Stormen ontstaan in de hemel, zoals op aarde. God wacht en wacht en wacht met het ontvouwen van Zijn grootste diepten. De hemelse wezens die bij Hem aanwezig zijn voelen het aankomen. Zelfs wij stervelingen hier op aarde kunnen stormen voelen aankomen. De lucht voelt anders aan – er hangt een vreemde geur. De hemel wordt donker – de wind neemt toe. Vogels zoeken een boom op – honden snuiven de atmosfeer op. Niemand weet zeker wat er komen gaat. In de hemel gaat het net zo. Zelfs hemelse wezens voelen aan wanneer er iets – iets groots en ondenkbaars – op komst is.
oo0oo
Lang voor de verwoesting van onze huidige aarde, vernielde zonde de hemel. Waarom? In het begin schiep God een Tegenstander, Satan, om zich tegen Hem te verzetten.
- Jesaja 54:16 – Gods bedoeling was dat Satan een vernieler zou zijn: ‘En Ikzelf heb de Verwoester geschapen om te gronde te richten’ (Concordant Version of the Old Testament), zie ook www.schriftwoord.nl.
- Johannes 8:44 – ‘[Satan] is vanaf het begin een moordenaar geweest’ (King James Version).
God is de oorspronkelijke Shakespeare, Die voorziet in de noodzakelijke tegenstanders tegenover wie de komende helden uiteindelijk zullen schitteren in de overwinning.
God zei tegen Job:
Waar was jij toen ik de aarde grondvestte? Vertel het me, als je zoveel weet… Wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren samen jubelden en al Gods zonen [engelen] het uitschreeuwden van vreugde?
-
Job 38:4-7, New American Standard Bible
Wat was de aanleiding voor het hemelse feest dat hier beschreven wordt? Het besef dat hier, eindelijk, het door God ontworpen toneel was voor een toekomstige, beslissende strijd tussen goede en kwade krachten. Blijkbaar was het duidelijk voor de aanwezige engelen wat Gods plannen waren voor deze rots in de ruimte, die Hij op dat moment aan het scheppen was. Hier, op de derde planeet vanaf de zon, aan de rand van het Melkwegstelsel – en nergens anders – zou Gods Zoon komen om voor eens en altijd de superioriteit van het goede over het kwade vast te leggen. En niet alleen dit, want de ultieme confrontatie zou de liefde van God demonstreren aan een universeel publiek. Hoe? God zou Zijn Zoon naakt laten hangen aan een Romeinse paal en, daar vanaf, Zijn moordenaars vergeven.
Geen enkel hart – hemels of aards – had ooit zo’n liefde gevoeld tegenover zulk kwaad. De hemel zelf kon het nauwelijks aanzien toen het gebeurde en verduisterde zichzelf rond het middaguur. Geloof je niet dat de hemel toen stuiptrekte? Zelfs een Romeinse soldaat stortte in aan de voet van dat kruis en riep uit: ‘Zeker, dit was Gods Zoon!’
‘Het Lam is geslacht sedert de ontwrichting van de wereld’ (Openbaring 13:8, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl).
In de glans van Gods ogen stierf Zijn Zoon al voordat Bethlehem bestond. Aionen [Grieks voor: eeuwen; tijdperken] vóór Bethlehem bewaarde God in Zijn boezem het antwoord op zonde en dood. Echter, voordat er een antwoord kan zijn op zonde en dood moeten zonde en dood er zijn. Bij God dateert het medicijn van vóór de ziekte. In feite heeft Hij de ziekte geschapen (‘
Ik schep het kwaad’ – Jesaja 45:7) als een donkere achtergrond waartegen het medicijn goed zichtbaar tentoongesteld kan worden. Dit betekent dat Zijn medicijn een demonstratie is van Zijn liefde, genade en kracht, die Hij altijd al bij Zich had.
Voor een ras dat voor openbaringen afhankelijk is van contrast, moet tirannie voorafgaan, zelfs aan een vóóraf bekende vrijheid. En zo gaat Adam dus vooraf aan Christus, gaat slavernij vooraf aan uittocht en gaat wet vooraf aan genade. Zo moet het gaan en onze God heeft het geduld om te zorgen dat het zo gaat. God doet het voor ons, Hij doet het ons niet aan. Toch moet zelfs Hij lijden onder het noodzakelijke kwaad.
