Van alle Bijbelschrijvers was Paulus de onruststoker. Als Bijbelschrijvers een klas met pubers waren op een Katholieke school, dan was Paulus degene die papieren vliegtuigjes maakte, briefjes doorgaf tijdens de wiskundeles en wc-permissie vroeg, zodat hij uit het raampje kon klimmen om aan zijn situatie te ontsnappen. Daarom hield ik van hem. (Dat wil zeggen, ik kon me in hem verplaatsen.)
Paulus had iets met radicale uitspraken en met het innemen van het hoogst mogelijke standpunt. Daarom noemde ik hem destijds ‘Meneer Radicaal’ en ‘Meneer Absoluut’. Voor mij gingen de onthullingen van Paulus over de grote thema’s een enorme stap verder dan die van alle andere schrijvers.
Wanneer de anderen bijvoorbeeld schreven over hoe zonde mijn veiligheid in God kon verpesten, schreef Paulus: ‘Waar zonde toeneemt, overstijgt de genade’ (Romeinen 5:20, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl). Terwijl de anderen mij onder druk zetten om de wet te houden, zei Paulus: ‘Wij houden de mensheid voor gerechtvaardigd door geloof, buiten werken van de wet om’ (Romeinen 3:28, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl).
Alle anderen wezen op hun stamboom en schepten erover op. Deze man zei: ‘Ik was een Hebreeër uit de Hebreeërs… maar ik beschouw het als mest’ (Filippenzen 3:4-8). Terwijl de anderen een toekomstige beloning op aarde voorzagen, zei Paulus: ‘Wij zijn nu gezeten in de hemelse gewesten’ (Efeziërs 2:6).
Laten wij ons nu bezig gaan houden met werken. Iedereen in de Bijbel eiste werken – behalve Paulus. Met betrekking tot redding zei hij: ‘Als het werken zijn, dan is het niet langer genade. En als het genade is, dan zijn het niet langer werken’ (Romeinen 11:6). Dat waren duidelijke woorden, die zelfs ik – ex-Katholieke raampjesspringer – kon begrijpen. Maar waren ze te radicaal om te geloven? Ze botsten met al het andere in de Bijbel. Paulus lezen was als slenteren langs de lachspiegels, waar elke spiegel je er op de één of andere manier beter uit liet zien dan je was:
Waarschuwing: Voorwerpen in de spiegel
zijn rechtvaardiger dan ze lijken.
De rest van de Bijbel – die een eindeloze lijst van moeten en laten leek te zijn – zette mij aan tot mislukking. Paulus, zo leek het, was de enige die mij los sneed. Hoe was deze radicale boodschapper van genade in de Schrift terecht gekomen? God inspireerde Paulus, nietwaar? Of is Paulus stiekem de Heilige Schrift binnen gekropen zoals ik stiekem uit dat wc-raampje kroop op de middelbare school? Hoe moest ik Paulus passend zien te maken met de andere Bijbelschrijvers? Of was het mogelijk dat Paulus Gods radicaal was en dat het niet de bedoeling was dat hij paste?
De andere schrijvers spoorden mij aan om mezelf te veranderen; ik beschouwde hen als hervormers. Paulus, aan de andere kant, had me opgegeven. Voor Paulus was ik de hervorming voorbij. Meestal is het slecht nieuws als iemand zegt: ‘Jongen, jij bent hopeloos.’ Maar toen Paulus het zei klonk het als opluchting. Ik zou nooit aanvaardbaar zijn voor God, tenminste niet door alle regels te volgen. Dus Christus volbracht dingen die ik voor mezelf nooit voor elkaar had gekregen. Ik zou mezelf nooit kunnen rechtvaardigen, dus deed Christus het voor mij. Het enige dat Christus nu van mij wilde was een bedankje en een zucht van verlichting.
Dat was iets wat ik kon.
