| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 Mijn broeders, hebt het geloof van de heerlijkheid van onze °Heer, Jezus Christus, niet in partijdigheid,
[Job 34:19]
2 want indien in jullie synagoge een man met een gouden ring zou binnenkomen*, in schitterende kledij, doch ook een arme man in vuile kledij zou binnenkomen*,
3 en jullie zouden opkijken* naar die de schitterende °kledij draagt en jullie zouden zeggen*: "Hier zit u goed" en tegen de arme zouden jullie zeggen*: "Sta* jij daar" of "Zit onder mijn °voetenbank,"
4 waren jullie dan niet aan het discrimineren* en werden* jullie niet rechters met boze redeneringen?
5 Hoort*, mijn geliefde broeders, kiest °God niet de armen in de wereld, rijk in geloof en genieters van het lotdeel van het koninkrijk, dat Hij belooft* aan die Hem liefhebben?
[1Kor. 1:26-28]
6 Maar jullie onteren* de arme. Tiranniseren de rijken niet over jullie? En zij trekken jullie in tribunalen!
7 Lasteren zij niet de goede, over jullie aangeroepen* naam?
8 Hoewel, indien jullie de koninklijke wet volbrengen, naar het woord, zal jij jouw °naaste liefhebben als jezelf; dan doen jullie goed.
[Lev. 19:18]
9 Doch indien jullie partijdig zijn, bewerken jullie zonde, door de wet als overtreders ontbloot wordend.
[Deut. 1:17]
10 Want wie de hele wet zou houden*, doch in één ding zou struikelen*, is schuldig geworden aan alle.
[Matt. 5:19]
11 Want Die zegt: "Jij zal geen overspel plegen*," zei ook: "Jij zal niet moorden*." Indien jij nu geen overspel pleegt, maar moordt*, ben je overtreder van de wet geworden.
[Ex. 20:13,14]
12 Spreekt dan zo en doet dan zo, als hen die op het punt staan geoordeeld te worden door een wet van vrijheid.
[Jak. 1:25]
13 Want het oordeel is onbarmhartig over hem die geen barmhartigheid doet*. De barmhartigheid roemt tegen het oordeel.
[Matt. 5:7]
14 Wat is het voordeel, mijn broeders, indien iemand zou zeggen geloof te hebben, maar geen werken zou hebben? Het geloof is niet in staat hem te redden*.
[Matt. 7:21]
15 Indien een broeder of zuster bij de naakten zou behoren en gebrek hebben aan het voedsel voor de dag,
16 doch iemand van jullie tot hen zou zeggen*: "Gaat heen in vrede, wordt verwarmd en weest tevreden," doch jullie zouden hen niet de benodigdheden geven voor het lichaam, wat is dan het voordeel?
17 Zo is ook geloof, indien het niet werken zou hebben, dood bij zichzelf.
18 Maar iemand zal zeggen: "Jij hebt geloof en ik heb werken." Toon* me je °geloof buiten de werken om en ik zal aan jou uit de werken mijn °geloof tonen.
19 Jij gelooft dat °God één is. Jij doet goed. Ook de demonen geloven en sidderen.
[Matt. 8:29]
20 Wil jij nu weten*, o leeg mens, dat °geloof buiten de werken dood is?
21 Abraham, onze *vader, werd hij niet uit werken gerechtvaardigd*, Izaäk, zijn °zoon, offerend* op het altaar?
[Gen. 22:9,12]
22 Je ziet dat het geloof samenwerkte met zijn °werken, en door de werken werd het geloof geperfectioneerd*.
[Hebr. 11:17-19]
23 En vervuld* werd de Schrift, welke zegt: "Abraham nu gelooft* °God en het werd hem toegerekend* tot rechtvaardigheid, en hij werd vriend van God genoemd*."
[Gen. 15:6] -
[2Kron. 20:7]
24 Jullie zien dat uit werken een mens wordt gerechtvaardigd, en niet alleen uit geloof.
25 En precies zo: werd ook Rachab, de prostituee, niet uit werken gerechtvaardigd*, de boodschappers ontvangend, en hen wegsturend* via een andere weg?
[Joz. 2:4,15]
26 Want net zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.
Terug naar de index.
Naar Jakobus 3
|
|