Jesaja 1:11 – God vindt geen voldoening in offers: ‘…in het bloed van jonge stieren, lammeren of bokken vind Ik geen vreugde’ (New King James Version).
God tolereerde het bloed van stieren, lammeren en bokken, duidde hen aan als zondagsschoolplaatjes van de komende werkelijkheid. De komende werkelijkheid zal Hem verlichting geven. In de vroegere uitbeelding was de les: Zonder bloedvergieten is er geen vergeving van zonde. Zo leerzaam als dit is, ontbreekt er toch een dieper aspect:
De Lijder lijdt uit liefde voor Zijn geliefden. Geen enkele bok heeft ooit kunnen achterhalen hoe hij dat moest doen. In het gedrag van Christus aan het kruis zien we eindelijk de liefde van God. Alles vóór Golgotha is slechts een schaduw van deze goddelijke uiting: ‘Vader, vergeef hen…’ (Lucas 23:34).
Eindelijk brak het ogenblik aan voor Zijn aardse geboorte. In het geduld van God duurde het slechts aionen [Grieks voor: eeuwen; tijdperken]. Maar die dag kwam en de hemelse wereld – die al lang de storm voelde aankomen – reageerde zoals verwacht.
Als je het volgende tekstgedeelte leest dan voel je de emotie achter de lofprijzing van de engelen: ‘Eindelijk!’
Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie Redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ - Lucas 2:8-14, New American Standard Bible
Naar alle waarschijnlijkheid wisten deze engelen bij Bethlehem niets over het komende kruis. Zij verwachtten een uiteindelijke confrontatie, maar niets zo grotesk als een openbare executie. Het kruis wierp een schaduw over Zijn hele aardse leven, maar de schaduw bleef verborgen in de raad van God. De engelen bij Bethlehem wisten van een nabijgelegen rots in de merkwaardige vorm van een schedel, maar niemand had ooit kunnen dromen wat daar drieëndertig jaar later zou plaatsvinden. Dat was alles wat zij konden doen, denk ik, om zowel de menswording bij te houden als de tekst van hun lied.
Stel je eens voor dat je erbij aanwezig bent die nacht waarin de Zoon van God met de vleeswording instemde. Ik heb het nu niet over Bethlehem, maar over het moment bij Gods troon, als de Zoon van Gods liefde er goedkeurend mee instemt om een klomp zich vermenigvuldigende, bloederige cellen te worden, vastgehecht aan de baarmoederwand van een jong meisje. Zou de morbide nieuwsgierigheid van zelfs de meest nobele, hemelse geest een dergelijk moment voorbij hebben laten gaan? Het universum was nooit eerder getuige geweest van een dergelijke, bewuste vernedering van het eigen ego, noch van een groter offer. Ik stel me een nerveus aftellen voor en dan een engel die later zegt: ‘Het was echt afschuwelijk. Het ene moment was Hij er nog en toen opeens niet meer.’
Ze hebben negen maanden gewacht, de foetus in de gaten gehouden, hun liederen geoefend. Maria’s vliezen braken en zij gingen in de rij staan bij de deur. Ze perste nog een laatste keer door tranen en opeengeklemde kaken heen en de gelukzalige, hemelse brigade sprong naar beneden als miljoenen parachutespringers uit een vliegtuig.
oo0oo
Stefanus was dood. Saulus gaf de mantels aan de moordenaars terug, hen feliciterend met een goed afgehandelde zaak. Hij had zelf graag een steen geworpen, maar hij was te jong. Maakt niet uit; hij zou op een andere manier voor zichzelf een naam maken.
De jonge Farizeeër hield van de God van zijn vaderen. In feite was er niemand die God meer liefhad. Omdat hij zich ervoor schaamde bekende Saulus nooit hoezeer hij de vaderen beneed, Abraham, Mozes, Izaäk en Jacob. Hij was jaloers op hun roeping. Jaloers op het feit dat God deze mannen had aangewezen voor unieke taken. Saulus zou zijn ziel hebben verkocht als de Stem in de brandende struik bij Midian hem aangesproken had. Soms lag hij ’s nachts wakker en fantaseerde zichzelf in de plaats van Jozef, toen de jongeman opklom van de gevangenis tot onderkoning van Farao. Jozef redde uiteindelijk Egypte en zijn geliefde vaderland.
