Onze Heer was óf de grootste bedrieger in de geschiedenis van onze planeet, óf Jezus Christus was precies Wie Hij zei dat Hij was. De priesters van Israël doodden Hem omdat Hij beweerde Gods Zoon te zijn. De stoutmoedigste uitspraken van Christus kenden geen gulden middenweg wat betreft Zijn identiteit en bediening. Andere religies, zoals de Islam, maken van Jezus Christus slechts een grote profeet. Als dit waar is dan was Hij geen grote profeet, maar eerder een liegende profeet. Welke profeet eist het recht op om aanbeden te worden als Godheid? Profeetschap was niet Zijn getuigenis. Jezus' getuigenis was dat Hij niemand anders was dan de Zoon van God – en dat Hij al bestond vóór Abraham (Johannes 8:58).
Daar valt geen speld tussen te krijgen.
Zo is het ook met Paulus. Deze man had óf een ego zo groot als de Akropolis en was de ergste bedrieger sinds zijn Meester, óf God had inderdaad een geheel nieuw evangelie op aarde gebracht en dat exclusief aan Paulus overhandigd.
Hier zijn een paar van Paulus' meest gewaagde uitspraken, uit het Concordant Literal New Testament [zie ook www.schriftwoord.nl]:
• Romeinen 2:16 –
"God zal de verborgen dingen van de mensheid oordelen, naar mijn evangelie, door Jezus Christus."
• Romeinen 16:25 –
"Die bij machte is jullie te bevestigen overeenkomstig mijn evangelie…"
• Efeziërs 3:6-7 –
"In geest zullen de volkeren gezamenlijk lotdeelgenieters zijn en een gezamenlijk lichaam en gezamenlijk deelnemers aan de beloften in Christus Jezus, door het evangelie waarvan ik de verspreider ben geworden."
• Efeziërs 3:8-10 –
"Aan mij, de minste van alle heiligen, werd de genade gegeven om dit aan de volkeren te evangeliseren: de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, en allen opheldering te geven over wat de bediening van het geheim inhoudt, dat verborgen was gedurende de aionen in God… dat nu bekend zou worden."
• Kolossenzen 1:22-23 –
"En jullie, die ooit vervreemd waren en vijanden van de gezindheid, in boze werken, verzoent Hij ook terug, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om jullie heilig en smetteloos en onaantastbaar voor Zijn aangezicht te presenteren, aangezien jullie zeker volhouden in het geloof, gegrondvest en vaststaand en niet verwijderd worden van de verwachting van het evangelie dat jullie horen, dat verkondigd wordt in heel de schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, de verspreider werd."
Het boek Handelingen verloopt van vlees naar geest. Anders gezegd is het een serie acties en tegenacties. Er gebeurt iets vervelends met Israël – tegelijkertijd gebeurt er iets goeds voor de volkeren. Daarom vermeldt de schrijver van Handelingen (Lucas) bij de steniging van Stefanus dat de moordenaars hun mantels aan de voeten legden van een Farizeër, genaamd Saulus. God sluit een deur (de steniging van Stefanus) terwijl Hij een raam opent (de introductie van Saulus) – en beide in dezelfde context; dank U, God.
In de eerste paar hoofdstukken van Handelingen zweefde Israël dicht bij de deur van het koninkrijk, terwijl de volkeren nergens waren. Maar in Handelingen, hoofdstuk 12, was Israëls fortuin afgenomen: Stefanus was gestenigd, de discipelen verstrooid, Jacobus gedood en Petrus uiteindelijk verbannen naar Babylon. Maar in hoofdstuk 9 riep God Saulus en in hoofdstuk 13 verheugden de volkeren zich in ongekende genade. Niemand wist nog dat God iets achter de hand hield voor de heidenvolken (een geheim, verborgen in God tot op Paulus, Efeziërs 3:9), waarvoor Israël verblind moest worden, afvallig moest worden en de vervulling van haar roeping voor een paar duizend jaar uitgesteld moest worden. Tegen het einde van het boek Handelingen was Paulus in Rome bezig de Efezebrief te schrijven en was Israël aan de kant gezet (Handelingen 28:25-28) totdat de volheid van de volkeren zal binnengaan (Romeinen 11:25).
In combinatie met dit geleidelijke verval van Israël en het omhoogkomen van de volkeren, vervangt Antiochië Jeruzalem – in Handelingen 11:25 – als het geestelijke hoofdkwartier van de wereld. Wat een enorme omschakeling. Waar predikte Petrus met Pinksteren in Handelingen, hoofdstuk 2? Jeruzalem. Hoe lang was Jeruzalem Gods hoofdkwartier geweest? Voor lange tijd – tot Paulus.
De Griekse onderdelen van de naam "Antiochië" zijn IN PLAATS VAN - IN ERE HOUDEN. Gods waarheid wordt nu hier in ere gehouden, tussen heidenen, in plaats van in Jeruzalem, waar Israëlische afvalligheid heerst.
