| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En het gebeurde dat de mens veelvuldig begon te worden op het oppervlak van de grond en aan hen werden dochters geboren. 2 En zonen van de Elohim zien dat dochters van de mens goed zijn, en zij nemen voor zichzelf vrouwen uit allen die zij verkiezen. 3 En Jahweh zegt: "Mijn geest zal niet rechten met de mens voor de aion, waarin hij bovendien vlees is; en zijn dagen worden honderdentwintig jaren."
4 De nefilim*1) waren in die dagen in het land en bovendien daarna, toen de zonen van de Elohim kwamen tot de dochters van de mens; en zij baarden voor hen, die de machtigen*2) zijn van de aion, stervelingen van naam. [Matt. 24:37] [1Pet. 3:20]
5 En Jahweh ziet dat er veel kwaad van de mens is in het land en iedere vorm van bedenksels van zijn hart, niets dan kwaad, heel de dag.
6 En Jahweh had spijt dat Hij de mens maakte en het doet Zijn hart pijn. *Sept. 6)
7 En Jahweh zegt: "Ik zal de mens, die Ik schiep vanuit het oppervlak van de grond, uitwissen *3), van mens tot beest tot het bewegend dier, en tot de vlieger van de hemelen, want het spijt mij dat ik ze maakte."*Sept. 7)
8 En Noach vond genade in de ogen van Jahweh.
9 Dit zijn de documenten van Noach. Noach is een rechtvaardig man. Smetteloos werd hij in zijn geslachten. Noach wandelde met de Elohim. [2Pet. 2:5]
10 En Noach verwekt drie zonen: Sem, Cham en Jafet.
11 En het land wordt vernield voor het aangezicht van de elohim. En het land wordt gevuld met geweld. 12 En Elohim ziet het land en zie, vernield is het, want al het vlees vernielde zijn weg op het land. 13 En Elohim zegt tot Noach: "Het einde van alle vlees komt Mij voor ogen, want het land is vol van het verkeerde. En zie Mij voor hun ogen hen met het land vernietigen. 14 Maak jij voor jou een ark van zwavelhout. Met ruimten zul jij de ark maken, en bescherm haar van binnen en van buiten met een beschermende laag. 15 En dit is wat jij zal maken: driehonderd ellen is de lengte van de ark, vijftig ellen is haar breedte en dertig ellen haar hoogte. 16 Verhelderend zul jij de ark maken, een el groot, en jij zult haar voltooien van boven. En jij zult een opening van de ark in haar zijde plaatsen; laagste verdiepingen, tweeden en derden zul jij maken. 17 En zie Mij de vloed van wateren brengen over het land om al het vlees dat in zich geest van leven heeft van onder de hemelen te verwoesten. Al wat op het land is zal ofouden te bestaan. 18 En Ik stel Mijn verbond met jou en jij gaat de ark in en jouw zonen en jouw vrouw en de vrouwen van jouw zonen met jou. 19 En van al het levende vlees zul jij twee van alle naar de ark brengen om met jou levend te bewaren, mannelijk en vrouwelijk zullen zij zijn. 20 Van de vogel naar zijn soort en van het beest naar zijn soort, van ieder bewegend dier van de grond naar zijn soort, van alle zullen twee naar jou komen om levend te bewaren. 21 En jij, neem jij voor jou van al het voedsel dat gegeten wordt en verzamel het voor jou, en het wordt voor jou en voor hen tot voedsel." 22 En Noach doet al wat Elohim hem opdroeg. Zo deed hij. [Hebr. 11:7]
*1) Nefilim (Strong# H5303), - gevallenen, van nafal(Strong# H5307) - vallen. Te denken valt aan gevallen hemelwezens die uit de hemelen verbannen zijn.
*2) machtigen. Hebr. egborim (Strong# H1368). Denk aan heersers. God stelde deze "zonen van de Elohim" aan als heersers over de volkeren (Deut. 32:8 - ook Psalm 82).
*3) uitwissen. Ook uit "het boek des levens"?
*Sept. 6) De Septuagint heeft hier: "6 En Jahweh trok het zich aan, want Hij maakte de mens, en Hij dacht er diep over na."
*Sept. 7) De Septuagint heeft hier: "want ik heb nagedacht toen Ik ze maakte." Dit is een bevestiging van vers.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 7
|
|