Als Saulus nu toch eens tot zoiets geroepen kon worden. (Als het koninkrijk kwam, dan zou hij zeker een leidinggevende functie krijgen.) Saulus kon niet wachten met regeren op aarde.
Wat te denken van Jacob die worstelde met de engel bij Pniël en daarna ook nog een visioen van de hemel kreeg? Was Jacob net zo waardig als Saulus? Op geen enkele wijze. Maar Saulus had nog nooit een hemelse boodschapper aanschouwd, laat staan dat hij heerlijkheid had gezien. Als er nu toch eens een engel bij hem langs kwam; het zou Gods goedgunstigheid aan hem bevestigen. Dit gemis knaagde onophoudelijk aan de Farizeeër. Abraham kreeg meerdere malen bezoek; Mozes zag de achterkant van God; Jacob worstelde met de hemelse afgezant; en God gaf Jozef koninklijke dromen. Zelfs Daniël, in Babylon, kreeg visioenen over de toekomst van de wereld.
God deed Saulus tekort op dit punt, maar meestal hield Saulus zijn agitatie voor zich. Het uiten zou zwakheid verraden. Voor Saulus verloochende het naar buiten brengen van elke ontoereikendheid zijn verheven status. Maar zeg nou zelf: waarom omzeilde grootsheid hem – hem, nota bene? Niemand hield de wet zo volmaakt als hij – zelfs die hooggeachte Kajafas niet.
oo0oo
Sinds Genesis 1:1 had God de hemelen genegeerd. Geen enkele hemelse magistraat durfde Hem hier vragen over te stellen. ‘In het begin schiep God de hemelen en de aarde,’ herhaalden zij vaak onder elkaar, ‘wat de aarde betreft, zij werd chaos en leegstaand.’ De stilzwijgende gevolgen waren dat God onafgemaakte zaken had liggen. De Zoon had Zichzelf geofferd en was gestorven voor de zonden van Israël, hierdoor het volmaakte offer wordend voor die ongehoorzame natie in overeenstemming met de beloften aan Abraham, die, zo wisten zij, te maken hadden met het herstel van de aarde.
Maar waren de hemelen er niet veel erger aan toe?
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis, tegen de geestelijke machten van het kwaad onder de hemelingen.
Efeziërs 6:12, Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
Er was nog een andere overweging – althans, dat zou je kunnen denken. Wij, hedendaagse mensen - die deze zaak achteraf kunnen bekijken – kunnen ons nu makkelijk voorstellen dat er destijds in de hemel vragen waren over de reikwijdte van Christus’ dood. In eerste instantie lijkt het erop dat het bloed van Christus (vergoten aan het kruis) niet verder kwam dan Palestina. Zou een dergelijke, verbazingwekkende dood, zoals die op Golgotha, de grenzen van Judea niet overschrijden? Deze vraag kwam nooit naar boven. Waarom zou hij? De uiteindelijke vervulling van het verbond met Abraham leek voldoende zegen voor honden (heidenen). Wat zouden de andere volkeren nog meer te wensen hebben?
Tenslotte zou de heerschappij van fabelachtige zegeningen – het komende Millennium [Duizendjarig Rijk] – voorgoed een einde maken aan de tijd van om restjes bedelende heidenen aan Israëls tafel. Niet waar? Nou, niet helemaal. Na heroverweging werd, onder de engelen (hemelingen), schoorvoetend toegegeven dat de volkeren zelfs in het beloofde, aardse koninkrijk nog altijd als tweederangs burgers zouden worden beschouwd. Hun zegeningen zouden hun huidige wanhoop overtreffen, natuurlijk, maar niet zonder enige zang en dans ten behoeve van hun superieuren. Zacharia profeteerde over die tijd:
Zo zegt de HEERE van de legermachten: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de heidenvolken de punt van de mantel van een Joodse man zullen vastgrijpen en zeggen: ‘Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is.’
Zacharia 8:23, New American Standard Bible
Maar de restjes zullen in ieder geval groter zijn. Toch?
God glimlachte om deze hemelse plagerijen en wachtte Zijn tijd af.
oo0oo
Als God weigerde om Saulus iets te laten zien, dan zou Saulus God wel eens wat laten zien – iets dat Hij nooit meer zou vergeten. Saulus zou een kampioen worden in het verdedigen van Zijn naam en eer. Bovendien zou hij dit doen zonder ook maar één enkel visioen, één enkele droom of engel en zonder ook maar één enkele, hemelse verschijning. Sommige mannen hadden blijkbaar dergelijke wonderen nodig om hun ambities aan te wakkeren. Paulus overtrof alle anderen; hij had niets anders nodig dan zijn eigen overtuiging.