Er gebeurt iets heel bijzonders in Antiochië, in Handelingen, hoofdstuk 13, dat dienst doet als een microkosmos van het geheel van Gods bedoeling in deze schijnbaar chaotische tijden.
Handelingen 13:1-3, uit The Message:
De gemeente in Antiochië was gezegend met een aantal profeten en leermeesters: Barnabas en Simeon, die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een adviseur van de regerende Herodes, en Saulus. Op een dag als ze een eredienst houden voor God – zij vastten ook terwijl zij wachtten op begeleiding en advies – sprak de Heilige Geest: "Neem Barnabas en Saulus en benoem hen voor het werk waarvoor Ik hen geroepen heb." En dus benoemden zij hen. In die kring van intensiteit en gehoorzaamheid, van vasten en bidden, legden zij hun de handen op en stuurden hen op pad.
Je hoorde het getuigenis uit The Message hierboven. "En dus benoemden zij hen. In die kring van intensiteit en gehoorzaamheid, van vasten en bidden, legden zij hun de handen op en stuurden hen op pad."
Ik hou van de woorden "intensiteit en gehoorzaamheid"; dat was precies wat er zou gaan gebeuren.
Zoals ik jullie al vertelde, het lichaam van Christus is een afzonderlijke eenheid, naast die Israëlieten Die God riep om deel te hebben aan het aardse koninkrijk. In de Schrift is er niet zoiets als "de bruid van Christus." Israël wordt voortdurend aangeduid als een bruid. Maar de volkeren? Nooit. God trouwde niet met de volkeren, maar Hij trouwde zeer zeker met Israël. Hij scheidde ook van haar, maar Hij zal haar terugnemen. Israël wordt vergeleken met het Nieuwe Jeruzalem en zij wordt "de bruid van het lam" genoemd (Openbaring 21:9). Dit klinkt als de meeste intieme relatie die iemand met Christus zou kunnen hebben – Zijn bruid zijn. Maar dat is het niet. De meest intieme relatie is een lid van Zijn lichaam te zijn. God onthulde dit geheim door Paulus – dat er zoiets was als "het lichaam van Christus."
De volkeren zullen niet de bruid worden, want Christus heeft er al één. Zij zullen niets minder worden dan Zijn lichaam – de Bruidegom Zelf.
Paulus was het eerste lid. Het moest ergens beginnen met iemand. Als wij over God nadenken dan denken we "oneindig," vergetende dat Hij stap-voor-stap werkt door de tijd heen. Totdat Christus Paulus in de kraag greep op de weg naar Damascus, bestond er niet zoiets als een lid van het lichaam van Christus. Paulus was de eerste. En voor korte tijd was hij de enige.
Toen de geest Paulus en Barnabas afzonderde voor het werk van deze bijzondere en unieke opdracht, zou een man uit de volkeren – een heidense regeringsfunctionaris – het tweede, zuiver heidense lid worden van het lichaam van Christus.
Handelingen 13:4-7, uit The Message:
Uitgezonden door de Heilige Geest, gingen Barnabas en Saulus naar Seleucië en namen een schip naar Cyprus. Het eerste wat ze deden toen ze aanmeerden in Salamis was Gods Woord verkondigen op de plaatsen waar Joden samenkwamen. Ze hadden Johannes bij hen om hen te helpen. Ze reisden het hele eiland over tot ze in Pamos een Joodse tovenaar aantroffen, die zichzelf had opgewerkt tot vertrouwenspersoon van de proconsul, Sergius Paulus, een intelligente man, die zich niet snel liet beetnemen door charlatans. De tovenaar heette Barjezus, hij was corrupt tot in zijn tenen.
Laat ik je voorstellen aan de hoofdrolspelers in dit drama dat op het punt staat zich te ontvouwen op het eiland Cyprus.
Paulus: Eerste lid van het lichaam van Christus.
Sergius Paulus: Proconsul van Pafos; heidense man; ongeschonden penis; boomaanbidder; intelligent; niet makkelijk te bedriegen door charlatans.
Barjezus: Joodse tovenaar; hielenlikker van Sergius Paulus; corrupt tot in zijn tenen.
Barnabas: Reisgenoot.
Nogmaals, er stond iets te gebeuren dat bepalend zou zijn voor ons tijdperk. Een plaatje is duizend woorden waard. Kijk:
De proconsul nodigde Barnabas en Paulus uit bij hem binnen te komen om Gods Woord uit de eerste hand te kunnen horen. Maar Dr. Weetal (zo heet de tovenaar in gewoon Nederlands) zorgde voor opschudding en probeerde de proconsul ervan te weerhouden om een gelovige te worden. Maar Saulus (of Paulus), vol van de Heilige Geest, keek hem recht in de ogen en zei…
Handelingen 13:7-9, The Message
Wat hij zei dat horen we zo meteen.
