Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 13

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 Op die dag zat Jezus, uit het huis komend*, bij de zee.
2 En tot Hem werden vele menigten verzameld*, zodat Hij in een schip stapte* om te zitten, en de hele menigte stond op het strand. [Luc. 5:1-3] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1-9

Vergelijk met Markus 4:1-9; Lukas 8:4-8.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

De actie is opmerkelijk en komt overeen met Zijn afwijzing van Zijn verwanten. Hij plaatst Zichzelf buiten het kunstmatige Joodse systeem. Hoewel er grote menigten komen, proclameert Hij niet de nabijheid van het koninkrijk, maar spreekt op zo’n manier dat zij het niet kunnen begrijpen, de betekenis verhullend in gelijkenissen. Zijn onderwerp is nog steeds het koninkrijk, maar Hij houdt Zich bezig met het verleden er van en met de toekomst, niet met de huidige verkondiging. Hij spreekt geheimen die tot dan toe niet onthuld waren, die zelfs Zijn eigen discipelen niet konden begrijpen.


3 En Hij spreekt* veel tot hen in gelijkenissen, zeggende: "Zie*! De zaaier kwam uit om te zaaien. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3-5

Zie verzen 18-21

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

3

De verwijdering van het koninkrijk naar een afstand in tijd wordt aangegeven door het te vergelijken met het zaaien en groeien en oogsten van een gewas. Was het nog steeds nabij, dan zou Hij Zichzelf nooit Zaaier genoemd hebben, maar Oogster, zoals in Openbaring, wanneer het koninkrijk op punt staat te verschijnen (Openb. 14.14).

De Heer zelf is de Zaaier, en de gelijkenis geeft ons de gevolgen van Zijn voorbije bediening. Het laat ons zien waarom Zijn verkondiging niet de hele natie in het koninkrijk had geveegd. We moeten nu wachten tot het gezaaide klaar is voor de oogst. Het gepresenteerde beeld is waar voor het leven van de Oriënt. De niet afgebakende velden werden verdeeld onder de boeren en de wegen gingen dwars door het graan, zodat het vrijwel onmogelijk was iets op de harde grond te zaaien. Er waren vaak rotsen die uitstaken uit het land en een dunne laag grond er vlakbij, en in veel plaatsen waren de doornen zo dik, dat de boeren er mee waren opgehouden ze te verwijderen. Zo de grond was, zo was het volk. Er is zon en regen van de hemel nodig om de rotsen om te vormen in vruchtbare grond. Het hart van het volk was nog steeds hard. Er zullen de stormen van vervolging en het vuur van benauwdheid voor nodig zijn om het voor te bereiden voor het koninkrijk van Christus.


4 En bij zijn °zaaien valt* er een weinig naast de weg en de vogels kwamen* en verslonden* het.
5 Een ander deel nu viel* op de rotsachtige plaatsen, waar het niet veel grond had, en onmiddellijk schiet* het op, omdat het geen diepte van grond had.
6 En bij het opgaan* van de zon wordt het verschroeid* en omdat het geen wortel heeft, verdort* het.
7 En een ander deel viel* op de doornen en kwam* op. En de doornen verstikken* ze. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

7-8

Zie verzen 22 en 23.


8 Doch een ander deel viel* op de goede °grond en gaf vrucht, het een honderd, en een ander zestig, en weer een ander dertig.
9 Wie oren heeft, laat hem horen!" [Openb. 2:7]
10 En naderend* zeggen* de discipelen tot Hem: "Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-13

Vergelijk met Markus 4:10-13; Lukas 8:9-10.


11 Hij nu, antwoordend*, zei* tot hen dat: "Jullie werd gegeven de geheimen van het koninkrijk van de hemelen te kennen, maar aan die werd het niet gegeven. [Rom. 16:25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Er kan niet sterk genoeg de nadruk op worden gelegd dat de gelijkenissen van onze Heer niet bedoeld waren om uit te leggen, maar om te verhullen. Hij hulde Zijn boodschap in figuren, zodat men ze niet zou verstaan.


