| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Wordt niet velen van jullie leraren, mijn broeders, waargenomen hebbend dat wij groter oordeel zullen krijgen.
2 Want wij allen struikelen veel. Indien iemand niet valt in woord, deze is een perfecte man, in staat ook heel het lichaam te beteugelen*.
3 Indien wij nu de bitten in de monden van de paarden dringen, om hen aan ons te doen overgeven, sturen wij ook heel hun lichaam.
4 Zie! Ook de schepen, ontzaglijk zijnde, en door harde winden voortgedreven, worden gestuurd door het kleinste roer, naar waar de aandrang van de roerganger heen wil.
5 Zo is ook de tong het kleinste deel, en is zeer grootsprekend. Zie*! Een omvangrijk vuur steekt veel materiaal aan.
6 En de tong is een vuur, een wereld van de ongerechtigheid. De tong is gesteld in onze °leden, die heel het lichaam besmet en het wiel van voortbrenging in vlammen zet en in vlam gezet wordt door het Gehenna.
[Matt. 12:36,37]
7 Want alle natuur, zowel wilde dieren als vogels, zowel reptielen als dieren van de zoute zee, is getemd geworden, en is getemd door de natuur van de mens.
8 Doch niemand van de mensen is in staat de tong te temmen*, turbulent, kwaad, opgezwollen van dooddragend gif.
[Psalm 140:3]
9 Met haar zegenen wij de Heer en Vader en met haar vervloeken wij de mensen die naar de gelijkenis van God geworden zijn.
[Gen. 1:26,27]
10 Uit dezelfde mond komt voort zegening en vloek. Er is geen noodzaak, mijn broeders, zoals dezen te worden.
11 Geen °bron spuit uit hetzelfde gat het zoet en het bitter.
12 Geen vijgenboom, mijn broeders, is in staat olijven te maken*, of een wijnrank vijgen, noch brak water zoet water te maken*.
13 Wie wijs en ervaren is onder jullie, laat hem zijn werken tonen door het goede gedrag, in zachtmoedigheid van wijsheid.
14 Doch indien jullie bittere jaloezie hebben en tweedracht in jullie hart, roemen jullie en liegen jullie dan niet tegen de waarheid?
15 Dit is niet de wijsheid komende naar beneden van boven, maar aards, ziels, demonisch.
[Jak. 1:5,17]
16 Want daar waar jaloezie en tweedracht zijn, daar is woeling en alle boze praktijk.
17 De wijsheid nu van boven is eerst, inderdaad, puur, daarna vreedzaam, mild, inschikkelijk, opgezwollen van barmhartigheid en van goede vruchten, onpartijdig, ongeveinsd.
18 De vrucht nu van rechtvaardigheid wordt gezaaid in vrede voor de vrede makenden.
[Jes. 32:17] -
[Matt. 5:9]
Terug naar de index.
Naar Jakobus 4
|
|