Eerst wil ik dat je opmerkt dat hier – recht voor je neus – het magische moment is waarop Saulus Paulus wordt: "Maar Saulus (of Paulus), vol van de Heilige Geest…"
Het Concordant Literal New Testament [zie ook www.schriftwoord.nl] zegt: "Saulus nu, die ook Paulus is…"
Ik noem Handelingen, hoofdstuk 13, het begin van Paulus de apostel en de aanvang van zijn officiële bediening. Niet alleen heeft God zojuist zijn naam veranderd van Saulus in Paulus (Saulus is Hebreeuws; Paulus is Grieks), maar deze naamswijziging valt samen met zijn nieuwe opdracht aan niet-Joden. Voor de eerste keer stootte Paulus op Joodse vijandigheid tegen nieuwe waarheid in de aanwezigheid van een heiden – wen er maar aan, Paulus; het zal je levenslot zijn in de komende halve eeuw.
God heeft deze ontmoeting in scene gezet als een gelijkenis voor ons om van te leren. Paulus onderwijst het later in Romeinen, hoofdstuk 11, waar ik zo meteen op terug kom.
De proconsul wil waarheid horen. In de gelijkenis vertegenwoordigt deze man de volkeren, die natuurlijk nieuwsgierig zijn om te horen wat God voor hen in petto zou kunnen hebben, ziende "dat u vervreemd was van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld" (Efeziërs 2:12), sinds Genesis, hoofdstuk 12.
Wat is de steeds terugkerende misdaad van Israël? Het onophoudelijk afdammen van de rivier van Gods gunst en zegen. Zoals we al zagen is Israël bereid – hoewel schoorvoetend – om een paar honden gezegend te zien worden, zolang de honden maar via hen komen. God verhoede dat de honden regelrecht gezegend zouden worden. Moge God ook nog verhoeden dat zij begenadigd zouden worden en vrijgesteld van ieder werk der wet – vereist voor Besnijdenisgelovigen – en gezegend in afgoderij.
In Antiochië wordt de rol van de genadeveroordelende Jood, in de gelijkenis, toebedeeld aan Barjezus.
"Maar Dr. Weetal zorgde voor opschudding en probeerde de proconsul ervan te weerhouden om een gelovige te worden" (Handelingen 13:8). De Concordante versie [zie ook www.schriftwoord.nl] heeft: "Elymas nu, de "Tovenaar" (want zo wordt zijn naam geïnterpreteerd) weerstond hen, pogend de proconsul van het geloof te weerhouden."
De Concordante versie is letterlijk, ja, maar er gaat niets boven Dr. Weetal zorgde voor opschudding.
Let op wat Paulus doet en zegt tegen Dr. Weetal. Hier is de gelijkenis, een microkosmos van onze huidige tijd. Ik quote uit The Message:
Maar Saulus (of Paulus), vol van de Heilige Geest, keek hem strak aan en zei: "Je bent een windbuil, een duivelskind – je blijft 's nachts op om te bedenken hoe je mensen kunt bedriegen en van God weg kunt houden. Maar nu ben je tegen God Zelf aangelopen en je spelletje is uit. Je zult blind worden – voorlopig geen zonlicht meer voor jou." Hij werd onmiddellijk ondergedompeld in een duistere mist en strompelde in het rond, smekend dat mensen hem bij de hand zouden nemen en hem de weg zouden wijzen.
- Handelingen 13:9-11
O, wat hou ik hier van. Wat moet de proconsul wel niet denken? Hoe zal de proconsul, Sergius Paulus, reageren op deze vreemdeling – deze Paulus, wiens naam vijf minuten geleden nog Saulus was – die op dit eiland aankwam met een nieuwe boodschap van genade en aanvaarding door God en die zijn persoonlijke, Joodse Dr. Weetal blind maakte? Zal hij het hoofd van Paulus op een schotel laten brengen? We hoeven er niet naar te raden. Vers 12 van Handelingen, hoofdstuk 13 zegt: "Toen de proconsul zag wat er gebeurde, werd hij een gelovige, zeer enthousiast over wat zij vertelden over de Meester."
Hier presenteert God Zijn programma in een vignet (logo) op het eiland Cyprus: God maakt een Jood blind (via Paulus) om plaats te maken voor een man uit de volkeren. Als de Joden Gods plan weerstaan, dan zal God hen blind maken om plaats te maken voor de volkeren. In het boek Handelingen verdwijnt het duizendjarig koninkrijk, voorzegd door Abraham, door Mozes, door Johannes de Doper, door Jezus Christus Zelf en vervolgens door Petrus met Pinksteren, langzaam – hoewel tijdelijk – naar de achtergrond. Maar niet voor niets. Verre van dat. Want terwijl de hoop van Israël op het koninkrijk uitdooft, laat het licht voor de volkeren – Paulus – een steeds helder wordende straal zien.
oO0Oo
"Je zult blind worden – voorlopig geen zonlicht meer voor jou."