12 Want die heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Doch die niet heeft, van hem zal ook wat hij heeft weggenomen worden. [Mar. 4:25] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

12

Vergelijk met Markus 4:24-25; Lukas 8:18. Deze ietwat raadselachtige uitspraak moet verstaan worden in verband met de context. De discipelen van onze Heer hadden geestelijke gaven ontvangen die hen in staat stelden meer te ontvangen. Zij die niet in Hem geloofd hadden, hadden geen middelen om te ontvangen wat Hij nu uitdeelde, want zij hadden geen geestelijk onderscheidingsvermogen. Niet alleen zouden zij deze geestelijke voordelen verliezen, maar zij zouden, als gevolg van de nationale afvalligheid, ook de voorrechten verliezen die zij hadden als volk van God.


13 Dit is waarom Ik tot hen in gelijkenissen spreek, opdat ziende zij niet zien en zij horende niet horen, noch begrijpen zij het.
14 En aan hen wordt de profetie vervuld van Jesaja, die zegt: 'Horend zullen jullie horen en jullie zullen niet begrijpen*, en ziende zullen jullie zien, en jullie zullen niet waarnemen*.' [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

Vergelijk met Jesaja 6:9,10, Septuagint. Zie Johannes 12:37-40; Handelingen 28:25-27; Romeinen 11:7-10; 2Korinthe 3:14-16.

Dit citaat uit het zesde hoofdstuk van Jesaja wordt vaker geciteerd dan welke andere passage van de profeten dan ook. Het komt voor bij de twee grote crises in de geestelijke geschiedenis van Israel: de verwerping van de koninkrijksverkondiging van Christus, en de verwerping van de vernieuwing er van door de heilige Geest in Handelingen (Hand. 28:25-27). Het markeert altijd het stilstaan van het evangelie van het koninkrijk, pogend hun ogen te openen, maar ze verblindend. Na Paulus’ uitspraak van Israel’s doem, stopt de verkondiging van het koninkrijk. De geschiedenis van het koninkrijk houdt op. Ze zal pas hervat worden als de huidige bedeling van God’s genade, waarin het evangelie rechtstreeks naar de natiën gaar, buiten Israel’s bemiddeling om, voltooid is. Dan zal nogmaals het evangelie niet naar alleen Israel gaan, maar doorheen hen naar alle natiën.


15 Want het hart van dit °volk is zwaarlijvig geworden* en zij horen* zwaar met de oren en zij sluiten* hun °ogen, opdat zij niet op een bepaald moment met de ogen zouden waarnemen* en met de oren zouden horen* en met het hart zouden begrijpen* en zij zich zouden bekeren* en Ik hen zal genezen. [Jes. 6:9,10]
16 Doch blij zijn jouw °ogen, want zij nemen waar, en jouw °oren, want zij horen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

16-17

Vergelijk met Lukas 10:23-24. Zie 16:17.


17 Amen! Want Ik zeg tot jullie dat vele profeten en rechtvaardigen reikhalzend uitzien* om waar te nemen* wat jullie waarnemen en zij niet waarnemen*, en te horen* wat jullie horen en zij niet horen*. [Luc. 10:23,24]
18 Jullie dan, hoort* de gelijkenis van de zaaiende*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18-23

Vergelijk Markus 4:14-20; Lukas 8:11-15.


19 Bij iedereen die het woord van het koninkrijk hoort en het niet begrijpt, komt de boze en grist het in zijn hart gezaaide weg. Dit is wie bij de weg is gezaaid*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

Gebrek aan begrip legt het hart open voor de invallen van kwaadaardige geestmachten. De belangrijkste tegenstand tegen de bediening van onze Heer kwam van bovenmenselijke bronnen. Voordat Hij ook maar kon beginnen met Zijn werk, probeerde Satan Hem op een zijspoor te brengen. Hij wierp voortdurend demonen uit. Deze satanische tegenstand duurde tot het einde. Satan nam Petrus te grazen en bezat Judas. Voordat het koninkrijk gevestigd zal worden, zal hij gebonden worden (Openb. 20:2). Dan zal geen kwade geest de mensheid misleiden tot aan de afsluiting van de duizend jaren.


