| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst. Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)
1 Op die dag zat Jezus, uit het huis komend*, bij de zee.
2 En tot Hem werden vele menigten verzameld*, zodat Hij in een schip stapte* om te zitten, en de hele menigte stond op het strand.
[Luc. 5:1-3]
[Commentaar]
[Commentaar]
3 En Hij spreekt* veel tot hen in gelijkenissen, zeggende: "Zie*! De zaaier kwam uit om te zaaien.
[Commentaar]
[Commentaar]
4 En bij zijn °zaaien valt* er een weinig naast de weg en de vogels kwamen* en verslonden* het.
5 Een ander deel nu viel* op de rotsachtige plaatsen, waar het niet veel grond had, en onmiddellijk schiet* het op, omdat het geen diepte van grond had.
6 En bij het opgaan* van de zon wordt het verschroeid* en omdat het geen wortel heeft, verdort* het.
7 En een ander deel viel* op de doornen en kwam* op. En de doornen verstikken* ze.
[Commentaar]
8 Doch een ander deel viel* op de goede °grond en gaf vrucht, het een honderd, en een ander zestig, en weer een ander dertig.
9 Wie oren heeft, laat hem horen!"
[Openb. 2:7]
10 En naderend* zeggen* de discipelen tot Hem: "Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?"
[Commentaar]
11 Hij nu, antwoordend*, zei* tot hen dat: "Jullie werd gegeven de geheimen van het koninkrijk van de hemelen te kennen, maar aan die werd het niet gegeven.
[Rom. 16:25]
[Commentaar]
12 Want die heeft, hem zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Doch die niet heeft, van hem zal ook wat hij heeft weggenomen worden.
[Mar. 4:25]
[Commentaar]
13 Dit is waarom Ik tot hen in gelijkenissen spreek, opdat ziende zij niet zien en zij horende niet horen, noch begrijpen zij het.
14 En aan hen wordt de profetie vervuld van Jesaja, die zegt: 'Horend zullen jullie horen en jullie zullen niet begrijpen*, en ziende zullen jullie zien, en jullie zullen niet waarnemen*.'
[Commentaar]
15 Want het hart van dit °volk is zwaarlijvig geworden* en zij horen* zwaar met de oren en zij sluiten* hun °ogen, opdat zij niet op een bepaald moment met de ogen zouden waarnemen* en met de oren zouden horen* en met het hart zouden begrijpen* en zij zich zouden bekeren* en Ik hen zal genezen.
[Jes. 6:9,10]
16 Doch blij zijn jouw °ogen, want zij nemen waar, en jouw °oren, want zij horen.
[Commentaar]
17 Amen! Want Ik zeg tot jullie dat vele profeten en rechtvaardigen reikhalzend uitzien* om waar te nemen* wat jullie waarnemen en zij niet waarnemen*, en te horen* wat jullie horen en zij niet horen*.
[Luc. 10:23,24]
18 Jullie dan, hoort* de gelijkenis van de zaaiende*.
[Commentaar]
19 Bij iedereen die het woord van het koninkrijk hoort en het niet begrijpt, komt de boze en grist het in zijn hart gezaaide weg. Dit is wie bij de weg is gezaaid*.
[Commentaar]
20 En het op de rotsachtige plaatsen gezaaide*, dit is wie het woord hoort en het direct met vreugde verkrijgt,
[Commentaar]
21 doch geen wortel heeft in zichzelf, maar tijdelijk is. Bij de komst* nu van verdrukking of vervolging vanwege het woord, wordt hij direct gevalstrikt.
22 Het nu in de doornen gezaaide*, dit is wie het woord hoort; en de vrees van de aion en de verleiding van de rijkdommen verstikt het woord en het wordt vruchteloos.
[Luc. 12:16-21]
23 Het nu in de goede grond gezaaide*, dit is die het woord hoort en begrijpt, die vrucht draagt en voortbrengt, deze honderd, doch deze zestig en deze dertig."
24 Een andere gelijkenis plaatst* Hij voor hen, zeggende: "Het koninkrijk van de hemelen wordt vergeleken* met een mens, goed zaad zaaiend* in zijn °veld.
[Commentaar]
[Commentaar]
25 Doch bij het dommelen van de mensen, kwam* zijn °vijand en overzaait dolik te midden van het graan en gaat* weg.
26 Doch toen het blad ontkiemde* en vrucht droeg*, toen verscheen* ook de dolik.
27 De slaven nu, de eigenaar benaderend*, zeiden* tot hem: "Heer, zaait* u niet goed zaad in uw °veld? Waarom is er dan dolik?"
28 Hij nu beweerde tot hen: "Een vijand, een man doet* dit." De slaven nu zeggen tot hem: "Wil u dan dat wij gaan* en het verzamelen*?"
29 Doch hij beweert: "Nee, opdat jullie niet door het verzamelen van de dolik tegelijk daarmee het graan zouden ontwortelen*.
30 Laat* beiden samen opgroeien tot de oogst en in het seizoen van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: 'Verzamelt* eerst de dolik, en bindt* ze in bundels om ze te verbranden*. Maar brengt* het graan in mijn °schuur.'"
