Dit is een eigen Het Beste Nieuws vertaling van
Mattheüs
Hoofdstuk 1

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

Het verslag van Mattheüs

Mattheüs laat de Messias zien als de zoon van David en de zoon van Abraham. Hij is de Koning van Israel en de Eigenaar van het land. Zijn genealogie wordt gepresenteerd om Zijn titel op de troon te bewijzen en Zijn erfdeel te bevestigen van de vader van de getrouwen. Dit verslag houdt zich bezig met het koninkrijk voor Israel en het land van de belofte. Het gaat over de verbonden die met Abraham en met David werden gemaakt.

De vier verslagen of portretten van Christus geven vier onderscheiden aspecten van hun gezamenlijke onderwerp, en zij niet bedoeld om "geharmoniseerd" te worden. Elke schrijver had zijn speciale principes van selectie en arrangeren. Mattheüs' verslag, altijd erkend als het Hebreeuwse evangelie, is het echte begin van de Griekse Geschriften, tonend hoe zij groeiden uit de Hebreeuwse Geschriften. Het citeert bij iedere stap uit de oudere Schrift. Er is zowel een geschiedenis als een vervulling van profetie. Mattheüs rijst nooit uit boven het vlak van Israels belangen en hoop.

De kenmerkende zinsnede is "het koninkrijk van de hemelen." Dit verwijst naar Daniël's profetie: "En in hun dagen, dat wil zeggen, die van hun koningen, zal Eloah van de hemelen een koninkrijk oprichten dat voor de aionen geen schade zal ondervinden. En het koninkrijk zal niet aan een ander volk overgelaten worden. Het zal al deze koninkrijken verpulveren en uitroeien en het zal bevestigd worden voor de aionen."(Dan. 2:44;HBN). "En het koninkrijk en de rechtsbevoegdheid en de majesteit van het koninkrijk onder alle hemelen werd geschonken aan het volk van de allerhoogsten van de heiligen. Zijn koninkrijk is een aionisch koninkrijk en alle gezaghebbers zullen het dienen en zij zullen luisteren"(Dan. 7:27;HBN). Het is een koninkrijk in de zin zoals Babylon, Medo-Perzië en Griekenland koninkrijken waren; het is nog toekomst; het is de heerschappij van één volk over andere natiën; toch zal het niet vernietigd worden zoals de voorgangers in wereldoverheersing, maar het zal duren voor de aionen.

Ondanks het feit dat de Messias alleen naar de verloren schapen van het huis van Israel werd gezonden (15:24) en dat Hij Zijn apostelen verbood naar de natiën of de Samaritanen te gaan (10:5), zijn de paar voorvallen waarin de vreemdelingen genoemd worden zeer belangrijk. Vier heidense vrouwen maken deel uit van de genealogie (1:3, 5, 6). Tamar's zonde bracht haar binnen in de lijn van afstamming, Rachab kwam er in door geloof. In het geval van Ruth triomfeerde genade over de wet die een Moabitische zou verbannen uit de vergadering van Jahweh. Batsheba herinnert ons aan Davids grote overtreding en toont ons genade die ondanks de zonde heerst. De magiërs komen om Hem te aanbidden, terwijl Herodes probeerde Zijn leven te nemen (2:1-12). De centurion toont een geloof dat in Israel ongekend is (8:5-12). De Kanaänitische vrouw wordt geprezen vanwege haar vertrouwen in Christus (15:21-28). Pilatus en zijn vrouw weigeren de verantwoordelijkheid wanneer de Joden proberen Hem te veroordelen (27:10,24). De centurion bij het kruis bevestigt dat Hij de Zoon van God is (27:54). Het is pas aan het einde van het verslag, nadat alle autoriteit op Aarde in de handen is gekomen van de Koning, dat de discipelen opgedragen worden om te gaan en alle natiën tot discipelen te maken. Dit kan pas gebeuren wanneer het Koninkrijk komt. Zo wordt de proclamatie van het Koninkrijk van de hemelen beperkt tot het volk over wie de profeet Daniël sprak.

Het verhaal wordt verdeeld in twee onderscheiden periodes, waarvan elk begint met Zijn bevestiging als Zoon van God door een stem uit de hemelen, en sluit door de bevestiging er van door mensen, de eerste door de discipelen, de tweede keer door de natiën. De eerste strekt zich uit van de doop door Johannes (3:16,17), en sluit met het getuigenis van Petrus(16:16). Tijdens deze periode wordt het Koninkrijk verkondigd en verworpen, zodat Hij de verdere verkondiging er van verbiedt. De tweede periode houdt zich bezig met Zijn priesterlijke voorbereiding voor het offer op Golgotha. Het begint met de verheerlijking op de berg (17:1-5), waar Mozes en Elia spraken over zijn dood, en gaat voort tot de kruisiging, waar de centurion zei: "Waarlijk, deze was de Zoon van God!"(27:54).


