij!"
31 En onmiddellijk de hand uitstrekkend, grijpt °Jezus hem en zegt tot hem: "Kleingelovige! Waarom aarzel* jij?"
[Matt. 8:28]
32 En bij hen in het schip klimmend*, gaat de wind liggen*.
[Mar. 4:39]
[Commentaar]
33 Zij nu in het schip aanbidden* Hem, zeggend: "U bent echt de Zoon van God!"
[Joh, 1:50]
34 En overvarend* kwamen* zij aan °land in Gennesaret.
[Commentaar]
35 En, Hem herkennend*, zenden* de mannen van die °plaats uit in heel dat omliggende land en zij brengen* Hem allen die het zwaar hadden.
36 En zij smeekten Hem dat zij alleen de zoom van Zijn °mantel zouden hoeven aanraken*. En wie deze aanraakten* werden gered*.
[Mar. 5:27]
[Commentaar]
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 15
|
|