Mijn eigenaardigheden verontrustten Paulus nooit. Ik stelde mezelf voor hoe ik hem benaderde zoals ik de priesters eens per maand benaderde in die schimmige biechtstoelen. Ik zou Paulus mijn zonden vertellen. Maar anders dan de priesters, zou Paulus geeuwen en zeggen:
Ja, hè hè Zender, gaap. Dat is de oude mensheid; wat verwacht je daar nou van? Het verbaast me dat je nog zo goed uit de verf komt. Je bent waarschijnlijk slechter dan je me vertelt. In elk geval maakt het niets uit. Je moet jezelf nu zien als gestorven met Christus (Romeinen 6:8). Nieuwsflits: De oude mensheid is gekruisigd, Zender (Romeinen 6:6). God kijkt niet meer naar de oude mensheid; Hij kijkt naar Christus. En Hij kijkt nu op dezelfde manier naar jou. Je bent een nieuwe schepping (2Korintiërs 5:17). Hoogste tijd om je hoofd aan te passen.
Gestorven met Christus? De oude mensheid gekruisigd? Een nieuwe schepping? Dit was geen hervorming, dit was revolutie.
oo0oo
Ik herinner me mijn mening over Paulus toen ik een twaalfjarige was, opgedirkt in de kerkbank, bezig de zoveelste Mis te verteren. De Mis had twee lezingen: de eerste en de tweede. De eerste lezing werd gedaan door een leek vanaf een eenvoudige katheder, die een fragment opdreunde uit één van Paulus’ brieven. De tweede lezing was meer dan een lezing. Voor de goede orde, zal ik het noemen: Een Grote Heilige Gebeurtenis waarbij de Priester Langzaam en met Veel Pracht en Praal een Verhoogd, Marmeren Platform Beklom en Voorlas (Intoneerde, eigenlijk) uit Eén van de Vier Evangeliën.
De Vier Evangeliën. Ah – dit waren de rode woorden van Christus [In een zogenaamde ‘rode letter editie’ van de Bijbel zijn de woorden van Jezus in rode inkt gedrukt].
Voor mij en voor de meeste Christenen overtroffen de rode woorden van Christus al het andere in de Schrift. ‘Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes’ – dit was het A team. Dit waren de vier namen die ik uiteindelijk gegraveerd zou zien in het zandsteen boven de voordeuren van mijn middelbare school. Waar was Paulus’ naam? Die was afwezig. Geen zandsteen voor Paulus.
Wat de priester betreft, hij was degene met mooie kleren die je gewaden hoort te noemen. De priester was de opgeleide man van God die woonde in het speciale gebouw met het kruis erop en die nooit zondigde. Waarom zou deze man niet de zeldzame woorden van Christus lezen? De leek, aan de andere kant – meestal één van onze leraren en een gewone sterveling – kreeg Paulus toegewezen. De leraar droeg een overhemd met stropdas en bruine instappers – het compleet tegenovergestelde van gewaden.
‘Een lezing van de brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.’ Dit roept herinneringen op – van hoe vreemd het klonk. Ik kan me nog duidelijk herinneren dat ik me op een bepaalde zondag tot mijn vriend Ken Malinowski wendde (wij waren nog kinderen) en heel zachtjes, zodat mijn moeder het niet zou horen, tegen hem zei: ‘Wie zijn in vredesnaam de Tessalonicenzen en wie kan dat in vredesnaam iets schelen?’
Het was leuk dat Paulus van God hield, maar zo jammer dat zijn woorden in het zwart waren. Zo jammer dat ze in het zwart waren, terwijl rood de kleur van God was. Hij wilde één van de twaalf discipelen zijn, maar dat was hij niet. Hij wilde dat hij Jezus had ontmoet toen Jezus nog sandalen droeg, maar dat gebeurde niet. Hij wilde een troon hebben in het aardse koninkrijk, maar er waren maar twaalf tronen - enne, uh, alle tronen waren bezet - maar bedankt voor het aanmelden, Paulus. We zullen je CV nog 18 maanden achter de hand houden en daarna zullen we hem verbranden.
Omdat Paulus zo duidelijk de Jezus-trein had gemist, verdiende hij niet meer dan dat zijn brieven werden gelezen door een brugklas-natuurkundeleraar met een bruine C&A broek. Het was duidelijk dat Pater Passoli zich nooit zou verlagen tot het lezen van ‘een brief van Paulus aan de Pomerenzen’ – of wie dan ook.
oo0oo
In april 1979, toen ik 19 jaar was, had ik, wat de Christelijke wereld zou noemen een reddingservaring. Toen ik keek naar de laatste aflevering van de mini serie Jesus of Nazareth, sloeg het beeld van Jezus, Die Zijn kruis naar Golgotha sleepte, mijn ziel tegen de vlakte.