20 En het op de rotsachtige plaatsen gezaaide*, dit is wie het woord hoort en het direct met vreugde verkrijgt, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

20

God’s huidige evangelie van pure genade verwacht niets van een mens. Het gedijdt op alle grond. Voor iemand die het echt ontvangt is het nooit tijdelijk. Het zal vrucht dragen te midden van stenen en doornen, want het verwacht geen voeding van beneden. Deze gelijkenis heeft in het geheel geen toepassing op het evangelie van vandaag. Hij verwijst exclusief naar de verkondiging van het koninkrijk door onze Heer zelf tot aan de tijd waarin hij werd gesproken. Van de velen die Hem hadden gehoord werd slechts een klasse van de vier Zijn discipelen.


21 doch geen wortel heeft in zichzelf, maar tijdelijk is. Bij de komst* nu van verdrukking of vervolging vanwege het woord, wordt hij direct gevalstrikt.
22 Het nu in de doornen gezaaide*, dit is wie het woord hoort; en de vrees van de aion en de verleiding van de rijkdommen verstikt het woord en het wordt vruchteloos. [Luc. 12:16-21]
23 Het nu in de goede grond gezaaide*, dit is die het woord hoort en begrijpt, die vrucht draagt en voortbrengt, deze honderd, doch deze zestig en deze dertig."
24 Een andere gelijkenis plaatst* Hij voor hen, zeggende: "Het koninkrijk van de hemelen wordt vergeleken* met een mens, goed zaad zaaiend* in zijn °veld. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24-30

Zie verzen 36-38.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Deze gelijkenis houdt zich bezig met de toekomstige koers van de koninkrijksverkondiging voordat het komt. Er is dezelfde Zaaier als in de voorgaande gelijkenis. Het gaat hier niet over de soort grond, maar over het soort zaad. De Zaaier zaait ideaal zaad. Zijn vijand zaaide dat wat er op leek, maar giftig was. Dolik lijkt zoveel op graan of gerst voordat het vrucht schiet, dat het praktisch onmogelijk lijkt ze te scheiden. Het was gebruikelijk graanvelden de wieden, maar dolik leek teveel op de goede halmen om ze te kunnen onderscheiden. Het is een sterk slaapverwekkend gif, en werd gewand en uit het graan gezocht, korrel voor korrel, voordat het tot meel werd gemalen. De dolik staat voor de horde van hypocrieten die hun plaats innamen onder de echte discipelen. Er was er zelfs een onder de twaalf apostelen. Hun aantal nam sterk toe in de latere jaren van de Pinkster era. Zij zullen in de tijd van het einde voorspoedig zijn, maar vergaan in de oordelen die het koninkrijk inluiden.


25 Doch bij het dommelen van de mensen, kwam* zijn °vijand en overzaait dolik te midden van het graan en gaat* weg.
26 Doch toen het blad ontkiemde* en vrucht droeg*, toen verscheen* ook de dolik.
27 De slaven nu, de eigenaar benaderend*, zeiden* tot hem: "Heer, zaait* u niet goed zaad in uw °veld? Waarom is er dan dolik?"
28 Hij nu beweerde tot hen: "Een vijand, een man doet* dit." De slaven nu zeggen tot hem: "Wil u dan dat wij gaan* en het verzamelen*?"
29 Doch hij beweert: "Nee, opdat jullie niet door het verzamelen van de dolik tegelijk daarmee het graan zouden ontwortelen*.
30 Laat* beiden samen opgroeien tot de oogst en in het seizoen van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: 'Verzamelt* eerst de dolik, en bindt* ze in bundels om ze te verbranden*. Maar brengt* het graan in mijn °schuur.'" [Matt. 3:12]
31 Een andere gelijkenis plaatst* Hij voor hen, zeggende: "Het koninkrijk van de hemelen is als mosterdzaad, dat een mens, het nemend*, zaait* in zijn °veld, [Luc. 17:6] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31-32