Paulus legt de gelijkenis uit in Romeinen 11:7-8:
Wat dan? Wat Israël najaagt heeft zij niet verkregen, maar de uitverkorenen wel. De rest nu werd verhard, zoals het werd geschreven: God geeft hen een geest van bedwelming, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van vandaag.
- Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
Wat wij zagen in een tijdspanne van vijf minuten op het eiland Cyprus omvat vandaag een heel tijdperk. Om de weg vrij te maken voor dit nieuwe evangelie, dit evangelie van genade, was het eerst noodzakelijk dat God Zelf zijn uitverkoren volk verblindde voor haar eigen roeping. Hij moest bij wijze van spreken "ruimte vrijmaken" voor de volkeren. Door Israël tijdelijk van de tafel te vegen, geeft Hij toestemming voor de komende genade. Denk je eens in. Als Israël haar Messias aanvaard had in het boek Handelingen, hoofdstuk 2, waar zouden wij dan zijn? (Waar zou er van Sergius Paulus geworden zijn als Paulus zijn tovenaar niet het zwijgen had opgelegd?) Waar zouden wij zijn als Israël Hem aanvaard had in Handelingen, hoofdstuk 7, in plaats van Stefanus te stenigen? Wij huilen bij de steniging van Stefanus, maar zijn tegelijkertijd gedwongen om ons te verheugen over wat Israëls falen heeft opgeleverd.
Wij moeten ons verheugen, want: "Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!" (Romeinen 11:12).
Israël zal op een dag gered worden (Romeinen 11:26-27), maar nu is zij verblind en niets kan dat ongedaan maken. God Zelf deed dit, Hij past Zich niet aan aan de omstandigheden. God zag niet de koppigheid van Israël, waarna Hij met de handen in het haar een plan B moest bedenken dat de volkeren zou zegenen met een nooit eerder gehoord evangelie van genade en vrede. Lees: "God geeft hen een geest van bedwelming."
God verblindde Israël net zo zeker als Paulus de Joodse tovenaar verblindde. De tovenaar verblindde zichzelf niet; Israël bedwelmt zichzelf niet. Sommige mensen willen dat graag geloven zodat ze haar de schuld zouden kunnen geven. Het is zo makkelijk om jezelf eigengerechtig te voelen. Paulus speelt hierop in, dus hij vertelt de Romeinen in deze zelfde context, hoofdstuk 11, verzen 25-26:
Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, van dit geheim, opdat jullie niet eigenwijs zult zijn, dat een verharding, ten dele, over Israël is gekomen, totdat de volheid van de volkeren zal binnengaan. En zo zal heel Israël gered worden, zoals het is geschreven.
- Concordant Literal New Testament - zie ook www.schriftwoord.nl
The Message geeft dit heel goed weer:
Ik wil dit alles zo duidelijk mogelijk op tafel leggen, vrienden. Dit is ingewikkeld. Het zou makkelijk verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden wat er hier aan de hand is, en hooghartig aangenomen kunnen worden dat jullie koninklijk zijn en zij slechts uitschot, voor altijd in de goot. Maar zo is het helemaal niet. Deze hardheid van de kant van insider Israël naar God toe is tijdelijk. De bedoeling ervan is om opening van zaken te geven aan alle outsiders, zodat we uiteindelijk eindigen met een full house. Voordat het allemaal voorbij is zal er een volledig Israël zijn.
- Romeinen 11:25-26
Wat denk jij dan? Eeuwenlang was Israël Gods troeteldier en jij, een heiden, was niets. Je hoorde over de gebeurtenissen in Jeruzalem en sommige mensen zeggen dat het koninkrijk nabij is - de duizend jaren van vrede als Jezus Christus op aarde zal regeren met een herboren Israël, dat gehoorzame honden af en toe een beloning geeft.
Maar terwijl je naar de gebeurtenissen in Israël kijkt, gebeurt er iets vreemds. Het ging allemaal geweldig van start in Handelingen, hoofdstuk 2, toen de discipelen met een heilig schuim rond de lippen de bovenkamer uitrenden en de bandleider - Petrus - met verve sprak in tweeënvijftig talen tegelijk. Op deze dag kwamen er duizenden tot het geloof van Jezus Christus en werden gedoopt. Zelfs mensen uit de volkeren werden gedoopt, maar alleen gezegend in relatie met hun onderdanigheid aan Israël.
Dan vinden er verontrustende ontwikkelingen plaats. Het Sanhedrin laat Petrus, Jakobus en Johannes in de tempel komen om uitleg van zaken te geven. Dat doen ze en ze worden gegeseld. Dat is een slecht teken. Deze mannen - Petrus, Jakobus en Johannes - zijn voorbestemd om de leiders van het koninkrijk te worden en Israël zou als volk herboren moeten worden. Deze oude profetie lijkt nu twijfelachtig.
Vervolgens wordt Stefanus gestenigd; Jakobus (de broer van de Heer) wordt met het zwaard gedood; de gelovigen worden verstrooid door een verschrikkelijke vervolging (gepleegd door niemand minder dan onze goeie, ouwe Saulus) en laten we zeggen dat dit er voor jou niet uitziet als de duizend jaren van vrede.