   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 De rol van de voortbrenging van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. [1Kron. 17:11] - [Gen. 22:18] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1


Dit is de koninklijke afstamming van de Zoon van David, en ook de titel voor het land dat aan Abraham werd geschonken. In tegenstelling tot de genealogie die door Lucas wordt gegeven, wordt ons de feitelijke fysieke afstamming gegeven via de mannelijke lijn naar Jozef, de echtgenoot van Maria, de moeder van onze Heer. De drie delen brengen ons de drie onderscheiden fases voor ogen van heerschappij en het falen van elk.
Eerst hebben we de theocratie tot David, die eindigde toen het volk riep om een koning (1Sam. 8:6-22).
Dan komt de periode van het koninkrijk, die een serie van mislukkingen was, tot aan de Babylonische ballingschap.
Sindsdien heersten de natiën over Israel, tot de geboorte van de Messias, toen zij onder het Romeinse juk waren. Het was een treurige afgang en bewees zonder twijfel dat geen mannelijke lid van deze lijn ooit capabel zou zijn om te zitten op de troon van de Messias.

David was de grootste van de koningen, maar toch was zijn zoon Salom een levend bewijs van zijn verschrikkelijke zonde. En de lijn van zijn zonen raakte zo gedegenereerd, dat ten tijde van de verbanning, Jechoniah de vloek van Jahweh over zich afriep:

"Zo zegt de HEERE:
Schrijft dezen zelfden man kinderloos,
een man, [die] niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen;
want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn,
zittende op den troon Davids,
en heersende meer in Juda."

(Jer. 22:30;SV)

Noch Jozef, noch iemand van zijn nakomelingen sinds de verbanning, had recht op de troon. Indien Christus zijn natuurlijke zoon zou zijn, zou ook Hij uitgesloten zijn. De Messias kan niet van het zaad van Jechoniah zijn. Daarom was er de absolute noodzaak van de maagdelijke geboorte. Van God verkregen, kleurden de zonden van het nageslacht niet zijn bloed, en de vloek van Coniah had op Hem geen claim. Maar, als de Zoon van Jozef erfde Hij de titel voor de troon en alle eer van het huis van David.



2 Abraham verwekte Isaak, Isaak nu verwekte Jakob, Jakob nu verwekte Juda en zijn broers, [Gen. 21:3]
3 Juda nu verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres nu verwekte Chesron, Chesron nu verwekte Aram, [Gen. 38:29,30]
4 Aram nu verwekte Amminadab, Amminadab nu verwekte Nachson, Nachson nu verwekte Salmon,
5 Salmon nu verwekte Boaz bij Rachab, Boaz nu verwekte Obed bij Ruth, Obed nu verwekte Isai, [Ruth 4:17-21]
6 Isai nu verwekte David, de koning. David nu verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, [1Kron. 2:13-15] - [2Sam. 12:24]
7 Salomo nu verwekte Rechabeam, Rechabeam nu verwekte Abia, Abia nu verwekte Asa,
8 Asa nu verwekte Josafat, Josafat nu verwekte Joram, Joram nu verwekte Uzzia, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

Tussen Joram en Ozias waren er drie koningen: Ahaziah, Joas en Amaziah, maar hun namen werden uitgewist volgens de wet (Dt. 29:20), omdat zij afgoderij invoerden in Israel. Ahaziah (of Azarja of Jehoahaz) wandelde in de wegen van Achab en werd door Jehu gedood (2Kron. 22:3,9). Joas diende Jehovah zolang de priester Jehoiada leefde, maar daarna dienden de prinsen van Juda afgoden. Hij doodde de zoon van Jehoiada, die protesteerde. Daarom doodden de dienaren van koning Joas hem en wilden ze hem niet begraven in de tombes van de koningen (2Kron. 24:17-25). Amaziah boog zich ook voor de goden van de zonen van Seïr, en werd gedood door het valk van Jeruzalem (2Kron. 25:15-27)


9 Uzzia nu verwekte Jotam, Jotam nu verwekte Achaz, Achaz nu verwekte Hizkia,
10 Hizkia nu verwekte Manasse, Manasse nu verwekte Amon, Amon nu verwekte Josia, [1Kron. 3:10-14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10
Jehojakim (of Shallum) is weggelaten uit de lijst van koningen omdat hij Jeremia's waarschuwingen afwees, het verbond verliet, en zich naar andere goden richtte (Jer. 22:1-7). In Kronieken wordt melding gemaakt van niet alleen zijn gruwelen, of afgoderij, maar van "dat wat op hem werd gevonden" (2Kron. 36:8). Hij maakte insnijdingen of merken in zijn vlees, als tegen van zijn trouw aan andere goden (Lev. 19:28). Daarom werd hem een menselijke begrafenis ontkend en werd zijn naam uitgewist uit het register van koningen (Dt. 29:18-20).
Jechoniah's naam is ingekort tot Coniah (Jer. 22:24) on te laten zien dat Jehovah Zijn steun van hem terug trok. Hij is niet ingesloten in de lijn van koningen. Geen van zijn zeven zonen (1Kron. 3:17-18) volgde hem op op de troon. Aangezien niemand van zijn zaad voorspoed kan hebben, zittend op de troon van David, maar de koninklijke rechten in zijn lijn zijn, moet de Messias zijn Zoon zijn, maar niet zijn zaad.