Vergelijk Markus 4:30-32: Lukas 13:18-19; Zie Daniël 4:10-12.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

31

Mosterd is, net als dolik, een ramp voor de graanboer. Het is geen gezond voedsel, maar een toekruid. Haar snelle groei vanuit een klein begin staat in opvallende tegenstelling met de gelijkenis van de Zaaier. Haar onheilspellend belang wordt bevestigd door de plaats die het geeft aan de vogels. In de eerste gelijkenis staan deze voor de boze geesten in hun tegenwerking aan de verkondiging van onze Heer. Nu nemen ze echt hun plaats in op de takken. In de tijd van het einde zal er een buitengewoon snelle ontwikkeling van het koninkrijk zijn onder de Joden, die zal uitlopen in het valse Babylon, dat de kooi zal worden voor iedere hatelijke vogel (Openb. 18:3), en steunt de boze geesten die eens de koninkrijksverkondiging tegenwerkten.


32 wat wel het kleinste is van al de zaden, doch wanneer het gegroeid* zal zijn, is het groter dan de groenten en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel komen* en op stok gaan op zijn takken." [Psalm 104:12]
33 Een andere gelijkenis spreekt* Hij tot hen: "Het koninkrijk van de hemelen is als zuurdesem dat een vrouw, het nemende*, verbergt* in drie maten meel, totdat het geheel was doorzuurd*." [Gal. 5:9] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

33

Vergelijk met Lukas 13:20,21. Zie Zacharia 5:5-11.

Gist is, in de Schrift, altijd een beeld van kwaad en verderf. De Joden reinigen eens per jaar alle gist uit hun huizen voor het feest van de Ongezuurde Broden (26:17; Exo. 11:15). Dit noemt de apostel kwaad en boosaardigheid (1Kor. 5:8). Alle typen van Christus moesten zonder gist zijn (ezo. 23:18; 34:25; Lev. 2.11; 6:17). Het meel was goed, maar de vrouw brengt stiekem kwaad binnen, dat er voor zorgt dat het uitzet en het smakelijk maakt voor mensen. De vrouw kan nauwelijks iemand anders zijn dan die valse figuur van de eindtijd, het grote Babylon. De afvallige natie zal zo de verkondiging corrumperen om de niet-wedergeborenen in Israel aan zich te binden. In plaats van naar de Messias uit te zien om Zijn heerschappij te vestigen en ze er een plaats in te geven, doen zij zoals ze deden in de oude tijden, toen zij leunden op Egypte en Assyrië, in plaats van op Jahweh. In de eindtijd zal Babylon door alle natiën op Aarde ondersteund worden in milleniale grandeur. Het is waar dat de gist van onoprechtheid en valsheid vandaag werkzaam is in het Christendom, aanzwellend tot een grote wereldmacht, smakelijk voor mensen maar een gruwel in het oog van God, maar deze gelijkenis verwijst alleen naar het koninkrijk. Gist typeert kwaad en alleen kwaad, altijd.


34 Dit alles spreekt* °Jezus in gelijkenissen tot de menigten en zonder gelijkenis sprak Hij niets tot hen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

34-35

Vergelijk met Markus 4:33,34.


35 opdat vervuld* zou worden het door de profeet verklaarde*, zeggende: "Ik zal Mijn °mond openen in gelijkenissen. Ik zal voortbrengen het verborgen zijnde van de nederwerping van de wereld." [Psalm 78:2] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

35

Dit verwijst naar de nederwerping van het koninkrijk van het huis van David. Dit is het onderwerp van de zogeheten acht en zeventigste Psalm, waaruit dit citaat werd genomen.