Voor de taak die hem wachtte, was zijn persoonlijke diepgang van hoe deze op te lossen meer dan voldoende voor hem. Welk ander vuur dan de rechtvaardigheid van zijn eigen zaak zou zijn ijver nog een graad meer kunnen verhitten? Saulus was niet zwak zoals Jacob. In tegenstelling tot Mozes genoot hij van zijn gaven. Abraham twijfelde ooit aan Gods belofte; Saulus twijfelde nergens aan. Als deze Jezus, de Nazoreeër, een godslasteraar was – en dat was wel zeker – dan waren Zijn stomme volgelingen dat ook.
Het priesterschap was zwak. Zij stenigden Stefanus, maar die ongeletterde man – hoewel goedbespraakt – was slechts een simpele soldaat van een groeiend verzet. Waarom was Petrus nog in leven? En waar was Johannes? Was het priesterschap zo dom om te denken dat de beweging niet ondergronds was gegaan? De leiders rustten in hun zwaarlijvigheid, al converserend. Met praten kwam je nergens. Als het Sanhedrin niet zou optreden, dan zou Paulus het doen. Als deze nieuwe golf van zogenaamde Jezusmensen de elite bang maakte, die Stefanus stenigde – dan zou hij hen wel eens even doen opkijken.
oo0oo
Jezus Christus volbracht het onvoorstelbare, sterven voor de zonden van de wereld. Vervolgens keerde Hij terug naar de hemel om aan Gods rechterhand te zitten. Jezus wist wat Hij had volbracht; God wist het helemaal zeker. Het geheel van het Plan was getekend en verzegeld. Het enige wat nu nog restte was de bezorging.
Was Pinksteren, met enige verbeelding, de bezorging van het gehele Plan van God?
Nee. Het was slechts een gedeelte.
‘Niemand heeft ooit God gezien. De eniggeboren God, Die in de boezem van de Vader is, Die ontvouwt Hem’
(Johannes 1:18).
Ik hou van dit woord ‘ontvouwt’ uit het Concordant Literal New Testament [zie ook www.schriftwoord.nl]. ‘Ontvouwt’ is de letterlijke vertaling van het Griekse exegeomai, waarvan de tekstuele delen zijn ex, dat ‘uit’ betekent en egeomai, dat ‘leiden’ betekent. Ontvouwen is dus ‘uitleiden’.
Denk aan een wegenkaart, opgevouwen zoals een accordeon. Alle rivieren en wegen, alle meren en rustplaatsen, alle natuurparken, tijdzones en landsgrenzen – zijn er allemaal in verborgen. Het hele landschap leeft binnen de vouwen; de kaartenmakers hebben grootse prestaties verricht, ze meerdere malen opgevouwen en zijn toen naar huis gegaan. Toekomstige kijkers hoeven hun werk alleen maar te ontdekken. En zo geeft de kaart, stukje voor stukje, zijn schatten prijs. Vouw voor vouw maakt de ene horizon plaats voor een andere.
Zo gaat het ook met God. Van Adam tot Abraham beginnen we Hem te zien. Van Abraham tot Mozes zien we iets meer, alleen beseffen we dan hoe weinig we begrepen in Adam. Van Mozes tot de profeten krijgen we al een veel grootser uitzicht. Vouw voor vouw, totdat tenslotte de Zoon komt. De gelukkigen die getuige waren van Zijn aardse verblijf hoorden de rijkste details met betrekking tot het koninkrijk van God en de toekomst van de aarde. De Messias overtrof Mozes; herinner je dat Mozes naar Hem uitkeek. De Messias van Israël ontvouwt God, ter wille van die generatie en ter wille van ons.
Ontvouwde Jezus Christus op aarde het geheel van Gods plan? Of bleef er nog een oceaan verborgen om ontdekt te worden?
‘Als Ik u aardse dingen heb verteld en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u hemelse dingen vertel?’
(Johannes 3:12, New King James Version).