En dan hoor je van deze schurkleraar dat je gezegend zult worden met hemelse zegeningen (geen aardse, zoals Israël) en dat God je aanvaard zoals je bent - zonder rituelen en ceremonies als doop en besnijdenis.
Je hoeft niet naar de tempel; je hoeft geen aalmoezen te geven; je hoeft jezelf niet te vernederen; je hoeft zelfs Petrus niet naar je huis te laten komen om je nog snel even te dopen nadat de geest neerdaalt.
Je bent veeleer gerechtvaardigd door geloof alleen (dat kan gewoon in de privacy van je eigen huis gebeuren) en nu heb je vrede met God door wat Jezus gedaan heeft aan het kruis, niet door wat jij wel of niet zou doen voor Hem.
En dan ontdek je (hoewel veel later) dat je niet alleen maar hoog over Israël heen springt in de kwestie van onverdiende zegeningen, maar dat je meegenomen wordt naar de hemel om te zitten tussen hemelse wezens, ver boven de plaats waar Israël wordt geacht een koninkrijk te besturen met Jezus Christus als Hogepriester.
Anders zou je toch maar gedacht hebben dat het gedaan was met dat arme Israël; dat jij haar plaats hebt ingenomen en dat God jou zeker veel hoger heeft zitten dan die ongehoorzame Joden.
Het is juist deze houding die Paulus bestrijdt in Romeinen, hoofdstuk 11. Voor iemand uit de volkeren - een heiden - zou het heel makkelijk zijn om de nieuwe ontwikkeling verkeerd te interpreteren (Joden en heidenen gelijk) omdat niemand, behalve Paulus, besefte dat er een nieuw tijdperk - een pauze in Gods plan voor Israël - was aangebroken. En dus zei Paulus in Romeinen 11:25 - "Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn, broeders, van dit geheim."
Paulus schreef over een volstrekt geheim ("Want ik wil niet dat jullie onwetend zijn van dit geheim") verborgen in de raad van God sinds de grondlegging van de wereld. Niemand had ooit kunnen dromen dat het koninkrijk dat God aan Israël beloofde (de wereld regeren) door Israël verworpen zou worden en tijdelijk aan de kant gezet zou worden, laat staan dat haar verwerping de weg vrij zou maken voor onpeilbare hoeveelheden genade die zouden worden uitgegoten over - nota bene - heidenen.
Door openbaring is het geheim aan mij bekendgemaakt... in geest zullen de volkeren gezamenlijk lotdeelgenieters zijn en een gezamenlijk lichaam en gezamenlijk deelnemers aan de belofte in Christus Jezus, door het evangelie waarvan ik de verspreider ben geworden, dat mij gegeven is naar de werking van Zijn kracht.
- Efeziërs 3:3-7, Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
De verharding over Israël is tijdelijk. Het doel van God was om een tijdperk van genade in te luiden dat niemand had voorzien. Het was een geheim dat alleen aan Paulus werd geopenbaard. Zelfs Petrus wist er niets vanaf; Paulus moest het hem vertellen. Paulus moest het aan iedereen vertellen.
Wij leven nog steeds in dat tijdperk. Het heet "het tijdperk van de volkeren" of "de tijden der heidenen." Wat zou er van ons geworden zijn als dit niet was gebeurd? Denk daar eens over na voordat je Israël vervloekt vanwege haar stommiteit. Als Israël niet zo stom was geweest dan zou jij geen lid zijn van het lichaam van Christus. Als Israël niet door God verhard was, dan zou jij nooit de genade van God hebben gekend. Je zou nog altijd zonder Christus zijn, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdeling wat betreft de verbonden van de belofte, je had geen hoop en was zonder God in de wereld (Efeziërs 2:11-12).
Buiten dit tijdperk van Israëls blindheid ben je niemand; je zou misschien niet eens geboren zijn. Nou? Als Israël haar Messias zou hebben aanvaard in Handelingen, hoofdstuk 2, dan zou het koninkrijk gekomen zijn; leeuwen hadden naast lammetjes gelegen en iedereen zou nu ondertussen aan het genieten zijn van de luxe van een nieuwe aarde. Waarom zou God jou nodig hebben gehad? Maar God heeft je nodig. Hij verlangt naar jou en Hij voorzag jou rijkelijk van genade door Israël een geest van bedwelming te geven. Dus vervloek Israël niet. Bedank God eerder voor haar.
Denken dat God klaar is met Israël is een grote fout. Ondanks het duidelijke getuigenis van Paulus hier in Romeinen 11, dat de verharding van Israël tijdelijk is, houden sommigen vol dat hij permanent is. Hoe zit het dan met de honderden profetieën in het Oude Testament die over een letterlijk volk gaan en haar letterlijke koninkrijk? Vergeet die profetieën, Israël was te koppig, dus God haalde Zijn schouders op en gaf het op, zeggen zij.