36 Dan, de menigten verlatend*, kwam* Hij in het huis en Zijn °discipelen benaderden* Hem, zeggende: "Maak* ons de gelijkenis van de dolik van het veld duidelijk." [Luc. 8:9]
37 Hij nu, antwoordend*, zei*: "Die het goede zaad zaait is de Zoon van de mens. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

37

De geschiedenis van de koninkrijksverkondiging in Handelingen en wat wordt voorzegd in de besnijdenisbrieven en de Openbaring, draagt volledig de voorzegging van onze Heer uit. Daar waren de zeven zonen van Sceva (Hand. 19:15), de wolven in Efeze (Hand. 20:29), de rijke in Jacobus (5:1), de valse profeten van 2 Petrus en zij die hen volgen, zij die van de synagoge van Satan zijn (Openb. 2:9), de Nicolaieten (Openb. 2.15), Jezebel (Openb. 2.20), en het grote Babylon (Openb,. 18-19:5) – al deze hypocrieten waren als dolik in het veld en werden toegelaten om tot nu toe te bloeien. Maar wanneer de oogst komt zullen de bozen gescheiden worden van tussen de rechtvaardigen en overgegeven voor oordeel. Zo’n soort scheiding zal niet plaatsvinden in het lichaam van Christus. De leden er van vallen buiten het gebied van veroordeling (Rom. 8:1). Er is geen excuus voor het hebben van gemeenschap met ongelovigen (2Kor. 6:14). Zij zouden los van elkaar moeten zijn. Deze passage houdt geen verband met ons gedrag. Het houdt zich alleen bezig met de Besnijdenis.


38 Het veld nu is de wereld, en het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk, doch de dolikzaden zijn de zonen van de boze. [Joh. 8:44]
39 De vijand nu, die het zaait*, is de duivel. De oogst nu is de afsluiting van de aion en de engelen zijn de maaiers.
40 Net zoals dan de dolik wordt bijeengebracht en met vuur wordt verbrand, zo zal het zijn in de afsluiting van de aion. [Matt. 3:12]
41 De Zoon van de mens zal Zijn °boodschappers uitzenden en zal uit Zijn °koninkrijk alle valstrikken bijeenbrengen en de wetteloosheid doenden, [Mar. 13:27]
42 en zij zullen hen in de oven van het vuur werpen. Daar zal geween zijn en het knarsen van °tanden. [Luc. 13;28]
43 Dan zullen de rechtvaardigen schitteren als de zon in het koninkrijk van hun °Vader. Die oren heeft, laat hem horen! [Dan. 12:3] - [Matt. 3:15]
44 Het koninkrijk van de hemelen is als een schat, verborgen in het veld, die een mens, ze vindend*, verbergt* en vol van blijdschap gaat hij weg, verkoopt alles wat hij heeft en koopt dat °veld. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

44

In een land dat bloot staat aan revoluties, invasies en rovers, was het gebruikelijk geld en waardevolle zaken te verbergen in grot-achtige kluizen in de velden. Deze worden niet zelden per ongeluk gevonden, en veroorzaken vaak grote opwinding. Het zou gevaarlijk zijn in andermans veld te graven, vandaar het kopen. Israel is de schat. Het veld is de wereld (zie 38). Om Zelf de schat te bezitten geeft de Zoon van de Mensen alles wat Hij heeft en koopt de wereld. Hij heeft de prijs meer dan betaald met Zijn bloed.


45 Nogmaals: het koninkrijk van de hemelen is als een mens, een koopman, zoekend naar goede parels. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

45

De gelijkenis van de parel is een ander aspect van de waarheid die onthuld wordt door de gelijkenis van de schat die in het veld verborgen was. De zee is een beeld van de natiën, onder wie Israel is verstrooid. De verstrooiing onder de natiën is de kostbare parel die door de Koopman gewenst werd, Die al Zijn rijkdommen opgaf om die voor Zichzelf te kopen. Zij zullen in die dag Zijn speciale schat zijn.

