| |
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst)
1 En de mens kende , zijn vrouw, en zij wordt zwanger en zij baart . En zij zegt: "Ik verkreeg een man, Jahweh!" 2 En zij gaat voort met zijn broer te baren, . En Abel wordt herder van een kudde en KaÏn werd dienaar van de grond. 3 En het gebeurt aan het einde van dagen dat Kaïn vrucht van de grond brengt als cadeau voor Jahweh. 4 Bovendien brengt Abel van de eerstelingen van zijn kudde en van hun vet. En Jahweh sloeg acht op Abel en op zijn cadeau, [Hebr. 11:4]
5 en op Kaïn en op zijn cadeau sloeg Hij geen acht, en Hij is erg boos op Kaïn. En zijn gezicht betrekt. 6 En Jahweh zegt tot Kaïn: "Waarom ben jij boos? En waarom is jouw gezicht terneergeslagen? 7 Indien je goed doet, zou je het niet opheffen? En indien je niet goed doet, rust zonde voor de deur. Voor jou is het een aansporing en jij heerst over hem." 8 En Kaïn spreekt met Abel en hij komt. En zij geraken in het veld. En Kaïn staat op tegen Abel, zijn broer, en hij doodt hem. [Matt. 23:35]
9 En Jahweh zegt tot Kaïn: "Waar is Abel, jouw broer?" En hij zegt: "Ik weet het niet! Ben ik de hoeder van mijn broer?" 10 En Hij zegt: "Wat deed je? De stem van het bloed van jouw broer schreeuwt tot Mij van de grond!" [Hebr. 11:4]
11 En nu, vervloekt ben je door de grond, die haar mond wijd opent om het bloed van jouw broer van jouw hand op te nemen. 12 Omdat jij de grond dient zal zij niet voortgaan jou haar kracht te geven. Jij zal iemand worden die dwaalt en rondzwerft in het land." 13 En Kaïn zegt tot Jahweh: "Mijn verdorvenheid is te groot om te dragen. 14 Zie, verdrijf mij vandaag van het oppervlak van de grond en van voor Uw aangezicht zal ik verborgen zijn, en ik word een dwalende en een rondzwervende in het land. En het zal zo zijn dat iedereen die mij vind mij zal doden." 15 En Jahweh zegt daarom tot hem: "Een ieder die Kaïn doodt, zevenvoudig zal hij gewroken worden!" En Jahweh plaatst voor Kaïn een teken, zodat niemand die hem vindt hem zal verslaan. 16 En Kaïn gaat weg van voor het aangezicht van Jahweh en hij verblijft in het land van , ten oosten van Eden. 17 En Kaïn kende zijn vrouw en zij raakt zwanger. En zij baart . En hij bouwt een stad en noemt de stad naar de naam van zijn zoon, Henoch. 18 En aan Henoch wordt geboren. En bracht voort. En bracht voort en bracht voort. 19 En neemt voor zich twee vrouwen. De naam van de eerste is . De naam van de tweede is . 20 En baart . Hij werd de vader van de tentbewoners en van de veehouders. 21 En de naam van zijn broer is . Hij werd de vader van een ieder die de harp en de herderspijp hanteren. 22 En ook Zilla. Zij baarde , die alle koperen en ijzeren gereedschap smeedde. En de zus van Tubal-Kaïn was . 23 En zegt tot zijn vrouwen, en Zilla: "Luistert naar mijn stem, vrouwen van ! Hoort naar wat ik zeg! Want ik doodde een man vanwege mijn wond en een jongen vanwege mijn striem. 24 Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, en zeventig en zeven." 25 En Adam kende opnieuw zijn vrouw en zij baart een zoon, en zij noemt zijn naam: , "Want Elohim stelde voor mij een ander zaad, in plaats van Abel, omdat Kaïn hem doodde." 26 En ook aan Seth, aan hem werd een zoon geboren en hij noemt zijn naam: . Toen begon hij aan te roepen in de naam van Jahweh.
Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 5
|
|