Ah - maar Gods beloften blijven koppig bestaan. De enige manier waarop de God-is-voorgoed-klaar-met-Israël-groep haar gezicht kan redden (en de implicatie dat God liegt kan omzeilen) is door te zeggen dat, ja, God zal Zijn beloften aan Israël vervullen, maar niet letterlijk. Hij zal ze "geestelijk" vervullen (Ik denk dat ze "metaforisch" bedoelen) in een heel ander volk, namelijk heidenen. En zo worden de volkeren het "geestelijke Israël" en krijgt God op één of andere wijze toch nog de eer voor het letterlijk vervullen van Zijn beloften aan de letterlijke nakomelingen van Abraham.
Een dergelijke denkwijze is niet alleen verdraaid - maar ook onjuist. Hoeveel meer Godverheerlijkend en eenvoudiger om Paulus' duidelijke getuigenis in Romeinen, hoofdstuk 11 te geloven; namelijk dat God Israël tijdelijk aan de kant heeft gezet om ruimte te maken voor een nieuwe bediening ("de bediening van de genade van God" - Efeziërs 3:2) en dat Hij Zijn verbondsvolk zal reactiveren zodra deze geheime bediening ten einde is.
Ik wil de God-is-voorgoed-klaar-met-Israël-groep niet kleineren, maar Paulus zelf noemt hen onwetend: "Ik wil niet dat jullie onwetend zijn van dit geheim."
En daarom ben ik er niet vies van om hen onwetend te noemen.
Iedereen die óf onwetend is van het geheim van Israëls tijdelijke blindheid, óf die ontkent (de blindheid die de weg vrij maakte voor een nieuwe, niet voorzegde bediening) pleegt de misdaad waarvoor Paulus nu juist waarschuwde. Paulus zegt: "Trek geen verkeerde conclusies over wat er gaande is en neem niet arrogant aan dat jij koninklijk bent en zij slechts uitschot, voorgoed in de goot" (Romeinen 11:25-26). Dit definieert Paulus als "eigenwijs zijn."
Een andere modieuze fout, ook gebaseerd op de onwetendheid van Paulus' geheime bediening, is het "Preterisme." Preterisme beweert dat, omdat Johannes de Doper en Jezus Christus zeiden dat het koninkrijk "komende" was en "nabij" en omdat Jezus profeteerde over de eindtijd en toen zei: "Deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren" (Matteüs 24:34), het koninkrijk daarom al gekomen moet zijn. Preteristen geloven dat de verwoesting van Jeruzalem in 70nChr. door de legers van Titus de vervulling was van alle geprofeteerde oordelen over Israël en de wereld, zoals beschreven in het boek Openbaring. Met andere woorden: het boek Openbaring is geschiedenis. Niets ervan is toekomst. Het is allemaal al gebeurd zeggen zij.
Volgens Preteristen is het duizendjarig koninkrijk al gekomen en voorbij; de aarde is al overdekt met de kennis van de heerlijkheid van God, zoals de wateren de zee bedekken; en leeuwen hebben al naast lammetjes gelegen. (Had ik dat maar kunnen zien. Meestal eten leeuwen lammetjes op en daar heb ik schoon genoeg van.)
Maar, er is meer.
Zij geloven dat Satan al voor duizend jaar gebonden is geweest (wat Openbaring voorzegt), tussen 70nChr. en 1070, toen Jezus Christus de rol van Hogepriester vervulde in een koninkrijk dat zijn hoofdkwartier in Jeruzalem had.
Dit niet alleen, maar, als deze moderne Preteristen gelijk zouden hebben, dan zijn wij nu op de Nieuwe Aarde, voorzegd in Openbaring, hoofdstuk 21 en dan zijn we daar dus al sinds het jaar 1070. Op de Nieuwe Aarde "zal de dood er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan" (Openbaring 21:4). Ook zal er geen zee meer zijn (Openbaring 21:1).
Maar niks hoor. Ik hoor nog steeds jammerklachten. Ik heb af en toe nog ergens moeite mee. Op een begrafenis onlangs leek het lijk me toch echt behoorlijk dood. Vorige zomer gingen mijn vrouw en ik naar de Stille Oceaan en de zee leek ons in machtig goede staat te zijn.
We kunnen volstaan met te zeggen dat het aardse koninkrijk nog niet gekomen is. Als Christus terugkeert naar de aarde zullen Gods beloften aan Israël letterlijk vervuld worden tijdens het Millennium [Duizendjarig Rijk].
Oo0oO
De gevolgen van onwetendheid van het geheim in Romeinen, hoofdstuk 11, zijn zowel tragisch als dwaas. Het koninkrijk was nabij, maar werd uitgesteld. De generatie van de Heer had getuige kunnen zijn van de komende oordelen en zegeningen van het Millennium, maar die generatie verwierp het getuigenis van de geest (bekering was één van Jezus' voorwaarden) en dwaalde af in een geestelijke wildernis, waaruit haar nakomelingen nog niet tevoorschijn zijn gekomen. (Nabije-maar-uitgestelde beloften zijn Israël al eerder overkomen, zoals we spoedig zullen zien. Uitgestelde beloften zijn echter op geen enkele wijze ingetrokken beloften.)
