| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Vanwaar het strijden en vechten onder jullie? Komen zij niet voort uit jullie genoegens, die oorlog voeren in jullie °leden?
2 Jullie begeren en jullie hebben niet; jullie moorden en jullie zijn jaloers en jullie zijn niet in staat het hoofd te bieden*. Jullie vechten en jullie strijden, jullie hebben niet, omdat jullie het niet vragen.
3 Jullie vragen en jullie verkrijgen niet, omdat jullie boosaardig vragen, opdat jullie het in jullie genoegens zouden uitgeven*.
4 Overspelers en overspeelsters! Hebben jullie niet waargenomen dat de vriendschap van de wereld, vijandschap met °God is? Wie dan besluiten* zal vriend te zijn van de wereld, wordt tot vijand van °God gesteld.
[Rom. 8:7]
5 Of veronderstel je dat de Schrift dit voor niets zegt? Doet de geest die in ons woont* verlangen naar afgunst?
6 Doch Hij geeft grotere genade. Daarom zegt Hij: "°God weerstaat de trotsen, doch de nederigen geeft Hij genade."
[1Pet. 5:5]
7 Jullie mogen dan onderschikt* zijn aan °God, doch weerstaat* de Lasteraar en hij zal van jullie vluchten.
[Efe. 6:12]
8 Nadert* tot °God en Hij zal tot jullie naderen. Zondaren, reinigt* jullie handen en zuivert* jullie harten, dubbel gezielden!
[Zach. 1:3] -
[Jes. 1:16]
9 Weest ellendig*, treurt* en klaagt*! De lach van jullie, laat hem weggedraaid* zijn en de blijdschap worden tot verslagenheid.
10 Weest dan vernederd* voor de ogen van de Heer en Hij zal jullie verhogen.
[Job 5:11]
11 Weest niet tegensprekend tegen elkaar, broeders. Hij die spreekt tegen de broeder of zijn °broeder oordeelt, spreekt tegen de wet en oordeelt de wet. Indien nu jullie de wet oordelen, zijn jullie niet doener van de wet, maar een rechter.
[Rom. 2:1]
12 Één is de Wetgever en Rechter, Die in staat is te redden* en te vernietigen*. Doch wie zijn jullie, die de naaste oordelen?
13 Komt nu, die zeggen: "Vandaag of morgen zullen wij naar deze stad gaan en wij zullen daar een jaar blijven en wij zullen handelen en winst verkrijgen,"
14 die niet weten wat morgen is, wat jullie leven is? Want jullie zijn een uitademing die kortstondig verschijnt en daarna verdwijnt,
[Spreuk. 27:1]
15 in plaats dat jullie zeggen: "Indien de Heer zou willen* en wij zullen leven, zullen wij ook dit of dat doen."
[Hand. 18:21]
16 Doch nu roemen jullie in jullie uiterlijk vertoon. Al zulk roemen is boos.
17 Wie dan waargenomen heeft hoe het goede te doen en het niet doet, voor hem is het zonde.
[Luc. 12:47]
Terug naar de index.
Naar Jakobus 5
|
|