11 Josia nu verwekte Jechonja en diens broers ten tijde van de Babylonische ballingschap. [1Kron. 3:15] - [Jer. 27:20]
12 Na de Babylonische ballingschap nu verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël nu verwekte Zerubbabel, [1Kron. 3:17-20]
13 Zerubbabel nu verwekte Abihud, Abihud nu verwekte Eljakim, Eljakim nu verwekte Azor,
14 Azor nu verwekte Sadok, Sadok nu verwekte Achim, Achim nu verwekte Eliud,
15 Eliud nu verwekte Eleazar, Eleazar nu verwekte Mattan, Mattan nu verwekte Jakob,
16 Jakob nu verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt. [Matt. 27:17,22]
17 Al de geslachten dan vanaf Abraham tot David zijn veertien geslachten, en vanaf David tot de Babylonische ballingschap zijn veertien geslachten, en vanaf de Babylonische ballingschap tot de Christus zijn veertien geslachten. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

17

In elke groep zijn er veertien generaties. Van Abraham naar, en inclusief, David, zijn er veertien. Van David naar, en inclusief, Josia, zijn er veertien. Van Jechoniah naar, en inclusief, Christus zijn er veertien.
Door dit bijzondere Hebreeuwse systeem van tellen, worden de ware geestelijke waarden benadrukt. David, als de meest belangrijke voorvader, wordt twee maal geteld. Door het vervangen van een gebeurtenis in plaats van een mens voor de link tussen de tweede en derde groep, wordt Jechoniah gedegradeerd tot een plaats onder de privé personen van de derde groep. Als gevolg worden de twintig koningen van Juda verdeeld in twee groepen van tien elk, de eerste zeven waarvan worden geteld en de laatste drie uitgewist, zoals op de bijgesloten lijst.
Elke periode begon met een opleving en sloot in afval. Aan het einde van de eerste werd het land onderdrukt door de Filistijnen; aan het eind van de tweede was het onder de voeten van Babylon; aan het eind van de derdde was het onder het juk van de Romeinen.

1 David
2 Salomo
3 Jerobeam
4 Abiajah
5 Asaf
6 Josafat
7 Joram
- [Ahaziah]
- [Joas]
- [Amaziah]
1 Ozias
2 Jotham
3 Achaz
4 Hezekiah
5 Manasse
6 Amos
7 Josia
- [Jehoahaz]
- [Jehoiakim]
- [Jechoniah]


18 De geboorte nu van °Jezus Christus was zo: Verloofd* zijnde, werd Zijn °moeder, Maria, voordat zij met °Jozef samengekomen* was, zwanger bevonden* door heilige geest. [Luc. 1:27] - [Luc. 1:35] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

18

Vergelijk Lucas 1:26-38


19 Jozef nu, haar man, rechtvaardig zijnde en niet willende haar bekend te maken*, besloot* heimelijk haar weg te zenden*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

De wet was in een gewoon geval van dit soort erg strikt, en eiste dat de vrouw meegenomen zou worden naar de ingang van het huis van haar vader en van de mannen van haar stad werd geeist haar te stenigen tot de dood (Deut. 22:21). Jozef kon zich hiertoe niet brengen en was daarom van plan van haar te scheiden, volgens de wet dat wanneer een man een vrouw had genomen en enige onreinheid aan haar vond, dan moest hij een brief van scheiding schrijven en haar wegzenden uit zijn huis (Deut. 24:1).


20 Doch bij zijn peinzen* over deze, zie*, een boodschapper van de Heer verscheen* aan hem, als in trance, zeggende: "Jozef, zoon van David, jij moet niet bang zijn* Maria, jouw °vrouw, te aanvaarden, want datgene in haar is voortgebracht* uit heilige geest.
21 Zij nu zal een Zoon voortbrengen en jij zal Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn °volk redden van hun °zonden." [Luc. 1:31] - [Hand. 4:12]
22 Dit alles nu is gebeurd opdat vervuld* zal worden wat door de Heer via de profeet is verklaard*, zeggende:
23 "Zie*, de maagd zal zwanger zijn en zal een Zoon voortbrengen en zij zullen Hem de naam Emmanuël geven, wat vertaald betekent: °God met ons." [Jes. 7:14] - [Jes. 8:8,10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

23

In Jesaja gebruikt de profeet niet het gebruikelijke woord voor maagd, maar "olme", meisje (Jes. 7:14). Het was niet erg aannemelijk dat het over een maagd ging toen het voor het eerst werd gebruikt in de tijd van de profeet. Maar hier, bij de juiste vervulling, verandert de geest het woord naar maagd, en dat is ook in de Septuagint het geval.


24 °Jozef nu, gewekt* zijnde uit de slaap, doet* zoals de boodschapper van de Heer hem opgedraagt*. En hij aanvaardde* zijn °vrouw,
25 en hij kende haar niet totdat zij de Zoon voortbracht*, en hij geeft* Hem de naam Jezus. [Luc. 1:31]




Terug naar de index.
Naar Mattheüs 2
   


© www.hetbestenieuws.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.