[Matt. 3:12]
31 Een andere gelijkenis plaatst* Hij voor hen, zeggende: "Het koninkrijk van de hemelen is als mosterdzaad, dat een mens, het nemend*, zaait* in zijn °veld,
[Luc. 17:6]
[Commentaar]
[Commentaar]
32 wat wel het kleinste is van al de zaden, doch wanneer het gegroeid* zal zijn, is het groter dan de groenten en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel komen* en op stok gaan op zijn takken."
[Psalm 104:12]
33 Een andere gelijkenis spreekt* Hij tot hen: "Het koninkrijk van de hemelen is als zuurdesem dat een vrouw, het nemende*, verbergt* in drie maten meel, totdat het geheel was doorzuurd*."
[Gal. 5:9]
[Commentaar]
34 Dit alles spreekt* °Jezus in gelijkenissen tot de menigten en zonder gelijkenis sprak Hij niets tot hen,
[Commentaar]
35 opdat vervuld* zou worden het door de profeet verklaarde*, zeggende: "Ik zal Mijn °mond openen in gelijkenissen. Ik zal voortbrengen het verborgen zijnde van de nederwerping van de wereld."
[Psalm 78:2]
[Commentaar]
36 Dan, de menigten verlatend*, kwam* Hij in het huis en Zijn °discipelen benaderden* Hem, zeggende: "Maak* ons de gelijkenis van de dolik van het veld duidelijk."
[Luc. 8:9]
37 Hij nu, antwoordend*, zei*: "Die het goede zaad zaait is de Zoon van de mens.
[Commentaar]
38 Het veld nu is de wereld, en het goede zaad, dat zijn de zonen van het koninkrijk, doch de dolikzaden zijn de zonen van de boze.
[Joh. 8:44]
39 De vijand nu, die het zaait*, is de duivel. De oogst nu is de afsluiting van de aion en de engelen zijn de maaiers.
40 Net zoals dan de dolik wordt bijeengebracht en met vuur wordt verbrand, zo zal het zijn in de afsluiting van de aion.
[Matt. 3:12]
41 De Zoon van de mens zal Zijn °boodschappers uitzenden en zal uit Zijn °koninkrijk alle valstrikken bijeenbrengen en de wetteloosheid doenden,
[Mar. 13:27]
42 en zij zullen hen in de oven van het vuur werpen. Daar zal geween zijn en het knarsen van °tanden.
[Luc. 13;28]
43 Dan zullen de rechtvaardigen schitteren als de zon in het koninkrijk van hun °Vader. Die oren heeft, laat hem horen!
[Dan. 12:3] -
[Matt. 3:15]
44 Het koninkrijk van de hemelen is als een schat, verborgen in het veld, die een mens, ze vindend*, verbergt* en vol van blijdschap gaat hij weg, verkoopt alles wat hij heeft en koopt dat °veld.
[Commentaar]
45 Nogmaals: het koninkrijk van de hemelen is als een mens, een koopman, zoekend naar goede parels.
[Commentaar]
46 Nu een zeer kostbare parel vindend*, gaat* hij weg, ontdoet zich van alles wat hij had en koopt* hem.
47 Nogmaals: het koninkrijk van de hemelen is als een sleepnet, geworpen* in de zee en dat uit alle soorten bijeen brengt*,
48 dat, wanneer het gevuld* is, opgehaald* wordt op het strand, en gezeten zijnde verzamelen* zij het goede in vaten, doch het verrotte werpen* zij weg.
49 Zo zal het zijn in de afsluiting van de aion. De boodschappers zullen uitgaan en zullen de bozen afscheiden uit het midden van de rechtvaardigen.
50 En zij zullen hen in de oven van het vuur werpen; daar zal het geween zijn en het knarsen van de tanden.
51 Begrijpen jullie al deze dingen?" Zij zeggen tot Hem: "Ja."
52 Hij nu zei* tot hen: "Daarom zal iedere Schriftgeleerde, die discipel gemaakt* is, in het koninkrijk van de hemelen zijn als een mens, een huiseigenaar, die uit zijn °schat nieuw en oud voortbrengt."
53 En het gebeurde* toen °Jezus stopte* met deze gelijkenissen, Hij van daar vertrok*.
[Commentaar]
[Commentaar]
54 En komend* in Zijn Vaderland, leerde Hij hen in hun °synagoge, zodat zij verbaasd werden en zeggen: "Vanwaar heeft deze deze wijsheid en de krachten?
[Joh. 7:15]
[Commentaar]
55 Is deze niet de zoon van de timmerman? Wordt zijn °moeder niet Maria genoemd en zijn broers Jakobus en Jozef en Simon en Judas?
[Luc. 3:23]
[Commentaar]
56 En zijn zussen, zijn die niet allen bij ons? Vanwaar dan heeft deze dit alles?"
57 En zij ergerden zich aan Hem. Doch °Jezus zei* tot hen: "Een profeet wordt niet onteerd, behalve in de vaderstad en in zijn °huis."
[Matt. 11:6] -
[Joh. 4:44]
58 En Hij doet* daar niet veel wonderen, vanwege hun °ongeloof.
Terug naar de index.
Naar Mattheüs 14
|
|