Er is geen grond voor de populaire gedachte dat Christus de parel is, gevonden door de zondaar die redding zoekt. Hij is inderdaad kostbaar, maar zondaren zijn geen zoekers. Het is altijd de Redder Die de verlorene vindt. Hij is niet verloren of verborgen. Hier hebben we een ander aspect van Israel’s verstrooiing onder alle volken. Er zal een scheiding zijn, zoals in de gelijkenis van de dolik werd aangegeven, en de kwaden zullen vernietigd worden in de verschrikkelijke oordelen van de zeven schalen (Openb. 15:5; 16:21).


46 Nu een zeer kostbare parel vindend*, gaat* hij weg, ontdoet zich van alles wat hij had en koopt* hem.
47 Nogmaals: het koninkrijk van de hemelen is als een sleepnet, geworpen* in de zee en dat uit alle soorten bijeen brengt*,
48 dat, wanneer het gevuld* is, opgehaald* wordt op het strand, en gezeten zijnde verzamelen* zij het goede in vaten, doch het verrotte werpen* zij weg.
49 Zo zal het zijn in de afsluiting van de aion. De boodschappers zullen uitgaan en zullen de bozen afscheiden uit het midden van de rechtvaardigen.
50 En zij zullen hen in de oven van het vuur werpen; daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden.
51 Begrijpen jullie al deze dingen?" Zij zeggen tot Hem: "Ja."
52 Hij nu zei* tot hen: "Daarom zal iedere Schriftgeleerde, die discipel gemaakt* is, in het koninkrijk van de hemelen zijn als een mens, een huiseigenaar, die uit zijn °schat nieuw en oud voortbrengt."
53 En het gebeurde* toen °Jezus stopte* met deze gelijkenissen, Hij van daar vertrok*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

53-58

Vergelijk met Markus 6:1-6.

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

53

Ondanks de behandeling die Hij hand ontvangen toen Hij Nazareth eerder bezocht(Lukas 4:15-30), toen zij eigenlijk probeerden Hem ter dood te brengen, en het feit dat Zijn eigen broeders Hem gek verklaard hadden, keert Hij genadevol terug naar het huis van Zijn jeugd, dit keer net zo lang blijvend als Hij wilde en geen openlijke vijandigheid ontmoetend. Het kan zijn dat Hij de geruchten wilde tegenspreken die Zijn broers over Hem verspreid hadden door Zijn komst en door Zijn genezen van hun zieken. Maar de Nazareners vonden het onmogelijk hun vooroordelen terzijde te leggen. Hoe kon Hij, een stadgenoot van hen, tot iets in staat zijn? Zij wisten alles over Hem en Zijn familie. Zo was het ook met de profeten en gaat voort tot op vandaag. Geen man van God hoeft erkenning te verwachten van die hen waarmee hij bekend is.


54 En komend* in Zijn Vaderland, leerde Hij hen in hun °synagoge, zodat zij verbaasd werden en zeggen: "Vanwaar heeft deze deze wijsheid en de krachten? [Joh. 7:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

54

Zie Johannes 7:16,17


55 Is deze niet de zoon van de timmerman? Wordt zijn °moeder niet Maria genoemd en zijn broers Jakobus en Jozef en Simon en Judas? [Luc. 3:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

55

Zie Zie Jesaja 49:7; 53:2,3; Handelingen 1:14


56 En zijn zussen, zijn die niet allen bij ons? Vanwaar dan heeft deze dit alles?"
57 En zij ergerden zich aan Hem. Doch °Jezus zei* tot hen: "Een profeet wordt niet onteerd, behalve in de vaderstad en in zijn °huis." [Matt. 11:6] - [Joh. 4:44]
58 En Hij doet* daar niet veel wonderen, vanwege hun °ongeloof.





Terug naar de index.
Naar Mattheüs 14
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.