In het licht van alle "het koninkrijk is nabij" Schriftgedeelten kunnen zij die zich inspannen om de Schrift te geloven één van twee dingen doen: zij kunnen geloven dat het koninkrijk gekomen is - in dat geval moeten ze elke letterlijke belofte en profetie van God "vergeestelijken" en voor dwaas doorgaan - of ze kunnen het geheim waarover Paulus sprak in Romeinen 11:25 beseffen; wat inhoudt dat God de Joden tijdelijk verblind heeft om de weg vrij te maken voor een onvoorzegde bediening van genade en God zal met Israël verdergaan zodra "de volheid van de heidenen binnengaat" (Romeinen 11:25).
Veel hedendaagse Christenen zien het boek Handelingen als een formule voor gemeentestichting. Ze zoeken hoofdstuk 2 op en de Pinksterdag en beginnen een pleidooi voor doop en bekering. Vervolgens proberen sommigen van hen in andere talen te spreken. Anderen gaan zelfs zover dat ze al hun bezittingen verkopen en alles gemeenschappelijk hebben zoals de eerste discipelen deden. En voor dat je het weet maken ze pelgrimsreizen naar het Heilige Land.
Deze Handelingen-als-een-hedendaags-model-brigade leeft voor wonderen van het Handelingen type en doet enorm haar best om ze tot uiting te brengen. Als er geen wonderen gebeuren dan komen deze mensen in de verleiding om te doen alsof. Veel mensen worden wonderbaarlijke genezingen "aangepraat" met als enig resultaat dat ze de volgende morgen wakker worden met dezelfde hoofdpijn.
Ik ken een man (laten we hem Fred noemen) die bij een begrafenis probeerde om de overledene op te wekken. (Zoiets kun je niet verzinnen hoor, mensen.) Heel gênant dat Freds commando: "Sta op! Ik zeg, sta op!" op verzoek mislukte - ondanks Freds klemtoon en uitroepteken. Het lijk, zo bleek, was slimmer dan Fred. Zelfs het lijk besefte dat Handelingen verleden tijd was en weigerde daarom mee te werken. Fred gaf zichzelf de schuld en schreef de mislukking toe aan "een gebrek aan geloof." Het was eerder een gebrek aan intelligentie: Fred had geen besef van Gods timing. God verricht nog af en toe wonderen, maar Hij verricht geen wonderen meer als mensen massaal bij elkaar komen en zeker niet wanneer zij Hem daartoe gebieden.
De Heilige Geest heeft geen horloge. En dus kan men geen "Heilige Geest opwekkingsdienst" vaststellen op 19.00 uur zonder leugen en bedrog uit te nodigen. Gods geest werkt onafhankelijk van menselijk tijdsbestek. Commando's van het Handelingentype mislukken omdat de bediening van Handelingen is vervangen door een betere; Handelingen loopt uit de pas met Gods tijdsbestek. Sommigen willen de geest van Handelingen echter zo graag kopiëren dat zij een beroep doen op het vlees.
Luide, ritmische prediking (met goedgeplaatste klemtonen en uitroeptekens) mag de massa opzwepen, maar God sprak nooit op die manier. In de bovenkamer bij het echte Pinksterfeest stond geen enkele van de discipelen heen en weer te wiegen en te zingen. Geen enkele discipel blafte, schreeuwde of viel flauw.
Tijdens het echte Pinkstertijdperk was de schaduw van Petrus al voldoende om mensen te genezen (Handelingen 5:15). De discipel liep langs een kampement met zieken op een zonnige dag, hoorde commotie en moest omkijken om te zien wat er gebeurd was. Echte Pinksterkracht stroomde toen uit hun poriën, er hoefde eigenlijk niet eens iets voor gedaan te worden. Dergelijke genezing hoefde niet bewerkt, bezweten en toegeschreeuwd te worden. Niemand hoefde zijn ogen dicht te knijpen en de hemel in te kreunen. Als er tegenwoordig zogenaamd wonderen gebeuren als gevolg van een dergelijk gekronkel, dan zijn die manifestaties vals.
Ja, Paulus deed wonderen aan het begin van zijn loopbaan, maar zijn bediening ging "van heerlijkheid naar heerlijkheid" (2Korintiërs 3:18). Hij speende gelovigen van afhankelijkheid van wonderen naar zuiver geloof. Daarom liet Paulus later, ondanks zijn eerder gedane wonderen, Trophimus ziek achter in Milete (2Timoteüs 4:20) en raadde Timoteüs aan om wijn te drinken voor zijn maag en "veelvuldige kwalen" (1Timoteüs 5:23). Waarom genas de man, wiens zakdoeken al voldoende waren om ziekten te verbannen (Handelingen 19:12), niet op wonderbaarlijke wijze de simpele kwalen van zijn beste vriend? Verderop in de loopbaan van Paulus was de nieuwe bediening van geloof, genade en geestelijke zegeningen eindelijk gekomen. Paulus schreef in Efeziërs 1:3 - "Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen onder de hemelingen, in Christus."