Bij de eerste reclame haastte ik mij naar mijn kamer om mijn tranen tegen te houden. Ik viel op mijn knieën naast mijn bed en smeekte God om mij te vertellen wie deze Jezus was en waarom Hij zo verschrikkelijk moest lijden. Ik bleef maar herhalen: ‘Ik moet weten Wie U bent. Ik moet weten wie U bent. Ik moet weten Wie U bent.’
Mijn eerste Bijbel was een NASB (New American Standard Bible). Tegen die tijd was ik niet langer een goede Katholieke jongen, omdat ik deze Bijbel werkelijk voor mezelf aan het lezen was en ik ontdekte hoeveel van onze Katholieke sacramenten slechts Katholieke verplichtingen waren. Niemand bidt tot Maria in de Bijbel. Waar zijn de biechtstoelen? Zou Petrus niet de rozenkrans moeten zeggen?
Als snel begon het mij op te vallen hoe anders Paulus was. Maar inmiddels las ik ook daarnaast populaire Christelijke schrijvers: Hal Lindsay, Fulton Sheen en anderen. Met de ‘hulp’ van deze en andere institutionele genieën, nam ik de traditionele visie aan betreffende de plaats van Paulus in het grote schema van God.
Hier is het verhaal in een notendop:
Petrus was de man. Ja, hij was sullig als een ezel, maar hij was aandoenlijk. Hij was de rechterhand van Jezus. En hij was in ieder geval gelovig genoeg om uit zijn boot te klimmen en over het water naar Jezus toe te lopen. Alhoewel de wind en de golven hem uiteindelijk de baas werden, zodat hij tot aan zijn snor wegzakte in het Meer van Galilea, was hij desondanks de eerstgenoemde onder Jezus’ discipelen. Het was altijd: ‘Petrus, Jakobus en Johannes.’ Hij was niet de eerste paus (zoals de Katholieken zeiden), maar hij was duidelijk Jezus dierbaar. Het was tegen Petrus en tegen niemand anders, dat Jezus Christus zei: ‘Jij bent Petrus en op deze rots zal Ik Mijn ecclesia bouwen en de poorten van het ongeziene zullen haar niet overheersen’ (Matteüs 16:18, Concordant Literal New Testament, zie ook www.schriftwoord.nl).
Dat niet alleen, Petrus zou van Christus de sleutels van het koninkrijk ontvangen:
Ik zal jou de sleutels van het koninkrijk van de hemelen geven en wat jij zult bin- den op de aar de, zal gebonden zijn in de hemelen en wat jij zult losmaken op de aarde, zal losgemaakt zijn in de hemelen.
Matteüs 16:19, Concordant Literal New Testament - zie ook www.schriftwoord.nl
Petrus kreeg deze sleutels en gebruikte ze vijftig dagen nadat Jezus verrees uit Zijn graf. Tijdens het Joodse Pinksterfeest zaten de discipelen in de bovenkamer, depressief sinds Jezus naar de hemel was teruggekeerd. Plotseling verschenen er kleine vuurvlammetjes boven hun hoofd, vergezeld van een geweldige windvlaag. Dit was de geest van God, Die neerdaalde in het hart en verstand (en benen, zoals bleek) van deze mannen, die de straat op renden en de opstanding van Jezus verkondigden. Zij spraken in een vreemde, wonderlijke taal, die zelfs geëxpatrieerde Israëlieten (buiten het land wonende Joden, die Jeruzalem bezochten voor het feest) konden verstaan. Petrus rende sneller dan de anderen (Jezus had tenslotte hem de sleutels gegeven) en werd de woordvoerder van deze nieuwe beweging van God. Handelingen 2 doet verslag van dit alles.
Als de Joodse leiders besloten om Petrus’ getuigenis in Handelingen te accepteren en berouw zouden tonen over het slachten van hun eigen Messias, dan: 1) zou de Messias in heerlijkheid terugkeren, 2) zou het koninkrijk komen, 3) zou Jeruzalem het nieuwe hoofdkwartier van de wereld worden, 4) zouden David en de aartsvaders uit de doden opstaan en de steden binnengaan, 5) zou Jezus Christus Zelf de tempel heiligen, 6) zouden Petrus en zijn vrienden – de andere elf – tronen aannemen en het koninkrijk beheren, 7) zou de vloek over de Aarde worden opgeheven, 8) zouden leeuwen niet langer lammetjes eten, en 9) zou God Satan binden voor 1000 jaar.