Abraham Lincoln, de man over wie in de geschiedenis het meest geschreven wordt, blijft de drukpersen draaiend houden. Hoe kan dat, 145 jaar na zijn dood? Nieuwe auteurs ontdekken voortdurend nieuwe aspecten over het leven van de beroemde man. Als dit met Lincoln gebeurt, een gewone sterveling, wat kan er dan gezegd worden van Gods Zoon, Die kwam om te sterven, niet alleen maar voor ons, aardbewoners, maar ter wille van een nog verwaarloosde, universele nood?
We weten wat er met Pinksteren gebeurde. Maar nemen we ook aan dat Petrus het alfa en omega van Jezus Christus’ offer aankondigde – vijftig dagen nadat Hij aan het graf ontsnapte?
‘Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen…’
(Handelingen 2:38).
Waar is de vermelding van de hemelse dingen die de Verlosser, op aarde, achterhield?
oo0oo
Saulus hield ervan om midden in de nacht huizen binnen te vallen, hij droeg zelf de fakkel. De schokfactor fascineerde hem. Deze speciale nacht hoorde hij over een familie die, naar verluidt, Petrus had onderhouden.
Deuren konden destijds makkelijk ingetrapt worden, alhoewel hij daar zijn mensen voor had. De eerste paar keer dat hij een inval deed hadden de huilende kinderen hem gehinderd. Door zijn intense, mentale bekwaamheid uit te oefenen, trainde Paulus zichzelf om hen niet als kinderen te zien, maar als vijanden van God. Oudere kinderen werden geschopt of tegen de wanden gedrukt. Toen de razzia’s routine werden kregen jonge kinderen dezelfde behandeling. Al te emotionele kinderen, die hun ouders vastklampten, werden aan het meubilair vastgebonden. Slechts tweemaal was het nodig om een nek te breken.
(Saulus zou nooit die tweede keer vergeten, nee, zelfs vijftig jaar later niet in een gevangenis in Rome – het was een meisjesbaby. Hij wilde haar niet doden, alleen maar tot zwijgen brengen. Ze hield maar niet op met huilen; het was een ongeluk. Hij had dit niet willen doen. De spanning van zijn werk en het nerveuze huilen vlogen hem aan. Waarom had God het nodig gevonden om die baby zo ontzettend te laten huilen?)
Hij sloeg mensen in een speciale ruimte buiten de rechtbank, grenzend aan de kleedkamer. ‘Hij sloeg hen’ is bij wijze van spreken; hij liet het echte werk over aan anderen. Hij was te keurig gekleed om te zweten. Anderen met soepeler armen voerden het uit. Wat niet betekent dat het methodische neerslaan van de menselijke, vrije wil buiten zijn leiding om plaatsvond.
Saulus had zichzelf de taak toegewezen van het aanstaren van elke verdachte, terwijl een ondergeschikte bekentenissen verkreeg. Hoe dichterbij, hoe beter. Het verschil tussen gebondenheid en vrijheid fascineerde hem; hoe dichter hij erbij aanwezig was, hoe meer hij in vervoering raakte. De golfbeweging van pijn en kortstondige verlichting kwam hem zo eigenaardig voor dat alleen al het kijken ernaar hem koude rillingen bezorgde. Zo dicht bij het van pijn vertrokken gezicht te zijn, en toch zo ver er vandaan – hij raakte er niet over uitgesproken.
‘Mijnheer, u kunt iedereen alles laten zeggen,’ was een regelmatig gehoorde opmerking van de priesters.
‘En zo is het maar net,’ zei Paulus dan met de zweem van een grijns rond zijn opgetrokken lip. ‘En de wereld is verlost van alweer een ketter.’
oo0oo
God was gezeten in hartstochtelijke vreugde, net als Zijn Zoon. Dat kon alleen maar omdat zij de toekomst kenden. Zij wisten wat er in het verschiet lag voor de hele mensheid. God wist dat zelfs de moordende priesters van Israël Hem uiteindelijk zouden loven en prijzen. Zelfs Romeinse magistraten zouden uiteindelijk voor God neerknielen vanwege wat Hij nu ging doen.
God zag Paulus terug naar huis gaan, naar zijn familie. God kijkt naar de afloop; Hij doorziet dingen. Wij, aan de andere kant, staren naar dingen.