Wij willen allemaal geestelijke zegeningen. Wij willen allemaal de kracht van God tot uiting brengen. Als je naar Christelijke televisie kijkt (liever niet) heb je waarschijnlijk het verkeerde idee van hoe Gods geest en kracht worden geopenbaard. Je bent misschien gaan geloven dat de kracht van God te maken heeft met je goed voelen, in je handen klappen, je armen opheffen in lofprijzing en overwinning of goddelijk verlost worden van je migraine. Deze dingen kunnen gebeuren in het kielzog van goddelijke activiteit, maar goddelijke activiteit heeft hogere doelen in gedachte. Zoals Paulus schreef aan de Kolossenzen:
Daarom houden wij niet op voor jullie te bidden en te vragen dat jullie... mogen opgroeien in het besef van God; bekleed met alle kracht naar de macht van Zijn heerlijkheid, voor alle volharding en geduld, met blijdschap; tegelijkertijd de Vader dankend, Die jullie bevoegd maakt voor een aandeel in het lot van de heiligen, in licht.
- Kolossenzen 1:9-12, Concordant Literal New Testament - zie ook www.schriftwoord.nl
Wat een uitspraak: "Bekleed met alle kracht." Het doet je denken dat de volgende zin zal zijn: "Zodat je op het water zult lopen." Of: "Zodat je de doden zult opwekken." Of: "Zodat je zo gelukkig zult zijn dat je nooit meer een slechte dag zult hebben."
Maar nee. Paulus wil dat de heiligen bekleed worden met alle kracht van God voor "volharding en geduld, met blijdschap." De kracht van God is nodig om iemand niet alleen geduldig te laten lijden, maar met innerlijke blijdschap, wetende dat juist deze volharding hem of haar "bevoegd maakt voor een aandeel in het lot van de heiligen, in licht." Hier is het verbijsterende deel van vers 12: Tegelijkertijd de Vader ervoor dankend. Je moet een geestelijke reus zijn om deze beproevingen niet alleen maar met geduld en blijdschap te doorstaan, maar er ook God nog voor te danken. Ben jij zo iemand? Gefeliciteerd dan: Jij bezit alle kracht van God - maar je zult nooit worden goedgekeurd voor Christelijke televisie.
Iemand schreef mij eens en vroeg: "Waarom spreekt God niet tot mij? Ik bid dat ik Hem mag zien of horen, maar het gebeurt niet. Is er iets mis met mij?" Ik antwoordde:
Er is niets mis met jou. Misschien focus je teveel op de verkeerde Bijbelgedeelten. Als je het Oude Testament leest, of de vier verslagen van het evangelie - of misschien zelfs het boek Handelingen - zou je misschien de indruk kunnen krijgen dat God Zich tegenwoordig bezig houdt met uiterlijke, duidelijke uitingen van Zijn geest, zoals een verstaanbare stem of een staf die verandert in een slang. God heeft dat ooit gedaan (bij de bevrijding van Israël uit Egypte, bijvoorbeeld), maar dat is niet Zijn huidige werkwijze. Jezus zei tegen Thomas: "Gelukkig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloven." Onze Heer introduceerde hier een nieuw tijdperk van geestelijke manifestatie: GELOOF.
Niets doet God meer plezier dan geloof en niets bemoedigt geloof meer dan dingen niet kunnen zien. Tenslotte is dat wat geloof is: dingen niet kunnen zien (Hebreeën 11:1). God spreekt vandaag tot jou door stille openbaringen van Zijn kracht, zoals liefde, blijdschap, vrede en geduld: alle gaven van de geest. Hij spreekt ook door Zijn Woord. Ben je bezorgd dat God je negeert of niet van je houdt? Lees Romeinen, hoofdstukken 5-8 en bel me morgenochtend.
De bediening van Handelingen is niet alleen achterhaald, maar ook een recept voor mislukking. Waarom? De bediening van Handelingen mislukte zelf. Hij begon in heerlijkheid en eindigde met de dood van Jakobus, de verbanning van Petrus, de hongersnood van Jeruzalem en de verstrooiing van de Joden. (De voorgangers van vandaag zouden dankbaar moeten zijn dat hun modellen niet "werken", anders zouden ze allemaal worden gedood, verbannen, uitgehongerd en verstrooid.) De zogenaamde Handelingenbediening was gedoemd te falen. Waarom? Het was een zoveelste demonstratie van Israëls koppigheid.
Blijkbaar is koppigheid moeilijk uit te roeien.
U kunt meer van Martin Zender vinden, op deze website:
Martin Zender
the world's most unorthodox Bible Scholar