Als Israël dit getuigenis van Petrus had aanvaard, dan zou dit alles zijn gebeurd. Laten we zeggen op donderdag.
De eerste helft van het boek Handelingen doet verslag van dit drama. In die dagen hing de spanning in de straten en men verdrong zich om de boodschap te verkondigen.
Het was echter een grote wereld en Internet was nog niet uitgevonden. De Joden waren verstrooid overal waarheen de wind waaide. De andere volkeren ook, moet gezegd.
Het was niet meer dan eerlijk dat Egypte en de Eilanden op de hoogte zouden worden gesteld van de op handen zijnde Israëlische overname.
Er was echter geen satelliettelevisie, dus het beste dat men kon doen was een dak opklimmen en schreeuwen. Dat was precies wat Petrus deed met Pinksteren. Maar hij was maar één man met slechts één paar longen.
Dit was het moment waarop Paulus erbij kwam – althans zo dacht ik ooit.
Verscheidene institutionele Bijbelleraars overtuigden mij dat God Paulus riep om dezelfde boodschap, die Petrus met Pinksteren verkondigde in Jeruzalem, uit te dragen onder de volkeren. Ik stelde me Petrus voor als een hardloper in een estafette. Hij loopt hard, maar hij is moe (de Israëlieten zijn zo koppig als altijd) en hij wanhoopt of hij de eindstreep zal halen. Hij kijkt rond om het stokje door te geven. Hij zou het aan zijn vrienden willen geven – de andere discipelen – maar het ontbreekt hen aan internationale ervaring. Wanneer alles verloren lijkt, meldt zich een nieuwe man, Romeins van geboorte, door Christus geroepen op de meest vreemde manier. Kakelvers uit een onmiskenbare bekering komt hij naar Jeruzalem, doorkneed in Oud Testamentische waarheid, speels als een kat, zenuwen gespannen als een harpsnaar en blijkbaar gek genoeg om waar dan ook naartoe te zeilen of te wandelen voor de zaak van Christus.
Petrus vertrouwt hem de boodschap toe en nu brengt deze man – Paulus, ‘de apostel voor de natiën’ – het Israëlitische heerschappijbericht van Petrus over naar niet-Israëlieten. Petrus gaat zitten, haalt diep adem en hervat daarna zijn werk onder de zonen van Jacob.
Nooit eerder heb ik het zo bij het verkeerde eind gehad.
De redenen waarom ik het fout had zijn van vitaal belang – voor jou.
Niet alleen leerde Paulus niet dezelfde dingen als Petrus, maar Paulus leerde de heidenen op termijn waarheden zo tegenstrijdig aan Petrus’ boodschap, dat de Jeruzalemse Joden (dezelfde gelovigen in Jezus Christus die berouw hadden getoond met Pinksteren) uiteindelijk probeerden om hem te doden.
Als de internationale evangelist, Paulus, de niet-Israëlieten dezelfde boodschap gaf die Petrus in Palestina leerde, waarom werd Paulus dan veertien jaar na zijn bekering naar Jeruzalem geroepen om zijn onderwijs aan Petrus uit te leggen (Galaten 2:1-2)? En als Petrus – die met de Messias Zelf geleefd had – alles wist wat God de mensheid wilde laten weten, waarom werd Paulus dan een visioen gegeven van de derde hemel en werden hem dingen getoond die geen sterveling (inclusief Petrus) ooit had gezien (2Korintiërs 12:2-4)?
En nog veel verwarrender: Met al dat gepreek in het boek Handelingen, waarom kwam het koninkrijk dan niet in het boek Handelingen? En waarom is het vandaag nog steeds niet gekomen?
O, en waarom is het in vredesnaam zo moeilijk om te leven zoals Jezus, om zachtmoedig te zijn, genadig en zuiver?
De antwoorden op deze vragen zullen je geestelijke tenen doen omkrullen.
Terug naar de indexpagina van "De eerste idioot in de hemel"
U kunt meer van Martin Zender vinden, op deze website:
Martin Zender
the world's most unorthodox Bible Scholar