Wij begraven onze dierbaren en staren naar de grafstenen. God kijkt door de grafstenen heen naar onze toekomstige, goddelijk veranderde lichamen, die zich tweemaal zo snel voortbewegen als het licht. Petrus hield met Pinksteren een geweldige toespraak vanaf een stenen dak in het centrum van Jeruzalem, maar in Gods gedachten stond Petrus’ toespraak op het niveau van de vijfjarige Mozart. Maar met grote snelheid naderde – eindelijk – het tijdstip waarop het doek zou opgaan voor een onvoorstelbare Symfonie.
oo0oo
‘In het begin schiep God de hemelen en de aarde. Wat de aarde betreft…’ Honderden jaren lang leek God de hemelse rebellie waarover Paulus schreef in Efeziërs, hoofdstuk 6, te negeren. God bewaarde dicht aan Zijn boezem, uit het zicht, het lang geplande bijeenbrengen van de hele schepping tot Hem.
Want alle dingen hebben hun oorsprong bij Hem en komen van Hem; alle dingen leven door Hem en alle dingen komen bijeen en neigen zich in Hem te voltooien en te eindigen.
Romeinen 11:36, Amplified Bible
Tot dusver had God één natie geroepen, Israël, en aan hen Zijn raadgevingen voor de aardse domeinen gegeven. Zij waren Zijn aardse volk en voor hen kwam het ritueel van besnijdenis, doop en de wet. Zij waren Zijn eigen volk en Hij was hun God. Tot hen alleen kwam de goddelijke wetgevende macht en door hen alleen zou voor de rest van de aarde de enige hoop komen op het kennen van God.
Hoe zit het met de andere naties? Om praktische redenen negeerde God hen. Dit verschijnsel is voor ons melodramatisch, maar grafisch weergegeven in Efeziërs 2:11-12
Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die ‘Onbesnedenen’ genoemd werd door hen die genoemd worden ‘Besnijdenis’ in het vlees, die met de hand gebeurt, dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en gasten wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld.
Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
- Zonder Christus
- Vervreemd van het burgerschap van Israël
- Gasten wat betreft de verbonden van de belofte
- Geen hoop hebbend
- Zonder God in de wereld
Met andere woorden: Mensen zonder hoop.
Zelfs voordat de eerste mens op de aarde stond was het al in Gods hart besloten dat Hij uit de mensheid een selecte groep wezens – het uitschot van de aarde – zou kiezen om met Hem te zitten in de hemelse regionen aan Zijn rechterhand. De Zoon van Zijn Liefde (Kolossenzen 1:13, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl) zou Zijn eerste Zoon zijn – maar er zouden anderen komen. De Zoon zou een vleselijk lichaam aannemen zodat Hij de laagste regionen van deze aardbol zou kunnen bewonen en zou lijden tot de meest beschamende dood die je je kunt voorstellen. Toch zou Hij de eerste zijn van de geringen.
Het goddelijke principe is: De laagsten worden de hoogsten; de laatsten zullen de eersten zijn. Hoe meer je achterop komt, hoe meer je voorop zult gaan.
God schept ziekten om genezing te openbaren. Gods medicijn was liefde en genade – de ziekte, Adam.
God maakte het ras en hield vervolgens toezicht op zijn ondergang met als doel het sterker te herstellen dankzij de zonde.
Denk eens aan Adam in Eden. Geen enkel loflied kwam over de lippen van die eerste man: Adam kende geen contrast. Pas na het ‘drama’ van zonde verschijnen de mooiste lofliederen.
God zal het hele ras redden.
‘Want zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden’
(1Korinthiërs 15:22).
‘Levend gemaakt’ worden betekent dat je leven krijgt buiten het bereik van de dood. Lazarus werd niet levend gemaakt; hij werd slechts opgewekt. Hij wandelde zijn eigen graf uit, maar werd daar uiteindelijk ook weer ingedragen en is nog altijd niet opnieuw tevoorschijn gekomen.
‘Zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.’
God hield dit plan echter geheim gedurende vele aionen [Grieks voor tijdperken; eeuwen]. Niemand kon het waarderen zonder een achtergrond. Als er vele jaren voor nodig zijn om die achtergrond te schilderen en als Hij verschillende tinten zwart nodig heeft voor het decor van de komende heerlijkheid, wie zijn wij dan dat we Hem daarover vragen zouden stellen?
Het programma voor Israël en de aarde duurde eeuwen. Het falen van het volk vereiste een Redder – een Messias. En dus kwam Hij – en zij verwierpen Hem. Hij gaf hun een nieuwe ‘kans’ met Pinksteren, om het getuigenis van de twaalf te geloven dat het koninkrijk inderdaad komende was. Ook dit wezen zij af. Zij verwierpen het aardse koninkrijk in overeenstemming met groter goddelijke wijsheid. Hun afwijzing werd de gelegenheid om de Symfonie te openbaren, de nog niet eerder gehoorde muziek.
En Hij is het hoofd van het lichaam, de ecclesia, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste zou zijn, want in Hem verheugt zich heel de volheid te wonen en door Hem alles met Zichzelf te verzoenen (vrede makend door het bloed van Zijn kruis) door Hem, zowel zij die op de aarde zijn als zij die in de hemelen zijn.
Kolossenzen 1:18-20, Concordant Literal New Testament - Zie ook www.schriftwoord.nl
Het ultieme plan, reeds lang bekend bij de Godheid, stond nu aan de vooravond van openbaring.
‘Als Ik u aardse dingen heb verteld en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u hemelse dingen vertel?’
(Johannes 3:12).
Nu zou Hij het gaan vertellen. Maar eerst moest God het volmaakte doorgeefluik vinden. Het is logisch (of misschien ironisch) dat het volmaakte doorgeefluik voor een boodschap van alles overtreffende genade – volgens algemeen beschaafde normen - een totale mislukkeling zou moeten zijn: onder ons gezegd ‘een lul’. Naar geestelijke normen (en voor geestelijke doeleinden) zou het zeer handig zijn als hij God zou haten uit de grond van zijn hart.
oo0oo
Een ravage aanrichten in Jeruzalem was prima, maar voor Saulus was het niet genoeg. Zijn werk deed ertoe. Hij had werkelijk iets bereikt. Saulus overlegde met de priesters, die rapporten hadden ontvangen van Saulus’ spionnen onder het volk.
Commentaar gevend op deze rapporten, zeiden de priesters: ‘Je hebt jezelf waargemaakt, Saulus. De mensen zijn nu bang. Het leven is voor ons nu makkelijker. De rebellie lijkt hier te zijn neergeslagen; u verdient alle lof.’
Saulus trok een grimas. ‘Velen zijn ontkomen.’
‘Wat bedoelt u?’ (Ze wisten wat hij bedoelde, maar ze wilden hem liever niet overstuur maken.)
‘Zij zijn ontsnapt over de grenzen van Israël, velen van hen. Denkt u dat ik dat niet weet? Ze hebben de naam van Jezus naar het buitenland meegenomen.’
Gezien het kaliber van de man die voor hen stond, was de volgende vraag van de priesters zowel voor de hand liggend als retorisch:
‘Dus wat gaat u doen? Hen achtervolgen naar waar ze gevlucht zijn?’
Saulus streelde onbewust het mes in zijn etui. ‘Wat is er al over bekend?’
Eén van de priesters zei: ‘Velen zijn naar Damascus gegaan. Waarom weten we niet.’
‘Kan ons dat wat schelen?’ zei Saulus. ‘Wat is er allemaal mee gemoeid?’
‘Er is geen precedent. Ik neem aan dat je naar Kajafas gaat voor één of andere dagvaarding.’
Saulus knikte. ‘Dan zou alles legaal zijn… zelfs als het niet zo was.’
‘Dat zou de zaak ten goede komen.’
Saulus’ vrouw keek hem achterdochtig aan.
‘Waar ga je nu verdomme weer naartoe?’
‘Damascus.’
‘Dat is negen dagen, de heenreis.’
‘Bedankt voor de aardrijkskundeles. Ik doe het in zes.’
‘Onze belasting moet aan het eind van de maand betaald worden.’
Saulus haalde een zilveren sjekel tevoorschijn en klapte hem op tafel.’
Zonder een woord vertrok hij. De volgende dag was hij voor zonsopgang op weg, richting het westen, met zes mannen, twee soldaten en een slaaf.
De wind blies merkwaardig hard in hun gezicht.
oo0oo
Op de vijfde dag van hun reis, om precies 11.59 uur (Damascus tijd), elf el van de noordzijde van de weg bij de bron van Dara, elf stadiën van de karavanserai bij Al Qunaytirah – gingen alle plannen voor Damascus definitief op de schop.
U kunt meer van Martin Zender vinden, op deze website:
Martin Zender
the world's most unorthodox Bible Scholar